analyse

Het droogteprobleem in België uitgelegd

De kerncentrale van Tihange gebruikt water van de Maas om te koelen. ©BELGA

Ondanks veel regen, onweer en een paar plaatselijke overstromingen blijft België dit voorjaar kurkdroog. Deze week zetten we de zomer in met temperaturen tot 30 graden. Hoe komt het dat we in dit regenachtige land zo vaak watertekorten hebben?

Sinds midden mei gelden in Vlaanderen beperkingen op watergebruik. De binnenscheepvaart staat in de file aan de sluizen omdat die niet te vaak open mogen door de lage waterstand. In de provincie Vlaams-Brabant was het zwembad bijvullen met kraanwater een tijd verboden.

Regenweer in de Alpen, het zuiden van Duitsland en het oosten van Frankrijk heeft een echte crisis vermeden voor koelwater voor de industrie - zoals de kerncentrale in Tihange, het scheepvaartverkeer en de drinkwatervoorziening, die erg afhankelijk zijn van Maaswater. Toch ziet de toestand er op termijn niet rooskleurig uit, want volgende week gaan de regenkranen ook daar weer dicht.

Historisch groot neerslagtekort

Het verschil tussen de hoeveelheid neerslag en theoretische verdamping, het neerslagtekort, is dit jaar het grootst sinds 1901. Het gemiddelde neerslagtekort van 2015 tot 2019 was al erg groot. Dat is belangrijk, want dat betekent dat echt een trend naar een droger klimaat is ingezet. 

Zo was 2018 samen met het verschroeiend warme en droge 1976 het tweede droogste jaar sinds het begin van de metingen. Ook 2019 was een van de jaren met een groot neerslagtekort. Tijdens de winter worden de watervoorraden normaal voldoende aangevuld. Dat was de laatste jaren niet het geval, waardoor de groeiseizoenen in de lente met een te droge achterstand zijn begonnen.

Veel regen, maar op de foute momenten

Over een heel jaar bekeken regent het niet minder dan vroeger. Volgens de metingen van het KMI valt er zelfs iets meer neerslag dan 200 jaar geleden. Maar de neerslag is nu anders verdeeld over het jaar. In de winter regent het meer, maar in de lente, als de planten beginnen te groeien en er veel water nodig is, regent het minder. Februari en de eerste helft van maart waren dit jaar natter dan gemiddeld, maar een lange droogteperiode van midden maart tot begin juni heeft ons in de problemen gebracht.

België heeft heel weinig water per persoon beschikbaar, minder dan het droge Spanje.

In de zomer speelt een ander fenomeen. Door de stijgende temperaturen - gemiddeld 2,4 graden meer dan voor de industrialisering van de 20ste eeuw - is er meer onweer. Dan regent het in felle vlagen. In plaats van in de grond te dringen, zoals bij gewone regen, stroomt het water weg. Bovendien: hoe warmer het is, hoe meer verdamping, en hoe minder water in de bodem dringt.

Ruimtelijke wanorde

België heeft heel weinig water per persoon beschikbaar, minder dan het droge Spanje. Dat komt door de hoge bevolkingsdichtheid: België is na Nederland het dichtstbevolkte land van Europa, en de bevolking concentreert zich in Vlaanderen en Brussel. Het weinige water dat ons kleine land binnenkomt, vooral via de Maas of door regen, moet over veel mensen verdeeld worden. Bovendien is er in Vlaanderen heel veel bedrijvigheid, met veel landbouw en industrie, die ook water nodig hebben.

Niet alleen de bevolkingsdichtheid speelt de beschikbaarheid van water parten. De gewoonte in Vlaanderen langs verbindingswegen te bouwen en niet in woonkernen, heeft tot een grote verharding van de oppervlakte geleid. 15,8 procent van de kleine Vlaamse oppervlakte is bedekt met een bijna ondoordringbare laag beton of asfalt. In België is dat 11,4 procent. Daarmee staat ons land op de tweede plaats in Europa, na Nederland.

Veel regen komt bijna rechtstreeks in de riolering en zo in de rivieren terecht, in plaats van langzaam in de bodem te dringen. Amper 30 procent van het regenwater wordt in de bodem opgenomen. Landbouw speelt ook een rol in het watertekort. Om te vermijden dat akkers onder water komen, werden jaren geleden drainagegrachten aangelegd en beken rechtgetrokken. Die infrastructuur leidt er nu toe dat ook in landbouwgebied weinig water kan insijpelen in de bodem en gewoon afvloeit naar de zee.

Zeer lage grondwaterstand

Normaal wordt het grondwater elke winter aangevuld. Omdat het kouder is, verdampen de planten minder water en blijft er dus meer in de grond. Maar door de opeenvolgende droge jaren staat het grondwater in de zomer telkens zo laag, dat het in de winter niet voldoende aangevuld kan worden. Vandaag staat het oppervlakkige grondwaterpeil in 85 procent van de meetpunten laag of heel laag voor de tijd van het jaar.

De lage grondwaterpeilen veroorzaken problemen op verschillende vlakken: ze leiden ertoe dat de rivier- en beekpeilen laag staan. Dat heeft op zijn beurt gevolgen voor de industrie, de scheepvaart, het drinkwater, en de landbouw die irrigatiewater moet oppompen. Daardoor kan het bodemvocht, waarvan de planten rechtstreeks afhangen, niet aangevuld worden met grondwater als het niet regent.

Ze brengen onze langjarige waterreserves in gevaar en brengen schade toe aan de natuur. Het kan weken tot maanden duren voor het grondwaterpeil weer begint te stijgen nadat het geregend heeft. Het grondwater moet onze reserve zijn in lange periodes zonder regen, maar bij deze lage peilen is dat dus niet zo.

Grondwater dat wel onder een dikke afsluitende bodemlaag zit, het gespannen grondwater, wordt nog trager aangevuld dan het oppervlakkige grondwater. Die superreserve aan water werd in de 20ste eeuw al overbelast: vooral in West-Vlaanderen werd te veel gespannen grondwater opgepompt voor de textielindustrie.

Daarom is er nu een speciaal herstelbeleid, zodat het waterniveau in die grondwaterlagen opnieuw stijgt. Het is geen optie om daaruit veel water op te pompen, omdat dat onze voorraad voor echte noodgevallen uitput.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud