'Industriële landbouw slokt bos op zo groot als Spanje'

Industriële landbouw is wereldwijd de belangrijkste drijfveer voor ontbossing. ©© Ulet Ifansasti / Greenpeace

Veeteelt en intensieve landbouw doen de bossen sneller verdwijnen. Grote winkelketens en voedingsfabrikanten hadden nochtans tegen 2020 een halt aan de ontbossing beloofd.

Tussen 2010 en 2020 zal wereldwijd zeker 50 miljoen hectare bos - een oppervlakte vergelijkbaar met Spanje - verloren zijn aan veeteelt of plantages van soja, cacao, rubber of palmolie. Dat is de, naar eigen zeggen ‘voorzichtige’, raming van Greenpeace. De snelheid van ontbossing nam de voorbije jaren nog toe: in 2018 alleen verdween 24,8 miljoen hectare bos, of acht keer de oppervlakte van België.

24,8
miljoen
In 2018 alleen verdween 24,8 miljoen hectare bos, of acht keer de oppervlakte van België.

Industriële landbouw is wereldwijd de belangrijkste drijfveer voor ontbossing. Dat verlies aan bos heeft een impact op het klimaat. Bossen fungeren als klimaatlongen voor CO2 en andere gassen die verantwoordelijk zijn voor de opwarming van de aarde. De 50 miljoen hectare verloren bos tussen 2010 en 2020 doen extra uitstoot vrijkomen te vergelijken met de gezamenlijke CO2-emissies van Japan, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.

Zeker de helft van het gekapte bos is oerwoud, in Indonesië, Congo en Brazilië. Maar ook de boreale of eeuwenoude wouden in bijvoorbeeld Zweden dreigen binnen twee decennia vernietigd te zijn om verwerkt te worden tot wc-papier en papieren zakdoekjes.

Het droogleggen van turfgebieden, bijvoorbeeld in Indonesië, is eveneens een tikkende klimaatbom, waarschuwt Greenpeace. Die turfgebieden slorpen al eeuwen CO2 op, maar die emissies komen weer vrij door de drooglegging.

Wereldspelers

Het rapport ‘Countdown to extinction’ van Greenpeace komt niet toevallig vandaag uit. In Vancouver vergaderen toplui van de grote wereldspelers voor het Consumer Goods Forum. In 2010 beloofden diezelfde bedrijven om ontbossing om te ruilen voor een verantwoorde productieketen. Ze zouden alleen nog consumptiegoederen aanbieden op basis van grondstoffen waarvoor geen bos moest worden gekapt.

Nestlé stelde dat drie vierde van zijn producten ‘ontbossingsproof’ waren, maar later gaf het bedrijf toe niet te weten wie zijn grondstoffen produceert.

Greenpeace schreef begin dit jaar 50 van die grote spelers aan met de vraag welke informatie ze hebben over hun leveranciers en wat ze deden om de ‘slechte’ producten uit hun keten te houden. Het gaat om producenten van verbruiksgoederen zoals Danone, IKEA, Nestlé, Unilever, McDonald’s en Starbucks, supermarktketens zoals Ahold Delhaize en Carrefour, zuivelproducenten zoals FrieslandCampina, en de grote grondstoffenhandelaars.

De antwoorden zijn behoorlijk alarmerend, vindt Greenpeace. De bedrijven hebben geen precieze kennis over de herkomst van hun producten. Veel van de verhandelde producten dragen nog altijd bij tot ontbossing. Nestlé zei dat drie vierde van zijn producten ‘ontbossingproof’ waren. Het bedrijf moest later toegeven dat het niet beschikt over de informatie wie de grondstoffen produceert en waar.

Een radicale omslag van de landbouw- en voedselketen, zoals ook de klimaatexperts van het VN-klimaatpanel (IPCC) voorstellen, dringt zich op, vindt Greenpeace. Veeteelt en de productie van voedingsgewassen voor dieren, zoals soja, zijn verantwoordelijk voor ongeveer 60 procent van de ontbossing. En de VN-landbouworganisatie FAO berekende dat de wereldvleesconsumptie met 76 procent zal stijgen tegen 2050.

De oproep van Greenpeace is dan ook duidelijk. ‘De grote wereldmerken moeten hun productie onder controle krijgen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect