Stikstofhotspot Ravels: 'Boeren durven hier geen vergunning meer aan te vragen'

©Gert Jochems

‘Chicken Valley’ wordt de schrale streek in de Noorderkempen genoemd, en Ravels is er de ongekroonde hoofdstad van. Er is geen plek in Vlaanderen waar milieu en landbouw harder met elkaar in botsing komen. ‘En toch is een gulden middenweg mogelijk.’

Donderdagochtend, 9 uur. Er hangt een dikke mistbank over de Kempische grensgemeente Ravels. Het plein bij de kerk ligt er stil en verlaten bij. Er is weinig verkeer. Op de landelijke wegen rond het dorpscentrum valt amper een levende ziel te bespeuren. Niets doet vermoeden dat hier, op een boogscheut van de Nederlandse grens, een van de grootste agrarische clusters van Vlaanderen is gelegen.​

De jongste jaren is die activiteit er niet minder op geworden. Sinds 2012 is het aantal varkens er met ruim 5 procent toegenomen, het aantal koeien en kalveren met 7 procent en de hoeveelheid legkippen en slachtkuikens met 48 procent. Niet voor niets wordt de regio ‘Chicken Valley’ genoemd, en Ravels is er de ongekroonde hoofdstad van.

‘Landbouw is hier nog écht welkom’, zegt Walter Luyten (65), de burgemeester van Ravels en de sterke man van de lokale CD&V, die er al generaties lang de absolute meerderheid heeft. Hij ontkent dat de sector overspoeld wordt door industriële mastodontspelers en megastallen. ‘Er zijn hier 242 bedrijven actief in de landbouw. Die zijn voor 90 procent familiaal. Hier is amper sprake van grootschaligheid.’

Sinds de Raad voor Vergunningsbetwistingen vorige week besliste dat een kippenboerderij in het Limburgse Kortessem door een te hoge stikstofuitstoot niet mag uitbreiden, staat het hele Vlaamse beleid daarover op losse schroeven. De paniek in de sector is groot. Elke veehouder vraagt zich nu af of zijn bedrijf nog een toekomst heeft.

12%
Door het eiwitgehalte van het voeder van vleesrunderen van 14 naar 12 procent te doen zakken, kan de stikstofuitstoot met 40 procent dalen.

‘Boeren moeten de kans krijgen om te groeien en de zekerheid om te blijven’, vindt Luyten. ‘Ook voor de komende generaties. De sector is van vitaal belang voor onze gemeentelijke financiën. Op open ruimte verdien ik geen cent. Wat niet wil zeggen dat ik die open ruimte niet belangrijk vind. Je moet een gezond evenwicht bewaren.’

En daar zit Ravels met een probleem. De unieke lappendeken van kwetsbare bospercelen, schraal grasland, drassige vennen en droge heide die de agrarische gemeente in het noordoosten van de provincie Antwerpen omringt, is door intensieve veeteelt danig uit balans geraakt. Ammoniak (NH3) is de grote boosdoener, een verbinding van stikstof en waterstof die vooral via de mest van kippen en vee vrijkomt en in de onmiddellijke omgeving neerslaat.

Stikstof bevordert de groei van planten. Vandaar dat boeren het al decennia via kunstmest over hun velden verspreiden. Maar te veel stikstof is schadelijk voor het milieu. Planten die van rijke bodems houden, krijgen een duwtje in de rug en verdringen zeldzamere soorten, zodat de biodiversiteit, niet alleen van planten, maar ook van insecten en vogels die van die planten afhankelijk zijn, sterk achteruitgaat.

Ravels geldt al jaren als een van de hotspots voor stikstofuitstoot in België. Uit cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij blijkt dat in heel Vlaanderen per hectare gemiddeld 23,8 kilogram stikstof uit de lucht valt. De in de gemeente geregistreerde neerslag is bijna dubbel zo hoog: tot 40 kilo per hectare. En dat terwijl wetenschappers de limiet van 16,1 kilogram als kritische grenswaarde hanteren.

Algengroei

‘Hier vlakbij ligt het natuurreservaat Kijkverdriet’, zegt Richard Vergaelen van Natuurpunt. ‘Dat is een moerassige slenk van 27 hectare waar unieke planten voorkomen zoals orchideeën en gentiaan. Je kan er ook de waterdraak vinden, een zeldzame salamander met een kam op zijn rug. De neerslag van stikstof veroorzaakt echter steeds meer algengroei in de vennen en verzuring van de bodem. Wormpjes en insecten verdwijnen daardoor uit de schrale grond, wat voor weidevogels zoals de kievit, de wulp en de grutto een regelrechte ramp is. Hun populatie gaat dan ook pijlsnel achteruit.’

‘Eigenlijk doet de gemeente niets om daartegen een dam op te werpen’, zegt zijn collega Ward Steel. ‘Bijna elke vergunning die hier door een boer wordt aangevraagd, krijgt een gunstig advies. En dat blijft zo maar doorgaan.’

©Gert Jochems

In een poging de ongebreidelde neerslag van stikstof in gemeentes zoals Ravels een halt toe te roepen, voerde Joke Schauvliege (CD&V) in 2014 als bevoegde minister een regeling met rode, oranje en groene kaarten in. Zo’n 164 landbouwbedrijven in Ravels kregen de ‘code groen’. Voor hen was er niks aan de hand. 30 bedrijven kregen ‘code oranje’. Zij kunnen alleen een nieuwe milieuvergunning krijgen als ze hun stikstofuitstoot fors terugdringen, wat extra investeringen met zich meebrengt. Zowat 40 bedrijven kregen een rode enveloppe in de bus, wat erop neerkomt dat ze geen nieuwe vergunning meer kunnen krijgen.

Een van die slachtoffers is het kippenbedrijf van Tom Van Bijsterveldt. Hij belandde op de rode lijst omdat zijn kwekerij vlak bij een oud militair domein ligt, dat erkend is als waardevol natuurgebied. Volgens de Vlaamse overheid veroorzaken zijn boerenactiviteiten een stikstofneerslag die op zijn eentje meer dan de helft bedraagt van wat het natuurgebied aankan.

90 procent van onze landbouwbedrijven is familiaal. Hier is amper sprake van grootschaligheid.
Walter Luyten
Burgemeester Ravels

‘Het was een donderslag bij heldere hemel’, zegt de 57-jarige kippenkweker die 33 jaar geleden van Nederland naar België verhuisde. ‘In 2011 vroeg ik een nieuwe vergunning aan om naast mijn eigen bedrijf een nieuwe pluimveeboerderij voor mijn zoon Rens te bouwen. Ik kreeg daarvoor groen licht van de Vlaamse overheid en investeerde zowat 2,5 miljoen euro.’

Dat hij nu verplicht is beide bedrijven te stoppen zodra hun vergunningen zijn afgelopen, noemt hij een financieel drama. ‘Over tien jaar is het al zover voor mij. Dan ben ik 66 en is mijn zoon net geen 30. Het is een streep door zijn en mijn toekomst. De lening bij de bank zal nog niet eens afbetaald zijn.’

Van Bijsterveldt weigerde zich daarbij neer te leggen. Hij zocht en vond een oud varkensbedrijf in het naburige Poppel, een deelgemeente van Ravels, dat hij kon overnemen en ombouwen tot pluimveebedrijf. Hij diende daarvoor een aanvraag in die werd goedgekeurd. Maar dat was buiten de provincie Noord-Brabant gerekend. Uit vrees voor stikstofneerslag net over de Nederlandse grens ging die in beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen en die trok eind 2019 de omgevingsvergunning in.

De Nederbelg zit daarover in zak en as. ‘Mijn kippenkwekerij in Poppel is slechts enkele maanden open geweest. Ik had er 84.000 vleeskuikens. Maar nu is de deur dicht en zijn de stallen leeg. Het was een van de milieuvriendelijkste pluimveebedrijven wat betreft de uitstoot van stikstof. Het is onbegrijpelijk.’

In het arrest stond te lezen dat Vlaanderen ‘een grotere zorgvuldigheid’ aan de dag had moeten leggen omdat het Nederlandse Natura 2000-gebied vlakbij ligt. Volgens de Raad beperkte Vlaanderen zich ‘tot de algemene stelling dat er geen impact verwacht wordt’ en legde het ‘op een onzorgvuldige en onredelijke wijze de inhoudelijke argumentatie van de verzoekende partij naast zich neer’.

Voorbode

De uitspraak doet denken aan het arrest in het Limburgse Kortessem vorige week. Daar besliste de Raad ook dat een kippenkwekerij niet mag uitbreiden, omdat onvoldoende is aangetoond dat de stikstofuitstoot beperkt blijft. ‘Eigenlijk was de zaak in Ravels een voorbode voor wat nog komen moest’, zegt Fried Van Opstal, die als milieuexpert het kippenbedrijf van Van Bijsterveldt adviseert. ‘Alles staat nu op losse schroeven. Bewijs maar eens dat er geen schadelijkheid is. Toon maar aan dat het effect nul is.’

Hij en Van Bijsterveldt hebben het sterke gevoel dat het de Nederlandse overheid niet te doen is om wat hier in Ravels gebeurt. ‘Het gaat om meer dan dat’, zegt Van Opstal. ‘Ze wil die zaak gebruiken als opstapje naar grotere dossiers. Ik hoef u niet te vertellen dat de belangen in de Antwerpse haven veel groter zijn. Daar ligt Indaver dat afval verbrandt met een stikstofuitstoot die even groot is als die van 5,2 miljoen slachtkippen. En dat op amper enkele honderden meters van Habitat-gebied en de Nederlandse grens.’

Waarom komt er geen soort emissiehandel in stikstof, waarmee we onze uitstoot met 20 tot 40 procent kunnen beperken?
Tom Van Bijsterveldt
Kippenkweker

Voor de Nederlandse kippenboer is het genoeg geweest. ‘Als er geen vergunning in Poppel komt, ben ik eraan. Dan stop ik er meteen mee. Ik heb mijn Nederlands paspoort altijd gehouden, maar dat hoef ik niet meer. Ik word Vlaming, met of zonder kippen.’

Hij schenkt een koffie in en wijst vanuit het keukenraam naar zijn domein van 8 hectaren. Alles ligt er kraaknet bij. Het gras ziet eruit alsof het vers gemaaid is. De stallen zijn perfect onderhouden. Zelfs de bomen aan de bosrand hebben het uitzicht van een strak afgelijnd stadspark. ‘Ik run de pluimveekwekerij met mijn vrouw, zoon, dochter en één werknemer. We zijn een gezinsbedrijf. Van industriële megastallen is hier geen sprake. Daarvoor moet je in Oekraïne zijn. Daar zijn bedrijven actief met meer dan 700.000 kippen. Daarmee vergeleken zijn we keuterboeren. En de effecten op de natuur zijn er navenant.’

©Gert Jochems

Een landbouwer wil zekerheid, benadrukt hij, net zoals een ondernemer. ‘We zijn geen boertjes van vroeger meer, met twee konijnen en een schaap. De tijden zijn veranderd. In de jaren 70 is in Brussel betoogd tegen de landbouwhervormingen van Europees commissaris Sicco Mansholt. De boodschap was toen: de kleine boeren moesten groter worden, ze moesten zich professionaliseren en specialiseren. Wel, we hebben ons aangepast. Maar het is altijd maar meer geworden.’

Hij beseft dat het zo niet verder kan. ‘De voorbije jaren ben ik wel wat ouder geworden. Veel boeren in de Kempen zitten niet goed in hun vel. Er is veel onzekerheid en daarom worden nog weinig vergunningsaanvragen ingediend.’

Kantelpunt

In de dorpskom van Ravels woont Kim Buyst, Kamerlid voor Groen. Ze beseft dat haar gemeente voor een kantelpunt staat. ‘Er moet iets gebeuren.’ In 2012 kwam haar partij nog nipt 50 stemmen te kort om een zetel in de gemeenteraad te bemachtigen. ‘We hebben ons zes jaar laten zien vanop de publieksbanken.’ Maar in 2018 was het raak. Toen veroverde Groen twee zetels, een unicum in de geschiedenis van de CD&V-burcht Ravels. Buyst bezet een van die twee zetels.

‘Sindsdien is het schepencollege de zaken toch grondiger gaan bekijken’, zegt ze. ‘Zeker als het over vergunningen en de stikstofneerslag gaat. Voor alle duidelijkheid, ook voor ons is het belangrijk de rechtszekerheid van de boeren te verhogen. Maar dat vergt een plan van aanpak, en dat is er niet in deze gemeente. We hebben daar nochtans al herhaaldelijk op aangedrongen. Precies omdat we heel goed beseffen dat landbouw een belangrijke poot is in het economische weefsel hier.’

Vorig jaar legde Groen dan ook een motie neer, die financiële middelen ter beschikking wil stellen voor het verplaatsen of stopzetten van landbouwbedrijven, naar analogie met het Nederlandse beleid. ‘Samenwerking met Nederland, zodat in de grensgemeenten eenzelfde beleid wordt gevoerd, is trouwens dringend nodig’, vindt ze. ‘Tegelijk moet werk worden gemaakt van een sterk Vlaams kader voor toekomstige agrarische ontwikkelingen, zodat industriële landbouw geen plaats meer krijgt in waardevol agrarisch gebied en er meer plaats is voor grondgebonden bedrijven.’

Compromis

Er is volgens haar wel degelijk een compromis tussen milieu en landbouw mogelijk. Daarvan is ook Erik Smolders, expert bodem- en waterbeheer aan de KU Leuven, overtuigd. ‘Een gulden middenweg valt zeker te bewandelen’, zegt hij. Maar helemaal pijnloos zal dat niet gaan. ‘De Vlaamse veestapel moet vooreerst dalen, want er is te veel vee dat stikstof uitstoot. Vlaanderen produceert vlees dat het zelf niet consumeert, maar exporteert. Daar zijn vragen bij te stellen. Moet Vlaanderen een exportstop doorvoeren? Dat is dan weer een brug te ver. We moeten de productie voor de lokale consumptie garanderen. Maar de export moet anders. Vlaanderen voert grote hoeveelheden veevoeder in om daarna vlees dat met dat veevoeder is gecreëerd te exporteren. Dat is niet duurzaam.’

De Boerenbond nuanceert dat laatste. ‘Het is een mythe dat de Vlaamse landbouw ver exporteert’, zegt Boerenbond- bestuurslid Pieter Verhelst. ‘Twee derde van de export gebeurt naar historische markten, die dicht bij België liggen, vooral naar onze buurlanden. De verre export beperkt zich tot bier, chocolade, wafels en frieten.’

Smolders hoopt dat Europa zich moeit met het debat, want nu is er weinig samenhang tussen het stikstofbeleid van de Europese regio’s. ‘Dat is zeker merkbaar in de Noorderkempen. Die regio wordt al decennia te veel bemest en dat is deels te verklaren doordat het Nederlandse en het Vlaamse beleid met elkaar in conflict zijn. Er was een tijd waarin Nederlandse boeren hun mest vlak over de grens uitstortten omdat dat in Nederland niet mocht. De jongste jaren verhuisden heel wat Nederlandse boeren naar een plek net over de grens door het strenge strikstofbeleid in Nederland. Terwijl beide landen hetzelfde doel zouden moeten nastreven.’

Diverse experts pleiten er ook voor dat de veestapel beter wordt verspreid. Nu is er een concentratie van vee in West-Vlaanderen, de Noorderkempen en Limburg. Er moet meer spreiding komen. In Vlaanderen, in België - want in Wallonië is er weinig veeteelt - maar ook in Europa.

Het kan beter zijn één grote moderne megastal te hebben dan tien kleintjes die minder modern zijn.
Erik Smolders
Expert bodem- en waterbeheer KUL

Lokale landbouw zal daarbij belangrijker worden. Biolandbouw is kleinschalig, gebruikt minder kunstmest en geen pesticiden. ‘Het is een niche, maar ze zit in de lift en zal aan belang winnen’, aldus Smolders. Over het streefdoel van de Europese Commissie is hij echter kritisch. ‘De lat ligt op 25 procent biologische landbouw. De vraag rijst of dat mogelijk is, want schaalvergroting is een blijver. Het is een economisch gegeven. De zuivel werkt nu al op grote schaal. De kleintjes zijn er tussenuit gegaan. Megastallen komen vaak in een slecht daglicht te staan, maar ze zijn niet noodzakelijk negatief. Integendeel, ze leiden tot een relatief hoge piek amoniakuitstoot, maar die is wel heel lokaal. Het kan beter zijn één grote moderne megastal te hebben dan tien kleintjes, die minder modern zijn. De grote stallen zijn vaak emissiearm. De lucht wordt er gezuiverd van stikstof.

Ook bij de Boerenbond zijn ze sceptisch over kleinschaligheid. ‘Het aantal boeren groeit niet en de babyboomers stoppen er stilaan mee’, zegt Verhelst. ‘Bedrijven zullen dus groter blijven worden. Investeringen zijn nodig - onder andere in duurzaamheid - en daarvoor is schaalvergroting nodig. Want je kan de kosten niet doorrekenen aan de consument of de supermarkt.’

Het is volgens hem een en-enverhaal. ‘Het gros van de consumenten wil de goedkoopste prijs. Maar een groep consumenten is ook bereid meer te betalen, voor welzijn en duurzaamheid. Net zoals er verschillen zijn tussen de consumenten, zijn er verschillen tussen de boeren. Dat er één silver bullet zou bestaan, is een idee-fixe. Megastallen alleen zullen het probleem niet oplossen, maar de korte keten alleen ook niet.’

Megastallen zijn dus niet uitgesloten, maar er zijn er in bepaalde streken in Vlaanderen simpelweg te veel. ‘Hier zeg ik opnieuw: er is meer spreiding nodig’, zegt Smolders. ‘Maar die verkrijg je niet van de ene dag op de andere. Om tot meer spreiding te komen is een goed vergunningsbeleid nodig. Als er in een streek te veel nitraat is, mogen geen nieuwe stallen meer worden toegelaten. Waar er ruimte is voor meer stikstof, kan het wel.’

Kippenkweker Tom Van Bijsterveldt vreest voor de toekomst van zijn kippenkwekerij, terwijl Ward Steel en Richard Vergaelen van de Natuurpunt-afdeling van Ravels de impact van de stikstofuitstoot zien. ©Gert Jochems

Hij gelooft echt dat het mogelijk is een evenwicht te vinden. ‘Aan de ene kant hebben we behoefte aan goede open ruimte - dat heeft de covidcrisis nogmaals aangetoond - maar anderzijds kunnen we niet van alles natuur maken. Wat dat betreft, overdrijven de groenen soms een beetje. Het is belangrijk dat we voldoende eigen voedsel en landbouwproducten produceren. Al jaren stijgt onze import van katoen, vezels, biobrandstof en biomassa, zoals pellets uit Canada. Dat is geen goede zaak, ook niet vanuit milieuoogpunt. Het is goed als we de stikstofuitstoot in Vlaanderen verminderen, maar niet als daar tegenover staat dat in Brazilië nog meer bomen worden gekapt.’

Ammoniak

Ook technologisch valt nog heel wat te winnen. David De Pue, expert aan het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO): ‘Door vleesrunderen voeder te geven met een eiwitgehalte van 12 in plaats van 14 procent, kan je de uitstoot van stikstof met 40 procent verminderen. Zonder dat de ontwikkeling of de vruchtbaarheid van het dier in het gedrang komt. Bij vleeskippen loopt een gelijkaardig project. Ook daar lijken grote winsten te rapen.’

Dat die voeding nog niet op grote schaal gebruikt wordt, is te verklaren door enkele factoren. Als de overheid het voeder erkent als een middel om de stikstofuitstoot te reduceren, moet de controle gegarandeerd zijn. Als veetelers zeggen dat ze het duurzame voeder gebruiken, moeten ze dat ook echt doen.

‘Door vaste mest te scheiden van urine kan je de stikstofuitstoot van een varkensstal met de helft doen afnemen’, zegt De Pue. ‘Als vaste mest en urine met elkaar in aanraking komen, ontstaat ammoniak. Veel nieuwe stallen hebben een vloer met roosters, die beide stromen scheidt. Er zijn nog heel veel oude stallen die de komende jaren worden vervangen door stallen die verplicht emmissiearm zijn. De stikstofuitstoot zal dalen door dergelijke maatregelen.’

Dat valt af te wachten, want in tegenstelling tot de stikstofuitstoot van het verkeer is die van de landbouw sinds 2007 amper gedaald (zie grafiek). Ook Van Bijsterveldt weet dat: ‘Ik roep al jaren dat ze een quotum moeten invoeren, zodat ik mijn activiteiten hier kan stopzetten om elders te beginnen. Een soort emissiehandel in stikstof waarmee we onze uitstoot met 20 tot 40 procent kunnen beperken. Voor echt ondernemende boeren lijkt mij dat de enige optie die ons nog rest.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud