interview

Hazel Pleysier (Woestijnvis): ‘Twijfel is een goede basishouding'

Hazel Pleysier, programmadirecteur bij Woestijnvis. 'Maar het is niet mijn ambitie het nieuwe gezicht van Woestijnvis te worden.' ©SISKA VANDECASTEELE

De programmadirecteur van het tv-productiehuis Woestijnvis ligt vaak wakker van dingen. Het bevestigt voor haar dat ze geeft om wat ze doet. Ontbijt met De Tijd.

‘Oei, is het al voorbij? Nu ga ik nog dagen denken aan wat ik hier heb gezegd, en wat ik nog had moeten zeggen.’ We zijn aan het einde van een uitgebreid ontbijt, en Hazel Pleysier (44) glimlacht wat nerveus. Ze is het niet gewend het middelpunt van de aandacht te zijn. In haar comfortzone zijn de rollen omgekeerd. Daar richt zij een camera op iemand, en stelt zij de vragen. En de programma’s die ze dan aflevert, laat ze het liefst voor zichzelf spreken.

Het is niet mijn ambitie het nieuwe gezicht van Woestijnvis te worden. Laat het uit.

Maar sinds kort is ze programmadirecteur bij Woestijnvis, zowat het bekendste productiehuis van Vlaanderen. Als het nieuwe tv-seizoen dan voor de deur staat, dan zeg je al eens ja als een journalist vraagt om samen te ontbijten. ‘Dat hoort nu bij mijn takenpakket. Al is het niet mijn ambitie om het nieuwe gezicht van Woestijnvis te worden. Laat het uit.’

Pleysier ontvangt ons op het dakterras van Woestijnvis, waar een houten picknicktafel gedekt staat met een Instagramfähig ontbijt. De omelet met halloumi, de yoghurt met vers fruit en granola en de selectie fruitsappen stemmen onze fotografe tevreden. Het is het voordeel van tv-makers interviewen: behalve voor de inhoud hebben ze ook oog voor de vorm.

Vloggers

Pleysier grinnikt als we die gedachte uitspreken. ‘Ik kijk soms met mijn kinderen mee naar die vloggers (mensen die een videodagboek bijhouden, red.) op YouTube. Als tv-maker is dat een ware verschrikking. (lacht) De strengheid waarmee wij inhoudelijke en vormelijke keuzes maken, hoe wij nadenken over invalshoeken en vertelvormen, dat kappen die jongens en meisjes vrolijk overboord. En maar raaskallen! Tot groot jolijt van heel veel mensen, blijkbaar. Dus goed voor hen. Maar zelf zou ik met zoiets niet naar buiten durven te komen.’

Ontbijt met De Tijd

Vilvoorde, 9 uur, op het dakterras van Woestijnvis.

Met Hazel Pleysier praten we over tv-programma’s, zendschema’s, vloggers en goede raad.

Als programmadirecteur is Pleysier daar nu verantwoordelijk voor bij Woestijnvis. Alles wat wordt ontwikkeld en richting omroepen wordt verscheept, draagt de facto haar goedkeurende stempel. Een positie met aardig wat druk, zou je denken. Maar Pleysier is de eerste om haar rol te relativeren.

‘Woestijnvis is een bedrijf met weinig hiërarchie. Onze CEO Erik Watté is allergisch aan te veel structuur en bureaucratie en is er altijd in geslaagd dat buiten te houden. Dat kan ook vermoeiend zijn, want soms wil je gewoon dat iemand anders voor jou de knopen doorhakt. Maar omdat hier veel ‘grijs’ is, hebben ook veel mensen de neiging om verantwoordelijkheid op zich te nemen. Wat mijn taak dan is? Ik denk dat ik vooral problemen moet herkennen als ze opduiken. En mee voor oplossingen zorgen natuurlijk. En ik moet een brug vormen tussen onze makers en de zenders waar we voor werken.’

Voor het komende tv-seizoen is er weer aardig wat van de Woestijnvis-band gerold. VIER zendt onder andere het achtste seizoen van ‘De rechtbank’ en het zestiende seizoen van de commerciële kraker ‘De slimste mens ter wereld’ uit. Voor de VRT levert het productiehuis een nieuw seizoen van ‘De ideale wereld’, het Martin Heylen-programma ‘Zelfde deur, 20 jaar later’ en een tweede seizoen van ‘De klas’, waarin BV’s een dag lesgeven.

Bekende formats

Uitgesteld kijken zet alles meer op scherp. De vraag is wat je daar als programmamaker aan kan doen.

Het valt op dat veel wordt teruggevallen op bekende formats. ‘Ergens is dat jammer’, zegt Pleysier. ‘Als je zendschema vol met vaste afspraken zit, beperk je je creatieve ruimte. Tegelijk merk je heel erg dat de kijker dat fijn vindt. Hoe beter ze iets kennen, hoe liever ze het zien, lijkt het. De eerste aflevering van ‘Topdokters’, in 2014, had 180.000 kijkers. Toen zaten we in zak en as. We hadden daar een jaar met hart en ziel aan gewerkt. Maar dat programma is week na week gegroeid, tot gemiddeld 708.000 kijkers vorig seizoen. Vandaag vindt iedereen het dan plots een evidente uitschieter. Zo zie je maar.’

‘Daarbij komt dat zo’n reeks een ideale manier is om jonge mensen ervaring te laten opdoen. Zo’n programma als ‘De rechtbank’ staat er als concept. Maar dat moet wel keer op keer worden ingevuld. Als je daar als jonge reporter in terechtkomt, leer je met mensen praten, een verhaal vertellen, noem maar op. Vroeger hadden we ‘Man bijt hond’ als ideale kweekvijver voor talent. Nu hebben die vaste afspraken de rol van laboratorium overgenomen. Dat gaat op de lange termijn nog veel mooie nieuwe dingen opleveren.’

De vraag is hoeveel ruimte op lange termijn overblijft voor nieuwe dingen. Televisie is een snelle business die door het veranderende kijkgedrag financieel onder druk staat. In hoeverre verandert dat de job van programmamaker? ‘Uitgesteld kijken zet alles meer op scherp, merken we. De vraag is wat je daar als maker aan kan doen. Natuurlijk proberen we programma’s zo te maken dat erover wordt gepraat. Dat je het gevoel krijgt dat je iets hebt gemist als je niet de avond zelf voor de buis zat. Maar dat hebben we altijd gedaan. ‘De mol’ wordt nu als het schoolvoorbeeld gezien van hoe het moet. Maar dat programma bestaat al langer dan uitgesteld kijken.’

Uitgesteld kijken zet alles meer op scherp. De vraag is wat je daar als programmamaker aan kan doen.

‘Wellicht moeten we die kwestie als programmamakers niet oplossen, maar moeten we eerder over het systeem nadenken. Of een commercieel programma vandaag rendabel is, hangt nog altijd af van het feit of mensen live voor hun tv zitten en naar reclame kijken. Maar dat systeem faalt, want mensen doen het gewoon niet meer. De financiering van televisie is niet meer mee met de realiteit. Dus moet over valabele alternatieven worden nagedacht.’

Ze neemt een boterham en besmeert die rijkelijk. ‘Echte boter is het beste wat er bestaat’, zegt Pleysier tevreden. Het is zo’n ontspannen moment dat smeekt om een lastige vraag. Of ze als een van de echte anciens van Woestijnvis ooit heeft overwogen iets anders te gaan doen? Ze haalt haar schouders op. ‘Eigenlijk niet. Het is geen geheim dat we een zware periode hebben doorgemaakt. Mensen die weggingen, tegenvallende resultaten. Maar voor mij is een vertrek nooit aan de orde geweest. Ik hoor hier thuis.’

