weekboek

Canadese nachtuil jaagt op Europese prooi

Senior writer

De Canadese superetteketen Couche-Tard ziet haar business, gebouwd rond benzinestations, bedreigd. Ze neemt de vlucht vooruit en speurt naar overnameprooien. Het Franse Carrefour zou een lekkere brok zijn.

‘Onze sector verandert sneller dan ooit. We herdenken ons ecosysteem voortdurend en passen het aan om relevant te blijven voor onze klanten.’ Dat schrijft Circle K op zijn Europese website. Circle K is de merknaam die de Canadese supermarktgroep Alimentation Couche-Tard gebruikt voor haar internationale activiteiten.

Couche-Tard, een naam die hier geen belletje doet rinkelen, verraste deze week met de mededeling dat het de Franse distributiegroep Carrefour, ook in België een grote speler, een overnamevoorstel heeft gedaan. Het is bereid 20 euro te betalen voor elk Carrefour-aandeel. Dat is 29 procent boven de beurskoers daags voor het bod en waardeert Carrefour op 16,4 miljard euro.

Analisten toonden zich sceptisch over het plan en stelden dat dat weinig kostenbesparingen of synergiewinsten oplevert.

Couche-Tard en Carrefour zijn inderdaad verschillende beestjes, maar ze hebben ook raakvlakken. En er zijn andere goede redenen dan het zoeken naar kostenbesparingen of synergiewinsten om op het overnamepad te gaan.

Via een volgehouden overnamepolitiek breidde de groep Couche-Tard zijn netwerk van winkels gestaag uit.

Couche-Tard opende in 1980 een superette in de Canadese stad Laval, die tegen Montreal aanschurkt. Couche-Tard betekent nachtuil. De nachtuil is een roofvogel. Via een volgehouden overnamepolitiek breidde de groep zijn netwerk van winkels gestaag uit. Twintig jaar later, in 2000, was Couche-Tard uitgegroeid tot het nummer een van de Canadese supermarktketens.

Automatisering

Het bedrijf had ook winkels overgenomen die gelegen waren bij en gekoppeld aan benzinestations. Dat bleek een interessante niche. Couche-Tard begon zich daarop toe te leggen, inspelend op de wens van grote oliegroepen om zich te ontdoen van de uitbating van benzinestations en aanverwante shops. Ook in de benzinestations rukte de automatisering op, de shops konden niet draaien op alleen de verkoop van motorolie en antivriesproducten en moesten hun assortiment uitbreiden. Maar winkels uitbaten was niet het ding van de oliegroepen, Couche-Tard bood zich aan om ze over te kopen.

Het deed zaken met onder meer Amoco BP, Shell, ConocoPhillips en ExxonMobil, in Canada, de VS en later ook in andere landen. In 2012 sloeg Couche-Tard een grote slag met de overname van Statoil Fuel en Retail en verwierf het 2.300 winkels en benzinestations in Noorwegen, Zweden, Denemarken, Polen, de Baltische landen en Rusland. De groep baat nu 14.200 winkels en/of tankstations uit in 26 landen, telt 130.000 medewerkers en haalt een omzet van 48 miljard euro. Op de beurs van Toronto wordt Couche-Tard gewaardeerd op 30 miljard euro.

Het bedrijf haalt 71 procent van zijn omzet uit de verkoop van benzine en diesel, 27 procent uit voedings- en andere producten. Die winkelactiviteiten leveren een hogere winstmarge op. Ze zijn goed voor 52 procent van de bedrijfswinst, de brandstoffen voor 46 procent.

De specialisatie in tankstations en -shops heeft Couche-Tard geen windeieren gelegd, maar het kan nu zijn achilleshiel worden. Benzine en diesel zitten in het klimaatverdomhoekje, de trend naar elektrificatie van het wagenpark is ingezet.

Benzine- en dieselauto’s zitten in het klimaatverdomhoekje. De opmars van elektrische wagens dreigt het businessmodel van Couche-Tard onderuit te halen.

Stopplaatsen langs de snelwegen zullen er altijd zijn, waar elektrische wagens opgeladen worden en snacks te koop zijn. Maar e-wagens zullen vooral thuis of op de werkplaats aan de stekker worden gelegd. Een tankstation geregeld bezoeken is niet nodig. Er zullen minder mensen passeren in de winkels die eraan gekoppeld zijn. Het businessmodel van Couche-Tard wordt bedreigd.

Studietrip

Ondernemen is vooruitzien. De Canadese groep zoekt naar een manier om het accent van haar activiteiten te verleggen. Het is logisch dat Couche-Tard eerst kijkt naar de supermarktactiviteiten, waarin het ook thuis is. En bij voorkeur buiten Noord-Amerika, voor de geografische diversificatie.

Het management van Couche-Tard kwam in november vorig jaar op studietrip naar Europa en bezocht winkels van supermarktketens. De keuze viel uiteindelijk op Carrefour.

Je moet de vogels vangen als ze laag vliegen. Carrefour is een maat groter dan Couche-Tard. De Franse groep, ook in België een grote speler sinds de overname in 2000 van GIB-groep (GB-Inno-BM), haalt een omzet van 81 miljard euro en telt wereldwijd 321.000 medewerkers. Maar het worstelt met enkele hardnekkige problemen. De winstgevendheid is matig, waardoor zijn beurswaarde de helft lager is dan die van Couche-Tard.

Carrefour werd in 1960 opgericht en zette meteen in op grotere super- en hypermarkten. Het ging internationaal op expansie en werd wereldwijd een van de grootste supermarktketens. Omdat winkelgewoontes veranderen, begaf Carrefour zich ook op de weg van de kleinere supermarkten, onder het insigne Carrefour Market.

Franse staat

De kaart trekken van winkels bij benzinestations zoals Delhaize in België met Shop & Go, met de oliegroep Q8 als partner, deed Carrefour niet. Maar bij zijn supermarkten is vaak een benzinestation te vinden. Het is een manier om winkelende klanten een extra dienst te bieden en autobestuurders die een tankbeurt nodig hebben naar de winkels te lokken. In Frankrijk baat Carrefour die uit onder zijn merknaam en is het de tweede grootste verkoper van benzine en diesel. Ook andere ketens als Intermarché en E.Leclerc eigenen zich een deel van die markt toe.

De logica van een samengaan lijkt sluitender voor Couche-Tard dan voor Carrefour. Wat heeft de Franse groep erbij te winnen? Inzichten en impulsen die het bedrijf een nieuwe dynamiek geven? Extra schaalvoordelen? De aandeelhouders van Carrefour moeten oordelen of ze het een zinvol voorstel vinden. Het geld waarmee Couche-Tard zwaait, trekt ze misschien over de streep.

Maar dit is Frankrijk en dus is het niet alleen een zaak van de aandeelhouders, maar ook van de staat. De Franse minister van Economie Bruno Le Maire is niet enthousiast over het Canadese voorstel en zegt zijn veto te stellen. In Frankrijk is er een wet die de regering de mogelijkheid biedt buitenlandse overnames van ‘strategische’ ondernemingen tegen te houden, in het bijzonder als de biedingen van buiten de Europese Unie komen. ‘Ik verkies die wet niet te moeten inroepen. Maar ik zeg beleefd maar beslist nee’, herhaalde Le Maire vrijdag.

Carrefour is de grootste privéwerkgever in Frankrijk en de minister vreest dat met Canadezen aan het roer de Franse boeren minder goede prijzen krijgen voor hun producten. Het is onversneden Frans protectionisme.

Volgens hem is Carrefour strategisch voor de voedselvoorziening in Frankrijk. Dat is vergezocht. Carrefour is in Frankrijk een grote speler - met een marktaandeel van 20 procent is het het nummer twee, na E.Leclerc. Maar er zijn veel andere supermarktketens waar de Fransen hun inkopen kunnen doen.

De bezorgdheid van Le Maire ligt elders. Carrefour is de grootste privéwerkgever in Frankrijk en de minister vreest dat met Canadezen aan het roer de Franse boeren minder goede prijzen krijgen voor hun producten. Het is onversneden Frans protectionisme.

Carrefour heeft zijn sterke internationale aanwezigheid kunnen uitbouwen door buitenlandse overnames. Maar voor de Franse overheid mag dat maar eenrichtingsverkeer zijn. Ze wil deze Canadese nachtuil van haar territorium verdrijven.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud