In de buik van het ‘stopcontact op zee'

©Wim Kempenaers

In het Nederlandse Zwijndrecht bouwt de Belgische netbeheerder Elia een stopcontact van 2.000 ton dat de stroom van vier windparken zal bundelen. Een blik op de werf waar het eerste Belgische ‘stopcontact op zee’ in de steigers staat.

Een oranje kolos van 2.000 ton en drie verdiepingen doemt op in een hangar in het Nederlandse Zwijndrecht, vlakbij Dordrecht. Voor de Belgische stroomnetbeheerder Elia bouwt Heerema, gespecialiseerd in platformen voor de offshore olie-, gas- en windindustrie, hier sinds februari het eerste Belgische ‘stopcontact op zee’.

‘Stopcontact op zee’ in cijfers

> Het eerste ‘stopcontact op zee’ zal vanaf september volgend jaar operationeel zijn, zo’n 40 kilometer buiten de kust van Zeebrugge.

> 4 windparken zullen er in verschillende fasen op ‘inpluggen’.

> Onderzeese kabels zullen het platform verbinden met het hoogspanningsstation Stevin in Zeebrugge.

> De kabels die het platform verbinden met het Elia-net aan land zijn met hun diameter van 28 centimeter de dikste ooit in de Noordzee.

> De totale investering van Elia wordt geraamd op 400 miljoen euro.

Dit stopcontact - officieel ‘Modular Offshore Grid’ - kost 400 miljoen euro en moet vanaf september volgend jaar, 40 kilometer voor de kust van Zeebrugge, in fasen (modulair dus) de elektriciteit van vier windparken bundelen: het al bestaande Rentel, en de nog te bouwen parken Seastar, Mermaid en Northwester 2. Het zal die groene elektriciteit via drie onderzeese kabels aan land brengen. In totaal gaat het om 130 kilometer aan 220 kilovolt-kabels die het schakelplatform zullen verbinden met het Stevin-hoogspanningsstation in Zeebrugge.

Door de kabels van windparken te bundelen, wordt ongeveer 40 kilometer aan kabel bespaard, waardoor de kosten dalen en de impact op de zeebodem en het maritieme milieu geringer is. Eén stopcontact is goedkoper dan dat elk windpark zelf één of meer aansluitingskabels naar land moet leggen. ‘Het grote voordeel is dat we afstappen van de spaghetti aan kabels’, zegt staatssecretaris voor de Noordzee Philippe De Backer (Open VLD) terwijl we via de trap op het kabeldek belanden.

Langs de buitenzijde vervoert een minilift arbeiders af en aan, in het kabeldek krioelt het van de stellingen. ‘Langs hier komen de kabels binnen’, zegt Tom Pietercil, projectmanager van het ‘stopcontact op zee’ bij Elia, wijzend naar drie openingen in de vloer. ‘Je hebt vier meter nodig om de kabels in deze ruimte een bocht te kunnen laten nemen. (wijst naar het plafond) Langs daar worden de kabels geleid naar het schakelplatform, het hart van het stopcontact, één dek hoger. Dat kan je vergelijken met de zekeringkast in je huis.’

Kitchenette

Het reusachtige platform staat op kegelvormige poten. ‘Die zullen op de Noordzee op de jacket, of steuninfrastructuur die rust op de zeebodem, komen’, weet Pietercil. Die jacket werd net met vier funderingspalen tot een diepte van 60 meter in de zeebodem verankerd.

©Wim Kempenaers

In de buik van het stopcontact krioelt het van de arbeiders, maar op zee zal het onbemand zijn en vanop afstand gemonitord en gestuurd worden door Elia. Toch is er naast het controledek op de derde verdieping - waar alle beveiligings- en controleapparatuur komt - ook plaats om een paar dagen te kunnen overnachten. ‘Bijvoorbeeld wanneer het slecht weer is, of de helikopter in panne staat’, zegt Pietercil. ‘Er is zelfs een kitchenette.’

Op het hoogste dek ligt een dikke, tijdelijke buisconstructie, in de vorm van een kruis. ‘Met één haak hebben we zo het platform naar boven gehesen’, vertelt Pietercil, die uitlegt hoe het stopcontact laag per laag werd gebouwd. Er zal nog een kraan komen op het stopcontact, om onder meer op zee water- en dieseltanks vanop schepen aan boord te hijsen.

Op het helideck - dat 41 meter boven het water zal uitkomen - hebben we vanuit de hangar een wijds zicht op de mistroostige Oude Maas. Begin volgend jaar zal het stopcontact naar het ponton aan het water gereden worden, om via Rotterdam naar de Noordzee verscheept te worden. Het ‘stopcontact op zee’ zal in de loop van het voorjaar op zijn funderingsvoet gezet worden. De volledige capaciteit van de vier windparken die er op zullen inpluggen, zal beschikbaar zijn in 2020.

Als België zijn offshorewindcapaciteit wil verdubbelen tot 4.000 megawatt, vergt dat volgens de netwerkbeheerder Elia bijna 2 miljard euro aan investeringen in het stroomnetwerk. De regering werkt aan een tweede zone voor windparken in de Belgische territoriale wateren, aan de grens met Frankrijk. Het doel: 1.700 à 2.000 megawatt extra groene stroom, die - deels of volledig - tegen 2026 operationeel kan zijn. Dat vereist onder andere de bouw van een tweede stopcontact op zee, een nieuw hoogspanningsstation aan de kust en de versterking van het hoogspanningsnet aan land.

‘Een tweede stopcontact betekent een investering van zo’n 1 miljard euro’, weet Markus Berger, infrastructuurverantwoordelijke van Elia. ‘Maar je moet daar nog eens zo’n 900 miljoen euro aan toevoegen. Voor een nieuw hoogspanningsstation aan land, om de windenergie te ontvangen, maar ook voor nieuwe hoogspanningslijnen naar het Stevin-hoogspanningsstation en het binnenland.’

Die projecten maken deel uit van het investeringsplan 2020-2030 van Elia, waar de regering zich voor de verkiezingen van mei volgend jaar over moet uitspreken. Makkelijk beloven die netwerkinvesteringen aan land allerminst te worden, omdat er heel wat vergunningen van gemeenten mee gemoeid zijn.

'2 miljard euro extra nodig voor volgende windparken'

Als België zijn offshorewindcapaciteit wil verdubbelen tot 4.000 megawatt, vergt dat volgens de netwerkbeheerder Elia bijna 2 miljard euro aan investeringen in het stroomnetwerk. De regering werkt aan een tweede zone voor windparken in de Belgische territoriale wateren, aan de grens met Frankrijk. Het doel: 1.700 à 2.000 megawatt extra groene stroom, die - deels of volledig - tegen 2026 operationeel kan zijn. Dat vereist onder andere de bouw van een tweede stopcontact op zee, een nieuw hoogspanningsstation aan de kust en de versterking van het hoogspanningsnet aan land.

‘Een tweede stopcontact betekent een investering van zo’n 1 miljard euro’, weet Markus Berger, infrastructuurverantwoordelijke van Elia. ‘Maar je moet daar nog eens zo’n 900 miljoen euro aan toevoegen. Voor een nieuw hoogspanningsstation aan land, om de windenergie te ontvangen, maar ook voor nieuwe hoogspanningslijnen naar het Stevin-hoogspanningsstation en het binnenland.’

Die projecten maken deel uit van het investeringsplan 2020-2030 van Elia, waar de regering zich voor de verkiezingen van mei volgend jaar over moet uitspreken. Makkelijk beloven die netwerkinvesteringen aan land allerminst te worden, omdat er heel wat vergunningen van gemeenten mee gemoeid zijn.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud