Wedloop om de laatste oliemiljarden

©AFP

Het Saoedische staatsoliebedrijf Aramco trekt woensdag naar de beurs tegen een recordwaardering van 1,7 biljoen dollar. Dat staat in schril contrast met de klimaatambities. Komt het einde van het feest in zicht of pompt de olie-industrie onverstoord voort?

Terwijl de regeringsleiders in Madrid overleggen hoe ze de uitstoot van broeikasgassen kunnen terugdringen, trekt de Saoedische staatsoliemaatschappij Aramco naar de beurs voor het hoogste bedrag ooit. De Saoedi’s halen 25,6 miljard dollar op en stevenen af op een waardering van 1,7 biljoen dollar. De oliekolos wordt in één klap ’s werelds waardevolste beursgenoteerde bedrijf en overklast Microsoft en Apple.

Die immense waardering staat in schril contrast met de internationale klimaatdoelstellingen, in 2015 overeengekomen in het klimaatakkoord van Parijs. Om de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot een beheersbare 1,5 tot 2°C mag vanaf 2050 geen extra CO₂ meer in de atmosfeer belanden. Uitstoot die er wel nog is, moet binnen dertig jaar gecompenseerd worden door extra bomen te planten of door CO₂ uit de lucht te halen. In dat scenario zitten oliemaatschappijen in een palliatieve fase en komt er een einde aan het onbeperkt oppompen van olie.

Investeerders die hun geld in Aramco stoppen, denken daar duidelijk anders over. Zij zien nog altijd een lucratieve toekomst voor het meest winstgevende bedrijf ter wereld. Zelfs als de olie-industrie tegen de tweede helft van deze eeuw op haar laatste benen loopt, valt er nog jaren geld mee te verdienen.

‘Je kan allerlei filosofische bespiegelingen maken, maar uiteindelijk is de lakmoesproef waar beleggers en investeerders hun geld in steken’, zegt Thijs Van de Graaf, professor energiepolitiek aan de UGent. ‘Oliemaatschappijen investeren nog volop in de exploratie en ontginning van nieuwe bronnen.’

Appetijt valt tegen

Toch zijn er ook signalen dat het olie-enthousiasme afneemt. De recordcijfers doen anders vermoeden, maar de beursgang van Aramco draaide uit op een zware teleurstelling. De beoogde waardering van 2 biljoen dollar en een beursintroductie voor 100 miljard dollar bleken te hoog gegrepen. Toen de bankiers meedeelden dat de interesse tegenviel, trakteerden hooggeplaatste Saoedi’s hen op een scheldtirade en reduceerden ze de beursgang tot een lokaal evenement. De roadshows om investeerders te ronselen van Londen tot New York en Shanghai werden afgeblazen en Aramco kreeg alleen een notering op Tadawul, de Saoedische beurs. Het regime zette rijke Saoedische families zwaar onder druk om in te tekenen en zo een totale afgang te vermijden.

‘Dat de appetijt tegenviel, is een teken aan de wand. Beleggers zijn minder happig om in olie te investeren dan pakweg tien jaar geleden’, zegt Van de Graaf. ‘Er komen strengere milieu- en klimaatnormen, maar ook het competitiever worden van hernieuwbare energie en een verzadigde markt remmen de vraag af. Wereldwijd ontstaat weerstand tegen plastic- en luchtvervuiling, verbrandingsmotoren worden efficiënter en in landen als de VS, Europa en Japan daalt de vraag naar olie al enkele jaren. Voorlopig leveren alleen India en China nog groei op, maar of dat blijft duren, is niet zeker.’

Je kan allerlei filosofische bespiegelingen maken, maar de lakmoesproef is waar beleggers en investeerders hun geld in steken.
Thijs Van de Graaf
professor energiepolitiek (UGent)

Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) voorziet dat de vraag naar olie weleens de knik naar beneden kan inzetten. Zonder veranderingen stijgt de vraag nog van bijna 100 miljoen vaten per dag vandaag tot zo’n 120 miljoen vaten tegen 2040. Maar het agentschap tekent ook een scenario uit waarin ingrijpende maatregelen genomen worden om de opwarming van de aarde een halt toe te roepen. In dat geval bereikt de vraag naar olie ergens de komende vijf jaar haar piek, om daarna stelselmatig af te nemen.

Oliemaatschappijen lopen dan het risico dat hun investeringen niet opbrengen wat ze verwacht hadden. Dat besef sijpelt druppelsgewijs binnen in de sector. De Spaanse oliemaatschappij Repsol besliste deze week als eerste voor 4,8 miljard euro bezittingen af te schrijven. Ze anticipeert op eigendommen die minder waard worden als landen streng ingrijpen om de opwarming van de aarde tegen te gaan.

Een ander signaal kwam van Moody’s. Het ratingbureau waarschuwde vorige maand nog dat de Amerikaanse oliereus ExxonMobil zijn hoogste kredietscore van trippel-A kan verliezen door de wereldwijde klimaatmaatregelen. De Europese Investeringsbank (EIB), de grootste publieke kredietverschaffer ter wereld, besliste vorige maand geen geld meer te stoppen in fossiele brandstoffen.

Ook de concurrentie van steeds goedkopere batterijen, windmolens en zonnepanelen zet druk op de sector. ‘Lange tijd dachten oliemaatschappijen dat ze immuun waren, maar hernieuwbare energie, elektrische wagens en ook biochemie knagen steeds harder aan markten die lange tijd exclusief voorbehouden leken voor fossiele brandstoffen’, zegt Van de Graaf.

De vermogensbeheerder BNP Paribas Asset Management verwacht dat elektrische wagens tegen 2024 het kantelpunt bereiken waarbij ze over de hele levensduur bekeken goedkoper worden dan auto’s op diesel of benzine. ‘Het is een kwestie van tijd voor goedkopere hernieuwbare energie en elektrische wagens het overnemen’, schrijft de fondsenbeheerder in een recente studie. ‘Ze kunnen tot wel 40 procent van de huidige vraag naar olie uit de markt drijven.’

Het laatste vat

De oliesector lijkt zich niet al te veel zorgen te maken en investeert nog volop in de ontginning en exploratie van oliebronnen. Shell en ExxonMobil staan voor een productietoename van 35 procent tegen 2030 en de Noorse energieconsultant Rystad Energy becijferde dat de 50 grootste oliemaatschappijen de komende tien jaar nog eens 7 miljoen vaten olie extra per dag op de markt willen brengen.

Volgens Hans van Cleef, energie-econoom bij ABN Amro, heeft de olie-industrie hoe dan ook nog toekomst. ‘Zelfs in het duurzaamste scenario, waarbij de opwarming beperkt wordt tot 1,5°C, hebben we volgens het IEA in 2040 nog 70 miljoen vaten olie per dag nodig voor luchtvaart, scheepvaart, plastic en chemie. Elders in de wereld wordt de discussie over de energietransitie met een heel andere bril bekeken. Ondanks alle klimaatdoelen en de ambitie elektrisch te rijden zwaaien verbrandingsmotoren nog altijd de plak. De lucht- en scheepvaart staan nog mijlenver van duurzamere brandstoffen, terwijl de verwachting is dat het wereldwijde luchtverkeer de komende 20 jaar verdubbelt.’

De invloedrijke beleidsadviseur Dieter Helm, professor aan de universiteit van Oxford, ziet het eindspel ingezet. Oliemaatschappijen maken zich volgens hem op voor ‘een laatste grote oogst van fossiele brandstoffen’. ‘Er is een wedloop tussen de grote oliebedrijven om te maken dat hun investeringen niet degene zijn die straks stilgelegd moeten worden’, zei hij deze week in The Guardian. ‘Hun antwoord is zo veel mogelijk op te pompen nu het nog kan.’

Van alle oliebedrijven heeft Aramco het meest te verliezen als olie in de verdrukking komt. Tegelijk heeft het ook de sterkste vertrekbasis. Nergens valt olie zo goedkoop op te pompen als in de Saoedische woestijn. De reusachtige olievelden zitten dicht aan het aardoppervlak, en door de natuurlijke druk volstaat het als het ware een gat te boren om de olie vanzelf naar boven te laten spuiten.

Van Cleef: ‘De productiekosten voor olie in Saoedi-Arabië schommelen tussen 8 en 20 dollar per vat, terwijl de Brent-olieprijs iets boven 63 dollar zit. De Saoedi’s hopen wel op een olieprijs van 80 dollar om hun enorme overheidsuitgaven te financieren, maar zelfs als de vraag keldert en de prijs naar beneden duikt, is Saoedi-Arabië een van de laatste landen die met winst olie kunnen produceren. Als ooit een laatste vat wordt opgepompt, gebeurt dat waarschijnlijk daar.’

Het meest winstgevende bedrijf ter wereld

Het Saoedische staatsoliebedrijf Aramco krijgt woensdag zijn langverwachte notering op de beurs van Riyad. De verkoop van 1,5 procent van de aandelen levert 25,6 miljard dollar op, waarmee Aramco de grootste beursgang ooit realiseert.

De ontginning van olie in Saoedi-Arabië begon nadat een team van de Amerikaanse Standard Oil Company, van de familie Rockefeller, in 1938 in de regio olievelden had ontdekt. Het bedrijf heette oorspronkelijk Arabia American Oil Company, maar werd in 1980 genationaliseerd door de Saoedische regering.

Nog altijd heerst een relatief westerse cultuur in het Saoedische staatsbedrijf. De 76.000 ‘Aramcons’ zoals de medewerkers zichzelf noemen, spreken onderling Engels, een erfenis van de Amerikaanse ontstaansgeschiedenis.

Hoewel vrouwen volgens de Saoedische wetgeving nog altijd niet mogen overnachten bij een olieveld, lopen ze bij Aramco ongesluierd rond. Vrouwen bekleden er topfuncties zoals hr-directeur en hoofdingenieur.

Met 10,3 miljoen vaten aardolie per dag is Aramco veruit de grootste producent ter wereld en pompt het een tiende van de totale wereldproductie op. De gigantische Saoedische olievelden behoren tot de goedkoopst te ontginnen bronnen ter wereld. Dat maakt Aramco tot het meest winstgevende bedrijf ter wereld. Met 111 miljard dollar (100 miljard euro) bedroeg de nettowinst vorig jaar een derde meer dan die van de oliemajors Exxon Mobil, Shell, BP, Chevron en Total samen.

De Saoedische kroonprins Mohamed bin Salman lanceerde in 2016 plannen om het koninkrijk te laten afkicken van zijn ‘olieverslaving’. De beursgang van Aramco moet geld opbrengen voor het Saoedische Investeringsfonds, dat met miljardeninvesteringen in onder andere SoftBank en Uber de overheidsinkomsten minder afhankelijk moet maken van schommelingen in de olieprijs.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud