Advertentie
Advertentie

Engie mag maximaal kwart stroom opkopen van nieuwe windparken op zee

De ambitie van de regering is tegen 2030 drie nieuwe windparken op zee in gebruik te kunnen nemen. ©Jan De Nul

De regering heeft de definitieve criteria goedgekeurd voor de concessieveiling voor nieuwe windparken in de Noordzee. Om de energiemarkt open te breken, komt er een beperking voor dominante marktpartijen.

Na nog enkele wijzigingen heeft de federale regering het licht op groen gezet voor de definitieve criteria van de concessieveiling voor de nieuwe windmolenparken in de Belgische Noordzee. Zoals voorzien komen er tegen 2030 drie nieuwe concessies in de Prinses Elisabethzone, samen goed voor 3,5 gigawatt extra boven op de 2,3 gigawatt vandaag. Minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen) laat daarbij toe dat de helft van de stroom via rechtstreekse afnamecontracten naar de industrie kan gaan. Nieuw is dat er een beperking komt voor partijen die al een dominantie positie hebben in de elektriciteitsmarkt, lees Engie .

De essentie
  • De federale regering heeft de criteria goedgekeurd voor de concessieveiling voor drie nieuwe windparken in de Noordzee.
  • Ontwikkelaars zullen tot de helft van hun stroom via rechtstreekse langetermijncontracten kunnen verkopen aan industriële spelers en grote energiehandelaren.
  • Om de markt open te breken komt er een beperking en zullen dominante marktpartijen zoals Engie tot maximaal een kwart van de stroom kunnen inkopen via de contracten op 20 jaar.
Advertentie

Ontwikkelaars zullen in een veiling mee kunnen bieden om de concessie binnen te halen, te beginnen eind dit jaar voor de eerste zone van 700 megawatt. Daarbij kunnen ze zoals eerder beslist een prijsgarantie vragen tot maximaal 95 euro per megawattuur via een tweezijdig bijpascontract (CfD). Zakken de stroomprijzen onder die grens, dan past de overheid het verschil bij om te garanderen dat de projecten toch rendabel blijven. Liggen de stroomprijzen hoger, dan moet de ontwikkelaar het surplus weer afdragen.

Industrie kan langetermijncontracten sluiten

De ontwikkelaar die in de veiling met het laagste prijsniveau tevreden is, maakt grote kans om de concessie binnen te halen. Toch is de verwachting dat kandidaten niet volledig een beroep zullen doen op de 20 jaar geldende overheidsgarantie. Wie de concessie binnenhaalt, krijgt zes maanden de tijd om langetermijncontracten te sluiten en zo tot de helft van de stroomproductie rechtstreeks te verkopen aan industriële partijen of grote elektriciteitsproducenten of -handelaars.

Dankzij directe toegang tot elektriciteitsproductie uit offshorewindturbines hebben we troeven om onze zware industrie te verankeren en te vergroenen.

Tinne Van der Straeten
Minister van Energie

Die onderlinge contracten moeten een looptijd hebben van 20 jaar met een vaste prijs. Op dat deel van de productie is dan geen overheidsgarantie meer en mogen ontwikkelaars tot 3 euro per megawattuur meer ontvangen dan de prijs die met de overheid was afgeklopt.

‘Dankzij directe toegang tot elektriciteitsproductie uit offshorewindturbines hebben we troeven om onze zware industrie te verankeren en te vergroenen, wat nodig is voor de energietransitie’, zegt Van der Straeten. ‘Bedrijven kunnen zich zo beschermen tegen prijsfluctuaties en investeringen in hernieuwbare energie stimuleren.’

Beperking voor dominante marktpartijen

Opvallend is dat een extra beperking werd ingevoerd om te vermijden dat ‘dominante spelers in de elektriciteitsproductiemarkt’ een te groot stuk van de stroom opkopen. Die spelers, in de eerste plaats het Franse Engie, maar mogelijk ook anderen zoals Luminus, mogen tot maximaal de helft afnemen van de rechtstreekse stroomafnamecontracten op 20 jaar. Zo kunnen ze maximaal een kwart van de windenergie opkopen. Met die ingreep, die op het laatste moment werd toegevoegd, wil Van der Straeten de markt zo veel mogelijk openstellen.

Wie het sterkst inzet op burgerparticipatie krijgt een streepje voor in de concessieveiling.

Nog nieuw is dat nadat de termijncontracten met een looptijd van 20 jaar zijn afgesloten, ontwikkelaars nog bijkomende afnamecontracten mogen sluiten met ook kortere looptijden. Daarvoor moeten ze dan een competitieve en niet-discriminerende veiling organiseren waarbij de speler die de hoogste prijs biedt het contract ook binnenhaalt. Voor die route geldt geen beperking en kunnen ook dominante marktspelers de contracten binnenhalen. Als de prijs hoger ligt dan de referentieprijs die met de overheid was afgeklopt, mag de ontwikkelaar maximaal 3 euro per megawattuur extra ontvangen. De rest moet worden afgedragen aan de staat.

Ontwikkelaars mogen maximaal 50 procent van hun stroom via termijncontracten verkopen aan industriële partijen. Daarbovenop kunnen ze nog tot 25 procent via termijncontracten verkopen aan burgercoöperaties en kmo’s. Wie het sterkst inzet op burgerparticipatie krijgt een streepje voor in de concessieveiling.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.