DEME werkt aan drijvende windmolens

Equinor pioniert al langer met drijvende windmolens, zoals hier het Hywind Pilot Park in Schotland. ©Bloomberg

De Belgische bagger- en waterbouwgroep DEME heeft een contract binnengehaald om funderingen te ontwerpen voor drijvende windmolens aan de Noorse kust.

DEME gaat elf drijvende betonnen substructuren ontwerpen voor het Noorse energiebedrijf Equinor, het vroegere Statoil. Het Noorse staatsinvesteringsfonds pioniert al langer met drijvende windmolens. In 2011 voltooide Equinor het eerste drijvende windmolenpark van 30 megawatt voor de Schotse kust. Nu wordt DEME ingeschakeld om voor het Noorse windmolenpark Hywind Tampen drijvende betonnen pontons te ontwikkelen voor elf windturbines.

De Belgische baggeraar krijgt vijf maanden om het studiewerk uit te voeren voor het ontwerp en de bouwmethode. Daarin zitten ook het design van de secundaire stalen elementen, de afmeersystemen en de uitvoeringsstrategie voor het project. Na de ontwerpfase wordt een definitieve investeringsbeslissing genomen, klinkt het in een persbericht.

Verder op zee

Hywind Tampen zal bestaan uit elf turbines van 8 megawatt die ruim een derde van de stroom verzorgen voor de Noorse olie- en gasplatformen Snorre en Gullfaks. Drijvende windmolens worden gezien als de volgende stap in de ontwikkeling van offshore windenergie. De technologie moet toelaten in de toekomst verder op zee windenergie te kunnen oogsten op plaatsen die te diep zijn om funderingen tot op de bodem te bouwen.

DEME is niet het eerste Belgsiche bedrijf dat toekomst ziet in de drijvende technologie. Ook de retailgroep Colruyt stapte deze maand in Seatwirl, een Zweedse beursgenoteerde start-up die futuristische drijvende windturbines ontwikkelt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect