interview

‘Ik reken op Europa om een alternatief voor Facebook of Twitter te bedenken'

Walter Isaacson. ©EFE

Welkom in de wereld van Walter Isaacson, ex-hoofdredacteur van Time Magazine en CNN en biograaf van Steve Jobs en Leonardo Da Vinci, waar boeiende vrienden wonen. ‘Het is belangrijk om kinderlijk nieuwsgierig te blijven.’

‘Moby Dick.’ De vraag van The New York Times aan Walter Isaacson was welk boek hij de president van de Verenigde Staten zou aanraden als die maar één boek zou lezen. Meer uitleg gaf hij niet. Spaarzaam, in twee zinnen, doet hij dat nu wel. ‘‘Moby Dick’ gaat over een geobsedeerde kapitein van een schip die het advies van anderen niet helemaal begrijpt. Het is een boek met veel lessen over reizen die slecht aflopen.’

Meer woorden aan Donald Trump - die hij kent, jazeker wel - wil hij niet vuil maken. ‘I don’t want to go there.’

En waarom zou hij. Dit is Trump Tower niet, groter kan het contrast niet zijn, we zitten in het Amsterdamse Ambassade Hotel in een van de kamers waarvan de wanden gevuld zijn met boeken. Ernaast is nog zo’n kamer. Uitgeverijen die hun buitenlandse topauteurs naar Nederland halen voor interviews lijken altijd hier af te spreken. Eerder zaten we in deze zetels tegenover Ingrid Betancourt, Sophie Dahl en Paolo Giordano. Ergens in die kasten moeten hun boeken zitten, want het hotel vraagt al die auteurs een gesigneerd exemplaar. Zo ontstaat iets unieks.

Walter Isaacson. ©EFE

Straks zal, naast boeken van Dave Eggers, Andre Brink, Hugo Claus, Robert Fisk en Orlando Figes, ook ‘Leonardo da Vinci. De biografie’ staan. Dat boek schreef Isaacson. Het is 622 bladzijden dik. Eind oktober schreef De Tijd daarover: ‘De uitstekende en mooi verzorgde Da Vinci-biografie vat goed het dubbele gevoel samen dat na lezing blijft hangen: ontzag voor zijn genialiteit en veelzijdigheid, maar ook een knagend ‘wat als?’-gevoel. Wat als Da Vinci niet zo’n notoire treuzelaar was geweest...’

Isaacson is net terug uit Italië en een uur lang kijkt hij je voortdurend in de ogen. Diep, alsof hij - zelf journalist en vragensteller, maar nu in de rol van geïnterviewde - toch probeert je ziel te vangen. ‘De grote les die ik van Leonardo da Vinci leerde, is dat je nieuwsgierig moet zijn naar alles. Hij keek naar de krullen van een vrouw en naar de rimpels op het water en vroeg zich af: hoe komt dat? Aan zeurende kinderen zeggen we vaak: stel niet zoveel vragen, wees niet zo curieus, focus. Wel, dat is fout. Als jonge gast, maar ook toen hij dertig was, vroeg Leonardo zich af: ‘Waarom is de lucht blauw?’

‘Albert Einstein deed net hetzelfde. Die zei ooit dat hij niet noodzakelijk slimmer was, maar dat hij wel zijn kinderlijke nieuwsgierigheid had bewaard. Nu zullen jij en ik wellicht niet in de buurt van Einsteins intelligentie komen, maar moesten we nu al eens tien seconden per dag stilstaan en ons iets afvragen over een dagdagelijks fenomeen. Tien seconden de kinderlijke nieuwsgierigheid van Da Vinci koesteren.’

Papier blijft een geweldige technologie. Ik heb áltijd een klein notitieboekje op zak.

Isaacson is geen kind meer. Hij is 66 en net nu, de dag van dit interview, is de eerste dag waarop hij niet meer de CEO is van het Aspen Institute, de non-profitdenktank die hij 15 jaar leidde. Dat realiseerde hij zich vanmorgen zelf niet, zegt hij. De vraag is: wat nu? ‘Oh, op een bepaald moment van je leven moet je terug naar waar je vandaan komt. Bij mij is dat New Orleans. Zeker in een periode waarin het nationaal discours zo gepolariseerd en vergiftigd is als vandaag, is het goed om terug te keren.’

Waarom?

Walter Isaacson: ‘Omdat ik geloof dat, ook in Amsterdam en Brussel, het veel interessanter is te zien wat op stadsniveau gebeurt dan op nationaal niveau. De echte problemen van de 21ste eeuw kan je best lokaal proberen op te lossen. Diversiteit niet zomaar tolereren, bijvoorbeeld, maar víéren. New Orleans is een stad waar diversiteit en, onder meer, jazzmuziek werden gecreëerd. Het zit er zelfs in de keuken en in de architectuur. Volgens mij is dat het nummer een van alle wereldvraagstukken: hoe omarmen we mensen van andere culturen? New Orleans kan een antwoord geven.’

Maar kan je zo lokaal meteen ook alle andere problematieken oplossen?

Isaacson: ‘Absoluut wel. In Italië zag ik hoe daar politiek gepolariseerd werd. Hetzelfde zie je in Hongarije, Polen, Engeland en in de VS. Begin lokaal. Ook antwoorden op vragen wat je moet doen met Uber en Airbnb, wat je moet doen - zeker in New Orleans, maar ook in Venetië en Amsterdam - met het stijgende water. Met links of rechts, democraat of republikein en populist of establishment heeft dat niets te maken.’

Dat hij in Nederland is om zijn boek te promoten, vergeet Isaacson niet. Dus metselt hij een bruggetje, naar die wonderlijke man uit Vinci, onwettig kind, groot geworden in Firenze. ‘In Leonardo’s periode floreerden stadstaten als Firenze, Milaan en Venetië en dat deden ze dankzij creativiteit en een goede economie.’

In zijn boek staat het zo: ‘Toen Leonardo aankwam, waren er meer houtsnijders in Firenze dan slagers. De stad was zelf een kunstwerk geworden. ‘Er is geen mooiere plaats in de hele wereld’, schreef de dichter Ugolino Verino.’

Nu zegt hij: ‘Leonardo was een buitenbeentje, want onwettig kind, homo, linkshandig, vegetariër en vaak afgeleid. Maar het Firenze van 1460, dat gerund werd door de De Medici’s, omarmde hem. De De Medici’s hielden van wat Steve Jobs de buitenbeentjes, de rebellen, de probleemmakers en de ‘round pegs in the square holes’ noemde. Zoals hij dat vijfhonderd jaar later deed.’

Toch lijkt het vijfhonderd jaar later voor buitenbeentjes veel moeilijker te zijn geworden. We sluiten onze grenzen. Ook in dat Italië van hem.

Isaacson: ‘Dat komt omdat we sommige mensen hebben achtergelaten. Mensen die de diversiteit omarmen en van technologie houden, moeten zich realiseren dat de voordelen van de globale economie niet eerlijk verdeeld zijn. Daarom moeten we leren van die - te begrijpen - angst voor immigratie. Overigens kwam na de De Medici’s in 1497 Girolamo Savonarola aan de macht en hij liet homo’s ophangen. Zo is de geschiedenis. Het gaat vooruit en achteruit.’

7.200 pagina’s met aantekeningen van Leonardo da Vinci zijn bewaard gebleven. Isaacson was jong, door Europa reizend met de rugzak, toen een vonkje oversloeg. In het Louvre stond hij voor de Mona Lisa. Hij dacht wat iedereen denkt: ‘Is het dat maar? Toch klein.’ Maar in datzelfde museum zag hij tekeningen, een paar aantekenboeken, schetsen en bedenkingen bij de vlucht van de vogels. ‘Hoe hij schreef over de anatomie van een gezicht en hoe het licht in een oog binnenvalt, connecteerde ik dat met de Mona Lisa en zag ik hoe hij kunst, wetenschap en techniek combineerde. (snel) Volgens mij maakte hij zelf daarin overigens weinig onderscheid.’

U eindigt uw voorwoord met wat hem omvatte: ‘To think different.’

Om eerlijk te zijn denk ik niet dat ik de beste manager ter wereld was bij Time.

Isaacson: ‘Dat zijn woorden van Steve Jobs, die bij zijn terugkeer naar Apple een manifest schreef over de waarden van het bedrijf. Er zijn voldoende mensen die zot genoeg zijn te denken dat ze de wereld kunnen veranderen, maar zij die het echt doen, denken anders. En toen ik me met Steve afvroeg wie in de geschiedenis het best aan dat beeld beantwoordde, kwam hij bij Da Vinci uit. Voor hem was hij het ultieme genie.’

‘Dus Steve moedigde me aan. Maar nog belangrijker was dat Bill Gates - die ik als journalist leerde kennen - me op een dag in zijn huis in Seattle uitnodigde voor een discussie. We belandden in zijn bibliotheek, een van de grootste privébibliotheken ter wereld, en hij toonde me de ‘Codex Leicester’ die hij op een veiling had gekocht. (In 1994 bij Christie’s in New York, Gates betaalde er bijna 31 miljoen dollar voor, red.) Dat zijn in totaal 72 van de meer dan 7.000 pagina’s van Leonardo. Ik vroeg Bill of er ook een boek was dat Da Vinci’s wetenschap, kunst en techniek combineerde en we moesten besluiten dat dat er niet was.’

Het boek ligt op het tafeltje in Amsterdam, want hij schreef het dan maar zelf. Hij toont eerst een fragment wat Gates net twee weken geleden postte over die codex en over Isaacsons boek. ‘Have fun with curiosity’, zegt de baas van Microsoft. En fun had Isaacson in al die jaren van reizen naar Firenze, Venetië, Windsor Castle, Madrid, you name it. Naar overal waar die aantekenboeken van de Italiaanse meester zitten.

‘Sommige zijn vertaald, andere niet. Voor die laatste had ik een specialist mee om Da Vinci te ontcijferen: niet alleen schreef hij in oud Italiaans, hij deed dat als linkshandige ook in spiegelschrift om met zijn schuivende hand geen inktvlekken te maken. Maar zo ontstond een biografie op basis van wat hij elke dag dacht en wat hij zich elke dag afvroeg. Waarom is de lucht blauw? Hoe stroomt water op een berg? Hoe ziet de tong van een specht eruit?’

Leonardo zou een goede journalist zijn geweest.

Wijlen Nelson Mandela gidste toenmalig Amerikaans president Bill Clinton rond op Robbeneiland. Walter Isaacson was erbij toen hij hoofdredacteur van Time Magazine was. ©REUTERS

Isaacson: (lacht en haalt een klein notitieboekje uit zijn binnenzak) ‘Ook dat heb ik van hem geleerd. Papier is een geweldige technologie, ik heb áltijd een klein boekje op zak. En over vijfhonderd jaar kan iemand al die boekjes vinden en erin kijken. Onze Facebook- of Twitter-posts zullen helaas niet bewaard zijn. Ik heb al mijn interviews voor Time Magazine in schriftjes geschreven en ze nadien in een doos bewaard. (lacht) Die zijn niet briljant en de Mens van Vitruvius (Da Vinci’s bekende tekening met de afmetingen van de mens, red.) staat er niet in. Maar als ik ga terugkijken, vind ik er mijn interview met de president van Zuid-Vietnam eind jaren zeventig wel in terug.’

Hebbes. Isaacson leerde, eerst bij Time Magazine, later bij CNN en zelfs tot nu, alle zittende presidenten kennen. Het is onze beurt om een bruggetje te metselen. Maar zoals met elk bouwwerk moet je een fundament voorzien. Iets out of the blue oppikken. Lukraak inspelen op wat hij zegt, bijvoorbeeld. Met de vraag: ‘Anders dan Da Vinci bleef u niet alleen schrijven, u werd hoofdredacteur van Time. Waardoor u niet meer kon doen wat u het best kon: schrijven. Als Da Vinci dat had gedaan...’

Isaacson glimlacht. ‘Ik voerde wel een regel in: vier keer per jaar wilde ik mijn kantoor en de redactie buiten om zelf op reportage te gaan. Zo ging ik eind jaren tachtig naar Gdansk in Polen en naar Praag om er de revolutie te verslaan. Ik ging met Bill Clinton op reis door Afrika, tot bij Nelson Mandela op Robbeneiland. Ik ging naar de oorlog in Kosovo, naar Ramallah en Bethlehem en maakte een coverstory over Bill Gates. (zacht) Om eerlijk te zijn denk ik niet dat ik de beste manager ter wereld was.’

Vindt u het jammer dat u geen journalist bent in het Trump-tijdperk?

Er is geen geld meer voor goede reportages in Syrië, Afghanistan en Irak. Dus je kan onmogelijk controleren wat verschijnt.

Isaacson: ‘Dit is tegelijk de beste en de slechtste periode om journalist te zijn. De beste omdat iederéén het kan zijn en je dus niet met poortwachters als ik te maken krijgt om je opinies en gedachten te delen. Aan de andere kant is er geen filter meer en is er geen goed businessmodel. Time Magazine stuurde ons met verschillende reporters naar de Sovjetunie om te begrijpen wat Michail Gorbatsjov er aan het doen was en op zijn topontmoeting met Ronald Reagan in Reykjavik (in 1986, red.) waren we met zeven journalisten van Time. Plus fotografen en eindredacteurs. Dat is vandaag onmogelijk. Er is geen geld meer voor goede reportages in Syrië, Afghanistan en Irak. Dus je kan onmogelijk controleren wat verschijnt.’

Zelfs jullie president mag tweeten en schrijven wat hij wil.

Isaacson: ‘Sociale media werden uitgevonden om ons te verbinden, maar vandaag zijn ze een instrument geworden om ons te verdelen. Op Twitter en Facebook worden voortdurend opinies en haat uitgespuwd. Het zou fijn zijn mocht er een sociaal netwerk worden gecreëerd waar conversaties dieper zijn en meer doordacht. En ik reken een beetje op Europa om zo’n netwerk uit te vinden dat een alternatief voor Facebook of Twitter kan zijn.’

Zou Trump verkozen zijn, mochten de sociale media niet hebben bestaan?

Isaacson: ‘Goeie vraag. Elke nieuwe technologie krijgt een nieuwe vorm van politiek. Toen mijn vader kind was in Louisiana, werd Huey Long er gouverneur dank-zij de radio. Later maakte de televisie de weg vrij voor John Kennedy. Het probleem is dat sociale media vandaag iemands weg naar de top kunnen bespoedigen door ongeverifieerd op onze angsten in te spelen in plaats van in te zetten op onze hoop en dromen.’

Daarmee is de vraag beantwoord. Met ‘Moby Dick’ was ze dat al. Isaacson zei al eerder dat hij lokaal wil gaan werken. In New Orleans, met mensen als jazzmuzikant Wynton Marsalis, zichzelf ook inlezend in hoe de Verenigde Staten sinds begin 19de eeuw met ras omgingen. Zijn vader gaf hem ooit ‘Tell Me How Long the Train’s Been Gone’ van James Baldwin. Zijn vader overleed vorig jaar. In The New York Times vertelde hij al dat hij dat boek pas na de dood van zijn vader van de plank haalde. ‘Ik wilde dat ik het had gelezen toen hij me het de eerste keer vroeg.’ Of zijn volgende boek nu over ras zal gaan, weet hij nog niet. ‘De zomer zal beslissen.’

Die terugkeer naar het lokale valt op, omdat u ooit hoofdredacteur van CNN werd. In 2001, het jaar van de aanslagen op 9/11.

Isaacson: ‘Ik was die dag op het hoofdkwartier van CNN in Atlanta. Op de redactie hingen enorme schermen en plots zagen we beelden van een brand in het World Trade Center. Enkele mensen kregen snel een alert binnen over een aanslag. En terwijl we keken, zagen we live het tweede vliegtuig inslaan. Iets later kwam de grote Ted Turner (stichter en baas van CNN, red.) uit zijn kantoor. Ik vergeet nooit wat hij zei: ‘Dit is onze challenge. We hebben CNN opgericht voor dagen als deze.’

‘Zo voelde het die dag ook aan. We dachten dat we met journalistiek onze fundamentele rol konden spelen om mensen uit te leggen wat er gebeurde. Voor dagen als 9/11 waren we journalist geworden. Helaas was het ook het allerlaatste voorbeeld van die rol. Nadien zijn tv-stations begonnen met debatprogramma’s en talkshows en werd in reportages niet meer geïnvesteerd.’

Elke nieuwe vorm van technologie krijgt een nieuwe vorm van politiek.

Die dag was onwezenlijk. Door Isaacsons job had zijn gezin twee woonplaatsen: één in Atlanta en één in New York. Zijn vrouw en dochter waren in de aangevallen stad. ‘Iemand bellen lukte niet. Wij woonden wel in het noorden van New York en ik ging ervan uit dat er mensen waren die zich veel grotere zorgen moesten maken. Maar je blijft een mens. En toch moest ik focussen en beslissen wie de anker zou worden en waar ik journalisten als Christiane Amanpour en Nic Robertson naartoe moest sturen. Maar ook dan zou je even moeten pauzeren en jezelf de vraag stellen: zal wat we vandaag doen belangrijk zijn voor de geschiedenis?’

Waar eindigen? Toen zijn vader vorig jaar stierf, wandelde Isaacson door de straten van New Orleans en speelde een jazzbandje ‘I’ll Fly Away’. Een beter moment kon hij niet bedenken. Om de politiek te plaatsen gaat hij lezen. En verder is er altijd weer - die brug ligt er nog altijd - Leonardo da Vinci. ‘Kunst kan ons helpen de wereld te begrijpen en onszelf te laten bepalen hoe we daarin onze plaats vinden’, zegt hij. ‘In het Uffizi naar zijn ‘Aanbidding van de Wijzen’ kijken is zo’n moment.’

Is dat magisch?

Isaacson: ‘De grootste magie voelde ik vier jaar geleden toen ik in Venetië het boek met de Mens van Vitruvius mocht inkijken. Met witte handschoenen werd het uitgehaald, en ik was zo bang om een druppel zweet te morsen op het papier. Toen ik in de navel van die man de punt van de passer zag die Leonardo daar had gezet en hoe hij met kleine pennentrekjes details had aangebracht, details die eigenlijk niet nodig waren voor zijn studie, werd ik overmand door emoties. Daar zag ik de hand van de meester, maar vooral van een mens.’

Walter Isaacson - Leonardo Da Vindi. De biografie - 2017, Unieboek | Het Spectrum, 622 blz., 39,99 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud