interview

Eric Goens: 'Het vluchtige overstijgen, dat is cruciaal'

TV-maker Eric Goens: 'Voor een productiehuis met een duidelijke identiteit zal er altijd plaats zijn.' ©jonas roosens

Is het nog fijn televisiemaker te zijn? Met tv-zenders in continue besparingsmodus ligt een ‘nee’ voor de hand. Niet zo volgens Eric Goens, de man achter ‘Het huis’. Met twintig producties in voorbereiding en een extra productiehuis in de steigers is hij gretiger, én kritischer, dan ooit.

Even terug naar 28 mei 2016: wielrenner Stig Broeckx is het zwaarste slachtoffer van een valpartij in de Baloise Belgium Tour en belandt in een vegetatieve coma. Fast forward naar afgelopen woensdag: aan de keukentafel van een wat atypisch kantoor langs een landweg in het Vlaams-Brabantse Bertem laat Eric Goens (50), de baas van het productiehuis Het Nieuwshuis, ons de trailer van ‘De Stig’ zien. We kijken verplicht twee keer. ‘Komaan, dat wil je toch zien!’, roept Goens achteraf uit.

Het is Goens ten voeten uit: knokkend voor zijn producties en voor de personages die er centraal in staan. ‘De Stig’, een film over de lange revalidatie van Broeckx, is het speerpunt van zijn nieuwste productiehuis Doghouse. De dochter van Het Nieuwshuis focust op documentaires voor het grote scherm en is een van de twintig bordjes die Goens in de lucht moet houden. Het is hem aan te zien: hij komt laat aan op de afspraak, zet nog een koffie of twee en rookt een sigaret, ook al is hij gestopt.

Toch gaat het uitstekend met de oud-VTM-nieuwsbaas, die in 2011 na een conflict de Medialaan verliet. Hij werd sant in eigen land met ‘Het huis’, waarin BV’s zoals Sabine Hagedoren en Stefaan Degand pakkende getuigenissen lieten optekenen.

Met Doghouse zet hij nog een productiehuis in een landschap dat verzadigd lijkt nu tv-zenders onder druk van krimpende reclamebudgetten de vinger op de knip houden. Lijkt, want Goens betwist dat met alles wat hij in zich heeft. ‘Schrap je alsjeblieft alle schuttingtaal uit het interview?’, vraagt hij achteraf.

Is het nog fijn televisiemaker te zijn? Uw collegae claimen continu van niet.  

Eric Goens: ‘Ik ben nu vijftig. En zolang ik al leef, roepen ze dat tv dood is. Op mijn dertigste ging ik naar een lezing van Peter Hinssen. Ik zag daar mijn carrière in een lijkzak van het podium gedragen worden. Maar vandaag is tv springlevend! Dat geldt niet alleen voor de tv als omhulsel, maar vooral ook voor wat getoond wordt. Programma’s van Tom Waes halen anderhalf miljoen kijkers, ‘Het huis’ op een dinsdag meer dan een miljoen. Het wereldwijde bedrag dat in content is geïnvesteerd, steeg tussen 2008 en nu van 100 naar 165 miljard dollar. Netflix investeert dit jaar 17 miljard dollar, Amazon en Apple 6 miljard. Hoe kan je dan steen en been klagen?’

Dat lijkt uw sectororganisatie, de Vlaamse Onafhankelijke Film & Televisie Producenten (VOFTP), van plan. Ze trok al meermaals aan de alarmbel. 

Goens: ‘De onheilsprofeten krijgen het hoogste woord. Gaan we blijven zagen tot de laatste believer krijsend wegloopt? Dat is een idiotie die ik niet begrijp. De sectororganisatie gaat zelfs zover om te vragen dat iedereen die series of films verspreidt, dus ook Netflix, een deel van zijn lokaal verdiende centen laat terugvloeien naar lokale producenten. Een armada onder de leiding van VOFTP-voorzitter Bruno Wyndaele klopt dus bij een bedrijf dat al 16 miljard dollar investeert op tafel en zegt: jij gaat nu verplicht een paar procenten van je lokaal verdiende centen afdragen. Komaan. Bedenk liever een idee, ga het pitchen bij die spelers, en ze financieren misschien meteen je hele reeks. Zo doe ik het. We hadden een idee, en hebben het gepitcht bij Eén. Er is nog geen seconde van gedraaid, maar we zijn het al volop aan het verkopen in het buitenland. Gewoon, met een A4’tje.’

Ik ben nu vijftig. En zolang ik al leef, roepen ze dat tv dood is. Maar tv is vandaag springlevend!
Eric Goens
baas van Het Nieuwshuis

U zegt dat er nog nooit zoveel geïnvesteerd werd. Geldt dat ook voor de Belgische markt?  

Goens: ‘There is no such thing als de Belgische markt! Wij verkopen ook programma’s aan de Nederlandse of Franse zenders. Netflix investeert maar een derde van zijn budget in de VS. Er blijft nog meer dan 10 miljard over voor de rest van de wereld. Netflix is de Amerikaanse Sinterklaas. En als we straks die boot missen, zijn we gewoon niet goed genoeg.’

Maar de realiteit is er toch. De VRT moet extra besparen en dreigt met meer herhalingen. Bij de commerciële spelers krimpt de reclameomzet. Uw sector is dan duidelijk: er dreigt een kaalslag. 

Goens: ‘Er is geen kaalslag. Ja, de VRT bespaart. En VTM en VIER ook. Maar zijn dat besparingen die de sector in zijn bestaan treffen? Ik denk het niet. Dan zou ik vandaag twee reeksen maken in plaats van twintig.’

Wat adviseert u de sector dan?  

Goens: ‘Je weet als productiehuis dat het financiële plaatje onder druk staat. Los dat creatief op! Het prijskaartje van ‘De Stig’ bedroeg 400.000 euro. Wij hebben 80 procent van het geld zelf opgehaald. Ik ben onder meer naar Lotto, Soudal en Yuzzu (het voormalige Touring, red.) gestapt en ik heb gezegd: wat denk je? We kunnen dat, omdat Stig een veelbesproken onderwerp was. En omdat die bedrijven ‘Het huis’ en onze reputatie kennen. Mensen zien dat dat met passie en toewijding is gemaakt.’

Lotto en Soudal zijn sponsors van de ploeg van Broeckx. Is het dan een platte bedrijfsfilm? 

Goens: ‘Nee, je zal Stig in de film nooit voor een bord met sponsors zien staan. De bedrijven komen natuurlijk wel op een zeer natuurlijke manier in beeld. We zijn met Stig teruggegaan naar de plaats van het ongeval, in ploeguitrusting. Natuurlijk komen Lotto, Soudal en Yuzzu dan in beeld.’

Het mag u voor de wind gaan, de sector is toch te drukbevolkt? De VRT werkte tussen 2014 en 2017 met 113 productiehuizen. Dat is gigantisch veel.  

Goens: ‘Al zijn het er 250, so what? Voor een productiehuis met een duidelijke identiteit zal er altijd plaats zijn. Maar in de sector is er nog veel vet, dat klopt. De sector is blijven hangen in de jaren 90. Eric Claeys, de baas van VTM tussen 1997 en 2003, zei altijd dat de kreeften destijds blindelings de weg kenden van de ingang van VTM naar de directiekamer. Ik was onlangs bij een productiehuis dat in een gebouw zat met twee verdiepingen. Op de eerste verdieping was er niemand. Die verdieping was bedoeld voor de uitbreiding, zei de baas. Dat is wel de omgekeerde weg, hé.’

‘Dat is het voordeel van het traject dat ik tot nu heb afgelegd. Ik zat al aan de creatieve, maar ook aan de zakelijke kant. Ik teken eerst een contract, zodat ik een budget heb om iemand aan te nemen. Voor lezers van De Tijd is dat niets nieuws. Maar veel mensen in de sector kunnen geen budgetten opstellen.’

U sprak over een duidelijk afgelijnde identiteit. Waarvoor staat Het Nieuwshuis? Eén woord. 

Goens: ‘Relevant. Must-see.’

Over een quiz kan je ook zeggen dat het een must-see is.  

Goens: ‘Nee. We proberen altijd het ‘hic et nunc’, het hier en nu, te vatten. De vierdelige reeks over Molenbeek in 2016 haalde gemiddeld een miljoen kijkers. Maak die nu, en je krijgt nog maar 400.000 kijkers.’

Voor een productiehuis met een duidelijke identiteit zal er altijd plaats zijn.

Begin 2016 stond elk medium ter wereld in Molenbeek. Wat doet u dan anders dan de rest? 

Goens: ‘Cameraploegen kwamen naar Molenbeek en spraken er de eerste de beste passant aan. Als hij met Salah Abdeslam in de kleuterklas had gezeten, was hij een sleutelgetuige. Wij zijn vertrokken vanuit de mensen die daar wonen, niet de politicus of de straathoekwerker, vier à vijf maanden lang. Die vluchtigheid overstijgen is het cruciale.’

Uitgebreid de tijd nemen voor een project kost geld. Hoe staat het met de rendabiliteit? 

Goens: ‘Ik zou gemakkelijk mijn winst omhoog kunnen jagen door van twaalf naar tien montagedagen te gaan en op een productie vier in plaats van zes camera’s te zetten. Maar investeren in kwaliteit is duurzamer dan rendement op korte termijn. Je tijd nemen is één keer duur: de eerste keer. Durf te investeren, durf het DNA te bewaken, en daarna komt het vanzelf. VIER heeft me gebeld toen het een reeks over het parket wilde maken. Hetzelfde met het dj-duo Dimitri Vegas en Like Mike. Zij hebben mij gevraagd voor een documentaire over hun leven.’

U zei ooit: ‘Ik wil geen tien projecten tegelijk draaien.’ U zit nu aan het dubbele. 

Goens: ‘We zijn nog altijd zoals een buurtwinkel, met een eigen smoel en een kwaliteitsgarantie. Maar we zijn een grote buurtwinkel geworden, dat klopt. Ik wou aanvankelijk klein blijven. Bij VTM holde ik van vergadering naar vergadering. Dat wou ik nooit meer meemaken. En bij de opstart van Het Nieuwshuis was ik ervan overtuigd dat docu’s een niche waren. Iedereen zei me: ja, succes op ARTE, jongen. Maar vandaag draait een gigant zoals Netflix op twee grote pijlers: fictie en docu’s.’

Is Netflix dan het einddoel? Prijkt binnen vijf jaar een documentaire van Goens op Netflix?  

Goens: ‘Ik mag hopen dat het geen vijf jaar meer zal duren. En ik ben ervan overtuigd dat het niet zo lang zal duren. Er zijn zeker contacten.’

U staat bekend als allergisch voor administratie en overhead. Maar met twintig producties lijkt u daar toch niet meer aan te ontsnappen?  

Goens: ‘Ik heb toch geen directieassistente, of wel? Pas op, er komt nu wel een en ander samen. En doorgroeien naar dertig producties is geen optie. Ik moet dan vooral producties opvolgen zonder zelf iets te kunnen draaien. Ik vind ook het personeel niet voor dertig producties. Regietalent is schaars, veel schaarser dan geld ooit zal zijn. En ik ben ook zeer selectief in aanwervingen. We danken onze kleinschaligheid aan onze manier van werken.’

Geef daar eens een voorbeeld van. Waar snijdt u waar bij de rest vet zit? 

Goens: ‘Een cameraploeg heeft altijd een cameraman en klankman. Niet bij ons. Voor driekwart van de producties hebben we geen klankman. In een-op-eensituaties is dat vaak niet nodig. We hebben in het begin gewoon in goed audiomateriaal geïnvesteerd, zodat we later structureel konden besparen.’

U zei dat u nog reportages wilt blijven maken. Wat bent u het meest: baas van een productiehuis of reportagemaker?  

Goens: ‘Beide.’

Sam Spegelaere, de financiële baas van Het Nieuwshuis, komt binnen om iets op te warmen in de oven van de keuken. ‘Wat ben ik, Sam? Baas of programmamaker? Komaan, we hebben hierop getraind.’

Sam Spegelaere: ‘Programmamaker.’

Er zijn mensen in de sector die geen budgetten kunnen opstellen.

Als reportagemaker zoekt u moeilijke thema’s op. Euthanasie bij Marieke Vervoort, nu het zware ongeval van Stig Broeckx. Waar ligt de grens in wat u toont en wat niet? 

Goens: ‘Die rem is er vanzelf. Stig ging tijdens het draaien door een relationele crisis. Dat raakt die jongen in zijn eigenheid, daar zijn we van weggebleven. Elke seconde beeld die we maken, leggen we ook voor. Mensen mogen schrappen of corrigeren. Als je iemand een jaar volgt, is het toch niet te veel gevraagd het resultaat voor te leggen? Mensen zijn bang van pers en media, dat voel je altijd als je voor het eerst ergens binnenkomt. Je moet vertrouwen opbouwen door uit te leggen wat je doet. En je moet dat doen met respect. De mensen in onze programma’s zijn onze beste ambassadeurs. Dat geldt ook voor ‘Het huis’. Als iemand twijfelt, zeg ik: praat met de 43 anderen die u voorgingen. Zo ben ik bijna zeker dat Zuhal Demir Theo Francken heeft overtuigd naar ‘Het huis’ te komen.’

‘Het huis’, ‘Molenbeek’, ‘Niveau 4’... U lijkt telkens de juiste snaar te raken. Is er angst voor de flop? 

Goens: ‘Angst is intrinsiek verbonden aan wat we doen. Maar wel op een positieve manier. Het is de reden waarom we niet stoppen na de twaalfde montage, maar doorgaan tot de zeventiende. De eerste reeks van ‘Bargoens’ was een flop, die was onder de verwachtingen. Maar de VRT zag de waarde ervan en de tweede reeks is wel aangeslagen.’

Een VRT in besparingsmodus heeft misschien minder geduld.  

Goens: ‘Dat zou kunnen. Je mag één keer onder de verwachtingen blijven, geen tien keer. Tot vandaag is het gelukt. Hout vasthouden.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud