CFE krijgt slaag na onverwachte winstdaling

DEME werkte mee bij de aanleg het windmolenpark Northwind voor de Belgische kust. ©DEME

De Brusselse bouwgroep CFE, waartoe baggeraar DEME behoort, zag door een combinatie van factoren de nettowinst met bijna een kwart zakken in het eerste halfjaar. Ontgoochelde beleggers sturen het aandeel tot 14 procent lager.

Het is een gemengd rapport waar CFE mee uitpakt. In de eerste zes maanden van het jaar groeide de omzet met 27,8 procent tot 1,86 miljard euro. Dat is enerzijds te danken aan de goede gang van zaken bij DEME, anderzijds aan de integratie van het bouwbedrijf Van Laere in de pool Contracting (bouw en aanverwante activiteiten) van CFE.

De winst evolueerde echter in een andere richting dan de omzet. De brutobedrijfswinst (ebitda) zakte met 10,6 procent tot 202,1 miljoen euro. Analisten hadden hier op een stabilisering gerekend en sommigen - onder meer Luuk van Beek van Degroof Petercam - zelfs op een stijging. De ebitda-marge (ebitda op omzet) verslechterde fors, van 15,5 tot 10,9 procent. Nog groter is de daling van de nettowinst: 23,6 procent tot 51,8 miljoen euro.

Voor de forse verslechtering van de winst zijn er volgens CFE drie oorzaken:

  • DEME kreeg de nieuwe schepen Living Stone en Apollo met vertraging opgeleverd door 'falende scheepswerven' en dit resulteerde in hoge meerkosten omdat het baggerbedrijf vervangingsschepen moest inhuren
  • De toestand in Tunesië - een ongunstig sociaal-economisch klimaat en moeilijke marktomstandigheden - had een weerslag op de resultaten van het plaatselijke bouwfiliaal CTE. CFE gaat daarom de activiteiten in het Noord-Afrikaanse land geleidelijk terugschroeven.
  • BPI, de pool vastgoedontwikkeling, kende vorig jaar een uitzonderlijk eerste jaarhelft door de verkoop van projecten in Luxemburg en Oostende; dit jaar moest BPI het met veel minder stellen.

In de tweede jaarhelft zou er wel beterschap moeten komen, vooral bij DEME. CFE verwacht een hogere activiteit en 'betere operationele marges' bij het baggerconcern. De ebitda-marge van DEME was in de eerste jaarhelft verzwakt tot 14,3 procent maar zou over het hele jaar boven 16 procent moeten uitkomen. Het streefdoel bij DEME is normaal gesproken een winstmarge tussen 16 en 20 procent.

Voor Contracting wordt een resultaat in lijn met 2017 verwacht. Voor BPI zou er niet veel meer bijkomen in het tweede halfjaar: het leeuwendeel van het resultaat werd in het eerste semester gerealiseerd, klinkt het..

Kabels

Los van de problemen met nieuwe schepen kende DEME - goed voor ruim 70 procent van de omzet van CFE - wel een goed eerste halfjaar. De omzet kwam ruim een vijfde hoger uit op 1,33 miljard euro en de daling van de brutobedrijfswinst (ebitda) bleef beperkt tot 4,2 procent (tot 187,1 miljoen euro). De nettowinst steeg met 5 procent tot 48,4 miljoen euro.

Het orderboek van DEME is zo'n 12 procent gedaald, maar blijft met 3,1 miljard euro op een hoog peil. Enkele grote projecten - Fehmarnbelt, Blankenburg, Moray East enTriton Knoll - zijn echter nog niet opgenomen in het orderboek omdat ze nog aan opschortende voorwaarden zijn onderworpen.

De activiteit groeide het sterkst bij Tideway, het dochterbedrijf dat offshore werken uitvoert zoals het leggen van onderzeese kabels en de bescherming van pijpleidngen. Tideway is onder meer bezig met het liggen van verbindingskabels tussen de offshore parken Rentel in België, Merkur in Duitsland en Hornsea One in het VK.

Een andere dochter, GeoSea, is dan weer volopig bezig met het plaatsen van funderingen en transitiestukken voor datzelfde Hornsea One, het grootste windmolenpark dat momenteel in aanbouw is.

Bouw

De omzet van de pool Contracting kwam een derde hoger uit, maar dat is vooral een gevolg van de integratie van het bouwbedrijf Van Laere. Op vergelijkbare basis bedroeg de omzetgroei 13,7 procent dankzij een sterke activiteit van alle divisies.

De bedrijfs- en nettowinst zijn echter gehalveerd tot respectievelijk 7,2 en 4,1 miljoen euro, wat onder meer met de problemen in Tunesië te maken heeft. Of er ook andere oorzaken zijn, zegt CFE niet in het persbericht.

Tsjaad

De groep heeft wel nieuws over Tsjaad. Ze had daar nog 60 miljoen te goed van de overheid voor de bouw van het Grand Hôtel. Onder IFRS 9 is de waarde van de vorderingen nu met 12 miljoen euro verminderd. Voorts heeft Tsjaad in juli oude schuldvorderingen op twee projecten - het gebouw voor het ministerie van Financiën en het Grand Hôtel - vereffend.

De totale blootstelling van CFE aan Tsjaad is aldus verminderd met enerzijds 12 miljoen door de waardevermindering en met 7,5 miljoen door de terugbetaling. Waarbij CFE voor dit laatste wel opmerkt dat het alleen geldt 'voor zover de lokaal geïnde sommen kunnen worden omgezet in euro en overgebracht worden naar België' - iets wat blijkbaar niet zo eenvoudig is.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content