Wat blijft straks over van de klimaatambities?

©REUTERS

De klimaattop in Madrid, het Vlaamse klimaatplan en de Europese Green Deal waren goed voor een week van grote verklaringen en een opbod van intenties. Maar wat leveren al die beloftes en plannen in de praktijk op? ‘Je kan doelen blijven aanscherpen, terwijl de vorige nog niet eens gehaald zijn.’

Als we de nieuwe voorzitster van de Europese Commissie Ursula von der Leyen mogen geloven, beleefde Europa deze week zijn ‘man-op-de maanmoment’. Alsof Neil Armstrong weer het trapje van de Apollo 11 afdaalde, zo groots ziet von der Leyen haar plan om van Europa tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent te maken.

De Green Deal die ze deze week presenteerde, zet de krijtlijnen uit van wat tegen maart 2020 een bindende klimaatwet moet worden die de doelstellingen voor de Europese lidstaten nog verder aanscherpt. De huidige afspraak is om tegen 2030 de CO2-uitstoot in Europa met 40 procent te verminderen, maar dat doel wil Von der Leyen nog optrekken tot 50, mogelijk zelfs 55 procent.

De torenhoge Europese ambities zijn tekenend voor een week waarin het klimaat de politieke agenda domineerde en waarin de grote verklaringen elkaar in sneltempo opvolgden. Vlaams minister van Energie Zuhal Demir (N-VA) vertrok maandag naar de VN-klimaattop in Madrid met op de valreep een akkoord over een Vlaams klimaatplan dat ze zelf ‘ambitieus, haalbaar en betaalbaar’ noemde.

De Europese regels bevatten onvoldoende sancties om de lidstaten werkelijk af te schrikken.
Kurt Deketelaere
Hoogleraar klimaatrecht KU Leuven

Charles Michel (MR) pakte donderdagnacht na zijn eerste top als voorzitter van de Europese Raad uit met een ‘akkoord onder de lidstaten om tegen 2050 naar klimaatneutraliteit te gaan’. Maar van eensgezindheid was geen sprake, want Polen weigert de doelstelling te onderschrijven. Europees Parlementslid Johan Van Overtveldt (N-VA) noemde op zijn beurt de klimaatplannen van de Europese Commissie ‘luchtkastelen die financieel niet onderbouwd zijn’.

Fossiele brandstoffen

De diagnose is allang duidelijk. De aarde warmt op door de broeikasgassen die de mens in de atmosfeer blaast. De CO2 die vrijkomt door het gebruik van fossiele brandstoffen legt een steeds dikkere isolerende laag rond de aardbol. Als we die gevaarlijke trend niet keren, blijft de temperatuur stijgen en dreigt het leven op aarde drastisch verstoord te worden.

Maar een oplossing is veel minder evident. Al sinds 1990 onderhandelen de landen van de Verenigde Naties over hoe ze de uitstoot van broeikasgassen kunnen terugdringen. Dat resulteerde in een reeks klimaatakkoorden,waaronder die van Kyoto (1997) en Parijs (2015), waarop telkens strengere doelstellingen werden afgesproken. Europa vertaalde die doelstellingen in targets die elke Europese lidstaat moet halen.

Lappendeken

‘De verschillende klimaatdoelstellingen zijn een lappendeken van zaken die al dan niet rechtstreeks bindend zijn op Europees niveau of op het niveau van de lidstaten’, zegt Kurt Deketelaere, professor milieu-, energie- en klimaatrecht aan de KU Leuven.

‘Het probleem is dat de Europese regels onvoldoende sancties bevatten om de maatregelen ook te kunnen afdwingen en de lidstaten werkelijk af te schrikken. Dat bleek ook uit een recent rapport van het Europees Milieuagentschap. We stoppen dan ook beter met nog nieuwe regelgeving te produceren. Laat ons eerst het nodige doen opdat de bestaande regels effectief worden toegepast, nageleefd en afgedwongen.’

Nu al is duidelijk dat België zijn klimaatdoelen voor eind 2020 niet zal halen. De Vlaamse adviesraad SERV becijferde dat voor Vlaanderen alleen al de factuur voor de gemiste doelen kan oplopen tot meer dan 433 miljoen euro door boetes en de aankoop van CO2-compensaties.

Dat België voor 2020 niet op schema zit, maakt ook dat het nog moeilijker wordt tegen 2030 de achterstand weg te werken. Tegen dan moeten Vlaanderen, Wallonië en Brussel samen de uitstoot met 35 procent hebben teruggedrongen tegenover het referentiejaar 2005.

De Vlaamse regering acht die doelstelling al niet meer haalbaar. Hoewel minister-president Jan Jambon (N-VA) zegt dat het gat met nieuwe technologie nog wel gedicht zal worden, staan in het Vlaamse klimaatplan maar maatregelen om tot een reductie van 32,6 procent te komen.

Bovendien is er zeer veel scepsis of het plan volstaat om daar te geraken. De Inspectie van Financiën waarschuwde dat een ruim voorbehoud moet worden gemaakt bij de haalbaarheid van sommige maatregelen en dat niet het nodige geld is opzijgezet voor de uitvoering van het klimaatplan.

Rijkrekenen

Naar eigen zeggen verlaagde de Vlaamse regering de lat omdat er te veel lucht zat in een eerder ontwerpplan dat nog door de vorige regering-Bourgeois was opgesteld. In werkelijkheid rekent de Vlaamse regering zich opnieuw rijk. Zo gaan Jambon en co. ervan uit dat de Vlaming tegen 2030 7,6 miljard kilometer minder met de wagen zal rijden, maar zijn er amper maatregelen om die radicale trendbreuk te verwezenlijken. In het oorspronkelijke plan moest de invoering van een kilometerheffing nog tot een daling van het autoverkeer met 12 procent leiden. Nu is er geen sprake meer van een kilometerheffing, maar moeten extra investeringen in fietspaden, ‘bottom-up initiatieven’ en sensibilisering goed zijn voor een daling met 15 procent.

Nationaal klimaatplan

Doordat Vlaanderen zijn klimaatambities verlaagt, dreigt het kantje boordje te worden of België tegen 2030 zijn doelstellingen haalt (zie inzet). Eind deze maand moet ons land aan Europa een nationaal klimaatplan voorleggen dat toch minstens op papier een daling van 35 procent realiseert. Maar die plannen dreigen al achterhaald te zijn nog voor ze zijn ingediend. Als de Europese Commissie bij de lidstaten steun vindt om de nationale doelen tegen 2030 nog aan te scherpen, moeten ook in België extra ingrijpende maatregelen worden genomen.

Wallonië goochelt met klimaatcijfers

Met dank aan een ambitieus Waals klimaatplan leek het maandag nog dat België vlot de CO2-reductie van 35 procent zou halen die Europa tegen 2030 vraagt. Dat Vlaanderen met een doel van 32,6 procent onder de lat gaat, zou worden gecompenseerd door Brussel en Wallonië die voor respectievelijk 40 en 55 procent minder uitstoot gaan.

Maar de Waalse regering creëerde verwarring door verschillende klimaatdoelen op een hoop te gooien. De 55 procent die Wallonië aankondigde is de totale uitstootreductie sinds 1990 voor zowel de Waalse beleidsdomeinen (landbouw, gebouwen, transport, kleine industrie en afval) als de uitstootreductie van de industrie- en energiesector. Die laatste worden met Europees geld geregeld en tellen niet mee voor de nationale klimaatdoelen.

Voor de eigen domeinen komt Wallonië slechts aan een CO2-reductie van 36 in plaats van 55 procent. Het is daardoor niet langer zeker of het Belgische klimaatplan het doel van 35 procent haalt. De bevoegde ministers stemmen woensdag de violen. Het zou kantje boordje worden of de verschillende plannen samen volstaan.

‘Sommigen denken dat de aanscherping van de doelen tegengehouden zal worden door landen als Tsjechië, Hongarije en Polen, die nu dwars liggen’, zegt Tomas Wyns, onderzoeker klimaat- en industriebeleid aan de VUB. ‘Maar Europa heeft geen unanimiteit nodig en kan milieu- en energierichtlijnen aanscherpen met een gekwalificeerde meerderheid. Een overgrote meerderheid van de lidstaten is gewonnen voor de klimaatneutraliteit. De kans is dus reëel dat de doelstellingen voor de komende tien jaar nog worden opgetrokken.’

Volgens Deketelaere is dat geen goede zaak. ‘Voor de lidstaten is het natuurlijk lastig als de EU continu haar doelstellingen blijft aanpassen’, zegt de klimaatjurist. ‘Na twee jaar werk moeten alle 28 lidstaten eind dit jaar hun klimaat- en energieplan indienen. Ze geven daarin aan hoe ze tegen 2030 aan de 40 procentdoelstelling van de EU zullen bijdragen, maar ondertussen kondigt de Europese Commissie aan haar targets nog eens aan te scherpen tot 50 of 55 procent. Dat is geen goed bestuur en neigt naar cijferfetisjisme. Je kan bezig blijven met nieuwe targets en maatregelen op te stellen, terwijl de vorige targets nog niet eens gehaald zijn.’

De klimaatdoelen van Europa zijn niet vrijblijvend. Landen die niet voldoende bijdragen, riskeren boetes en dwangsommen. Door de nationale doelen nog aan te scherpen wil de Europese Commissie een onontkoombare dynamiek op gang brengen naar een koolstofarme economie.

Worstenfabriek

Volgens Wyns zijn we daarmee een keerpunt aan het bereiken. ‘De wetgeving komt tot stand zoals in een worstenfabriek. Je wilt niet weten hoe het er achter de schermen aan toegaat’, zegt hij. ‘Er zullen afwegingen worden gemaakt. Sommige zaken die nu gepresenteerd worden, zullen niet lukken, maar in grote lijnen zijn alle ingrediënten aanwezig en zie je dat zowel in de industrie als in het beleid de transitie is ingezet. Windenergie op zee neemt toe, elektrische wagens breken door, de chemie stapt over op hernieuwbare energie en in de industrie worden belangrijke doorbraaktechnologieën getest.’

Man-op-maanmoment

Was de aankondiging van de Green Deal deze week dan echt het grote man-op-de maanmoment van Europa? Wyns vergelijkt het liever met de moonshot-speech van de Amerikaanse president John Kennedy in 1962. ‘Amerika stond toen technologisch nog nergens op het vlak van de bemande ruimtevaart’, zegt de wetenschapper. ‘Vergeleken daarmee staan we nu technologisch verder. We weten welke technologie we nodig hebben om de economie te decarboniseren. Maar de uitdaging ten opzichte van de maanlanding is veel groter. Om klimaatneutraal te worden hebben we vijf of zes moonshots nodig in verschillende sectoren. Wat de Europese Commissie nu doet, is aankondigen dat ze daar vol voor wil gaan.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud