De klimaatfactuur van uitstelgedrag

Uitstoot van een koolcentrale in het Duitse Gelsenkirchen naast een windmolen. ©AFP

De redactie kiest de meest opmerkelijke grafieken van het afgelopen jaar. Vandaag: hoe snel we de CO2-uitstoot moeten verminderen.

©MEDIAFIN

Ook 2019 wordt niet het jaar waarin de mensheid de uitstoot van broeikasgassen terugdringt. De mens stuurde naar schatting 43,1 miljard ton CO₂ de lucht in. Dat is nog eens 4 procent meer dan in 2015, het jaar waarin de VN-lidstaten in Parijs overeenkwamen de stijging van de gemiddelde temperatuur te beperken tot 2°C en liefst 1,5 °C.

In het tempo waarin we nog altijd fossiele brandstoffen verbranden, is het zo goed als uitgesloten dat we dat doel halen. Om de stijging in te tomen tot 1,5°C mag nog maar 340 miljard ton CO₂ de lucht in. Zoals we nu bezig zijn, kunnen we nog acht jaar voortdoen en dan moet de netto-uitstoot naar nul. Dat becijferden wetenschappers.

Ieder jaar dat de kentering uitblijft, wordt het moeilijker. Als de uitstoot van broeikasgassen in 2000 was beginnen te dalen, had een jaarlijkse uitstootreductie van zo’n 3 procent volstaan om het 1,5°C-doel te halen. Als we nu pas beginnen, is een jaarlijkse reductie van 15 procent nodig. Als het keerpunt er pas na 2026 komt, is het volledig uitgesloten het doel nog te halen, tenzij er een magische wonderoplossing komt om op grote schaal CO₂-uit de lucht te halen.

Het ziet ernaar uit dat de aarde dubbel zo hard opwarmt als in Parijs is afgesproken. Als landen alle klimaatmaatregelen uitvoeren die ze voor ogen hebben, stevenen we tegen 2100 af op een temperatuurstijging van 3°C tegenover het pre-industriële niveau. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud