interview

‘Over één generatie is alle energie groen'

©Thierry du Bois

Honderden miljoenen euro’s investeerden de Colruyts al in groene energie. ‘Waar wachten andere bedrijven op om dat ook te doen? Samen kunnen we de energie-uitdaging aan’, vindt Jef Colruyt.

De hoofdzetel van Colruyt in Halle is in volle transformatie. De betonnen kantoorgebouwen worden verdieping per verdieping gestript. Ze krijgen een moderne uitstraling en een dikke isolatiejas om energiezuiniger te worden. De werken zijn al goed gevorderd, maar de grote baas Jef Colruyt zit nog steeds in een niet-gerenoveerd kantoor dat de tijdsgeest van decennia geleden uitademt.

Op zijn vergadertafel ligt discreet een roos-wit kristal, een attribuut dat perfect past bij de eigenzinnige CEO die de hoofdzetel energetisch laat zuiveren om negatieve gedachten te verdrijven. Jef Colruyt doet wel meer dingen compleet anders dan de andere Belgische captains of industry. Dankzij pionierswerk met groene stroom is Colruyt Group nu een absolute leider in de energietransitie, maar daar neemt hij geen genoegen mee. ‘We willen de maatschappij meekrijgen en tonen dat afstappen van kernenergie en fossiele brandstoffen kan. We geloven erin, we investeren en denken dat we het samen kunnen.’

Ongekroonde koning

Dat Colruyt een ongekroonde koning van de groene energie werd, is stapsgewijs gekomen. In de jaren zestig draaiden de Colruyts de helft van de tl-lampen eruit om energie te besparen. Enige doel: goedkoper zijn dan de concurrentie. Later kwam pas het besef dat dit ook duurzamer is. ‘Economisch en ecologisch gaan perfect samen’, zegt Colruyt. De eigen stroomproductie, met in 1999 de eerste windmolen in Halle, kwam er dankzij ingenieurs die enthousiast waren over de windmolens die ze in Nederland hadden gezien. Ze kregen budget om het te proberen.

Nadien kwamen offshorewind, zonnepanelen en waterstof erbij. Bij de retailgroep zijn nu al veertig mensen voltijds bezig met energie. Daarbovenop komen de 60 mensen van Parkwind, het vehikel van de Colruyts voor offshorewind. De winkelketen stak al 150 miljoen euro in Parkwind en ruim 50 miljoen euro in projecten op land, samen 200 miljoen euro.

En via familieholding Korys trokken de Colruyts nog eens 150 miljoen euro uit voor Parkwind en allerlei groenestroombedrijven in landen als Frankrijk en Spanje. Colruyt: ‘Naarmate de ploeg intern sterker werd en er meer knowhow kwam, hebben we er ook meer euro’s achter gezet.’

‘We doen zelf heel wat onderzoek en ontwikkeling, projecten van meer dan een half miljoen euro. We hebben bijvoorbeeld een project met een elektrische truck. Daar zijn we al veel geld aan kwijt. (kijkt naar een medewerker) Een kleine 800.000?’ ‘Een klein miljoen.’ Colruyt: ‘Een klein miljoen? En hij rijdt nóg niet.’

De Colruyts durven dan al eens experimenteren met iets nieuws, de financiële toets is nooit ver af. ‘Je kan technologische dromen proberen te realiseren, maar als het economisch niet haalbaar is, doen we het niet. We willen een bepaald rendement op onze duurzame investeringen halen. En dat lukt, al is het soms zeer nipt en moeten we blijven knokken. De energieprijzen en de steun dalen, dus dat moet gecompenseerd worden door technologische vooruitgang. Onze eerste windmolen leverde stroom voor 500 gezinnen, de jongste voor drie keer zo veel.’

Samen met andere windparkontwikkelaars lag Colruyt in de clinch met de regering over de steun voor offshoreparken, die zo’n miljard euro per stuk kosten. De regering eiste lagere steun na berichten over veel goedkopere steunmechanismes in het buitenland.

‘Buitenlandse partijen kondigen aan dat ze zonder steun windparken bouwen, maar dat zijn staatsbedrijven die gokken dat de energieprijzen flink zullen stijgen tegen de tijd dat de parken moeten worden opgeleverd. Als de gok mislukt, bouwen ze niet en betalen ze een boete. Dat kunnen wij ons niet permitteren.’

Voor zijn offshoreparken denkt Colruyt aan een testproject om waterstof te produceren. ‘Op momenten dat de stroom uit windparken niet gebruikt wordt, zetten we die om naar waterstof, een goede energiebuffer’, vertelt Colruyt. ‘Waterstof biedt mogelijkheden voor transport, want elektrische wagens zijn niet de enige oplossing. Het zou toch mooi zijn als we de kusttram op waterstof kunnen laten rijden?’

Aardgas

‘We geloven in waterstof, maar het publiek heeft er nog schrik van omdat het doet denken aan ontploffingen. Daarom gaan we stap per stap. In onze tankstations hebben we aardgas. Dat is ook nog een fossiele brandstof, maar die stoot veel minder CO2 en amper fijnstof uit. Als mensen gewoon zijn om gas te tanken, ebt de vrees geleidelijk weg. Zo bereiden we ons voor op een toekomst waar waterstof tanken heel normaal wordt. Ondertussen helpen we de luchtkwaliteit al verbeteren.’

‘Voor grote steden als Brussel en Antwerpen met uitstootproblemen is dat een oplossing. We proberen die steden en bedrijven als Bpost te overtuigen om hun wagenpark om te schakelen. Als we die meekrijgen kunnen we al een verschil maken.’

Mensen en steden overtuigen om op aardgas te gaan rijden is meer een taak voor de overheid dan voor een supermarktuitbater. Waarom doet u dat?
Jef Colruyt: ‘We zien het als onze rol om mensen mee te nemen in ons verhaal. Geef mensen met goesting en energie de mogelijkheden om dingen te doen. Er wordt soms te veel gewacht op de politiek, maar die kan niet alles oplossen. Die moet vooral de richting aangeven waar we willen landen.

Het Energiepact laat op zich wachten.
Colruyt: ‘We kunnen het ons niet permitteren om te talmen. Maar ik kan niet inschatten hoe het politieke spel gaat gespeeld worden. Het zou een gemiste kans zijn. Niet kiezen heeft ook een kostprijs.

Kan België naar een CO2-vrije energievoorziening gaan?
Colruyt: ‘Dat lossen we op in één generatie. Met windenergie, zonne-energie en een deel biomassacentrale. Natuurlijk hebben we in een transitieperiode aardgas nodig omdat we niet alles meteen met groene energie kunnen opvangen.’

‘Maar ook het verbruik en de productie moeten slimmer op elkaar afgesteld worden. We zoeken nu naar algoritmes om te bepalen wanneer de batterij van een elektrische auto moet opladen. Over enkele jaren kan je met een vloot van duizenden elektrische wagens heel wat energie stockeren. Dat netwerk is zich stilaan aan het vormen. Met een duidelijk standpunt van de overheid, kan dat netwerk versneld zijn werk doen.

Dan blijft de vraag wat er met kernenergie moet gebeuren.
Colruyt: ‘Moeten enkele centrales nog vijf jaar langer openblijven? Als je het aan mij persoonlijk vraagt: zoveel jaar langer verder betekent zoveel extra kernafval dat je meegeeft aan de achterachterkleinkinderen. Zij gaan wel met de rommel zitten.’

‘Geen enkele studie zegt dat de kernuitstap niet mogelijk is. Ik snap wel dat de petrochemie in Antwerpen bezorgd is over de energiekosten, maar jongens, vertrouw er eens op dat het in orde komt.’

Wouter De Geest, de CEO van BASF Antwerpen, vreest dat de industrie verdwijnt zonder kernenergie.
Colruyt: ‘Ik wil de rekening van BASF niet maken; andere bedrijven moeten zelf beslissen hoe duurzaam ze willen zijn. Wij hebben honderden miljoenen op tafel gelegd voor groene energie. De grote chemie kan dat ook als ze wil. Sommigen zullen dreigen dat ze naar het buitenland gaan. Maar nemen ze dan hun maatschappelijke rol op?’

‘De regering kan beslissen om die bedrijven te compenseren voor hun investeringen in groene energie. Die compensatie moet je afwegen tegenover de jobcreatie. De groene-energiesector creëerde al 16.000 jobs en er zijn nog eens 15.000 op komst. Met Parkwind ontwikkelen we nu een project in Ierland en kijken we naar Vietnam en Taiwan. Windparkbouwers Deme en Jan de Nul brengen ook buitenlandse valuta binnen.’

Vindt u dat andere bedrijven meer inspanning moeten leveren?
Colruyt: ‘Steeds meer ondernemersfamilies willen investeren in groene energie. Er is echt geen probleem met de beschikbaarheid van kapitaal. Het heeft te maken met doorzetten. Er is een coalition of the willing. Internationale bedrijven als IKEA, Amazon, Google en andere databedrijven zeggen allemaal dat ze groene energie willen voor hun datacenters en liefst nog met eigen windmolens. Als zij daar voor kiezen, wat houdt de petrochemische bedrijven dan tegen?’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content