Onderzoek: ‘Kerncentrales openhouden bespaart ruim 100 miljoen per jaar’

De kerncentrale van Tihange. ©Photo News

Op lange termijn is het goedkoper twee kerncentrales open te houden dan ze in 2025 te sluiten en over te schakelen op alternatieven. Dat blijkt uit een studie van EnergyVille, een onderzoekssamenwerking van KU Leuven, VITO, imec en UHasselt.

Het onderzoek schetst de budgettaire impact van drie scenario’s: een volledige kernuitstap in 2025, een levensduurverlenging van twee kerncentrales met tien jaar en een verlenging met twintig jaar.

We willen de industrie en de overheden voorzien van objectieve data.

In de Wetstraat is de kernuitstap een hot item. De groenen dringen erop aan tegen 2025 alle kerncentrales te sluiten. Andere partijen zijn van mening dat het realistischer is sommige kerncentrales langer open te houden. Het onderzoek van EnergyVille kan helpen om een consensus te bereiken. ‘We willen de industrie en de overheden voorzien van objectieve data’, luidt het.

Uit het onderzoek blijkt dat het langer openhouden van twee kerncentrales een jaarlijkse besparing betekent van 106 à 134 miljoen euro, gedurende tien of twintig jaar. Doorgaans wordt per jaar 4 miljard euro geïnvesteerd in het onderhoud, de brandstof en de import of export van elektriciteit.

Gascentrales

Als beslist wordt alle kerncentrales te sluiten, moet extra geïnvesteerd worden in gascentrales, om een constante stroomtoevoer te verzekeren. Volgens berekeningen van EnergyVille zijn vijf grote gascentrales nodig. De facto is dat een verdubbeling van de capaciteit tegenover vandaag.

Het nadeel van die gascentrales is dat ze in tegenstelling tot kerncentrales CO₂ uitstoten. Als de kerncentrales tien jaar openblijven, zou 25 megaton CO₂ minder worden uitgestoten. De totale jaarlijkse uitstoot in ons land bedraagt nu 118 megaton.

50%
aandeel hernieuwbare energie
In alle scenario’s die EnergyVille uittekende, stijgt het aandeel van hernieuwbare elektriciteit tegen 2030 naar 50 procent van de totale productie in België.

Voorts toont het onderzoek aan dat het langer openhouden van twee kerncentrales niet noodzakelijk een rem zet op investeringen in hernieuwbare energie, een veelgebruikt argument van voorstanders van de kernuitstap. In alle scenario’s die EnergyVille uittekende, stijgt het aandeel van hernieuwbare elektriciteit tegen 2030 naar 50 procent van de totale productie in België.

Tot slot wijst het onderzoek van EnergyVille erop dat de impact op de stroomfactuur beperkt is. Of de kerncentrales langer openblijven of niet, er is nauwelijks een impact op de elektriciteitsprijs op de groothandelsmarkt.

Engie

EnergyVille voerde de studie uit in opdracht van Engie. De energiegroep bepaalde het kader en de scenario’s. De invulling van het onderzoek, de dataverzameling en de -verwerking gebeurden onafhankelijk. Het is de derde studie die voortbouwt op hetzelfde model. Eerder voerde EnergyVille gelijkaardige onderzoeken uit in opdracht van Febeliec, de sectorfederatie van grootverbruikers van elektriciteit en aardgas, en van de milieuorganisaties Bond Beter Leefmilieu (BBL) en Greenpeace.

Mathias Bienstman, de beleidscoördinator van BBL, uitte in Het Nieuwsblad kritiek op de studie. 'Engie zit als uitbater van de kerncentrales in een enorm sterke onderhandelingspositie. Grote kans dat zij er in dit geval het meeste aan zouden overhouden. Het zou dan ook correcter zijn om te zeggen dat Engie 100 miljoen euro extra krijgt, want de elektriciteitsprijzen zouden niet dalen.'

Engie weerlegt dat die jaarlijkse besparing een verrijking betekent voor de nucleaire exploitant. 'Het gaat om een besparing op de totale kost van het systeem', zegt woordvoerster Anne-Sophie Hugé. 'De studie buigt zich niet over de verdeling van die besparing over de verschillende energieactoren', aldus de woordvoerster. 'Het gaat om een jaarlijkse besparing op de totale kost om België te bevoorraden.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud