reportage

Het Fort Knox van de Belgische nucleaire sector

©Dieter Telemans

De Nederlandse chipreus ASML liet niet toevallig zijn keuze vallen op het Waalse stadje Fleurus voor een revolutionaire nieuwe fabriek voor medische isotopen, een grondstof voor de opsporing van kanker. Op bezoek bij het Instituut voor Radio-Elementen, het best bewaarde geheim van de Belgische kernenergie.

Het is vroeg in de ochtend als we ons aanmelden aan het loket van Bravo 1, een met spiegelglas geblindeerd gebouw, vanwaaruit 26 G4S-veiligheidsagenten elk teken van leven op een terrein van 9 hectare scherp in de gaten houden. Hier, op een kilometer van het Waalse stadje Fleurus, ligt achter een labyrint van hoge hekkens, prikkeldraad en draaisluizen een van de meest beveiligde sites van België: het Fort Knox - waar het Amerikaanse goud is opgeslagen - van de nucleaire geneeskunde.

‘Identiteitskaart en smartphone afgeven,’ klinkt het formeel. We krijgen een badge in handen, met een geheime code die we aan niemand mogen doorgeven. De regels zijn strikt voor wie de ‘hot zone’ van het Belgisch Instituut voor Radio-Elementen (IRE) wil betreden, een van de vier plekken op deze aardbol waar technetium-99 (Tc-99) wordt gefabriceerd, de populairste radio-isotoop ter wereld. Radio-isotopen zijn radioactieve deeltjes die worden gebruikt voor medische scans en de opsporing en behandeling van kankers. ‘Foto’s zijn streng verboden’, valt te horen. ‘Wegens de veiligheid en het nucleaire geheim.’

Belgisch Instituut voor Radio-Elementen (IRE)

Opgestart in 1971 als onafhankelijk onderzoekscentrum van de overheid.

Specialiseert zich in de productie van medische isotopen.

Voorziet 25 procent van de wereld en heel Europa van technetium-99, de populairste radio-isotoop ter wereld voor de diagnose van kanker of hartkwalen.

Telt een 160-tal medewerkers.

Richtte in 2010 IRE ELiT(40 werknemers) op voor de productie van geneesmiddelen.

Sloot in 2018 een deal met de Nederlandse chipreus ASML voor de bouw van een nieuwe isotopenfabriek.

Het onderzoekscentrum in het Henegouwse Fleurus kwam eind vorig jaar in het nieuws door een opmerkelijke deal met de Nederlandse chipgigant ASML. Een ingenieur van dat bedrijf had een revolutionaire nieuwe manier ontdekt om radioactieve isotopen efficiënt te fabriceren zonder nucleair afval. De Belgische overheid nam Den Haag in snelheid door 52 miljoen euro vrij te maken om dat procedé uit te testen, en het IRE besliste 250 miljoen euro te investeren in de bouw van twee productielijnen op basis van die ASML-technologie in Fleurus.

Dat een innovatieve methode om medische isotopen te maken zomaar naar het buitenland ging, veroorzaakte deining bij onze bovenburen. Een ‘nationaal icoon’, maar België gaat ermee aan de haal, schreef de Volkskrant. ‘Het klopt dat het om toptechnologie gaat’, zegt projectleider Veerle Van de Steen, die ons tegemoet wandelt zodra we de eerste metalen draaideur zijn gepasseerd. ‘De nieuwe fabriek zal bestaan uit deeltjesversnellers waarmee op grote schaal molybdeen-99 wordt gemaakt. Dat dient als grondstof voor technetium.’

Vandaag wordt molybdeen vooral gemaakt in verouderde kernreactoren. In België doet het IRE daarvoor in grote mate een beroep op de BR2-reactor van het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) in Mol, die al bijna 60 jaar oud is. Verrijkt uranium-235 wordt er met neutronen gebombardeerd en dat levert 2 procent bruikbaar materiaal op. De overige 98 procent bestaat uit ongewenst radioactief afval. ‘Het is zoals de boer die graan teelt: het SCK levert ons de beste graankorrels’, zegt Van de Steen. ‘En wij bakken met dat graan het brood.’

Kernafval

Het procedé van ASML is veel verfijnder. Door met een elektronenlaser, opgewekt in een krachtige deeltjesversneller, te werken wordt eenzelfde resultaat bekomen, maar dan zonder radioactief afval. ‘Dat levert de Belgische overheid een aanzienlijke besparing op’, zegt Van de Steen. ‘Nu wordt de kostprijs voor de behandeling en opslag van radioactief afval geraamd op 230 miljoen euro over een periode van tien jaar.’

Het probleem met de oude productiemethode is niet alleen het kernafval. Er bestaan ook grote zorgen dat wereldwijd een tekort aan isotopen ontstaat als ergens een reactor uitvalt. Het IRE ziet ASML’s nieuwe technologie, die de naam Lighthouse kreeg, dan ook als een manier om de productie van isotopen op de langere termijn veilig te stellen.

‘De nieuwe isotopenfabriek zal een voetbalveld groot zijn’, zegt Van de Steen. Ze wijst naar een braakliggend stuk grond aan de westelijke kant van de site, waarop nu konijnen en hazen rondhuppelen, of een verdwaalde vos. ‘Tegen 2024 moet daar de eerste productielijn komen. Kostprijs: 130 miljoen euro. We hopen dan de eerste patiënten te kunnen diagnosticeren met isotopen uit de nieuwe deeltjesversneller. In 2028 willen we de tweede productielijn klaar hebben.’

©IRE

Met de nieuwe fabriek neemt het IRE een berekend risico. De financiering van het project - een kwart miljard euro voor de twee productielijnen - zegt het onderzoekscentrum zelf te kunnen dragen. Niet voor niets is Fleurus een van de belangrijkste draaischijven van technetium-99, een onmisbare nucleaire grondstof voor artsen om tumoren op te sporen. ‘We bevoorraden een kwart van de wereld en bijna heel Europa van deze radio-isotoop’, zegt Van de Steen. ‘Dat levert ons al jaren een mooie verkoop en een aardige winstmarge op.’

De voorbije drie jaar alleen steeg de omzet van het IRE van 59 tot 90 miljoen euro. De totale nettowinst over diezelfde periode bedroeg 62 miljoen euro. Met een eigen vermogen van 138 miljoen euro - goed voor bijna driekwart van de balans - beschikt het IRE over een ruime financiële buffer om leningen aan te gaan voor de bouw van de fabriek.

Royalty’s voor Nederland

Wat de investering financieel zal opleveren, valt moeilijk te becijferen. Eventuele winsten die het IRE boekt, zullen niet naar ASML terugvloeien. De Nederlandse groep beschouwt het project niet als een strategische prioriteit. Ze levert vijf medewerkers voor de verdere ontwikkeling, maar steekt er geen geld in. Al blijft de chipreus eigenaar van de technologie, waardoor het aanspraak kan maken op eventuele royalty’s.

Het omvangrijke prijskaartje van de isotopenfabriek was naar verluidt een struikelblok in Den Haag. De Nederlandse overheid wou niet subsidiëren, het bedrijfsleven zag geen winst op korte termijn en de Nuclear Research and Consultancy Group (NRG), uitbater van de kernreactor in Petten, zat krap bij kas en verkoos te investeren in medische isotopen voor de behandeling van ziekten in de plaats van alleen diagnostiek.

We stoppen voor een draaideur. Onze badge schuift over de scanner, de code wordt ingetikt. Van de Steen leidt ons naar een ander hermetisch afgesloten deel van het Fleurus-labyrint: de plek van de ‘hot cells’, ook wel het nucleaire hart van de site genoemd. Van dit soort labo’s zijn er maar twee in Europa: in Petten en in Fleurus.

‘Hier zuiveren en bewerken we de isotopen die uit de reactor of deeltjesversneller komen tot een kant-en-klaar product’, zegt Van de Steen. ‘Op deze plek worden ze afgewerkt voor de levering aan een ziekenhuis. Jaarlijks gebeuren over de hele wereld 6 miljoen diagnoses of behandelingen met radio-isotopen die het IRE heeft geproduceerd. Bijna 30.000 patiënten per dag worden met onze isotopen geholpen.’

Bijna 30.000 patiënten per dag worden geholpen met onze isotopen, een nucleaire grondstof voor medische scans en de opsporing van kanker.
Veerle Van de Steen
projectleider bij het IRE

We krijgen twee dosismeters overhandigd: een grijs doosje met een ‘biep’-signaal, dat meteen alarm slaat als de radioactiviteit een bepaald niveau overschrijdt, en een blauw apparaatje dat de blootstelling op maandbasis meet. ‘Wees gerust’, zegt Van de Steen. ‘De maximale limiet ligt op de helft van wat voor de mens gevaarlijk is.’

Ze drukt op een groene knop en een plastic zeildoek schuift omhoog. We stappen in een lagedrukkamer waar twee mannen in witte jas behendig met telescooparmen draaien voor een klein, oranje venster van 80 centimeter dik. ‘Hier worden de targets - dat zijn de isotopen die in bulk uit de reactor komen - met zuren, basen en zouten behandeld en van elkaar gescheiden. Het is erg gedetailleerd en ambachtelijk werk. Het duurt zes maanden vooraleer je de techniek onder de knie krijgt.’

Iets verderop zien we hoe radio-isotopen als kleurloze vloeistof in kleine inox buisjes van amper enkele millimeters worden gegoten en in loden thermossen worden verpakt. Twee van die grijze tonnetjes staan achter een veiligheidslint aan de uitgang van het gebouw te wachten op transport: een met als bestemming Israël, de andere gaan naar Mexico.

‘Het IRE verscheept jaarlijks 130.000 tot 140.000 curie aan radio-isotopen’, zegt Van de Steen. ‘Dat is een eenheid die aangeeft hoeveel er van de isotoop zes dagen na productie nog over is, want de radioactiviteit vermindert met de tijd, het vervalt.’ Ter vergelijking: als de nieuwe isotopenfabriek met de ASML-technologie operationeel is, mikt het IRE op een jaarproductie van 180.000 tot 200.000 curie.

Hype

Vreemd genoeg is de focus van het IRE vandaag voor 100 procent op isotopen voor diagnosescans gericht. Van enige ambitie om zich op therapie-isotopen te storten - dé hype in de nucleaire geneeskunde - is geen sprake. Experts stellen zich daar vragen bij.

Molybdeen-99 is vrij goedkoop in vergelijking met die beloftevolle therapie-isotopen. Een scan met technetium-99 kost de ziektekostenverzekeraar 500 à 700 euro, terwijl een behandeling met lutetium-177, een radio-isotoop voor de behandeling van tumoren, op dit ogenblik minstens 3.500 euro kost. Bovendien wordt verwacht dat de globale vraag naar molybdeen-99 niet substantieel zal stijgen, in tegenstelling tot de groeimarkt voor therapeutische isotopen.

‘Identiteitskaart en smartphone afgeven’, klinkt het formeel. We krijgen een badge in handen, met een geheime code die we aan niemand mogen doorgeven.

‘De vraag naar lutetium is inderdaad aan het exploderen’, zegt Van de Steen. ‘Big Pharma is vooral op isotopen voor de behandeling van ziektes gericht.’ Ze sluit dan ook niet uit dat de deeltjesversnellers van ASML op termijn dat type van isotopen zullen produceren, maar wanneer is koffiedik kijken. ‘Eerst moeten we zien dat we tegen 2024 voldoende isotopen van hoge kwaliteit kunnen leveren voor de diagnostische scans.’

Toeval of niet, vorig jaar maakte het SCK in Mol bekend dat het van plan is twee nieuwe medische radio-isotopen te produceren voor de behandeling van diverse soorten kanker: het gaat om lutetium-177 en actinium-225. Om die radio-isotopen over de hele wereld te verspreiden sloot het een samenwerkingsovereenkomst met het Franse bedrijf Global Morpho Pharma en met IRE ELiT, een dochter van het IRE-onderzoekscentrum in Fleurus.

Anders gezegd: ook hier wil het Waalse nucleaire centrum een rol van betekenis spelen, al laat projectleider Van de Steen nog niet in haar kaarten kijken. We zijn aan het einde van de rondleiding gekomen. De dosismeters gaven geen kik. Toch vereist de procedure dat we nog even voor twee manshoge meetapparaten gaan staan, kwestie van 100 procent zeker te zijn. Zelfs notitieboekjes, inclusief balpen, ontsnappen niet aan een screening met de geigerteller.

‘Geen straling te bespeuren’, luidt het verdict. ‘U bent vrij om te gaan.’ Voor wie er nog mocht aan twijfelen: Fleurus is het best bewaarde geheim van de Belgische nucleaire geneeskunde.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud