reportage

Een bedrijf bouwen uit stront

©Thomas De Boever

Eén koe produceert jaarlijks een vrachtwagen vol mest. Daar moet iets mee te doen zijn, dacht Philippe Jans, en hij richtte Biolectric op. Zijn kleinschalige biogascentrales halen energie uit die berg koeienstront en verkopen intussen van Italië tot Zweden.

Een machine trekt zich ratelend op gang en haalt volautomatisch een groot schraapijzer door de koeienstal om de drek aan de kant te vegen. De koeien heffen loom hun poten op om het gevaarte te laten passeren. ‘Het is onvoorstelbaar hoeveel mest jaarlijks geproduceerd wordt’, zegt Phillipe Jans, terwijl hij een koe over de kop aait. ‘Een bedrijf als dit met zo’n 175 melkkoeien produceert jaarlijks 4.900 kubieke meter mest.’

Jans toont zijn compacte biogascentrale op het erf van een klant in Ertvelde: een container met daarnaast een reactor ter grootte van een bedoeïenentent. De verse mest wordt beetje bij beetje in de reactor gepompt, een ronde silo waarin bacteriën de smurrie aan het gisten brengen. Een verbrandingsmotor zet het vrijkomende biogas om in elektriciteit. Als de energie uit de drek is gehaald, gaat het residu naar een opvangbassin waarna de boer de mest in het voorjaar gewoon over de velden uitsproeit.

Een onderneming opstarten is niet iets eenmaligs, maar je moet dat proces een paar keer door om gaandeweg te leren.
Philippe Jans
CEO Biolectric

‘Onze kleinste installatie levert jaarlijks tussen 70.000 en 80.000 kilowattuur,’ zegt Jans. ‘Genoeg om een koeienboerderij zelfvoorzienend te maken.’ In de kleinschaligheid zit volgens de 36-jarige burgerlijk ingenieur het grootste voordeel ten opzichte van de gebruikelijke grotere biogascentrales. De klassieke biogascentrales moeten hun biobrandstof in de vorm van bioafval, mais, vet of olie aanvoeren. ‘Die gebruiken ook koeienmest, maar dat is meer om het vergistingsproces te stabiliseren. Wij gebruiken 100 procent stront om elektriciteit te genereren’, zegt Jans. ‘In tegenstelling tot klassieke biogascentrales is onze brandstof daardoor volledig gratis en hoeft ze niet getransporteerd te worden naar een centraal punt.’ Nog een belangrijk verschil: de bouw van een klassieke biomassacentrale duurt één à twee jaar, de compacte installatie van Biolectric wordt in drie dagen opgebouwd.

©Thomas De Boever

Methaan

De investering voor een installatie varieert afhankelijk van het vermogen tussen 95.000 en 230.000 euro. ‘Dat is evenveel als een tractor, en de investering is in drie à vier jaar terugverdiend. Doordat onze centrale vermijdt dat het methaangas uit de mest in de atmosfeer terechtkomt, staat onze kleinste installatie gelijk aan 110 minder auto’s op de baan’, zegt Jans trots. ‘Methaan is 25 keer schadelijker dan CO2. Door het onschadelijk te maken levert onze installatie per gesubsidieerde euro het meeste voordeel van alle groenestroombronnen.’

Philippe Jans
  • 36 jaar, oprichter en CEO Biolectric.
  • Burgerlijk ingenieur micro-elektronica (KU Leuven), MBA (Vlerick Business School).
  • Begon in 2009 aan de uitwerking van het concept van een biovergister voor mest.
  • Door JCI verkozen als jonge ondernemer van het jaar voor de provincie Antwerpen.

Boeren die een biogasinstallatie plaatsen, ontvangen van de Vlaamse overheid groenestroomcertificaten, maar de toekenning loopt stroef. De boer uit Ertvelde maakt van de gelegenheid gebruik om bij de CEO van Biolectric zijn beklag te doen over de tijd die de Vlaamse Energieregulator VREG en de distributienetbeheerder nodig hebben om het dossier goed te keuren. Daardoor vergoedt netbeheerder Eandis hem niet voor zijn geproduceerde energie.

‘Dat is mijn grootste frustratie’, zegt Jans duidelijk geërgerd. ‘De overheid is met haar doorgedraaide regelneverij het grootste obstakel voor een snelle ontwikkeling. Politici hebben de mond vol van lokale duurzame elektriciteitsproductie, maar ondertussen zijn de procedures pure pesterij. Het duurt drie tot vier maanden om een vergunning te krijgen. Als een boer in Italië een contract tekent, kunnen we diezelfde week nog plaatsen.’

Biolectric is niet Jans’ eerste ondernemersavontuur. Toen hij in 2001 afstudeerde, vond hij in volle dotcomcrisis geen werk. ‘Ik had geen centen en aan de plastieken tuintafel van mijn ouders ging ik dan maar aan de slag met stukjes hout, tape, stofzuigerbuizen en elektronica’, vertelt hij over die onzekere periode. Jans ontwikkelde een doorstroomweger, een apparaat om te meten hoeveel plastieken granulaatkorrels uit een opslagsilo in een vrachtwagen stromen. ‘De bestaande systemen hadden een foutenmarge van 5 procent, terwijl mijn geknutselde prototype tot achter de komma nauwkeurig was.’

De jonge ondernemer verkocht zijn intellectuele eigendomsrechten aan het Antwerpse distributiebedrijf Katoen Natie en ging er aan de slag om het verder uit te bouwen. ‘Maar in 2009 werden de investeringen teruggeschroefd, ik belandde op straat en de doorstroomweger is daar in de kast blijven liggen’, zegt Jans. ‘Als uitvinder doet dat nog steeds pijn, want het apparaat had het potentieel om uit te groeien tot een bedrijf. Met de cash die ik ervoor kreeg, kon ik iets nieuws beginnen. Ik had daarmee een huis kunnen kopen, maar ik heb Biolectric opgericht. Mensen zien het opstarten van een onderneming als iets eenmaligs, maar ik denk dat je dat een paar keer moet doen om gaandeweg te leren.’

©Thomas De Boever

Kinderziektes

Biolectric verkocht al ruim 100 installaties en het grootste deel van de productie vindt plaats in de fabriek in Temse, waar inmiddels 19 mensen werken. ‘Ons eerste verkoopjaar, 2012, liep heel goed met een omzet van 3,5 miljoen euro. Maar zoals met elk nieuw product staken het jaar daarop kinderziektes op die onze aandacht opeisten en onze verkoop halveerden. Doordat ook nog eens een beloofde landbouwsubsidie uitbleef, hebben we twee jaar zwarte sneeuw gezien.’

©Thomas De Boever

‘Nu zit de sneltrein eindelijk weer op het goede spoor en de vooruitzichten zijn goed’, zegt Jans. ‘Met het huidige orderboek verwachten we dit jaar terug een verdubbeling van de omzet tot zo’n 5 miljoen euro.’

De haperende verkoop in Vlaanderen dwong Biolectric ook over de grenzen te kijken. Het jonge bedrijf verkoopt intussen in negen landen en heeft nog nieuwe markten in het vooruitzicht. ‘Buiten België verkopen sinds kort 35 mensen ons product terwijl ze niet eens bij ons op de payroll staan. Dat zijn bedrijven waarmee we samenwerken, maar die op eigen houtje een verkoopnetwerk uitbouwen in landen als Frankrijk, Italië, Zweden en Polen. Daardoor heeft onze verkooporganisatie een lichte structuur en kunnen we snel uitbreiden zonder zelf in die landen te investeren.’

Jans ziet in Europa een markt van meer dan 100.000 melkveehouders. Doordat in april een einde kwam aan dertig jaar Europese melkquota, investeren nu tal van boeren in uitbreiding. Ook de eerste biogascentrale met varkensmest zit in de pijplijn. ‘We kijken nu buiten Europa en hebben contacten om in Oezbekistan, Canada en Chili onze installatie te beginnen verkopen. Er is nog een enorm potentieel. We willen dat vooral pakken, voor iemand anders ermee gaat lopen.’

©Thomas De Boever

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content