Ja, het klimaat is nog te redden

De sleutel naar een koolstofarme maatschappij ligt vooral in de energiesector. ©Monika Skolimowska/dpa-Zentralbi

Het is mogelijk om tegen 2050 zo goed als geen CO2 meer uit te stoten zonder de economie dood te knijpen. Maar dan moeten we het roer nu omgooien.

Save the planet! De eis van de klimaatbetogers klinkt op het eerste gezicht wat hol. Naïef optimistisch ook. Maar het klimaat redden is minder onrealistisch dan het lijkt.

Klein land, grote vervuiler

De CO2-uitstoot van België is sinds 2000 gedaald, maar zit nog altijd boven het Europese gemiddelde. Hoe de sectoren in ons land het doen in vergelijking met de buurlanden, ziet u op multimedia.tijd.be/co2


 

Eerst een stand van zaken. Vandaag stoten we wereldwijd 37 miljard ton CO2 per jaar uit, waarvan 105 miljoen ton op het conto van de Belgen komt. Concreet: 1 ton staat gelijk aan het verbranden van 319 liter diesel. Dat warmt de aarde geleidelijk op. Als we dat proces niet stoppen, dreigt de klimaatverandering steeds meer voelbaar te worden. Smeltend ijs doet het waterpeil stijgen. Weersomstandigheden worden extremer, met hittegolven, bosbranden en overstromingen.

De opwarming volledig tegenhouden is niet meer mogelijk. Op de klimaattop in Parijs is enkele jaren geleden afgesproken de opwarming onder 2 graden Celsius te houden. Die drempel is cruciaal om de gevolgen van de klimaatverandering te beperken. Willen we die doelstelling halen, dan moet de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 halveren en tegen 2050 naar het nulpunt gaan. De industrie en de landbouw zullen wel nog wat broeikasgassen uitstoten, maar die zouden elders worden gecompenseerd. Ook de ernergieproductie moet tegen die tijd klimaatneutraal zijn.

Europa heeft zich achter die doelstelling geschaard. Eind vorig jaar werkte de Europese Commissie een strategie uit om tegen 2050 naar een vrijwel koolstofarme samenleving te evolueren. Sommige lidstaten hebben die ambitie al onderschreven, België nog niet. Ons land wil onder meer eerst bekijken wat de economische impact is. In het voorjaar zal het zich uitspreken.

Koolstofarme samenleving

Tegen het midden van deze eeuw geen broeikasgassen meer uitstoten zonder de economie kapot te knijpen, het lijkt een sprookje. Maar dat hoeft niet zo te zijn, zegt Tomas Wyns, specialist klimaatbeleid van de Vrije Universiteit Brussel. ‘Het is in theorie perfect haalbaar tegen 2050 koolstofvrij te zijn. Maar dan is wel een gigantische ommezwaai in het beleid nodig. De eis voor een ambitieuzer klimaatbeleid is terecht. We zitten allesbehalve op schema om 2050 te halen.’

De Europese Commissie heeft plannen om die doelstelling te halen. Ook de federale overheid tekende al scenario’s uit om naar een zo goed als koolstofarm België te evolueren. Daarbij is er niet één oplossing. België kan vooral op ons dagelijks leven ingrijpen, meer op technologie steunen of beide sporen tegelijk volgen.

De eis voor een ambitieuzer klimaatbeleid is terecht. We zitten allesbehalve op schema om 2050 te halen.
Tomas Wyns
specialist klimaatbeleid van de VUB

Denk aan de transportsector. De overheid kan pendelaars (fiscaal) stimuleren om de auto meer te laten staan voor het openbaar vervoer. Het vrachttransport kan voor een groot deel vervangen worden door treinen en schepen. De regering kan ook meer de technologische kaart trekken door op energie-efficiënt vervoer en elektrische auto’s in te zetten waardoor mensen hun auto niet per se moeten laten staan. Voor een volledig CO2-neutrale samenleving zijn zowel elektrisch vervoer als meer gemeenschappelijk transport nodig.

Of neem onze huizen, die vaak decennia geleden zijn gebouwd, slecht geïsoleerd zijn en dus veel energie verbruiken. Om de uitstoot van broeikasgassen naar nul te krijgen moeten jaarlijks dubbel zo veel woningen gerenoveerd worden als vandaag. Die woningen moeten ook bijna allemaal worden verwarmd met milieuvriendelijke verwarmingssystemen, zoals warmtepompen en zonnepanelen.

Vlees moeten we niet van ons bord bannen, maar we moeten er wel met z’n allen wat minder van gaan eten. Alleen zo lijkt het mogelijk de CO2-uitstoot in de landbouwsector nog meer naar beneden te halen.

Industrie moet energie-efficiënter

Een koolstofarme samenleving hoeft volgens die uitgewerkte scenario’s niet het einde van onze industrie te betekenen. De industrie moet wel nóg energie-efficiënter worden en nog meer gebruikmaken van alternatieve energie. De industrie kan wellicht nooit helemaal CO2-neutraal zijn, maar ze kan via nieuwe technologie die broeikasgassen wel zelf meteen opvangen en opslaan waardoor de CO2 niet in de lucht terechtkomt.

De sleutel naar een koolstofarme maatschappij ligt vooral in de energiesector. Volgens de wet op de kernuitstap sluiten de kerncentrales in ons land in 2025. Om zonder kernenergie te vermijden dat het licht uitgaat, rekent de overheid op gascentrales. Het probleem is dat die gascentrales heel wat meer CO2 uitstoten. Als België tegen 2050 koolstofvrij wil zijn, kunnen de gascentrales dus alleen dienen als overgangstechnologie tot er voldoende in hernieuwbare energie is geïnvesteerd.

Het is wel nog altijd een vraagteken of het technisch én financieel haalbaar is tegen 2050 al onze energie uit hernieuwbare bronnen te halen. Volgens de jongste cijfers bedraagt het aandeel hernieuwbare energie in ons elektriciteitsverbruik amper 8,7 procent.

Er is zeker nog potentieel. Meer zonnepanelen op gunstig georiënteerde daken en meer windmolens - vooral dan op zee - kunnen een groot deel van de huidige energievraag dekken. Maar die stroom wordt vooral in de zomer geproduceerd of als het waait. We slagen er nog niet die elektriciteit op grote schaal en een langere periode op te slaan.

‘Dat is een sleutelelement voor de transitie’, zegt Wyns. ‘Daar ligt een rol voor het beleid. Dat kan het onderzoek stimuleren, genoeg vergunningen afleveren voor energieopslag en een gunstig kader creëren voor wie op kleine schaal energie wil opslaan. Als ons voertuigenpark elektrisch wordt, zijn die auto’s rijdende opslagplaatsen. Er zijn dus veel mogelijkheden, maar we moeten er dringend werk van maken.’

Politieke nachtmerrie

Als België volgens experts de stap naar een CO2-neutrale economie kan zetten, waarom heeft het die dan nog niet gezet?

Het eerste ‘probleem’ is dat er niet zoiets bestaat als één wonderoplossing. Alles hangt samen. Als we allemaal elektrisch gaan rijden en ons huis via zonnepanelen verwarmen, stoten we heel wat minder uit. Maar het kan ook een enorme druk zetten op ons elektriciteitssysteem, dat daar nog niet klaar voor is. Zo’n transitie gebeurt met vallen en opstaan, en alle aspecten zijn verbonden.

Politiek is dat een nachtmerrie. Zelfs als ons land één klimaatminister zou hebben in plaats van vier, dan moet die nog alle andere ministers meekrijgen. Koen Van den Heuvel (CD&V), die deze week zijn partijgenote Joke Schauvliege opvolgde als Vlaams minister van Landbouw, Natuur en Omgeving, maakte dat bij zijn aantreden meteen duidelijk. ‘Ik ga mijn collega-ministers van Wonen, Energie en Mobiliteit achter de veren zitten. Dit is een algemeen beleid en dat moet samen worden gevoerd’, benadrukte hij.

Een tweede probleem is dat de klimaatuitdaging politiek minder dwingend is dan veel andere uitdagingen. De apocalyps is een dreiging op de lange termijn. Van lage pensioenen, een krappe arbeidsmarkt en een tekort aan rusthuisplaatsen hebben de Belgen vandaag last, en daarvoor willen ze nu een oplossing. De klimaatbetogers zijn er wel in geslaagd het klimaat weer hoog op de politieke agenda te zetten, de vraag is hoelang dat blijft duren.

Het derde - en grootste - probleem voor een snelle overstap naar een CO2-neutrale economie is het kostenplaatje op de korte termijn. De jarenlange oversubsidiëring van zonnepanelen heeft de Belg argwanend gemaakt tegenover de subsidiëring van groene stroom en technologie. Investeringen in gascentrales om kernenergie te vervangen lopen hoog op. Wie de terugverdieneffecten meetelt, ziet een positief financieel plaatje. Maar dat is een resultaat op de lange termijn, terwijl de investeringen vandaag moeten gebeuren.

Investeren

Willen ontwikkelde landen koolstofarm worden, dan moeten ze de komende jaren 1 procent van hun bruto binnenlands product (bbp) daarin investeren, berekende The Boston Consultancy Group. Voor ons land gaat het om ongeveer 4,5 miljard euro per jaar. In 2013 telde de federale overheid de klimaatinvesteringen van de verschillende regeringen op, en kwam ze aan 2,1 miljard euro.

‘Veel landen denken intuïtief dat het hun concurrentiepositie schaadt als ze een voortrekkersrol spelen in het klimaatverhaal’, zegt Christophe Brognaux van The Boston Consultancy Group, die de macro-economische effecten van meer klimaatactie in meerdere landen onder de loep nam. ‘Dat is niet zo, integendeel zelfs. Het levert hen een economische voorsprong op. Wie slimme keuzes maakt, kan er net economisch van profiteren om een klimaatvoorloper te zijn. Kijk naar Denemarken, dat voluit de kaart van de windenergie heeft getrokken en in die technologie ook een voorsprong heeft. België heeft net het tegenovergestelde gedaan door in alles een beetje te investeren.’

Toch is het ook voor ons land nog niet te laat om een inhaalbeweging te maken. Brognaux: ‘De havens van Antwerpen en Rotterdam zijn een goed voorbeeld. De haveneconomie van Rotterdam is veel meer afhankelijk van olie en gas. De chemische sector in Antwerpen heeft dus al een voordeel en moet nog meer voor een koolstofvrije productie durven te gaan. Dat zal haar op de lange termijn veel competitiever maken.’

Economische compensatie

Ook recent studiewerk van de federale overheid leert dat België er macro-economisch op vooruitgaat als het volop in een koolstofarme maatschappij investeert. De investeringen in het energiesysteem worden grotendeels gecompenseerd door een lagere energiefactuur en stimuleren de economie.

De chemie in Antwerpen moet nog meer voor een koolstofvrije productie durven te gaan. Dat zal haar op de lange termijn veel competitiever maken.
Christophe Brognaux
The Boston Consultancy Group

‘Die studie houdt bovendien alleen rekening met bestaande technologieën’, zegt Koen Meeus van de federale dienst Klimaatverandering. ‘De ontwikkeling van nieuwe, innovatieve oplossingen kan nog een bijkomende positieve impact hebben. Het gaat vaak ook niet om extra investeringen, maar om andere investeringen. Wie een auto koopt, kan bijvoorbeeld voor een elektrische wagen kiezen.’

De studies bekijken het totale kostenplaatje macro-economisch. Veel minder zicht is er op de winnaars en de verliezers. Jonge professionals die in de stad wonen, vinden het niet erg om meer het openbaar vervoer te nemen. Maar wie al weinig verdient en zonder auto niet op het werk geraakt, dreigt extra gestraft te worden. Investeringen in meer isolatie zijn voor elk gezin op de lange termijn een slimme investering, maar wie in een slecht geïsoleerd krot woont, kan die investering misschien niet betalen.

Premier Charles Michel (MR) pleitte al voor een ‘sociaal klimaatplan’. De planeet redden wordt sowieso een stevige politieke uitdaging. Maar het einde van de maand verzoenen met de strijd tegen het einde van de planeet wordt helemaal een huzarenstuk.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content