Beter luisteren

Ze denkt even na, wikt haar woorden. ‘Weet je wat mensen graag zeggen als ze uit een moeilijke periode komen? Dat ze er sterker van zijn geworden, er harder zijn uit gekomen. Voor ons is het omgekeerde waar, denk ik. Wij zijn er zachter uit gekomen. We zijn nog altijd streng voor elkaar, en als we tegen elkaar pingpongen, is het op leven en dood. Maar in de dagelijkse omgang zijn we zachter. We geven elkaar wat meer ruimte, luisteren beter. In de periode dat het goed ging, was het allemaal om ter luidst, om ter grappigst, om ter strafst. Dat was leuk, daar niet van. Maar dit is ook best aangenaam. Als er iets is veranderd, is het dat.’

‘Die moeilijke tijden liggen intussen ook echt achter ons. Ze raken stilaan vergeten. Het goede is dat je vandaag bent omringd door jonge mensen die al die bagage niet hebben. Zo stond ik in mei vrolijk op een surfplank in Bordeaux tussen 120 Woestijnvissers, om ons 20-jarig bestaan te vieren. Anciens, maar ook nieuwe makers en gezichten die ervoor zorgen dat je vooruitkijkt in plaats van achteruit. Dat maakt mijn job ook zo tof, werken met al dat jonge talent dat ervoor kiest bij Woestijnvis te werken in plaats van te vloggen op YouTube.’ (lacht)

©SISKA VANDECASTEELE

Pleysier schenkt koffie bij. ‘Dat heb ik ooit als vakantiejob gedaan’, zegt ze. ‘Mijn ouders werkten op het ministerie van Volksgezondheid, en ik mocht er een maand koffie rondbrengen met zo’n karretje. Een eyeopener. Toen heb ik voor mezelf beslist dat ik niet achter een bureau zou belanden. Ik wilde een job met een blik naar buiten, een job die me kon meeslepen. Het heeft me bij de televisie gebracht.’

Haar vader Bob klom op tot topman van Fedasil, het federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers. ‘Een job die hij met hart en ziel deed’, zegt Pleysier. ‘Hij is met pensioen nu, maar hij kan het niet laten. Hij is voogd voor minderjarige asielzoekers. Ook mijn moeder doet nog vrijwilligerswerk, bij Dokters van de Wereld. Ze hebben me gevoelig gemaakt voor wat in de maatschappij gebeurt.’

Mijn ouders werkten op het ministerie van Volksgezondheid, en ik mocht er een maand koffie rondbrengen met zo’n karretje. Een eyeopener. Toen heb ik voor mezelf beslist dat ik niet achter een bureau zou belanden.

‘Ik ben thuis echt verwend met liefde en zorg. Als het zou kunnen, zouden mijn ouders nog altijd met plezier mijn boterhammen smeren. Maar ze hebben ook allebei hard gewerkt en doen dat nog. En als ik één ding van hen geleerd heb, dan is het dit: wat je ook doet, doe het goed. Of het nu asielopvang organiseren is of programma’s maken, het moet op je allerbest zijn. In die zin ligt mijn lat wel hoog.’

Wakker liggen

Een andere gouden raad slaat ze dan weer steevast in de wind. ‘Mijn pa zegt altijd: ‘Hazel, lig er niet wakker van.’ Maar ik lig dus vaak wakker. En ik weet dat hij ook veel wakker heeft gelegen. Dus zie ik het eerder als een bevestiging dat ik echt geef om wat ik doe, net zoals hij dat deed en doet.’

‘Dat is soms vermoeiend, maar eigenlijk is het ook niet slecht. Er loopt een dunne lijn tussen zelfverzekerdheid en zelfingenomenheid. Een gezonde dosis twijfel houdt me scherp, het helpt me mijn werk beter te maken. Je blijft dingen in vraag stellen, wat vaak nuttig blijkt. Twijfel is een goede basishouding.’

Ook over dit gesprek blijft ze twijfelen. De dag nadien vinden we een mail in onze inbox. Dat ze nog heeft liggen tobben over enkele zaken, en op betere antwoorden is gekomen die ze graag wil delen. ‘Lig er niet wakker van’, sturen we terug. Advies dat ze uiteraard in de wind zal slaan.

©SISKA VANDECASTEELE

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content