reportage

‘Op de afmetingen van windturbines staat geen limiet'

©Jonas Lampens

Windturbines op zee worden almaar groter, almaar krachtiger. Het is een heuse wedloop. Maar hoe installeer je zulke kolossen? We namen een kijkje op de Sea Installer, het schip dat de grootste offshorewindturbines van het land neerpoot.

Voor we op het helidek van de Sea Installer landen, zien we voor de kust van Oostende de contouren van honderden windmolens opdoemen. Een kleine 35 minuten eerder zijn we in de late namiddag van de luchthaven van Deurne vertrokken. Het is een zonovergoten dag. Windstil ook, maar een paar turbines draaien.

‘Voor de productie is dit weer slecht, voor de installatie is het perfect’, zegt Nathalie Oosterlinck, de CEO van Rentel. In het windturbinepark van Rentel, het vijfde voor de Belgische kust, wordt deze middag de laatste van 42 windturbines geïnstalleerd.

Dat gebeurt vanop de Sea Installer, een schip van 132 bij 39 meter dat zichzelf met vier poten boven het zeeniveau kan opkrikken. ‘Tijdens de installatie staan we boven het water, vier poten van 83 meter’, zegt de Deense kapitein Jan Rijsgaard. ‘Alle poten rusten op schoenen van 196 vierkante meter op de zeebodem. Zo creëren we de nodige stabiliteit om de hijskraan van 115 meter te bedienen.’

30 ton

Onze helikopterpiloot kreeg een tijdslot van een half uur om te landen: ná de plaatsing van de gondel - het machinehuis van de windturbine - en vóór de start van de werken om de bladen erin te schroeven.

Profiel | Rentel

Rentel is goed voor 42 windturbines, zo’n 40 kilometer voor de kust van Oostende. Elk van die turbines heeft een piekvermogen van 7,35 megawatt. In optimale omstandigheden produceert Rentel 309 megawatt, of groene stroom voor 300.000 huishoudens. Rentel krijgt 19 jaar 129,50 euro overheidssteun per geproduceerde megawattuur. De totale investeringskosten bedragen 1,1 miljard euro.

De aandeelhouders, bekend als de Otary-groep, zijn de groenestroomproducenten Aspiravi en Elicio, de bagger- en waterbouwgroep DEME, de Waalse milieuholding SRIW, de Vlaamse en Waalse energiemaatschappijen Z-kracht en Socofe, Green Offshore (Ackermans & Van Haaren) en Power@Sea (DEME, Socofe en SRIW)

De Otary-groep ontwikkelt als hoofdaandeelhouder (70%) met de energieproducenten Engie en Eneco tegen 2020 ook de offshoreparken Seastar en Mermaid. Die zullen een gecombineerd vermogen van 500 megawatt hebben.

Die drie 75 meter lange bladen, elk bijna 30 ton zwaar, hangen hoog boven ons in een reusachtig rek op het voordek van de Sea Installer. Een grijpmachine van 72 ton zal ze eruit heffen om ze in de gondel te schuiven.

Aan boord van de Sea Installer zijn zo’n 60 mensen: medewerkers van de opdrachtgever Rentel, installateurs van de windturbinefabrikant Siemens Gamesa en het bedienings- en onderhoudspersoneel van DEME, de Belgische bagger- en waterbouwgroep die eigenaar is van het schip.

Zeeziek

Rijsgaard is al vijf jaar ‘master’ van de Sea Installer. ‘Dit is de perfecte job voor wie makkelijk zeeziek wordt’, zegt Rijsgaard, die de helft van het jaar op zee doorbrengt. ‘Bij slecht weer varen we niet uit. Als het stormt op zee, blijven we binnen tot we kunnen werken.’

Op zee blijft het weer een belangrijke factor, zegt kapitein Rijsgaard, die al gelijkaardige projecten in Denemarken, Duitsland, Engeland en Noord-Ierland deed. ‘Soms heb je geluk, soms is het shit. Vier jaar geleden waren we in december aan de slag in de Ierse Zee. Amper drie turbines konden we installeren, de rest van de maand was het weer te slecht. Hier zitten we op schema dankzij het uitzonderlijk gunstige weer de afgelopen maanden.’

De Sea Installer laat zich even vlot bedienen als ‘een autootje op afstandsbediening’, zegt Rijsgaard. ‘Zie je die joysticks? Daarmee kan je dit schip zo makkelijk manoeuvreren. (met pretoogjes) Het voelt aan als speelgoed. Ik hou daar enorm van.’

Op de brug, het commandocentrum van de Sea Installer, staren we naar een muur van computers. ‘Om te manoeuvreren hebben we 15 schermen’, zegt Rijsgaard. ‘We zien niet alleen alle windturbines en schepen in de omgeving, maar krijgen ook de informatie over de zeebodem. Zie je de kabel die de turbines met elkaar connecteert? (droog) Waar die ligt, is redelijk cruciale informatie. Daar wil je echt je poten niet op zetten.’

Bommen

Collega’s van de Deense kapitein stootten al op onaangename verrassingen. ‘Het is al gebeurd dat er bommen uit de Tweede Wereldoorlog lagen op de plek waar ze turbines moesten plaatsen. Dat is uitzonderlijk, want het gebied wordt vooraf grondig gescreend. Wat dan gebeurt? Tja. Dan ligt alles stil tot de bommen onschadelijk gemaakt zijn. Hoeveel zo’n vertraging kost, daaraan wil ik zelfs niet beginnen te denken.’

Sinds begin mei maakte Rijsgaard voor het Rentel-project 21 afvaarten vanuit de haven van Oostende. Telkens vervoerde de Sea Installer de kant-en-klare torens, gondels en bladen van twee turbines. De pre-assemblage van de onderdelen gebeurt aan wal, om de installatie op zee vlot te laten verlopen.

Op dit schip kunnen we blijven werken bij windsnel heden tot 14 meter per seconde en golven van 2,5 meter hoog.
Scott Properzi, bouwmanager van de turbineproducent Siemens Gamesa.

Om 18 uur zit de eerste installatieshift van 12 uur erop. Na de gebruikelijke briefing in de buik van het schip graait een verse ploeg Siemens-medewerkers, elk met een harnas rond hun middel, dikke touwen en veiligheidsklemmen uit de containers op het voordek.

‘Zij gaan met een lift tot in de gondel, om van binnenuit de bladen vast te schroeven’, zegt Scott Properzi, de Canadese bouwmanager van Siemens Gamesa. ‘Het veiligheidsmateriaal hebben ze nodig omdat de lift in panne kan vallen. Dan moeten ze met de ladder naar beneden.’

Onderaan op de kraan geeft een elektronisch scherm een windsnelheid van 1,7 meter per seconde aan. ‘Door beter materiaal worden de tijdvensters waarin we kunnen werken almaar groter’, zegt Properzi. ‘Op dit schip kunnen we blijven werken bij windsnelheden tot 14 meter per seconde en golven van 2,5 meter hoog.’

Twee keer het Atomium

Properzi zag de offshorewindsector grondig veranderen. ‘Twintig jaar geleden kroop ik in een gondel zo klein als die eettafel’, zegt hij bij een kop koffie in de kantine. ‘Vandaag wandel ik rond in een gondel als een appartement van 50 vierkante meter. Een blad was destijds 19 meter lang, vandaag heb je er al van 81,5 meter. De vooruitgang is crazy.’

De offshoreturbines van Rentel, de grootste van ons land, zijn bijna 200 meter hoog. Dat is twee keer zo hoog als het Atomium en anderhalve keer de kathedraal van Antwerpen. Per stuk wegen ze 950 ton, het equivalent van 75 dubbeldekbussen. De eerste turbines aan de Belgische kust, in 1982 op de Strekdam in Zeebrugge, waren zes keer kleiner en leverden vijftig keer minder stroom.

Omdat de afmetingen van de onderdelen blijven toenemen, verhuizen de fabrikanten hun productiefaciliteiten van het binnenland naar havensteden, zegt Properzi. ‘Een blad van 75 meter of de steeds grotere gondels en torens kan je niet over land vervoeren.’

Ook Rentel-CEO Nathalie Oosterlinck ziet dat de mature sector grote sprongen heeft gemaakt. ‘In de fabrieken waar ze de gondels en de bladen produceren, passen ze de principes van autofabrieken toe. Dankzij lijnproductie gaat alles sneller en kostenefficiënter.’

Dit is de perfecte job voor wie makkelijk zeeziek wordt.
Jan Rijsgaard, kapitein van het installatieschip Sea Installer

Omdat windturbines krachtiger worden, moet je er ook minder installeren. Oosterlinck: ‘De rotordiameter van deze windturbines bedraagt 154 meter (de lengte van anderhalf voetbalveld, red.). Hoe groter de diameter, hoe meer energie een turbine kan opwekken. Zo wordt de opbrengst per turbine groter.’

‘Door de technologische vooruitgang produceren windturbines ook energie tegen lagere windsnelheden en wekken ze tegen hoge snelheden langer energie op. Als je, zoals in dit park, werkt met turbines met een individuele piekcapaciteit van 7,35 megawatt moet je minder locaties onderhouden en dalen de onderhoudskosten.’

Bouwtijd

Modernere schepen en technologische innovatie verkorten ook de bouwtijd van windturbineparken op zee. Terwijl in 2008 het transport en de bouw van een turbine drie weken duurde, is dat nu drie dagen. Dat de bouwkosten daardoor dalen, is goed nieuws voor de subsidiërende overheden. ‘Nieuwe windparken hebben minder ondersteuning nodig’, zegt Oosterlinck.

‘Voor Rentel krijgen we 19 jaar 129,50 euro per geproduceerde megawattuur. Voor de windparken Seastar en Mermaid is dat 16 jaar 79 euro per megawattuur.’ In Nederland zijn al windturbineparken op zee aanbesteed zonder ondersteuning van de overheid.

Bij de fabrikanten gaat de race naar krachtiger windturbines onverminderd voort. Properzi: ‘Wij installeren al turbines van 8 megawatt.’ Een prototype van de concurrent MHI Vestas kan 9,5 megawatt elektriciteit genereren.

©Jonas Lampens

De klok tikt

De markt is erg competitief, zegt Properzi. ‘De winstmarges worden kleiner. Je moet heel snel zijn en bijna onmiddellijk van installatie naar productie kunnen schakelen. Time is money, you know.’

De druk is groot, zegt de zichtbaar nerveuze Canadees. ‘Natuurlijk voel ik stress. De klok tikt. Een project maak je of kraak je in de bouwfase. Als je het niet goed doet, maak je nooit winst in de 20 à 25 jaar dat een turbine operationeel is.’

De wedloop onder fabrikanten dwingt de eigenaars van installatieschepen ertoe te blijven investeren in grotere schepen. ‘De Neptune, die we in 2014 voor het windpark C-Power gebruikten, had een kraancapaciteit van 600 ton. Op de Sea Installer is dat 1.200 ton. En op ons grootste schip, de Innovation, is dat al 1.500 ton’, zegt Alain Bernard, de CEO van DEME.

DEME was al betrokken was bij de installatie van 72 offshorewindparken. De omstandigheden worden er niet gemakkelijker op. De eerste windparken voor de Belgische kust werden op zandbanken gebouwd, de gemakkelijkste locaties. Maar die plekken zijn beperkt. Rentel is het eerste park tussen de zandbanken, waar het zeewater tot 40 meter diep is.

Er liggen al plannen op de tekentafel voor de bouw van turbines zo groot als de Eiffeltoren.
Alain Bernard, CEO van DEME, de eigenaar van de Sea Installer

Omdat de volgende parken nog verder en dieper op zee komen, kan de komende generatie schepen allicht niet meer op poten staan, zoals de Sea Installer. DEME-CEO Bernard: ‘We hebben al een drijvend schip besteld, dat opgeleverd wordt in 2020.’

Dat schip, dat 216,5 meter lang wordt, zal 24.000 ton kunnen vervoeren en met zijn kraan 5.000 ton kunnen hijsen. Bernard: ‘De Orion kan zonder problemen turbines van 10 megawatt installeren.’

Zit er een limiet op de dimensies van windturbines op zee? Kan het almaar hoger? ‘Puur technisch zie ik geen limiet’, zegt Oosterlinck. ‘Alles hangt af van het installatie-materiaal. De schepen moeten groot genoeg zijn om de onderdelen te kunnen vervoeren en installeren.’

De windturbinefabrikanten dromen in elk geval nog groter. ‘Er liggen al plannen op de tekentafel voor de bouw van turbines van 10 à 12 megawatt’, zegt Bernard. ‘Dan heb je het over windturbines zo groot als de Eiffeltoren.’

Het is 19.30 uur. Terwijl we ons naar het helidek reppen - we moeten voor de duisternis opstijgen - horen we hoe de riemen van de grijpmachine zich rond het eerste blad spannen. ‘Het laatste blad werd vlak voor middernacht bevestigd’, laat Oosterlinck achteraf weten. ‘Het project is op tijd klaar geraakt. In optimale omstandigheden leveren deze turbines groene stroom aan 300.000 huishoudens.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content