Advertentie

'Big oil gaat de weg op van de tabaksindustrie'

Een Nederlandse rechter besliste dat Shell de CO2-uitstoot tegen 2030 met 45 procent moet verminderen. ©Bloomberg

Een Nederlands vonnis over de klimaatverplichtingen van Shell is een precedent voor de hele oliesector. Die zal zijn activiteiten snel en fundamenteel moeten aanpassen.

Zes jaar na het Urgenda-arrest, dat Nederland dwong meer actie te ondernemen voor het klimaat, scoort het land opnieuw een wereldprimeur. De oliereus Shell wordt verplicht tegen 2030 de CO2-uitstoot met 45 procent te verminderen.

‘We moeten afwachten of dit in beroep standhoudt, maar de olie-industrie gaat dezelfde weg op als de tabaksindustrie. Die werd door de rechter verantwoordelijk geacht voor de gezondheidsschade van haar producten bij gebruikers. Nu gaat het om verantwoordelijkheid voor de schade van fossiele brandstoffen aan de gezondheid en het milieu’, zegt professor Thijs Van de Graaf (UGent), een expert energiebeleid en internationale politiek.

‘Heel wat bedrijven moeten zich nu ongemakkelijk voelen’, zegt Serge de Gheldere van de duurzaamheidsconsultant Futureproofed. Hij ziet ook parallellen met asbest of de vervuilende chemicaliën PFAS, waarbij een rechtszaak een hele industrie geleidelijk op de knieën dwong. De druk op de oliesector neemt langs alle kanten toe. Aandeelhouders roeren zich en klimaatactivisten veroverden deze week twee zitjes in het bestuur van ExxonMobil. Ook hebben banken en grote investeerders als pensioenfondsen en verzekeraars minder appetijt om te investeren in vervuilende bedrijven.

‘Investeerders kijken hard naar het risico op stranded assets’, zegt de Gheldere. Dat zijn activa op de balans die kunnen leiden tot zware afboekingen of verliezen. 'De Britse centrale bank waarschuwt al lang dat twee derde van de fossiele reserves onder de grond moeten blijven als we het menen met de strijd tegen de klimaatverandering. Dat heeft een grote impact op de waardering, de cash en de schulden van sommige bedrijven.’

Het net sluit zich rond oliebedrijven. Het is aanpassen of sterven.
Thijs Van de Graaf
Professor energiebeleid en internationale politiek aan de UGent

‘Het net sluit zich’, vindt Van de Graaf. 'De oliemajors hebben lang de kop in het zand gestoken. Er was alleen veel greenwashing (activiteiten als groen presenteren, red.). De investeringen in niet-fossiele projecten bedroegen in 2019 amper 1 procent van het totaal.'

Toch ziet hij de jongste twee jaar een nieuwe wind waaien. 'Bedrijven moeten zich meer verantwoorden. Het is aanpassen of sterven. Als de vraag naar olie en gas zakt, worden privébedrijven als eerste weggevaagd. Staatsconcerns als het Saoedische Aramco of het Russische Gazprom zitten in een betere situatie met meer en goedkopere reserves.'

Zich heruitvinden kan, bewees het Deense olieconcern Dong. Dat verlegde enkele jaren geleden de focus naar groene energie onder de naam Orsted. De beurskoers is in drie jaar meer dan verdubbeld, terwijl die van Exxon, Shell en co. zakte. Van de Graaf denkt dat oliemajors de capaciteiten en technologie hebben om dat voorbeeld te volgen. ‘De sterke tradingdesk van Shell kan dienen voor trading in hernieuwbare energie. Kennis over boringen kan gebruikt worden voor warmtepompen en geothermie. En offshore-ervaring is een basis voor de opslag van CO2 en offshorewind. Maar als de lucratieve ontginning van olie en gas wegvalt, zullen deze giganten kleiner worden en moeten ze concurreren met ervaren mastodonten als Engie of Iberdrola.’

'Nog meer rechtszaken? Geen goed idee'

De Nederlandse uitspraak bepaalt dat Shell niet alleen voor eigen deur moet vegen en de uitstoot van zijn raffinaderijen verminderen. 'Dat is nog een redelijk gemakkelijke opgave', zegt de Gheldere. 'Veel moeilijker is de zwaarwegende inspanningsverplichting van Shell voor de hele keten, van de leveranciers van ruwe olie wereldwijd tot de uitstoot van de benzine die automobilisten tanken.' De draagwijdte is enorm, want Shell heeft een CO2-voetafdruk die groter is dan Nederland.

Iedereen verwacht dat ook andere (olie)bedrijven met rechtszaken bestookt worden. Dat is geen goede zaak, vindt professor milieurecht Kurt Deketelaere (KU Leuven). ‘Bedrijven moeten zich houden aan milieu- of omgevingsvergunningen die gebaseerd zijn op wetgeving. Wie de regels niet naleeft, krijgt sancties volgens bepaalde spelregels. Maar nu vindt een niet-gespecialiseerde rechter dat de regels voor een individueel bedrijf niet voldoende zijn. Hij legt zelf andere verplichtingen op. Dat is een fundamentele aantasting van de rechtszekerheid voor bedrijven en er ontstaat discriminatie tussen bedrijven die al dan niet worden aangepakt.'

Deketelaere vindt ook dat de scheiding der machten niet wordt gerespecteerd in de klimaatrechtszaken. 'Nieuwe doelen en een deadline opleggen is niet de taak van een rechter.' Hij wijst wel op het grote onderliggende probleem: overheden en bedrijven blijven fundamenteel in gebreke in de strijd tegen het klimaat. ‘Burgers stappen naar de rechter omdat beloftes niet gehouden worden. Nu is het echt tijd dat parlementen en regeringen de boodschap begrijpen en duidelijke, bindende en afdwingbare wetten maken om de doelstellingen te halen. We kunnen ons geen gedraal meer permitteren.’

Verdict in Belgische klimaatzaak valt binnenkort

In de Belgische Klimaatzaak waarmee burgers de overheid tot actie willen dwingen, werden in maart de laatste debatten gehouden. De uitspraak zou ten laatste begin juli vallen, zegt Serge de Gheldere, de voorzitter van de vzw Klimaatzaak. ‘De industriële revolutie die we nodig hebben, is van die aard dat die niet kan gebeuren via een gedragsverandering van alleen burgers en enkele pionierende bedrijven. De overheid moet een sturende en coördinerende rol spelen met regels, investeringen en belastingen op koolstof. Als we dat goed doen, komen we daar beter uit.  We mogen de boot van de transitie niet missen, want die zal veel jobs creëren die niet geoutsourcet worden.'

‘Het VK heeft al langer een duidelijke visie en doelstellingen. Het werkt al sinds 2008 met een klimaatwet en een koolstofbudget, waar een onafhankelijk panel op toeziet. Tegen 2030 komt de stroom voor alle Britse gezinnen uit windenergie. Inmiddels zitten ze daar al aan een CO2-reductie van 44 procent tegenover 1990. Dat is zowat dubbel zoveel als het Europese gemiddelde en veel beter dan België.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud