Advertentie

Raad van State waarschuwt voor stikstofimpact kerncentrales

De levensduurverlenging van de kerncentrale Doel 4 heeft mogelijk een kleine stikstofimpact op waardevolle graslanden op de dijk en het rietmoeras langs de Schelde. ©AFP

In een advies over de levensduurverlenging van de kerncentrale Doel 4 toont de Raad van State zich bezorgd over de juridische risico’s van de stikstofuitstoot, zelfs al is die minimaal. Dat er geen significante effecten zouden zijn op omliggende natuur is volgens hem niet bewezen.

Hoewel de koeltorens van een kerncentrale alleen waterdamp uitstoten, valt niet uit te sluiten dat de levensduurverlenging van de kernreactor Doel 4 een negatieve impact heeft op de omliggende natuur. Tot die opmerkelijke vaststelling komt de Raad van State in een recent advies over de aanpassing van de wet op de kernuitstap uit 2003. Die wetswijziging moet het mogelijk maken de reactoren Doel 4 en Tihange 3 tien jaar langer open te houden, om na 2025 de stroombevoorrading te garanderen.

Onder andere de stoomketels en dieselgeneratoren van de centrales, die dienen als back-up, kunnen een beperkte extra uitstoot van stikstofoxiden en ammoniak veroorzaken. Die heeft mogelijk een negatief effect op de omringende natuur.

De koeltorens van een kerncentrale stoten alleen waterdamp uit, maar uit de dieselgeneratoren komt wel stikstofoxide.

De Raad van State betwijfelt in zijn advies, dat dateert van 11 januari, of voldoende is aangetoond dat er geen betekenisvol effect is op de habitatgebieden rond Doel. Het adviseert de milieueffectenbeoordeling, die gebeurde naar aanleiding van de wetswijziging, ‘concreter te onderbouwen’. Het wetsontwerp van de regering wordt volgende dinsdag behandeld in de Kamercommissie Energie.

Schorren en rietmoeras

De deskundigen die de overheid aanstelde voor de milieueffectenbeoordeling noemden de stikstofeffecten van de kerncentrales ‘verwaarloosbaar’. Ze benadrukten net de positieve impact, want zonder kerncentrales zijn bijkomende gascentrales nodig, wat een veel grotere stikstofuitstoot tot gevolg zou hebben. Door de sluiting van de andere drie reactoren in Doel daalt de totale uitstoot van de site bovendien.

Volgens de milieubeoordeling bedraagt de maximale stikstofimpact op de schorren naast de kerncentrale amper 0,07 kilogram per hectare per jaar, 0,32 procent van wat het gebied aan stikstof kan verwerken (de kritische depositiewaarde of kdw). Voor de waardevolle graslanden op de dijk en het rietmoeras langs de Schelde bedraagt de stikstofimpact respectievelijk 0,25 en 0,35 procent. Omdat de impact telkens ruim onder de drempel van 1 procent blijft van wat de natuur kan verdragen, is geen sprake van een ‘merkbaar negatief effect’, klinkt het.

De Raad van State zei niet dat er een probleem was, gewoon dat de motivatie wat mager was in de tekst.

Kabinet minister van Energie Tinne Van der Straeten

De Raad van State stelt zich vragen bij die argumentatie. Ze volgt de logica van de ministeriële instructie van Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) van mei 2021. Daarin werd elke impact van minder dan 1 procent als niet-betekenisvol bestempeld. In dat geval werden bedrijven vrijgesteld van een intensief onderzoek dat de impact op de natuur in kaart brengt. In het arrest waarmee de Raad voor Vergunningsbetwistingen de vergunning van de Ineos-ethaankraker in Antwerpen vernietigde, werd die redenering onderuitgehaald.

De Raad van State stelt zich daarom de vraag ‘met welke zekere en objectieve wetenschappelijke vaststellingen de conclusie wordt bereikt’ dat de levensduurverlenging geen betekenisvol effect op de omliggende natuur heeft. Hij vindt dat rekening gehouden moet worden met de precieze impact op de betrokken habitatgebieden en niet - zoals nu het geval is - ‘te steunen op de drempelwaarde van 1 procent van de kritische depositiewaarde’.

'Effectenrapport is verduidelijkt'

De uitbater van de kerncentrales Engie verwijst voor een reactie door naar de overheid, die de leiding had bij de opmaak van het milieueffectenrapport. Minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen) maakt zich niet al te veel zorgen. ‘De Raad van State zei niet dat er een probleem was, gewoon dat de motivatie wat mager was in de tekst’, klinkt het op haar kabinet. ‘Na het advies werd in bijkomende uitleg voorzien in de memorie van toelichting en werd de gemotiveerde conclusie verder uitgewerkt.’

De stikstofuitstoot van het project en een mogelijk gebrekkig milieuonderzoek kunnen er in het slechtste geval toe leiden dat de wet op de kernuitstap en de levensduurverlenging worden vernietigd. Dat kan financiële repercussies hebben.

Toch kan de stikstofuitstoot van het project en een mogelijk gebrekkig milieuonderzoek er in het slechtste geval toe leiden dat de wet op de kernuitstap en de levensduurverlenging worden vernietigd. Dat kan financiële repercussies hebben, waarschuwt de Raad van State. De overheid heeft zich immers geëngageerd om in dat geval een schadevergoeding te betalen aan Engie en minderheidsaandeelhouder Luminus.

Ineos-arrest

Eerder werden al gelijkaardige vergunningen met een lage stikstofimpact vernietigd, zoals die van Ineos of van de bedrijvenzone Broeklin, omdat de milieueffecten niet voldoende waren onderzocht. Sindsdien keurde het Vlaams Parlement wel een nieuw stikstofdecreet goed. Daarin verankerde het dat bedrijven met een impactscore van minder dan 1 procent zijn vrijgesteld van een gedetailleerd milieuonderzoek. Daarmee ging de politiek in tegen de Raad van State, die er in twee kritische adviezen op had gewezen dat zo’n vrijstelling de Europese regels schendt.

De lakmoesproef voor het decreet, en de vele vergunningen die er tegen dan op gebaseerd zullen zijn, volgt wellicht volgend jaar bij het Grondwettelijk Hof. Ook de nucleaire verlenging kan dan op de helling komen als de drempel van 1 procent toch niet overeind blijft.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.