‘Over vijf jaar worden we wakker en denken we: wat een gemiste kans!'

Een snelheidsbeperking van 100 kilometer per uur op de ring van Brussel brengt niet zo veel bij. ©Photo News

Niet alleen de klimaatactivisten en de linkse oppositie reageren ontgoocheld op het Vlaamse klimaatplan. Ook ondernemers en economen luiden de alarmbel.

Joost Callens, de CEO van het Gentse bouwbedrijf Durabrik, was deze week op reis in het zuiden van Engeland. Toen hij er bij het doornemen van de krantenkoppen over het Vlaamse klimaatplan las, verslikte hij zich in zijn thee.

Geen reductie van de CO2-uitstoot met 35 procent zoals vier jaar geleden in Europa afgesproken, maar slechts met 32,6 procent. En in het pakket van 350 redelijk vage maatregelen is geen sprake meer van de verplichte renovatie van verouderde gebouwen, een stokpaardje van de bedrijfsleider die sterk inzet op duurzaamheid in de bouw. ‘Ik ben ontgoocheld door het gebrek aan daadkracht. Ik begrijp echt niet waarom de Vlaamse regering dit doet.’

Symbolisch is de intussen veelbesproken ontmoeting tussen Vlaams minister van Omgeving en Energie Zuhal Demir (N-VA) en Europees commissaris voor Klimaat Frans Timmermans in de coulissen van de klimaatconferentie in Madrid. Demir vertelde hem over het goedgekeurde Vlaamse klimaatplan, Timmermans antwoordde met de aankondiging van de nieuwe Europese ambities: een emissiereductie tot wel 55 procent tegen 2030. Demir reageerde met een korte ‘ah’, verhaalde Timmermans met veel plezier voor de camera’s. Zo zette hij de Vlaamse regering helemaal met de billen bloot.

Bepaalde auto’s zijn in steden niet meer welkom, maar aan energie verslindende oude woningen doet het beleid niets.
Joost Callens
CEO van Durabrik

De zelfverzekerde Europees commissaris staat niet alleen. Ook de linkse oppositie en de klimaatactivisten hebben kritiek op het Vlaamse beleid. Net als ondernemers, onderzoekers en economen, leren onze gesprekken. Van econoom Geert Noels tot captain of industry Thomas Leysen, iedereen waarschuwt voor de kwalijke gevolgen van het Vlaamse laisser-faire. De vrees leeft dat we de boot gaan missen.

‘Wie proactief in duurzaamheid investeert, oogst concurrentievoordeel. De komende decennia zullen honderden miljarden euro’s in de strijd tegen de klimaatverandering worden geïnvesteerd’, zegt Leysen.

Pieterjan Desmet, die als CEO van de houtverwerker Decospan zwaar inzette op eigen zonnepanelen, windmolens en een minder vervuilend wagenpark, houdt zijn hart vast. ‘Ik hoor dat de politici erop rekenen dat innovatie de kloof wel zal dichten. En technologie mag dan snel evolueren, je mag er niet op hopen. Je kan nu al voorspellen hoe het gaat: we zullen nog lager eindigen dan de al minder scherp geformuleerde ambitie, die bovendien minder is dan wat Europa vraagt.’

Desmet pleit voor ambitieuze doelstellingen, een continue monitoring en een driejaarlijkse bijsturing van die doelstellingen op basis van de beschikbare technologie. ‘Geen losse flodders die op een gebrek aan langetermijnvisie wijzen. De regering geeft een fout signaal aan de bevolking.’

Dat vindt ook Jef Colruyt van de gelijknamige supermarktgroep. ‘Er ligt een plan, maar hoe wordt het uitgevoerd? Er moet een dirigent in de orkestbak zitten. Kijk naar windenergie. Ook daar waren de ambities groot, met als resultaat de vele offshore windparken die aan de kust verrijzen. Maar nu laat de Vlaamse overheid belangrijke bevoegdheden overhevelen naar de gemeenten en lokale overheden voor het inplanten van windmolens op het land. Dus uitgerekend naar het niveau waar het vastloopt. Consequent doorzetten is blijkbaar erg moeilijk in dit land.’

Economische lessen

Colruyt verwijst niet voor niets naar windindustrie op zee. Na de oliecrisis van 1973 ontstond een koortsachtige zoektocht naar alternatieve energiebronnen. Denemarken begon al in 1975 met de bouw van de eerste Europese megawattwindturbine. Vlaanderen miste die golf grotendeels, maar ging wel voluit voor windmolenparken op zee door er als een van de eerste regio’s ter wereld een wetgevend kader voor uit te tekenen. Zo ontstond in de jaren 2000 een nieuwe industriële cluster, die met de opgedane knowhow opgang maakte in het buitenland.

Het beste voorbeeld is DEME, dat zich dankzij het progressieve Vlaamse beleid ontpopte van baggeraar tot een belangrijke aanbieders van offshorediensten, van bodemontginning tot het kweken van algen. Ook Colruyt is via Parkwind tot in China toe actief in de sector.

Kleinere bedrijven als de Brusselse IT-dienstenleverancier 3E konden internationaal groeien, bijvoorbeeld met software voor risicoanalyses voor de inplanning van windparken of weermodellen om de opbrengsten in te schatten.

Voor econoom en Econopolis-topman Geert Noels is het duidelijk dat Vlaanderen economisch veel kansen laat liggen door in tegenstelling tot vroeger niet de vlucht vooruit te nemen. ‘Een ambitieuzer klimaatbeleid zou onze economie veel fitter houden. Dat lijkt tegen de intuïtie in te gaan, omdat klimaatmaatregelen veel geld kosten, maar het klopt wel. De economische lessen leren nu eenmaal dat zij die achterlopen bij grote veranderingen daar vroeg of laat de prijs voor betalen.’

De strijd tegen klimaatverandering en groene energie worden de komende tien tot twintig jaar grote nieuwe markten, zegt Noels. ‘Die willen we toch niet kwijtspelen? Kijk naar de Verenigde Staten. De regio’s met de meest ambitieuze klimaatdoelstellingen, zoals Californië, zijn daar economisch ook het best uitgekomen.’

Hadden we het aangedurfd het rekening rijden in te voeren, dan hadden we in Vlaanderen de trend kunnen zetten in die business.
Steven Logghe
projectleider bij Be-Mobile

‘Het is een vergissing’, zegt Leysen, met een sneer naar de politiek, ‘om hier defensief op te reageren en te zeggen dat dergelijke plannen niet haalbaar en niet doenbaar zijn. Als burgers en Europeanen is het sowieso voor de toekomstige generaties van belang en is het terecht dat de EU een leidende rol opneemt. Bovendien schept het ook nog eens economische opportuniteiten. Ik hoop op een Europese consensus, want die is absoluut nodig. En Vlaanderen moet zich daarin inschrijven, en niet de ambitie lossen.’

Belangrijke investeerders, zoals pensioenspaarfondsen, bevestigen het economisch belang van de klimaatinspanningen. In een brief aan de Europese Commissie betuigde een consortium van veertig investeringsfondsen met een totale waarde van 6.000 miljard euro deze week zijn steun voor een emissievrij Europa, ‘ten laatste tegen 2050’.

De Institutional Investors Group on Climate Change, met daarin onder meer Zweedse en Nederlandse pensioenfondsen, baseert zich op cijfers van de Europese Commissie om aan te tonen dat klimaatmaatregelen het Europese bruto binnenlands product jaarlijks met 2 procent kunnen doen groeien, en 2 miljoen jobs kunnen opleveren. De strijd tegen klimaatverandering kan 23.000 miljard euro meerwaarde opleveren, schrijft het consortium in zijn brief.

De Europese Investeringsbank (EIB) kondigde eerder dit jaar aan haar investeringen in fossiele brandstoffen af te bouwen. Zo komt elk jaar 100 miljard euro vrij om in duurzame projecten te investeren. In tien jaar tijd gaat het om een budget van 1.000 miljard euro. De bedoeling is dat aan de Europese Green Deal investeringsfondsen en subsidiestromen worden gekoppeld om de transitie naar een koolstofvrij Europa te faciliteren. Alles wijst erop dat de komende decennia grote geldstromen definitief worden verlegd.

Totaal onvoorbereid

Noels kan zich niet van de indruk ontdoen dat de Vlaamse regering hier totaal onvoorbereid aan is begonnen. ‘Deze discussie komt niet uit de lucht vallen. Vergelijk eens met Nederland, waar ze vijf jaar geleden al op de proppen kwamen met een breed gedragen energie- en klimaatplan. Dat zal het land een competitief voordeel opleveren.

Nederland ging zelfs zo ver grote bouwwerven stil te leggen vanwege de stikstofproblematiek. Dat lijkt drastisch, maar het is opnieuw een stimulans voor die sector om na te denken over emissievrije technieken.’

Ook in Vlaanderen is de bouwsector niet afkerig van strengere milieunormen. Ze betekenen meer renovatie, en dus meer werk. In 2006 besliste de Vlaamse regering over een tijdspanne van 15 jaar steeds striktere energienormen op te leggen, weliswaar alleen voor nieuwbouw. Dat heeft ertoe geleid dat alle nieuwe woningen die in 2021 worden gebouwd amper nog energie verbruiken.

Callens: ‘De doelstelling was zeer ambitieus, maar iedereen wist wat hij kon verwachten. Elke verstrenging betekent dat bouwen duurder werd. En toch heeft de regering toen de moed getoond om de strenge regelgeving in te voeren.’

Meer dan de helft van de Vlaamse huizen is voor 1980 gebouwd. Maar een verplichte renovatie van bestaande woningen durft Vlaanderen niet in te voeren. Dat kan Callens moeilijk begrijpen. ‘Het blijkt politiek lastig om aan het patrimonium te raken. Bepaalde auto’s zijn in steden niet meer welkom, maar aan die energieverslindende oude woningen doet men niets.’

Vlaanderen dreigt dezelfde weg op te gaan als Wallonië, dat veel te lang vasthield aan de staalsector.
Geert Noels
econoom

Dat de Vlaamse regering wel een renteloze lening voorziet voor energiezuinige renovaties, vindt Callens een slag in het water.‘De rente is bijna nul. Wie de middelen heeft, heeft dat al lang laten doen. Waarom is de woningbonus niet omgevormd naar een klimaatbonus, een belastingvermindering maar enkel voor kopers die zich engageren om hun oude woning te renoveren naar hedendaags comfort en energienormen?’

Hij heeft zelf ooit de berekening gemaakt: vier miljoen Vlaamse woningen hebben een renovatie van minstens 50.000 euro nodig om te voldoen aan de huidige energienormen. ‘Dat is 200 miljard die in de economie kan worden gepompt. Dat geeft een enorme boost, en veroorzaakt een golf aan innovatie. Het effect zou fenomenaal zijn, en bovendien zijn we dan niet langer afhankelijk van import van energie uit het buitenland.

‘U hoort, er zit emotie in mijn stem. Maar met een moediger en meer daadkrachtige regering zouden we allemaal een stukje van de rekening kunnen dragen. En niet de factuur doorschuiven naar onze kinderen en kleinkinderen.’

Ook het voornemen om rekeningrijden in te voeren sneuvelde uit vrees voor een verhoging van de kosten voor de gebruiker. Dat is niet alleen een gemiste kans voor de strijd tegen de files en de opwarming van de aarde, maar ook voor de economie, zegt Steven Logghe van de Gentse verkeersspecialist Be-Mobile. ‘Hadden we het aangedurfd het rekeningrijden in te voeren, dan hadden we als Vlaanderen de trend kunnen zetten in die business.’

Dat ziet hij bij vrachtwagens, die wel belast worden via rekeningrijden. ‘In de tolcontracten voor vrachtwagens zijn het nu vaak Duitse bedrijven die het mooie weer maken, gewoonweg omdat Duitsland een pionier op dat vlak was.’ Vlaanderen had plannen om voor de implementatie van het rekeningrijden te werken met gps-technologie en mobiele telefoons. ‘Daarmee konden we bakens verzetten, want de meeste tolsystemen werken op dit moment nog met hardware, tolpoorten of bakjes in de wagens.’

Be-Mobile is in handen van Proximus, zodat de technologie ook voor de telecomspeler opportuniteiten biedt. ‘Uiteindelijk gaat het om big data’, zegt Logghe. ‘In Nederland hebben ze een investeringsplan van 1 miljard euro opgezet rond bereikbaarheid, expliciet bedoeld om de lokale industrie te versterken en om technologie te ontwikkelen voor export. Zo zijn heel wat Nederlandse bedrijven koploper geworden in het intelligent aansturen van verkeerslichten, een systeem dat zowel de doorstroming van het verkeer als de luchtkwaliteit bevordert.’

Vliegtuig op waterstof

Waterstof is nog zo’n innovatief domein waarin Vlaanderen een verschil kan maken. ‘Met onze kennis en expertise behoren we in Vlaanderen tot de wereldtop, zegt Colruyt. ‘Waterstof kan een belangrijke rol spelen in de mix van oplossingen om de CO2-uitstoot in ons land terug te dringen. Maar een duidelijk kader ontbreekt.’

Deze week besliste Colruyt 7,5 miljoen euro uit te trekken om de eerste vrachtwagens van de groep met waterstof uit te rusten. ‘Binnen tien jaar moet het hele wagenpark zijn omgeschakeld. Dat is de ambitie. Ook voor publiek transport zijn er veel mogelijkheden.

Behalve bussen en vrachtwagens kunnen ook treinen, schepen en kleine vliegtuigen op waterstof bewegen. De havens van Antwerpen en Zeebrugge tonen interesse. We kunnen een echte waterstofeconomie op gang trekken. Alle actoren zijn aanwezig: kennisinstellingen en bedrijven. We moeten alleen de vicieuze cirkel doorbreken, en de sprong durven te wagen, weg van fossiele brandstof.’

Ook op het vlak van elektrische auto’s en duurzame energie valt veel geld te verdienen’, zegt Ronnie Belmans, hoofd van het onderzoekscentrum Energyville. ‘Er zouden duizend bloemen kunnen bloeien.’ In Energyville worden onder meer toepassingen ontwikkeld die het mogelijk maken met een bedrijfstankkaart een wagen op eender welke plek op te laden. ‘Daar is veel interesse voor, uit heel Europa.’ Er is ook al technologie die het mogelijk maakt auto’s op te laden op vlak van de agenda van de eigenaar, een algoritme bepaalt de prioriteit. ‘Je hoeft je bij vertrek nooit meer zorgen te maken over de lading van de batterij.’

Belmans verwijst ook naar het bedrijf Niko. ‘Zij installeren hun home control - slimme bediening van licht, verwarming, ventilatie, zonwering - vandaag in Zweden en Noorwegen. Hier kunnen ze niet alle functies aanbieden, omdat je daar een digitale meter voor nodig hebt’, zegt hij.

Zelf put hij optimisme uit de Europese Green Deal. ‘Zonder Europese markt bengelen we binnen vijf jaar aan de staart van het peloton. Het is veel lastiger technologie te ontwikkelen als je niet kan testen en installeren in de eigen markt. Maar we doen voort en het zal wel lukken. Het zou alleen zo veel meer kunnen zijn. Dat vind ik droevig.’

Gerijpte geesten

De Vlaamse regering schermt met het argument dat het klimaatbeleid betaalbaar moet zijn en niemand te veel pijn mag doen. Dat Groen minder dan verwacht scoorde bij de verkiezingen en dat de overwinning van het Vlaams Belang aantoonde dat de Vlaming meer wakker ligt van migratie dan van klimaat, is wellicht niet vreemd aan die redenering.

Is er, behalve bij bedrijfsleiders die in een niche opereren die meteen te winnen heeft bij strengere klimaatregels, wel genoeg steun bij ondernemers voor een ambitieuzer groen beleid? Noels gelooft van wel. ‘Kijk naar al die ondernemers die Sign for my Future hebben onderschreven. Een deel wist misschien niet goed wat erin stond, maar de geesten zijn toch enorm gerijpt op dat vlak. Ondernemers zien ook dat hun klanten en medewerkers mee zijn geëvolueerd.’

Dat zo’n evolutie loont, bewijst Umicore. De industriële mijnreus (vroeger Union Minière) vormde zich om van een van de vervuilendste bedrijven tot een toonbeeld van duurzaamheid én winst. Vandaag heeft Umicore geavanceerde sites voor de recyclage van waardevolle edelmetalen en is het een van de wereldleiders in de productie van katalysatoren, uitstootbeperkende technologie in motoren.

‘Toen we in 2000 de nieuwe strategische visie uittekenden, hebben we lang nagedacht over de toekomst en onderkend welke mogelijkheden het inzetten op duurzaamheid bood. Het was een combinatie van voluntarisme en overtuiging’, zegt voorzitter Thomas Leysen.

Proactief in duurzaamheid investeren levert concurrentievoordeel op, stelt hij. ‘In 2000 had Umicore een marktwaarde van 600 miljoen euro, vandaag is dat 10 miljard. Ondanks een zware erfenis hebben we veel waarde kunnen creëren. Ik zeg niet dat onze evolutie vertaalbaar is naar eender welk bedrijf. Maar alle bedrijven zouden wel moeten nadenken over wat duurzaamheid voor hen betekent. Dat zeg ik al lang. Het is dus spijtig dat de Vlaamse regering haar ambitie terugschroeft. De dynamiek komt uiteindelijk van de industrie, maar de politiek moet niet het foute signaal geven. De juiste regelgeving is belangrijk.’

Wat vindt Leysen van het argument dat bij de bevolking geen draagvlak zou bestaan voor dure klimaatplannen? ‘Er is politieke moed nodig, inderdaad. Voor lastenverhogingen is er nooit spontaan een draagvlak. Daarom moeten ze progressief zijn in de tijd, geprogrammeerd en zichtbaar. Voor wie erdoor in de problemen komt, moeten er compenserende maatregelen komen. Anders krijg je Franse toestanden.’

Leysen zegt dat hij zich over de toekomst van de grote industrie niet zoveel zorgen maakt. ‘Die valt onder de Europese regelgeving. Het zijn de kleine kmo’s die vandaag de boodschap krijgen dat ze zich er niet te veel van aan moeten trekken, dat het zijn tijd wel zal duren. Juist die bedrijven zijn er volgens mij veel te weinig mee bezig. We moeten toch vermijden dat zij over vijf à tien jaar wakker worden en dan pas beseffen waar andere bedrijven mee bezig zijn.’

Noels vreest dat Vlaanderen met dit klimaatplan een momentum mist. ‘Binnen vijf jaar wordt de urgentie nog groter, en zal je op nog meer weerstand botsen om hervormingen door te voeren, omdat ze pijnlijker zullen zijn. Dat is niet alleen een politieke, maar ook een economische misrekening. En dan dreigt Vlaanderen dezelfde weg op te gaan als Wallonië, dat veel te lang vasthield aan de staalsector. En je kan mij niet verwijten een ecologische hardliner zijn, ik spreek hier gewoon als econoom. Als je een beleid voert op basis van conservatisme en behoud, loopt het altijd fout.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud