Cargill gaat in Gent diesel maken van rioolafval

Cargill heeft in Gent al een fabriek, Bioro, die biodiesel maakt van koolzaad- en zonnebloemolie. ©BELGA

De voedingsgigant Cargill investeert 150 miljoen euro in de bouw van een nieuwe biodieselfabriek in de Gentse haven. Onder andere slachtafval, rioolslib en oud frietvet zullen er verwerkt worden tot biobrandstof voor vrachtwagens en schepen.

De biocluster in de Gentse haven krijgt er weer een stevige uitbreiding bij. De Amerikaanse agro-industriegroep Cargill begint er de komende weken met de bouw van haar tweede biodieselfabriek, vernam De Tijd. Het voedingsconcern speelt in op de strengere Europese vereisten voor biobrandstoffen. Europa wil biobrandstof op basis van olieresten en afval aanmoedigen, terwijl er een rem komt op brandstof gemaakt van eetbare landbouwproducten.

‘Hoe vettiger hoe liever, wordt ons principe’, zegt Alexis Cazin, directeur van Cargill Biodiesel. ‘De fabriek wordt uniek in Europa omdat ze niet zal draaien op één bepaalde afvalstroom. Ze kan biodiesel maken van zeer uiteenlopende soorten vet en afval waarvoor anders geen oplossing is.’

Hoe vettiger hoe liever, wordt ons principe.
Alexis Cazin
directeur Cargill Biodiesel

‘Bijvoorbeeld slachtafval dat niet meer geschikt is om honden- of kattenvoer van te maken, kunnen wij als grondstof gebruiken’, zegt Cazin. ‘Gebruikt frietvet zal bij restaurants worden opgehaald. Ook uit rioolslib kunnen we vetten recycleren om biodiesel van te maken. In de Gentse omgeving verwachten we jaarlijks 6.000 tot 10.000 ton rioolvet te recupereren, goed voor 5 tot 10 procent van onze toevoer.’

Cargill gaat ook overschotten aan oneetbare vetzuren gebruiken, een residu van de raffinage van koolzaad- en zonnebloemolie. Daarnaast kunnen ook onbruikbare resten van palmolieproductie aangevoerd worden van buiten Europa, ‘maar we gaan in de nieuwe fabriek geen eetbare producten meer omzetten in energie’, verzekert Cazin.

Nieuwe generatie biobrandstoffen

Cargill investeert 150 miljoen euro in de nieuwe fabriek, die 20 directe banen oplevert en in juni 2022 klaar moet zijn. De installatie zal aanvankelijk 115.000 ton biobrandstof opleveren per jaar. Als alles goed draait, kan Cargill de productie na een paar jaar nog optrekken tot 150.000 ton.

De voedingsreus wil zo een stevige positie behouden in de biodieselmarkt, die voor een enorme verandering staat. Europa legt vanaf volgend jaar strengere eisen op over de grondstoffen die gebruikt mogen worden om biobrandstof te maken. De zogenaamde RED II-regelgeving stelt dat het gebruik van voedingsproducten zoals palmolie en sojabonen tegen 2030 stapsgewijs moet worden afgebouwd en plaats moet ruimen voor een nieuwe generatie biobrandstof, gemaakt van afval. De diesel en de benzine die Europeanen aan de pomp tanken, moet een toenemend percentage bevatten van die tweede en duurzamere generatie biobrandstoffen.

De diesel en benzine die Europeanen aan de pomp tanken, zal een toenemend percentage moeten bevatten van de nieuwe generatie duurzamere biobrandstoffen.

Cargill nam in 2007 in Gent al een eerste biodieselfabriek in gebruik, Bioro. Die installatie, die samen met de landbouwhandelaar Vanden Avenne en de investeringsmaatschappij Gimv werd opgericht, is intussen volledig in handen van Cargill. Jaarlijks produceert het bedrijf er meer dan 350.000 ton biodiesel op basis van koolzaad- en zonnebloemolie. ‘De komende jaren blijft Bioro draaien op basis van plantaardige olie’, zegt Cazin. ‘Er is nog altijd vraag naar die eerste generatie biodiesel. Maar ik sluit niet uit dat we de installatie op een gegeven moment ombouwen, zodat ze net als de nieuwe installatie afval gaat verwerken.’

Ook in Frankfurt heeft Cargill een Europese biodieselfabriek, maar de Gentse site kwam als de beste optie uit de bus voor een uitbreiding. ‘De Gentse Valley is ideaal gelegen in een dichtbevolkt gebied waar veel vraag is’, zegt Cazin. ‘De steun van de stad, de haven en de universiteit waren belangrijke pluspunten.’

Nieuwe verpakkingsmaterialen

We gaan in de nieuwe fabriek geen eetbare producten meer omzetten in brandstof.
Alexis Cazin
directeur Cargill Biodiesel

In de eerste plaats richt Cargill zich met zijn biodiesel op zwaar vrachtverkeer. ‘In de race naar decarbonisatie zal elektrisch transport aan belang winnen, maar niet overal is dat mogelijk’, zegt Cazin. ‘Vrachtwagens rijden vandaag nog voor 90 procent op diesel, dat kan je niet zomaar vervangen met batterijen. Hoe dan ook verwachten we dat er de komende 15 jaar nog nood zal zijn aan vloeibare brandstoffen en biodiesel. Door strengere regelgeving en de Europese Green Deal denken we dat er vanaf volgend jaar ook vraag komt naar biobrandstoffen voor de scheepvaart, en ook in de luchtvaart zien we potentieel.’

Op langere termijn kan Cargills diesel ook dienen als grondstof voor de bio-industrie. Het bedrijf gaat aan het einde van de nieuwe fabriek een destillatietoren bouwen die de diesel zo zuiver moet krijgen dat hij als chemische bouwsteen kan dienen. ‘Er wordt volop gekeken hoe oplosmiddelen, smeermiddelen en weekmakers voor kunststof in de toekomst gemaakt kunnen worden zonder petroleum’, zegt Cazin. ‘Onze biodiesel kan daarvoor gebruikt worden of om nieuwe verpakkingsmaterialen te maken zonder aardolie. We verwachten dat vanaf 2025 de vraag op gang komt vanuit de bio-industrie.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud