Chinese toorn treft westerse bedrijven

Chinese consumenten wandelen voorbij een Adidas-winkel in Peking. ©EPA

H&M, Nike, Adidas, Zara: steeds meer multinationals vrezen een Chinese boycot. Het valt hen almaar moeilijker westerse kritiek op mensenrechtenschendingen in Xinjiang te belanceren met het toenemende belang van de Chinese groeimarkt.

Voortgejakkerd door de staatsmedia roepen steeds meer Chinese consumenten online op westerse bedrijven te boycotten. Het begon woensdag met de Zweedse kledinggigant H&M, donderdag volgden onder meer de sportmultinationals Nike en Adidas en de Japanse retailgroep Uniqlo. Ook Calvin Klein, Zara, Gap en Tommy Hilfiger dreigen stilaan op de zwarte lijst te belanden.

Lokale beroemdheden, zoals de popster Wang Yibo, weigeren nog langer hun uithangbord te zijn. Op het e-commerceplatform van de internetreus Alibaba zijn de producten van H&M plots onvindbaar. De locaties van zijn ruim 400 Chinese winkels zijn ook niet langer te zien op de 'maps'-functie van Baidu.

De Chinese popster Wang Yibo weigert nog langer het uithangbord te zijn van Nike en H&M.

De reden? Alle geviseerde bedrijven uitten bedenkingen bij de mensenrechtenschendingen in Xinjiang, en weigeren nog langer katoen te gebruiken uit die westelijke Chinese provincie. Het communistische regime zette er al zeker 1 miljoen Oeigoeren, een lokale moslimminderheid, vast in strafkampen, waar ze onderworpen worden aan marteling, dwangarbeid en hersenspoeling. Peking ontkent de misstanden.

Wankel evenwicht

Dat bezorgt menig kledingproducent logistieke hoofdpijn. 22 procent van 's werelds katoen komt uit China, waarvan 87 procent in Xinjiang geproduceerd wordt. In januari voerde uittredend president Donald Trump nog een Amerikaanse ban in op katoen en andere producten uit Xinjiang. Onder zijn opvolger Joe Biden valt niet snel een koerswijziging te verwachten, integendeel.

6,7 miljard
dollar
Nike haalde vorig jaar 6,7 miljard omzet in China, zowat 15 procent van zijn mondiale inkomsten.

De economische kopzorgen zijn nog vele malen groter. Steeds meer worstelen multinationals met de wankele evenwichtsoefening tussen het toenemende belang van de enorme Chinese groeimarkt en de ethische bedenkingen van consumenten in hun thuislanden. Zara-moeder Inditex haalde donderdag nog stiekem een statement over Xinjiang van haar site, maar dat ontlokte alleen maar meer woede. In China én het Westen.

De jongste jaren kregen H&M, Adidas en Uniqlo forse kritiek toen bleek dat ze wel degelijk grondstoffen uit Xinjiang gebruiken. Ze bonden in, maar vrezen nu de impact van de Chinese toorn. H&M haalde vorig jaar ruim 1 miljard dollar Chinese inkomsten. Bij Nike was dat zelfs 6,7 miljard, zo'n 15 procent van de mondiale omzet. Niet toevallig verloor het aandeel H&M sinds woensdag ruim 4 procent, Nike en Adidas gingen tot ruim 6 procent in de min.

Agressieve diplomatie

De dreigende boycot illustreert ook hoezeer bedrijven steeds meer een speelbal worden in de Koude Oorlog tussen China en het Westen. En hoe Peking een almaar agressievere diplomatieke koers vaart, waarbij het zijn economische macht inzet voor geopolitieke doelen.

De timing van de boycot is allerminst toevallig. Hoewel H&M en co. al vorig jaar hun bedenkingen over Xinjiang uitten, volgt nu pas de reprimande. Waarom? Maandag vaardigden de Europese Unie, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Canada sancties uit tegen vier communistische functionarissen in Xinjiang. China kondigde meteen re­pre­sail­les aan tegen Europese politici, onder wie Ecolo-Kamerlid Samuel Cogolati. De bedrijven zijn het volgende mikpunt.

De woordvoerster van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken toonde zich donderdag niet onder de indruk van westerse kritiek. Ze haalde eerst een oude foto boven van zwarte slaven op Amerikaanse katoenplantages. Daarna volgde een beeld uit Xinjiang. 'Meer dan 40 procent van het katoen wordt er geoogst met machines, de vermeende dwangarbeid bestaat niet.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud