Windparken duwen groene stroomproductie naar record

Met de ingebruikname van Seamade is de eerste Belgische zone voor windenergie in de Noordzee helemaal volgebouwd. ©Photo News

De Belgische productie van wind- en zonne-energie nam in 2020 toe met 31 procent. Maar de komende jaren zullen geen nieuwe windparken gebouwd worden op zee, waardoor een rem komt op de steile groeispurt.

Voor hernieuwbare energie was 2020 een jaar van records. Door een zonnige lente en een rush op zonnepanelen werd in mei een record van 683 gigawattuur zonne-energie opgewekt in België. Door twee nieuwe windparken op zee en de storm Bella bereikte de windproductie op 26 december haar hoogste piek ooit. Windmolens en zonnepanelen zetten op 11 mei samen een nieuw hoogtepunt op de tabellen, toen ze een vermogen van 5,8 gigawatt ontwikkelden. In 2020 dook ook een nieuw fenomeen op, met 119 uren waarin wind en de zon meer dan de helft van de stroom leverden in België.

Het zijn signalen dat groene stroom uitgroeit tot een belangrijke pijler van het Belgische energielandschap. Van alle in België geproduceerde elektriciteit kwam vorig jaar bijna een vijfde van wind- en zonne-energie, blijkt uit cijfers van de hoogspanningsnetbeheerder Elia. Het aandeel van hernieuwbare energie nam met 5 procentpunten toe tot 18,6 procent (zie grafiek).

De ingebruikname van de nieuwe windparken op zee Northwester 2 en Seamade gaf een stevige impuls. Bovendien was het windpark Norther, dat in 2019 in gebruik werd genomen, voor het eerst een heel jaar operationeel. De productie van windenergie op zee nam met 45 procent toe tot 6,7 terawattuur, genoeg om bijna 2 miljoen gezinnen van stroom te voorzien. Ook windmolens op land en zonnepanelen produceerden fors meer, met een groei van respectievelijk 22 en 21 procent. Alles samen nam de productie van groene stroom toe met 31 procent.

Die sterke groei zet de komende jaren niet in hetzelfde tempo door, is de verwachting. Met de volledige ingebruikname van Seamade in december is de eerste windzone in de Noordzee volgebouwd. Het effect daarvan zal in 2021 nog voelbaar zijn, maar daarna zal de groei in windproductie vertragen. Zeker omdat de uitbouw van windmolens op land erg moeizaam loopt door protest van buurtbewoners. De verwachting is dat de bouw van windmolens in de tweede Belgische zone in de Noordzee pas in de tweede helft van dit decennium kan beginnen.

Miljoenenprojecten

‘De recente exponentiële sprongen met windenergie op zee zullen we de komende jaren even niet zien’, zegt Elia-woordvoerder Marie-Laure Vanwanseele. ‘Maar de bedoeling is om tegen 2030 de capaciteit van windenergie op zee opnieuw te verdubbelen tot 4 gigawatt. Er wordt hard gewerkt om de tweede windzone in de Noordzee klaar te maken voor ontwikkeling. Om die elektriciteit aan land te brengen moet het net worden versterkt, zowel aan land als op zee.’

Elia broedt daarvoor op enkele miljoenenprojecten: de nieuwe hoogspanningslijn Ventilus door West-Vlaanderen, de Boucle du Hainaut doorheen Henegouwen, Nautilus - een onderzeese connectie met het VK - en MOG II, een ‘stopcontact op zee’ om de windparken te connecteren.

De vraag hoe snel hernieuwbare energie blijft groeien, is ook belangrijk voor de kernuitstap. De kerncentrales produceerden in 2020 39 procent van de Belgische stroom. De regering-De Croo plant om tegen eind 2025 alle kerncentrales te sluiten. Er is een subsidiemechanisme in de maak om de bouw van nieuwe gascentrales van de grond te krijgen en zo het gat te vullen.

Zeker de eerste jaren zullen gasgestookte elektriciteitscentrales het van de gesloten kerncentrales moeten overnemen. Gascentrales tekenen nu voor ongeveer een derde van de Belgische stroomvoorziening, maar na 2025 zal dat aandeel sterk toenemen. Hoe sterker de capaciteit aan hernieuwbare energie ondertussen groeit, hoe minder behoefte er zal zijn aan gasgestookte elektriciteitsproductie.

Lagere elektriciteitsprijzen

De recente exponentiële sprongen met windenergie op zee zullen we de komende jaren even niet zien.
Marie-Laure Vanwanseele
Woordvoerder Elia

2020 was een bijzonder jaar omdat door corona de vraag naar elektriciteit sterk daalde. Met een economie in lockdown lag het Belgische elektriciteitsverbruik in 2020 7 procent lager dan in de voorgaande jaren. Die lagere vraag duwde de elektriciteitsprijzen naar beneden. Op de groothandelsmarkt lag de gemiddelde elektriciteitsprijs 19 procent lager dan in 2019. Op meerdere momenten van overaanbod doken de prijzen zelfs onder nul.

Die prijsdalingen op de groothandelsmarkt sijpelen ook door in de prijs die particulieren voor elektriciteit betalen. Hoewel de energiefactuur van gezinnen voor het grootste deel uit heffingen en taksen bestaat, leidde de prijsdaling ertoe dat wie in 2020 een nieuw elektriciteitscontract afsloot fors goedkoper uitkwam. De gemiddelde stroomprijzen voor de Belgische consument lagen in 2020 ongeveer 10 procent lager dan in de voorgaande drie jaar, berekende de federale energiewaakhond Creg. Een gemiddeld Belgisch gezin betaalde in 2019 946 euro om een jaar stroom te verbruiken en kon die factuur drukken tot 800 euro door afgelopen zomer een nieuw contract af te sluiten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud