nieuwsanalyse

Oliereuzen maken komaf met hun grote taboe

©Bloomberg

De strubbelende oliesector ziet zich door corona genoodzaakt de toekomstige winstverwachtingen bij te stellen. Miljarden aan eigendommen zullen niet meer opbrengen zoals verhoopt.

Het was een opvallende woordkeuze waarmee de Franse olie- en gasreus Total woensdag een afboeking ter waarde van 8,1 miljard dollar aankondigde. Door de coronacrisis is de vraag naar olie dusdanig teruggevallen dat Total niet meer verwacht dat de olieprijzen de komende jaren weer hun oorspronkelijke niveau bereiken. Miljarden aan eigendommen staan daardoor tegen te hoge waarderingen in de boeken. Van enkele Canadese teerzandvelden verwacht Total niet meer dat die rendabel ontgonnen worden. Dat resulteerde in een miljardenafwaardering die de oliegroep voor het eerst expliciet omschrijft als ‘stranded assets’, zeg maar gestrande activa die geen toekomstperspectief meer hebben en plots hun waarde verliezen.

Academici en milieuorganisaties gebruiken de term al langer om aan te geven dat investeringen in de oliesector straks weggegooid geld kunnen worden. De klimaatverandering zal strengere normen vereisen, waardoor fossiele brandstofreserves en infrastructuur plotsklaps hun waarde dreigen te verliezen. Voor de oliebedrijven rest dan alleen een gapend gat in de boeken.

Waardeloze activa

Lange tijd weigerden de belangrijkste spelers de taboewoorden ‘stranded assets’ in de mond te nemen. Dat Total er als reden voor zijn waardevermindering nu zelf naar verwijst, geeft aan dat de teneur verandert. De Franse oliereus ziet bepaalde activa niet meer in lijn met de klimaatdoelen van Parijs om tegen 2050 klimaatneutraal te worden. Omdat de Canadese teerzandvelden hoge productiekosten hebben en oliereserves bevatten die niet binnen 20 jaar opgebruikt kunnen raken, verwacht de Franse energiereus dat die activa in de toekomst niet langer hun verwachte rendement opleveren.

Total is niet de enige. De hele sector zet noodgedwongen het mes in de boekhoudkundige waardering van eigendommen. Royal Dutch Shell en BP kondigden samen voor bijna 40 miljard dollar aan afboekingen aan. Met de resultatenregen afgelopen week ging ook Chevron vrijdag overstag. Het slikt een afwaardering van 5,6 miljard dollar op zijn productie-eigendommen voor olie en gas. ExxonMobil moest vrijdag bij de presentatie van de kwartaalcijfers als een van de weinige oliegroepen geen nieuwe afwaardering aankondigen. De Amerikaanse supermajor biechtte wel een kwartaalverlies van 1,1 miljard dollar op. Het was zeker 36 jaar geleden dat het bedrijf nog eens twee kwartalen op rij in de rode cijfers belandde.

Niemand lijkt er nog in te geloven dat de markt zich snel herstelt.

Grootste crisis in 161 jaar

Dat het miljardenafschrijvingen regent, is te wijten aan corona. De pandemie draait voor de olie-industrie uit op de grootste crisis in haar 161-jarige geschiedenis. De vraagcrash heeft in de oliesector een spiraal in gang gezet van kostenbesparingen, ontslagen, dividendknips en waardeverminderingen. Niemand lijkt er dan ook in te geloven dat de markt zich snel herstelt.

©Mediafin

Oliemaatschappijen rekenden vroeger op een olieprijs van zo’n 60 tot 80 dollar per vat, maar in het postcoronatijdperk zien ze die niveaus niet langer als realistisch. Met een structureel lagere vraag verwachten de meeste nu dat de prijs voor een vat Brent-olie evolueert naar zo’n 50 à 60 dollar. Daardoor moeten miljarden aan activa plots tegen een lagere waardering in de boeken worden opgenomen. De sector belandt zo veel eerder dan gewild in de hoek waar niemand wil zitten, met gestrande activa die hun waarde verliezen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud