Advertentie

Internetadverteerders slaan mea culpa over adblockers

Adblockers zijn aan een sterke opmars bezig. En dat is mee onze eigen schuld, zegt de advertentievereniging IAB. ©BELGAIMAGE

‘We hebben het verknoeid’, schrijft een topman van de belangengroep van internetadverteerders IAB in een opmerkelijk mea culpa. We moeten het evenwicht herstellen, klinkt het.

Scott Cunningham is technologisch directeur bij de IAB, de vakvereniging die wereldwijd honderden belanghebbenden uit de sector van digitale reclame overkoepelt. Als hij schrijft dat de sector ‘de aandacht voor de gebruikservaring uit het oog is verloren’, is het een statement dat kan tellen.

Cunningham kroop in zijn pen naar aanleiding van de heisa over het snel toenemende gebruik van adblockers, software die advertenties op websites blokkeert. Steeds meer internetgebruikers installeren die omdat ze advertenties als storend ervaren, en halen daarmee het businessmodel van online mediabedrijven onderuit.

Cunningham geeft nu toe dat zijn sector de voorbije jaren veel te weinig aandacht heeft gehad voor de klachten over storende reclame die er ook voor zorgt dat webpagina’s steeds trager inladen.

Het gevolg is niet alleen dat adverteerders hun reclame niet meer verkocht krijgen, maar ook dat het internet nog meer wordt gedomineerd door een handvol grote partijen, zoals Facebook en Google, die bereid zijn om adblocking-bedrijven geld te betalen om aan de adblockers te ontsnappen. In de woorden van Cunningham: ‘De opkomst van adblockers is een bedreiging voor het internet en kan gebruikers in de richting duwen van gesloten platformen die door een paar bedrijven gedomineerd worden.’

De IAB-topman wil het probleem aanpakken door te werken aan de ontwikkeling van lichtere, snellere en minder intrusieve reclame. Daarvoor lanceert het IAB het L.E.A.N. Ads programma (Light, Encrypted, Ad choice supported, Non-invasive ads). De bedoeling is onder meer om nieuwe standaarden te ontwikkelen die meer rekening houden met de gebruikservaring. Maar Cunningham voegt er meteen aan toe dat het niet de bedoeling is om de bestaande standaarden te vervangen, wel om de keuzemogelijkheden uit te breiden.

Ook de retargeting-praktijken – waarbij mensen die een bepaalde website bezochten achteraf eindeloos bestookt worden met reclameboodschappen van die site – moeten worden ingeperkt, vindt Cunningham. Potentiële kopers mogen bijvoorbeeld wel voor een aankoop benaderd worden, maar niet meer erna, schrijft hij. ‘Als we zo goed zijn in bereik en schaal, kunnen we ook goed zijn in gematigdheid.’

Een ander aandachtspunt is het aantal advertenties per webpagina. Cunningham vindt omgekeerd wel dat uitgevers de keuze moeten hebben om hun content te blokkeren voor surfers die een adblocker gebruiken. Of, zoals de Duitse krant Bild, om geld te vragen aan surfers die geen reclame willen zien.

Het IAB lijkt met zijn mea culpa ook te reageren op het recente initiatief van Google om een nieuwe standaard te ontwikkelen voor snellere mobiele sites, en op initiatieven van Facebook om artikels van nieuwssites op zijn eigen platform in te bedden (en zo een deel van de reclamekoek binnen te halen). Cunningham waarschuwt dat een versnippering van standaarden een slechte zaak is voor de openheid van het internet.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud