Elia pioniert met internationaal windparkennet

©BELGAIMAGE

De netbeheerder Elia scoort een wereldprimeur door een groep windparken op zee te connecteren met twee landen. Afhankelijk van waar de nood het grootst is, vloeit de stroom naar Denemarken of Duitsland.

In de Baltische Zee is dinsdag het eerste internationale windparkenknooppunt ter wereld ingehuldigd. Via zijn Duitse dochter 50Hertz is de Belgische hoogspanningsnetbeheerder Elia een van de sleutelspelers in het project. Samen met zijn Deense evenknie Energinet trok Elia op de zeebodem een stroomkabel over een afstand van 25 kilometer tussen het Duitse windpark Baltic 2 en het Deense Kriegers Flak. Doordat ook het kleinere Baltic 1 al op die lijn was aangesloten ontstaat een internationale cluster van drie parken die stroom kunnen leveren in twee richtingen. Als vooral op het Europese vasteland veel vraag naar stroom is, vloeit de elektriciteit naar de Duitse kust. Als er meer vraag is vanuit het noorden gaat de stroom naar Denemarken.

Het pioniersproject kreeg de naam Combined Grid Solutions en is naar eigen zeggen het eerste in zijn soort. Het bijzondere is dat de kabel van 400 megawatt voor twee doelen gebruikt kan worden. Niet alleen kan de groene stroom van de windmolens in twee richtingen worden gestuurd, de connectie kan ook, op momenten dat het niet of weinig waait, als exportkabel dienen om stroom uit te wisselen tussen Duitsland en Denemarken. Op die manier ontstaat twee-in-eeninfrastructuur waarmee 50Hertz en Energinet kosten kunnen besparen.

Hoe verder een park op zee, hoe duurder de kabel en dus hoe efficiënter het wordt om kabels voor verschillende parken te bundelen.
Chris Peeters
CEO Elia

‘Nu al zitten we op ons net in Duitsland sommige uren met meer hernieuwbare energie dan er vraag naar is’, zegt Elia-CEO Chris Peeters. ‘Je moet die dan naar elders krijgen, terwijl op andere momenten de waterkrachtcentrales in Noorwegen net een overschot hebben en je dus transport in de andere richting kan gebruiken. Als de kabel alleen gebruikt zou worden om windenergie aan land te brengen, bedraagt de benutting zo’n 45 procent. Door er een interconnector van te maken tussen twee landen krik je de benuttingsgraad van zulke kabels op tot 80, misschien wel 90 procent. Zo verlaag je de maatschappelijke kosten.’

Europese subsidies

430 miljoen
investering
De connectie tussen het Duitse en het Deense net vergde een investering van 430 miljoen euro. Europa voorziet in 150 miljoen euro subsidies.

De onderzeese kabel tussen Baltic 2 en Kriegers Flak vergde een investering van 300 miljoen euro. Daarnaast was nog 130 miljoen euro nodig voor de bouw van een convertorstation aan de Duitse kust om te maken dat de stroom van het Scandinavische hoogspanningsnet compatibel is met het Europese continentale energiesysteem. 50Hertz en Energinet nemen elk de helft van de kosten voor hun rekening en Europa geeft een stevig duwtje in de rug met een subsidie van 150 miljoen euro.

De Europese Commissie ziet veel potentieel in zulke elektriciteitsknooppunten op zee. Ze liet het analysebureau Roland Berger verschillende mogelijkheden doorlichten in de Noordzee en de Baltische Zee. Voor een selectie van vijf projecten concludeerden de onderzoekers dat een combinatie van een exportkabel en een windparkaansluiting een kostenbesparing kan betekenen van 10 procent oftewel 2,5 miljard euro over een looptijd van 25 jaar.

Windparken verder op zee

Voor de toekomstige tweede windzone voor de Belgische kust is een rechtstreekse aansluiting naar Engeland niet optimaal, concluderen de onderzoekers. Over de hele levensduur zou het project 1,1 miljard euro meer kosten dan het alternatief met een gewone aansluiting naar België en een tweede aparte interconnectiekabel, Nautilus, tussen de Belgische en de Britse kust.

‘De hybridetechnologie is vooral interessant voor parken die verder van de kust liggen tussen markten met grote verschillen in elektriciteitsprijzen’, zegt Peeters. ‘Hoe verder een park op zee, hoe duurder de kabel en dus hoe efficiënter het wordt om kabels voor verschillende parken te bundelen. Grotere prijsverschillen tussen elektriciteitsmarkten maken extra interconnectiecapaciteit dan weer interessanter. Voor parken dicht bij de kust loont het niet de moeite.’

Ook voor België kan het op termijn interessant worden aansluiting te maken naar windrijke gebieden in Noorwegen, Nederland, Denemarken of Schotland.
Chris Peeters
CEO Elia

Toch verwacht Elia dat er ook in België mogelijkheden komen. De Europese Commissie schat dat tegen 2050 in Europa tot 450 gigawatt aan offshorewindenergie ontwikkeld kan worden, tegenover 22 gigawatt vandaag. ‘We verwachten dat daarvan 120 à 150 gigawatt ‘far shore’-projecten zullen zijn, verder weg van de kust’, zegt Peeters. ‘Vooral voor die projecten, soms wel 200 tot 600 kilometer op zee, wordt het voordelig om connecties te hebben richting verschillende markten. Ook voor België kan het op termijn interessant worden zo aansluiting te maken naar windrijke gebieden in Noorwegen, Nederland, Denemarken of Schotland.’

Elia ziet Combined Grid Solution als een belangrijk visitekaartje waarmee het hoopt technologische voorsprong uit te bouwen op de concurrentie. ‘Verschillende netbeheerders kijken ernaar’, zegt Peeters. ‘De doorlooptijd voor dergelijke projecten bedraagt veelal tien jaar, dus de bulk van zulke hybridewindparken komt pas na 2030. In de tussentijd is onze grootste operationele uitdaging om ons energiemanagementsysteem verder te verfijnen. Naarmate we beter kunnen inschatten wanneer het zal waaien, kunnen we ook meer en meer van de kabelcapaciteit benutten voor interconnectie. Dat is nog nooit door iemand gedaan. We verwachten dus een mooie leercurve.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud