Monsterboete voor BP

Het olieconcern BP en de Amerikaanse autoriteiten zijn het eens geworden over een boete van 4,5 miljard dollar voor de olieramp in de Golf van Mexico. Dat zegt een woordvoerder van BP. Het is de hoogste boete in de Amerikaanse geschiedenis die een onderneming ooit moest betalen.

BP had eerder zelf meegedeeld dat de 'gesprekken zich in een vergevorderd stadium bevinden'. Bij de explosie van het olieboorplatform Deepwater Horizon in april 2010 kwamen elf mensen om. Liefst 4,9 miljoen vaten olie (van elk 159 liter) vloeiden in zee. Hele kuststroken werden vernietigd, met aanzienlijke gevolgen voor de natuur en de economie.

BP heeft in zijn balans 38 miljard dollar voor de kosten van de ramp opzijgelegd. De Britten moesten al 14 miljard dollar aan reparatie- en reinigingskosten betalen, onder andere voor het dichten van het lek. Negen miljard werd al aan privé-klagers uitgegeven. Over de betaling van nog eens 7,8 miljard dollar is de onderneming het eens geworden met vertegenwoordigers van duizenden eisers. Dat geld is nog niet uitbetaald en vereist nog de gerechtelijke bekrachtiging. Een woordvoerder van BP wilde donderdag geen commentaar kwijt of die voorzieningen in totaal wel toereikend zullen zijn.

BP werd door de economische nawerkingen van de ramp in de Golf van Mexico als onderneming zwaar getroffen. Een tijdlang daalde het bedrijf af in de verlieszone. Het concern ontsloeg zijn voorzitter van de raad van bestuur Tony Hayward en verving de Brit door de Amerikaan Bob Dudley. Het nieuwe bestuur besliste voor de betaling van de schade onderdelen van de onderneming ter waarde van meer dan 30 miljard dollar af te stoten. Tot nog toe zijn onderdelen van het concern ter waarde van 35 miljard dollar ofwel al verkocht of is al een koper gevonden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud