Saoedi’s worden klant en investeerder bij Antwerpse energiescale-up Qpinch

Wouter Ducheyne (l.) en Christian Heeren van Qpinch.

De Antwerpse scale-up Qpinch heeft met zijn technologie voor warmterecuperatie Sabic, de petrochemiepoot van de Saoedische oliereus Aramco, kunnen overtuigen om klant en investeerder te worden. De ondernemers plannen een kapitaalronde van 15 tot 20 miljoen euro.

We staan met Christian Heeren (46) en Wouter Ducheyne (46) op het hoogste plateau van een 16 meter hoge stalen toren in een oude logistieke site aan de rand van de Antwerpse haven. ‘Zie je die witte pluimen in de verte?’, vraagt Heeren terwijl hij naar de koeltorens van de Antwerpse chemiebedrijven en raffinaderijen wijst. ‘Allemaal waterdamp die de lucht wordt ingeblazen en waar niemand iets aan heeft. Een gigantisch verlies aan energie.’  

Het was een bedenking die Ducheyne, een burgerlijk ingenieur chemie die een carrière van 17 jaar bij BASF vaarwel zei, en Heeren, een jurist die bij de voedingsreus Cargill businessdeveloper was, zich in 2011 maakten tijdens een fietstocht in Frankrijk. Zou het niet fantastisch zijn de restwarmte van al die grote chemische installaties om te zetten in herbruikbare warmte om zo energie te besparen en CO2-uitstoot te reduceren? En dus ontwikkelde Ducheyne in samenwerking met Chris Stevens, professor groene chemie aan de UGent, een chemisch procedé met fosforzuur om de restwarmte van chemiesites te recupereren door middel van een nieuw soort warmtepomptechnologie (zie inzet).

100 miljoen
energiebesparing en CO2-reductie
De totale potentiële winst in de Vlaamse petrochemie door de technologie van Qpinch zou volgens de ondernemers meer dan 100 miljoen euro per jaar bedragen.

Dat geesteskind heet Qpinch en de toren vormt het platform waar het Antwerpse bedrijf momenteel een installatie van 2 megawatt voor Sabic bouwt. Dat is het Saoedische petrochemisch staatsbedrijf waarvoor het eveneens Saoedische, beursgenoteerde Aramco, de grootste olieproducent  ter wereld, in maart vorig jaar 69 miljard dollar neertelde (voor een belang van 70 procent). Totale prijskaartje van de installatie: 4 miljoen euro, betaald door Sabic. Draait de warmtetransformator zoals verwacht, dan wordt hij mogelijk de eerste in een lange reeks.

Maar er is meer: Sabic Ventures, het risicokapitaalfonds van de chemiegroep, nam ook een belang van 3 miljoen euro in Qpinch. De meerderheid van de aandelen is nog altijd in handen van de twee stichters. Daarnaast zitten ook de fintechpionier Jurgen Ingels,  Achiel Ossaer (een voormalig topman van Johson&Johnson), Chris Lebeer (ex-CEO Banksys) in het kapitaal. In totaal haalde het Antwerpse bedrijf al 7,5 miljoen euro op.

Japanse multinational

Nadat ze de onderliggende technologie verfijnd hadden, bouwden de twee ondernemers drie jaar geleden een kleine testinstallatie van 50 kilowatt, die nog altijd dienstdoet als demonstratie- en opleidingsmodel. Daarmee konden ze het Oostenrijkse chemiebedrijf Borealis overtuigen om klant te worden, waarna de bouw van een installatie van 1,5 megawatt begon. ‘Die installatie wordt eind dit jaar in gebruik genomen. Het is de eerste die zal werken in de reële omgeving van een chemiebedrijf. Het wordt spannend, maar ik ben er vrij gerust in dat het zal werken’, zegt Ducheyne.

Qpinch kon ook de interesse wekken van Kuraray, een Japanse chemiemultinational, die ook een installatie bestelde. De installatie die Qpinch vandaag bouwt voor Sabic is het grootste model.

Green Deal

‘Veel chemiebedrijven - zeker Europese - voelen de enorme druk van de almaar strengere regelgeving om hun energieverbruik en CO2-uitstoot te verlagen’, zegt Heeren. ‘Denk aan de Green Deal die Europa vorige week voorstelde, om tegen 2030 de CO2-uitstoot met 55 procent te verlagen.’

Voor heel de Antwerpse chemiehub zou met de technologie jaarlijks ongeveer 500 megawatt energie bespaard kunnen worden. Dat is evenveel als de kleinste reactor van Doel opwekt, zeggen de ondernemers. ‘Dat komt overeen met 1 miljoen ton minder CO2-uitstoot. Een petrochemisch bedrijf bespaart met onze technologie dus dubbel: niet alleen 10 procent of meer op zijn gasfactuur, maar ook op zijn CO2-factuur. Elke ton uitgestoten CO2 kost om en bij 25 euro. Elke megawatt met gas opgewekte energie resulteert in ongeveer 2.000 ton CO2. De totale potentiële winst - CO2-vermindering en energiebesparing samen - in de Vlaamse petrochemie zou meer dan 100 miljoen euro per jaar bedragen.' Volgens het duo betaalt een installatie zichzelf zo op vier jaar terug.

Copycat?

Maar wat als een grote jongen in de sector met diepe zakken plots een batterij ingenieurs de technologie van Qpinch laat nabouwen, wetende dat een scale-up toch niet de juridische kracht heeft om een rechtszaak aan te spannen? ‘Energiebeheer behoort niet tot de kernactiviteit van een chemiebedrijf’, zegt Ducheyne. ‘En voor de grote energiespelers zou zoiets onvermijdelijk leiden tot gigantische reputatieschade. Uit China blijven we voorlopig weg. Bovendien zit onze technologie niet alleen vervat in onze patenten maar ook bij onze mensen en in een beveiligd datasysteem.’

Hoe werkt de technologie van Qpinch?

De meeste chemische installaties van grote petrochemische spelers als Sabic, Kuraray, Borealis BASF, Covestro, Total, BP Borealis maken doorgaans gebruik van stoom van tussen de 150 en 250 graden Celsius. Na het productieproces blijft er restwarmte - 150 graden of minder - die door andere technologieën kan worden opgewaardeerd.

De innovatie van Qpinch is dat het voor die opwaardering een chemisch proces op basis van fosforzuur gebruikt in plaats van bijvoorbeeld mechanische compressie zoals bij klassieke warmtepompen. Daardoor kan het grote temperatuursprongen maken. Het hele proces vergt alleen een verwaarloosbare input van elektriciteit.

De installatie kost 1 tot 2 miljoen euro voor een model, afhankelijk van de grootte, en de jaarlijkse onderhoudskosten zijn marginaal. De technologie kan het energieverbruik van grote industriële bedrijven en dus ook de CO2-uitstoot met 10 procent en meer verlagen, zegt Qpinch.

Dit jaar draait Qpinch 5 miljoen euro omzet, een vervijfvoudiging tegenover vorig jaar. Die is grotendeels afkomstig van de deal met Borealis. Maar het bedrijf stapelt de verliezen op door de hoge ontwikkelingskosten. ‘We hopen de komende jaren op vier manieren geld te verdienen’, zegt Heeren. ‘Door ontwerpstudies te leveren en met de verkoop van zeer gespecialiseerde onderdelen. We hopen ook op een percentage op de gerealiseerde kostenbesparingen en op geld uit onderhoudscontracten.’

Wereldwijd bedraagt de potentiële verhoging van de energie-efficiëntie met Qpinch-technologie volgens de ondernemers 100 gigawatt. ‘Chemische bedrijven stellen heel hoge eisen naar kwaliteit, bedrijfszekerheid en veiligheid', zegt Ducheyne. 'Dat onze technologie werkt, hebben we intussen wel bewezen en innovatie wordt bij alle drie onze klanten nauwlettend gevolgd in hun hoofdkwartieren in Riad, Wenen en Tokio. Maar we moeten kunnen aantonen dat we kunnen opschalen, met een sterke organisatie waar onze klanten blind op kunnen rekenen.’

Daarom is het bedrijf op zoek naar 15 tot 20 miljoen euro vers kapitaal. ‘We kijken naar industriële investeerders, waarmee we tegelijk ook als partner kunnen samenwerken. Met het geld willen we ons team, dat vandaag 20 mensen telt, versterken, onze innovatievoorsprong verder uitbouwen, samenwerking uitbouwen, en specifieke onderdelen in voorraad nemen om snel te kunnen produceren.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud