Colruyt waaiert uit over de Noordzee

De windmolens van Belwind, een van Colruyts windmolenparken op zee. ©Belwind

De supermarktfamilie Colruyt investeert fors in een activiteit die ogenschijnlijk niets met retail te maken heeft: windmolenparken op de Noordzee.

Het worden spannende tijden voor Parkwind, het zeewindparkenbedrijf van de familie Colruyt en de Colruyt Group. Zijn stroomproductie moet de komende jaren verdubbelen dankzij de bouw van de offshoreparken Nobelwind en Northwester 2, circa 50 km voor de Belgische kust. Die komen boven op de twee nabijgelegen windparken die al operationeel zijn, Belwind en Northwind.

Als alles volgens plan verloopt, wekken de vier windparken vanaf 2018 voldoende stroom op om 800.000 gezinnen van elektriciteit te voorzien. Parkwind wordt een middelgrote speler in de Europese offshorewereld.

Jef Colruyt ©Colruyt

‘Natuurlijk blijft het bedrijf klein tegenover grote spelers als Dong of Vattenfall. Maar een kleine pionier die zich in het middenveld nestelt? Zo kan je Parkwind omschrijven’, zeggen Wim Biesemans en François Van Leeuw. Biesemans, ex-financieel directeur (CFO) van Colruyt, was CEO van Parkwind en stapte eerder deze maand over naar de baggeraar DEME, nog een Belgisch bedrijf dat erg actief is in offshoreparken. Hij was de voorbije zes jaar de gangmaker van Colruyts windenergieplannen op zee. Van Leeuw is CFO van Parkwind.

Weinigen hadden gedacht dat Colruyts windenergieproject op zee zo’n omvang zou nemen toen het avontuur in de zomer van 2009 begon. De Nederlandse energiegroep Econcern ging failliet, waardoor haar kant-en-klare plannen voor een zeewindmolenpark in de prullenmand dreigden te belanden. Jef Colruyt, de CEO van Colruyt Group, zag een opportuniteit en stuurde Biesemans naar Utrecht om met de curator te praten. Enkele weken later was het zeewindmolenproject gered. De familie Colruyt zette een aandeelhoudersconsortium op poten, waar zowel de supermarktgroep als de familiale holding een belang in nam. De voorloper van Parkwind was geboren.

1. Belwind

> operationeel sinds eind 2010

> 55 turbines, 165 megawatt, of de stroombehoefte van 160.000 gezinnen

2. Northwind

> operationeel sinds zomer 2014

> 72 turbines, 216 megawatt

3. Nobelwind (zusterpark van Belwind)

> bouw begint in 2016, klaar tegen 2017

> 50 turbines, 165 megawatt

4. Northwester 2

> verwacht voor 2018

> 224 megawatt

De investering leidde tot wenkbrauwengefrons, want elektriciteitsproductie op zee lijkt niets te maken te hebben met supermarkten, Colruyts kernactiviteit. ‘Colruyt is altijd al eigenzinnig en wat tegendraads geweest. We vonden dat het project paste in onze duurzame filosofie’, blikt Biesemans terug. ‘Al in 1999 installeerde Colruyt een eerste landwindmolen aan zijn distributiecentrum. Daarna volgden vele andere. Windmolens op zee zijn nog een andere zaak, gezien de veel grotere investeringen. Maar na een risicoanalyse heeft Jef beslist: we doen het. Sindsdien is Colruyt voluit gegaan voor zeewindparken, zonder nog te twijfelen. Anderhalf jaar later ging het park Belwind open voor de Belgische kust, goed voor 55 molens.’

Tegen 2018 wekken de zeewindparken van (de familie) Colruyt stroom op voor 800.000 gezinnen. ©Belwind

De familie Colruyt pompte, via de eigen holding en via Groep Colruyt, al ruim 100 miljoen euro in de windmolenparken op zee. Dat doet ze niet alleen uit idealisme, maar ook om zich financieel in te dekken. Als de stroomprijzen hoog zijn, is dat positief voor de zeewindparken. Zijn ze laag, dan is dat goed nieuws voor de 498 eigen winkels en 543 geaffilieerde winkels van Colruyt Group.

Het is op korte termijn niet de bedoeling om met de windenergie van op zee de Colruyt-winkels van stroom te voorzien. Colruyt heeft een eigen energiefiliaal, maar dat rekent vooral op de eigen landwindmolens en zonnepanelen. De stroom uit de zeeparken wordt aan Electrabel verkocht.

De offshoresector krijgt de kritiek overgesubsidieerd te zijn. Volgens Biesemans is dat onterecht. ‘Of het nu om een kerncentrale, een gascentrale of een windmolenpark gaat, je kan geen enkele energieproductiesite bouwen zonder een vorm van betoelaging. Zonnepanelen voor particulieren zijn de enige energiebron die ik ken die zelfbedruipend is. Windmolens op zee zijn dankzij de technologische vooruitgang ook niet langer duurder dan de alternatieven.’

Wim Biesemans, de CEO van Parkwind, Colruyts zeewindmolenbedrijf. ©Sofie Van Hoof/Mediafin

Biesemans vindt het jammer dat ‘de subsidies worden verengd tot een ondersteuningssysteem voor een industrietak’. Hij wijst op de terugverdieneffecten voor de hele Belgische economie. ‘We spreken van de grootste private infrastructuurwerken in België. Daar komt veel activiteit uit voort, denk maar aan de baggerwerken. De knowhow kunnen we exporteren. België heeft een mooie voorsprong op het buitenland. En ook niet onbelangrijk: windenergie maakt België minder afhankelijk van dure elektriciteitsimport uit het buitenland.’

Na talloze juridische procedures is de Belgische netbeheerder Elia in april begonnen met de aanleg van 47 km hoogspanningskabels. Die verbinden vanaf eind 2017 de windmolens op zee met het Vlaamse binnenland. Zonder is de hoogspanningscapaciteit te beperkt om alle elektriciteit die op de Noordzee opgewekt wordt te verwerken.

Het is best mogelijk dat Parkwind, dat 50 werknemers telt, op termijn uitgroeit tot een zelfstandig beursgenoteerd bedrijf. ‘Het staat in de sterren geschreven dat Parkwind ooit verzelfstandigd wordt van Colruyt Group, maar dat is nog verre toekomstmuziek’, klinkt het. Het zeewindparkenbedrijf lonkt ook naar het buitenland. Parkwind kijkt ‘voorzichtig’ naar projecten in Nederland, Duitsland en Denemarken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect