Leuvense start-up krijgt rode loper in de VS

Datacamp trekt naar VS. ©Wim Kempenaers (WKB)

De Leuvense start-up Datacamp, die online lessen over ‘big data’ aanbiedt, zet de stap naar de Verenigde Staten. Datacamp is geselecteerd voor het ‘Techstars’-programma, dat tegen de zomer uitzicht moet bieden op een grote kapitaalronde.

‘Het Harvard voor de technologie-startups.' Zo omschrijft CEO Jonathan Cornelissen van Datacamp zelf het ‘Techstars’-programma waar zijn bedrijf voor geselecteerd is. De Amerikaanse serieondernemer David Cohen richtte het investeringsprogramma voor tech-startups op in 2006 in Colorado. Ondertussen breidde het programma al uit naar New York, Seattle, Austin, Boston en San Antonio. Ook in Europa is Techstars al actief, met investeringsprogramma’s in Londen en Berlijn.

Nu Datacamp geselecteerd is voor het Techstars-programma, is het niet langer louter 'Belgisch'. 'Bij zulke programma's moet je betalen in termen van aandelen', aldus Cornelissen. Het gaat om een belang van 6 procent dat Techstars verwerft. 'Om die reden hebben we een Amerikaans filiaal opgericht dat nu ook ons moederbedrijf is. Techstars zal zeker niet investeren in een Belgisch bedrijf'. 

Het principe van Techstars is eenvoudig. Geselecteerde start-ups krijgen begeleiding van enkele mentors uit hun werkveld en een startkapitaal van 118.000 dollar – omgerekend ongeveer 100.000 euro. Die financiering valt uiteen in 15.000 euro cash en een converteerbare schuldobligatie van 85.000 euro. In ruil daarvoor krijgt Techstars een belang van zes procent in de geselecteerde start-ups, dat het later kan uitbouwen via de schuldobligatie. Qua mentors kan Techstars schermen met grote namen à la Dick Costolo, CEO van Twitter.

Het programma geeft bovendien uitzicht op een grotere kapitaalronde. Na de drie maanden kunnen de start-ups zich presenteren voor een zaal van een vijfhonderdtal durfkapitalisten. De succesratio van die demonstratiedag is bijzonder hoog, voert Techstars zelf op in haar cijfers. Gemiddeld haalt een start-up in de nasleep van het programma 1,8 miljoen dollar - omgerekend 1,5 miljoen euro op. Van de 485 bedrijven die aan alle programma's al meededen, zijn er 375 'nog in leven', 61 overgenomen en 49 gestopt. 

1 procent

Datacamp verhuist dus naar de Verenigde Staten en begint donderdag aan het ‘Techstars’-programma in New York, zo bevestigt Cornelissen. Het gebruikt daarvoor kantoren die geregeld zijn door LCIE, incubator van de Leuvense universiteit. ‘Per selectieperiode komen er bij Techstars ongeveer een duizendtal applicaties binnen, waarvan uiteindelijk maar een tiental geselecteerd worden’, stelt Cornelissen tevreden. De gegevens van Techstars leren dat per applicatieperiode inderdaad maar één procent van de applicaties effectief geselecteerd wordt.

1,5
Start-ups in het Techstartprogramma halen gemiddeld 1,5 miljoen euro op.

In New York kan Datacamp nu verder gaan werken aan haar aanbod van online lessen over data-analyse. ‘Veel bedrijven hebben hopen digitale gegevens, maar missen het personeel om die goed te benutten’, zei Cornelissen daarover in een interview met De Tijd in oktober. 

Datacamp probeert die niche aan te boren met een aanbod van online lessen over statistisch programmeren. Het wil zich daarbij onderscheiden van de klassieke MOOC’s, de online lessen die Cornelissen vergeleek met ‘gefilmde theaterstukken’. ‘Bij ons kan je effectief statistisch programmeren binnen je internetbrowser.'

Premium

Het aanbod van Datacamp bestaat uit zowel gratis online lessen, die het koppelt aan het online leerplatform Coursera, als betalende lessen. Voor de gratis online lessen waren er vorig jaar 90.000 gegadigden. Die kwamen onder meer binnen via Coursera, dat 10 miljoen gebruikers telt en een van de grote spelers is in de online-educatie.

Veel bedrijven hebben hopen digitale gegevens, maar missen het personeel om die goed te benutten.
Jonathan Cornelissen
Datacamp

De ‘premium’-lessen werden in oktober gelanceerd en raken langzaam op toerental. Voor de ontwikkeling ervan werkt Datacamp samen met de Universiteit van Princeton. In december telden de betalende lessen van Datacamp al ongeveer 500 klanten.

Abonneemodel

Het Techstarsprogramma moet Datacamp nu toelaten nieuwe stappen te zetten. Zo is Datacamp nu nog grotendeels afhankelijk van experten van onder meer Princeton, Duke University en de University of Washington voor het maken van de content van de lessen. Dat zou voortaan meer in eigen beheer gaan gebeuren. Datacamp richt ook de ogen op een abonneemodel in plaats van het verkopen van ‘losse lessen’. ‘Nu moeten we telkens bij onze gebruikers vragen of ze een les willen kopen. We willen richting een abonneemodule voor x aantal lessen.'

Datacamp is er immers van overtuigd dat er nog voldoende inhoud is om de komende jaren te investeren in online lessen. ‘We focussen nu op het basiscurriculum voor mensen met een kwantitatieve achtergrond die omgeschoold worden richting ‘big data’. Maar daar stopt het niet bij. Per sector is er nood aan specifieke kennis over ‘big data’. De klinische trials in de farmaceutische sector vereisen een andere benadering van big data dan de modules in de verzekeringssector.'

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud