Kleine kerncentrales, grote toekomst?

©rv

Terwijl Engie deze week zijn Belgische kerncentrales volledig afschreef, stelt Microsoft-miljardair Bill Gates dat kleine bouwpakketcentrales onmisbaar zijn voor de beteugeling van de opwarming van de aarde. Zijn ze ook iets voor ons land?

Als tegen 2025 de laatste kernreactoren in ons land zijn stilgelegd, wordt voor een groot deel van de Belgische energievoorziening gerekend op nieuwe gascentrales. Een groot nadeel is dat gascentrales - in tegenstelling tot kerncentrales - naast elektriciteit ook immense hoeveelheden CO2 uitstoten. Dat is moeilijk te rijmen met de klimaatdoelstellingen van Parijs en de strijd tegen de opwarming van de aarde.

In zijn manifest ‘Hoe we een klimaatramp kunnen vermijden’ stelt miljardair-activist Bill Gates dat de inzet van CO2-uitstootvrije kerncentrales de enige manier is om tegen 2050 daadwerkelijk klimaatneutraal te worden. Een sleutelrol is weggelegd voor een nieuwe generatie afvalarme kerncentrales, waarin Gates overigens zelf al een klein decennium investeert. Ook de Amerikaanse president Joe Biden en zijn klimaattsaar John Kerry zien voor kleine kerncentrales en cruciale rol.

Leiden de kleine, moduleerbare kernreactoren (SMR’s) daadwerkelijk tot een renaissance van de nucleaire energiecentrales?

Wat zijn SMR’s?

Terwijl kerncentrales sinds hun introductie in de hersteljaren na de Tweede Wereldoorlog alleen maar krachtiger werden, zijn SMR’s net kleinere kernreactoren met een capaciteit van enkele tientallen tot een paar honderd megawatt. Ter vergelijking: de resterende Belgische reactoren, Doel 4 en Tihange 3, hebben elk een capaciteit van 1.000 megawatt. De SMR’s zijn makkelijk te koppelen tot een centrale met twaalf reactoren.

De techniek kan variëren: van de conventionele technologie die in huidige grote kerncentrales wordt gebruikt tot futuristische technieken waarbij gesmolten zout wordt gebruikt als koeling. Hoe experimenteler de technieken, hoe verder in de toekomst de eerste exemplaren op de markt worden verwacht.

Ondertussen lopen er tientallen projecten. Het Amerikaanse NuScale is het meest optimistisch. Het wilde tegen 2023 een SMR operationeel hebben, maar heeft dat intussen moeten uitstellen naar 2030.

Wat maakt ze zo populair?

Kleine kerncentrales kunnen net als gascentrales op elk moment elektriciteit produceren. Ze zijn makkelijker in- en uitschakelbaar dan grote kerncentrales en dus geschikt als aanvulling op hernieuwbare energiebronnen als zon en wind, waarvan de productie fluctueert.

‘En SMR’s zijn geschikt als vervanging voor steenkoolcentrales, die doorgaans een capaciteit van 300 tot 500 megawatt hebben’, zegt Luc Van Den Durpel, eigenaar van het adviesbureau Nuclear-21.

Zijn het bedrijfseconomisch net zulke rampen als de recente kerncentrales?

Het efficiëntie- en schaalnadeel van SMR’s ten opzichte van hun grote broers is op te vangen omdat de SMR’s niet ter plaatse moeten worden gebouwd, maar in een fabriek van de band kunnen rollen. Een SMR kan binnen drie jaar na de start van de bouw operationeel zijn, terwijl bij een grote kerncentrale doorgaans minstens tien jaar nodig is. Dankzij de kortere bouwtijd dalen het kapitaalbeslag en de kosten.

Ook het totale investeringsbedrag van enkele miljarden euro’s voor kleine kerncentrales - NuScale rekent op 3 miljard euro - is voor potentiële uitbaters beter te behappen dan de tientallen miljarden die nodig waren voor grote kerncentrales als die in het Britse Hinkley Point (minstens 25 miljard euro). Serieproductie maakt ook beruchte budgetoverschrijdingen, die bij de bouw van veel recente grote kerncentrales eerder regel dan uitzondering waren, minder waarschijnlijk.

Voorts maken de ontwikkelaars van SMR’s zich sterk dat ook de restwarmte die bij de kernreactoren vrijkomt, kan worden opgevangen en gebruikt. Door dat alles komt de prijs van een megawattuur stroom van een SMR in de buurt van die van gascentrales.

‘Het uitbaten van kerncentrales is tot nu altijd direct of indirect gesubsidieerd, bijvoorbeeld via het gedogen van monopolies. SMR’s zouden rendabel moeten zijn zonder dat de overheid de exploitatie financieel stimuleert’, zegt Joannes Laveyne, onderzoeker aan het Elektrische Energie Laboratorium van de Universiteit Gent.

Wat zijn de nadelen?

Een SMR mag dan klein zijn, het blijft een kerncentrale. En dus een politiek gevoelige kwestie. Ook SMR’s zullen nucleair afval produceren dat eeuwenlang veilig moet worden opgeslagen. En hoewel voorstanders claimen dat het risico kleiner is dan bij grote centrales, kunnen ze het doelwit van terroristische aanslagen zijn.

Na de ramp met de kerncentrale in het Japanse Fukushima in 2011 zijn de veiligheidsmaatregelen voor nieuwe kerncentrales bovendien flink verstrengd. Dat drijft de kosten voor de bouw van nieuwe centrales verder op. Omdat de eerste SMR pas over tien jaar op de markt komt, is het de vraag of de kosten van hernieuwbare energie en energieopslag tegen dan niet zo erg zijn gedaald dat SMR’s zichzelf alsnog uit de markt prijzen.

Is het iets voor België?

De kernuitstap tegen 2025 is een politiek feit. Ook de kerncentraleuitbater Engie heeft nu boekhoudkundig een streep door zijn Belgische centrales gezet. Alleen al de suggestie van een nieuwe vergunning zou een storm van protest veroorzaken. Toch zien experts mogelijkheden voor SMR’s in ons land. ‘Ik zie op termijn vooral mogelijkheden voor grootverbruikers van elektriciteit, zoals de staal- of de petrochemische industrie’, zegt Laveyne.

‘Zeker als zij voor hun bedrijfsprocessen op waterstof overschakelen, is voor de productie daarvan heel veel energie nodig. Voor dat soort klanten, die lang een continue grote stroom van elektriciteit nodig hebben, zijn SMR’s ideaal. Dan zie ik vanaf 2050 wellicht een of twee SMR’s in de haven van Antwerpen opduiken’, zegt Van Den Durpel.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud