Nieuwe pijpleiding ontsluit Siberische olievelden

Een foto uit oktober 2010, genomen tijdens de bouw van de ESPO - Foto Reuters ©REUTERS

Rusland heeft op Kerstdag het tweede deel in gebruik genomen van de ESPO-pijpleiding (East Siberia – Pacific Ocean). Die moet Siberische olie naar de Stille Oceaan brengen en zo de export naar de Aziatische en Amerikaanse markten opvoeren.

De meer dan 2.000 kilometer lange toevoeging verbindt Skovorodino, in het Russische Verre Oosten, met de baai van Kozmino. Daar zal de olie dan in tankers gepompt worden voor verder maritiem transport naar de Verenigde Staten, Japan, China, Singapore, Maleisië, Zuid-Korea, Singapore, de Filippijnen en Taiwan.

De pijpleiding, een project van Transneft, heeft een aanvangscapaciteit van 30 miljoen ton petroleum per jaar. Het is de bedoeling dat later op te drijven tot 50 miljoen ton. Tot dusver verliep het transport van de Siberische olievelden naar de Japanse Zee per spoor.

Een eerste traject van 2.694 kilometer lang was al in december 2009 in gebruik genomen. Dat gedeelte verbindt Taishet, in het oosten van Siberië, met Skovorodino.

Volgens president Poetin, die de opening via teleconferentie volgde, zal de nieuwe pijpleiding de economische ontwikkeling van het Russische Verre Oosten versnellen.

Maar de infrastructuur moet zonder twijfel ook extra geld in de staatskas brengen. De uitvoer van aardolie en petroleumproducten is goed voor de helft van de Russische uitvoer en levert de helft van de inkomsten van de Russische staat. Nu de vraag in Europa stokt door de economische crisis, zet Moskou sterk in op Azië om zijn afzet te vergroten.

Van het eerste stuk van de pijpleiding loopt trouwens sinds begin 2011 al een aftakking naar de raffinaderijen van de Chinese stad Daqing.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud