reportage

Don Quichot aan de Schelde

Schapenboer Herman Verberckmoes verzet zich tegen de windturbines, maar dat gaat gepaard met veel zelftwijfel. ©Siska Vandecasteele

De schapenboer wil ze niet. De veeboer wel. Iemand spreekt over geluk, een ander over pech. Grembergen vecht tegen windmolens, en voor windmolens. ‘Als ik 500 meter verder woonde, was ik ook voor.’

De zomer leek pas begonnen toen, op 8 juli, dit bericht kwam: ‘Beste, ik neem de vrijheid om via dit mailtje een onderwerp voor een stuk in De Tijd te suggereren: vechten tegen windmolens.’

In juni was een ‘schrijven’ van Eoly in brievenbussen in onder meer de Kouterlaan, Smidsestraat, Denstraat en Bankveldstraat in Grembergen gevallen. Elke De Jagher heeft die brief niet meer. ‘Ik legde hem bij het oud papier.’ Mark Schelfhout deed dat ook. Maar niet zoveel later viel een tweede brief binnen, van de actiegroep Weet Wat Waait Dendermonde. Kristel De Schutter en haar man, de schapenboer Herman Verberckmoes, hadden de eerste brief wel gelezen en schreven de tweede brief. Hun boodschap: ‘Duurzame energie, ja! Maar niet ten koste van uw gezondheid, uw buurt en de natuur.’

Toen schreef Elke De Jagher die mail van 8 juli. Meteen schreef ze ook: ‘Mijn initiële reactie op de commotie was die van het ex-stadsmeisje dat wat meewarig doet over een not-in-my-backyardreflex. Maar gaandeweg merkte ik dat dit in het dorp veel dieper gaat dan dat, dat dit ook een verhaal is over onmacht, over nijd, over dorpspolitiek en over twijfels - kan je Groen stemmen en toch actievoeren tegen een windmolen?’

Nu staan we in haar tuin. ‘Kijk.’ Natuurlijk zien we niets. Eoly, de energiepoot en -leverancier van Colruyt Group, heeft nog maar pas de plannen bekendgemaakt en moet de vergunningsaanvraag nog indienen om in dit stukje Grembergen twee windturbines te plaatsen. De hoop is dat ze in juli 2021 werken. ‘Maar kijk,’ zegt De Jagher, ‘verderop zie je twee windmolens. Die staan 2,5 kilometer verder. Allemaal goed. Maar de nieuwe die ze plannen, worden 180 meter hoog. Eén daarvan zal op zo’n 270 meter van onze tuin staan.’

We hebben wat gemaild en één keer raadde De Jagher een boek aan: ‘Ons soort mensen’, van Juli Zeh, in het Duitse origineel verschenen als ‘Unterleuten’ naar de naam van een fictief Duits dorp waar op een dag blijkt dat het bedrijf Vento Direct windmolens wil plaatsen. Een roman die, ook al in De Tijd, twee dagen voor De Jaghers mail als zwembadboek is aangeraden door Piet Colruyt. En dat is bijzonder, want Colruyt is voorzitter van de raad van bestuur van Eoly Coöperatie.

We lezen ‘Ons soort mensen’ met het potlood en onderlijnen wat opvalt.

Dit: ‘‘Wat zit jij je nou toch op te winden’, fluisterde Jule. ‘Je vindt duurzame energie toch juist goed?’ Geschokt keek Gerhard haar aan, liet het potlood vallen en pakte het weer op. ‘Maar toch niet in een natuurgebied’, zei hij, iets te luid.’

Iets verder: ‘Zoiets wordt in steden besloten en op het platteland gebouwd.’

En ook: ‘En de eigenaar op wiens perceel de centrales worden gebouwd, krijgt per installatie een pachtrente van vijftienduizend euro per jaar.’

Doktersrekening

Wat doet dit met een dorp? Daar gaat ‘Ons soort mensen’ over. Zoals dit verhaal, weliswaar niet in 670 pagina’s. Er is één verschil. Unterleuten bestaat niet, Grembergen wel. Het bestaat nog altijd, moet je beter schrijven, want de fusie in 1977 met Dendermonde gooide de Schelde niet dicht. Altijd blijven ze, in beide richtingen, ‘die van over ’t water’. Bij de bekende inwoners vermeldt Wikipedia Greg Van Avermaet (voor de olympisch kampioen werd het eventjes ‘Gregbergen’) en de vroegere VTM-weerman Eddy De Mey.

Wat me vooral stoort, is dat er geen visie is. En geen duidelijk beleid voor duurzame energie. Het lijkt willekeur.
Elke De Jagher
een bezorgde inwoner van Grembergen

Op de eerste infovergadering - ‘een van die hete dagen in juni’ - lagen in zaal Kluster op drie tafels drie grote kaarten. Eén met de positie van de twee nieuw geplande windmolens, één met de impact van de slagschaduw en één met de geluidsperimeter. ‘Veel uitleg was er niet. Je kon eigenlijk alleen naar de kaarten kijken. De week voordien al was een verkoper van Eoly aan de deur geweest. We konden als inwoners participeren. ‘Ze komen er toch’, zei hij. ‘Verzet heeft geen zin.’ Dat vond ik best agressief.’

Op die infosessie voelden Elke en haar man Hendrik meteen spanning. Wim, een van de twee boeren die hun land willen verhuren aan Eoly, kreeg van een oudere vrouw al een verwijt: ‘Ik zal u mijn doktersrekening sturen.’

Van wind is geweten dat hij mensen gek kan maken. Je leest het in boeken, liedjes, patiëntenverslagen. Soms zien mensen in windmolens reuzen die ze moeten bevechten. Don Quichot in ‘De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha’: ‘Het is duidelijk dat je geen ervaring hebt met avonturen: dat zijn reuzen; en als je bang bent, moet je maken dat je wegkomt en een gebed zeggen terwijl ik een hevige, ongelijke strijd met hen aanga.’

Bang? Dat is De Jagher niet. Zij kwam, ‘van over ’t water in de stad Dendermonde’ hier wonen door de liefde voor haar Grembergse man Hendrik. Ze werkt in Brussel. Sinds ze met haar oude auto de stad daar niet meer binnen mag, fietst ze naar het station en zo naar de trein. ‘Je mag gerust weten: ik stemde voor Groen. Dus ik geef toe dat het NIMBY-syndroom speelt. Als ik 500 meter verder woonde, was ik voor geweest en had ik je niet gemaild.’

Waarom dan wel? ‘Wat me vooral stoort, is dat er geen visie is. Of geen duidelijk beleid. Als Dendermonde nu openlijk zou zeggen: ‘Hier staan wij voor, we engageren ons voor een duurzaam energiebeleid, we schrijven ons in een Oost-Vlaams plan...’ Dan was dat duidelijk. Elk stukje nieuw asfalt is voor lokale politici genoeg voor een foto op Facebook. Maar nu? Plots zijn ze neutraal en ‘afwachtend’.’

‘Dat gebrek aan moed vind ik jammer. Nu lijkt het willekeur. Ze vonden een plekje dat binnen de normen valt voor slagschaduw en geluid. Maar ze kunnen die windmolens geen vijf meter verzetten, anders komen ze in de problemen. En dan moet je als privébedrijf maar een boer vinden zijn land wil afstaan.’

Splijtzwam

Is dit het verhaal van de stad tegen het platteland? Is dit het verhaal van het grote geld? Het is zeker een verhaal van mensen.

Aan het einde van de tuin met rozenstruiken, kastanjebomen en een kweeperenboom van Hendriks grootvader zegt De Jagher: ‘Ik vind het zo moeilijk tegen windmolens te zijn, want ik ben voor duurzame energie. Maar voor ze er staan, wil ik duidelijkheid over de impact. Misschien moeten de Vlarem-richtlijnen in vraag worden gesteld, dat kan. Maar windmolens in een waardevol en beschermd natuurgebied met vleermuizen en vliegroutes van trekvogels?’

‘Er bestaat een risicoatlas voor vogels en windturbines. Dit Scheldebekken, dat in de startnota van Bart De Wever een van de vier mogelijke natuurgebieden is, ligt er pal in. Het Instituut voor Natuur en Bos moet advies geven bij een aanvraag voor een windturbine. De nabijheid van een natuurgebied volstaat niet als weigering, maar er moet worden gekeken naar de aanwezigheid van bepaalde vogelsoorten en broedplaatsen. De lokale afdeling van Natuurpunt wordt dan ingeschakeld.’

Dendermonde heeft al windmolens. Zelfs Grembergen heeft er één, aan de Hekkenhoek. Toen die werd geplaatst, bracht dat onrust in de buurt. Er was voor en er was tegen. ‘Er was een zeer goed werkend wijkcomité. Dat is uiteengevallen. De windmolen werd een splijtzwam.’

Op een dag fietste Wim Rogge naar die molen. Hij ging eronder staan en keek naar het effect. ‘Dat was nog voor ik tekende’, zegt de 50-jarige Rogge, halftijds technicus en halftijds boer. Hij is het die aan Eoly een stuk land zal verpachten voor een van de twee windmolens. ‘Ik heb de pech dat mijn land ideaal is.’

Zo noemt Rogge het: pech. ‘Ik probeer met iedereen overeen te komen’, zegt hij, in een zetel voor zijn huis. Het is meer dan 30 graden, in een van de stallen waar zijn vleeskoeien groeien, werkt Serge. ‘Dit is een zorgboerderij. Via Groene Zorg Vlaanderen komt Serge al tien jaar twee namiddagen per week. Hij heeft autisme. Hij helpt mij, ik help hem. Er komt ook een jongen die schoolmoe is.’

‘Maar het verhaal van die windmolen speelt al vijf jaar. Al die jaren kreeg ik de vraag of ik mijn stuk land wilde verhuren. Ik hield het altijd tegen. Maar op een bepaald moment ga je nadenken.’

Zijn vader was boer en had varkens en melkvee. Toen Rogge overnam, liet hij de varkens weg en gaandeweg ook de melkkoeien. De vleeskoeien volstonden. ‘De prijs per kilo is vandaag dezelfde als dertig jaar geleden. Ik krijg nu 2,50 euro plus btw. Toen kreeg ik 100 frank. Maar de onkosten stegen. Met één uur buitenhuis werken, als technicus, verdien ik meer dan in drie uur hier. Op een deel van mijn land groeien aardappelen voor Lutosa.’

In Grembergen circuleren bedragen. Iemand zegt dat hij 14.000 euro per jaar zou krijgen van Eoly. Iemand anders zegt 25.000 euro. Rogge zegt: ‘Het is ertussen. Maar het is bruto.’

‘We zijn maar één keer op de wereld. Elf jaar geleden is mijn dochtertje van negen overleden, een hersenbloeding, hier thuis. Dat vergeet je niet één dag. Dus ik weet dat het leven eindig is. Na vijf jaar en om al die redenen besliste ik te tekenen. Al was ik dus eerst eens naar die andere molen gefietst om dat te ervaren. Eerlijk: ik hoorde dat er soms vijf minuten per dag inderdaad slagschaduw was. Is dat zo erg? Ik heb alleen de pech dat het dus in mijn hof is. Iedereen vergeet het dat ik degene ben die er het dichtst bij woont.’

Toen Rogge onlangs op de halfoogstkermis in Grembergen rondliep, voelde hij de blikken. Hij stapte zelf op Herman Verberckmoes van Weet Wat Waait Dendermonde af en vroeg: ‘Met mij wil je allicht niet meer praten?’ Dat wilde Verberckmoes wel nog, maar hij weet wat de buurt denkt. ‘Iedereen bekijkt me scheef. Is dat lastig? Bwah. Landbouwers worden niet meer aanvaard. We onderhouden de natuur, maar krijgen er geen respect voor. Eerlijk gezegd: ik heb het onderschat. Ik dacht dat windmolens maatschappelijk meer aanvaard waren. Nu kafferen mensen me uit. Ze willen van acht tot vijf, terwijl ze werken, wel ecologisch zijn. Maar daarna stappen ze in het vliegtuig.’

‘Unterleuten betekende vrijheid, en symbool van de vrijheid was een ongeschonden horizon. Ongeschonden horizonten maakten deel uit van Gerhards werk.’ Ook wie pas aan bladzijde 214 van ‘Ons soort mensen’ van Juli Zeh zit, herkent veel Grembergen. Gesprekken, voor en tegen, stilaan een intrige, elke inwoner heeft zijn eigen belang. Is het de natuur, is het het geld, zijn het de buren waar je al langer ruzie mee hebt?

Iedereen jaloers

We rijden door de Bankveldstraat. Een huis dat er al héél lang staat, heet Windekind. Voor een ander huis lees je op het stalen hek: ‘Onze bezittingen zijn beveiligd met een onzichtbare DNA-code.’ Iets verderop woont een koppel. ‘Ooit kwam er een petitie toen de boer een aanvraag indiende om een koeienstal te zetten’, zegt de man. ‘We tekenden tegen. We waren bang voor de vliegen. De stal kwam er toch. De vliegen inderdaad ook. Toen beslisten we nooit meer aan een actie mee te doen. Het helpt toch niet.’

Weet Wat Waait Dendermonde moet niet komen aankloppen. ‘We hebben met de buren geen contact, iedereen is jaloers, zelfs op onze mobilhome. Bovendien ben ik voor duurzame energie. Als iedereen tegen windmolens is, wat dan?’

De Smidsestraat. In het huis van An De Prins en haar man zijn alle rolluiken dicht tegen de hitte. Een ventilator op de keukentafel draait op volle toeren. De rolluiken gaan open. ‘Negen jaar geleden bouwden we voor dit uitzicht. Door de boer wordt dat verpest. Ons huis vermindert in waarde. En wat zijn de gevolgen voor onze kinderen van vijf en drie?’

In Grembergen vechten ze voor en tegen windmolens. ©Siska Vandecasteele

Een beetje verder valt boven een deur een bord met ‘Kerstbomen Carin’ op. Grappig op een zomerdag van 33 graden, maar de 3.000 kerstbomen van Carin Audenaert groeien verderop in Grembergen. Hier, waar ze woont en dat bord hangt (‘mijn zoon heeft de zaak overgenomen, ze heet nu ‘Tuinen Jordi’), zal ook Carin vanuit de tuin naar de windturbine kijken.

‘Iedereen zaagt erover. Maar er is een tekort aan elektriciteit en je hoort de laatste winters dat we zonder gaan vallen. Voor mij mag hij komen. Als Colruyt deze elektriciteit gebruikt, komt er elders voor ons vrij. Ik ging kijken naar de molen op de Zeelsebaan en op de camping in Blankenberge zien we er ook veel. Ik vind het goed.’ Op de Halfoogst Proche Kermis zag ze wel dat het leeft. Er was een standje van Weet Wat Waait Dendermonde. Een verre buurvrouw kantte zich op Facebook tegen de turbines. ‘Ze kreeg veel tegenwind’, zegt Carin. Ze hoort haar eigen grap.

Geen judasverhaal

Weer in de Kouterlaan is Mark Schelfhout de vierde mens die aandringt ‘of we niets willen drinken’, en later stuurt hij ons naar huis met tomaten en een courgette uit de tuin. Zijn prachtige tuin is omzoomd, hij zal die windmolen niet zien staan.

‘Ik heb gemengde gevoelens’, zegt hij. ‘Deze middag had Frank Deboosere het over de derde hittegolf. We moeten iets doen. Ik heb zonnepanelen en mocht het alternatief voor die windmolens in een zonnewei zitten, investeerde ik mee. Maar een windmolen in het landschap is niet meer ongewoon. Maar ik heb makkelijk praten: van hier zal ik ze niet zien. Uit solidariteit ga ik de acties van de buren steunen. Ze krijgen een windmolen in de tuin. Dat vindt niemand plezant.’

Wie ‘Eoly Dendermonde’ googelt, leest over de maximale tiphoogte van 180 meter, over een vermogen van 4,2 megawatt en over een equivalent verbruik van 4.820 gezinnen. ‘Wat me het meest stoort,’ zegt Schelfout, ‘is dat die elektriciteit niet voor de gezinnen zal zijn. Wel voor Colruyt.’

‘Ik woon hier sinds 1993. In de zomer is er een wijkbarbecue, in de winter een nieuwjaarsreceptie aan het terrein van S.K. Grembergen, hiernaast. Je weet niet wat dat nu met de buurt gaat doen. Het is moeilijk. Ik ken de boer niet zelf, maar ik kan die jongen ergens begrijpen. Hij moet voor zijn broodwinning zorgen. Als ik zo’n stuk land had en ze boden me 25.000 euro... Zou ik het dan niet doen?’

Speelde Herman Verberckmoes ooit Don Quichot? Best mogelijk, hij heeft al zoveel rollen gespeeld in theater en scholen, in wagenspellen, op straat, zingend en acterend. Maar hij is ook schaapherder en wat hij nu, met zijn vrouw Kristel De Schutter en vele anderen, voor Weet Wat Waait Dendermonde doet, is geen rol. Al gebeurt het met veel zelftwijfel: ‘Kan je, als natuurbeheerder die inzet op biodiversiteit, plots tegen een windmolen zijn waar je a priori voor bent?’

Verberckmoes heeft zo’n vijfhonderd schapen. Ze grazen in de weiden langs de Scheldedijk, op de bermen, tussen waardevol landschap waarin ze in opdracht zorgen voor het zuiveren van bodems van nitraten en fosfaten, voor divers gras en gewas. Verberckmoes spreekt over kaasjeskruid, zuring en boerenwormkruid. Ook zijn Oost-Vlaamse roodbontkoeien doen hun werk. Hij zorgt voor vleermuizen, steenuilen en zwaluwen, onderhoudt met zijn schapen - van het ras Ardense Voskop, Houtlander, Suffolk of gewoon Vlaams schaap - het natuurgebied en legde zijn dak vol zonnepanelen.

Ik dacht dat wind molens maatschappelijk meer aanvaard waren. Maar mensen kafferen me uit.
Wim Rogge
een boer die een windmolen op zijn land toelaat

En toen kwam die brief. ‘De miserie is dat er geen grijs bestaat in ecologie. Je bent voor of tegen. En het is zoals bij de Romeinen: duim omhoog of duim omlaag. Alleen gebeurt het nu op Facebook. Terwijl ik dat NIMBY-verhaal zo moe ben. Er zitten gewoon wat dingen scheef, maar je krijgt geen kans het uit te leggen.’

Toch wel, hier. ‘Natuurlijk is dit geen judasverhaal. En bij Colruyt zijn het geen domme mensen. Maar ik vind windmolens nog altijd een middel, geen doel. Als ik zoveel hectare moet opofferen om een wei vol zonnepanelen te leggen, doe ik dat direct. Je kan er miscanthus rond planten voor het uitzicht, dat haalt vier tot vijf keer meer CO2 uit de lucht dan een bos en eronder kunnen we aardbeien telen. Maar je krijgt niet de kans die alternatieven uit te werken. Je bent of een NIMBY’er of een zakkenvuller. Geen van de twee is correct. Wim Rogge is niet mijn grootste vijand, maar het is mijn recht te reageren.’

Ook Verberckmoes’ argumentatie zit bij de slagschaduw en het geluid. ‘Die schaduw komt tot aan mijn huis. Ik ken de wettelijke limieten: 30 minuten per dag, 8 uur per jaar. In de tuin is het onbeperkt. Er zijn verhalen genoeg van mensen die op industrieterreinen met windmolens werken, maar aan thuiswerk doen als ze weten dat de molens draaien. Dit is een zorgboerderij. Mijn hulp met autisme zei meteen: ‘Dan kan ik niet meer komen.’’

‘Ken je het Franse verhaal van ‘Les vaches mortes’? Tweehonderd koeien, die in de buurt van windmolens stonden, zijn gestorven. Ze vertoonden aberrant gedragen, werden traag en lusteloos. Hoe zit het met mijn schapen? In Nederland is de norm om die molens, die 39 tot 43 decibel produceren , 450 meter van het dichtstbijzijnde huis te zetten. Bij ons kan het op 250 meter. En dan heb ik het nog niet over infrasoon geluid.’

Verberckmoes maakt zich zorgen. Voor dier, natuur, mens. Voor de gemeenschap. ‘Je kan ze zomaar doormidden snijden. En waarom werd niet sneller overlegd met ons? De brief van Eoly kwam op een lastig moment: midden in de examens, vlak voor de vakantie en twee weken na de verkiezing.’ Hij zucht: ‘Allez, jong.’

Goed afwegen

We moeten nog twee mensen bellen. ‘Eigenlijk kan ik je niets vertellen’, zegt Leen Dierick, schepen in Dendermonde, volksvertegenwoordiger ook en dochter van oud-burgemeester Maurits Dierick. ‘Er is bij mijn weten nog altijd geen officiële vraag ingediend. En dus kan er ook nog geen standpunt zijn van het schepencollege. Ja, wij staan open voor windmolens. Maar er zijn in het verleden ook aanvragen ingediend die we niet goedkeurden. Dat had telkens te maken met het ontbreken van voldoende draagvlak bij de bevolking. Ook nu zal, bij een aanvraag, een openbaar onderzoek volgen. Ik woon zelf in de Hekkenhoek. Ik weet dat er een goede wijkwerking was en dat dat gestopt is. Dus ik besef dat je zo’n beslissing goed moet afwegen.’

We bellen Piet Colruyt. ‘Ja, ik raadde ‘Ons soort mensen’ bewust aan’, zegt hij, een dikke maand later. ‘De argumentatie van de projectontwikkelaar in het boek gebruik ik ook vaak. Maar ik blijf vinden dat dit soort duurzame energie van het grootste belang is. (lachend) En ik vind windmolens zelf mooier dan hoogspanningskabels. Ze ooit weghalen is veel eenvoudiger dan het ontmantelen van een kerncentrale. En windenergie is goedkoper dan kernenergie.’

Colruyt ziet in de mogelijkheid tot winstparticipatie nog altijd een troef om mensen te overtuigen. ‘Je kan het fout vinden of een sluwe techniek, maar het werkt om mensen over de streep te krijgen. Veel tegenargumenten zijn nog altijd niet wetenschappelijk onderbouwd en daar word ik soms ambetant van.’

Maar, lerend van Unterleuten, zou je ook de splijtzwam kunnen zien. ‘Waar ze niet staan, zijn ze een splijtzwam. Maar ik heb nog nooit gehoord dat windmolens, eens ze zijn geplaatst, ruzie veroorzaken. (glimlacht) Ik zag het in Halle, waar mijn ouders wonen. Er kwam een turbine op 200 meter van hun huis. Mijn moeder was tegen, mijn vader voor. Misschien wel omdat hij Colruyt heet, dat kan, maar hij ging ook participeren. Nu staan ze er en geloof me: ze maken er geen ruzie over.’

Avond. We rijden weg uit Grembergen. Het boek van Juli Zeh is nog lang niet uit. Maar op bladzijde 670 lezen we stiekem toch al eens de laatste zin: ‘Buiten vlijt de nacht zich over het dorp als een kalmerende hand op een hoofd.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud