1 procent tennistop pakt helft prijzengeld

David Goffin won vrijdag zijn enkelpartij tegen de Fransman Lucas Pouille. ©REUTERS

Het Belgische tennismannenteam strijdt dit weekend met Frankrijk om winst in het landentornooi Davis Cup. In de tennistop is het voor profs schrapen om rond te komen.

De nieuwe Belgische tennisheld David Goffin (26) is ploegkapitein tegen de Fransen. Hij raakte nooit verder dan een kwartfinale op een grand slam, de enige plek die er echt toe doet voor de wereldtop. Maar als zevende op de wereldranglijst reikt hij voorzichtig naar de absolute top. Dat is ook te merken aan zijn inkomsten uit prijzengeld dat de grand slams en de tornooien daaronder uitreiken aan de tenniselite.

Goffin verdiende dit jaar 3,5 miljoen dollar, op een totaal van 8,6 miljoen in zijn hele carrière. Dat is peanuts in vergelijking met wat Federer (110 miljoen) en Nadal (91,5 miljoen) opstreken. Door extra sponsordeals met grote merken, startgeld voor tornooien en aanwezigheid op events hebben de twee een fortuin van vele honderden miljoenen. Daarmee behoren ze tot de best verdienende atleten op de aarde.

Federer, Nadal en in mindere mate Goffin behoren tot een uitverkoren kransje tennismannen die goed verdienen aan hun sport. Bij de vrouwen is eenzelfde beeld te zien. Tennis is een van de weinige sporten waar vrouwen evenveel prijzengeld krijgen als de mannen, ook omdat de aandacht van het publiek ongeveer gelijk is. De topvrouwen halen wel minder uit commerciële deals, omdat ze minder doen verkopen.

Inkomensongelijkheid

Onder de toplaag is het een totaal ander verhaal, waarbij de inkomensongelijkheid in het tennis een van de grootste is in de profsport. 1 procent van de 9.000 mannelijke en 5.000 vrouwelijke profs verdeelt de helft van het prijzengeld onder elkaar. De beste 10 procent sleept zelfs 96 procent van al het geld binnen. Dat blijkt uit een recente studie van de faculteit toegepaste wetenschappen van de Universiteit Antwerpen, waarvan ex-topbasketter Tomas Van Den Spiegel coauteur is.

96 %
De beste 10 procent van de tennisspelers krijgt 96 procent van alle tennisgeld.

Nog volgens de studie slagen alleen de 250 beste mannen en vrouwen erin uit de kosten te raken. Anders dan voetballers met een vast loon zijn tennisprofs zelfstandigen die zelf hun verblijf, coach, materiaal en dokters moeten betalen. Wie niet tot de wereldtop behoort, is veel afhankelijker van prijzengeld, omdat hij minder kan rekenen op startgeld en commerciële deals. De meesten vliegen daarom het hele jaar door de wereld rond naar tornooien om punten voor hun ranking en prijzengeld te hosselen. Desalniettemin draaien duizenden profs elk jaar rode cijfers, wat hen een prooi maakt voor omkoping.

‘9.000 mannelijke profs die een relatief bescheiden pot startgelden moeten verdelen op 1.000 tornooien, dat werkt niet’, stellen de onderzoekers. Ze pleiten voor aanpassingen van het ontwrichte verdienmodel, door te snoeien in tornooien en spelers met profstatus en door het prijzengeld eerlijker te verdelen op tornooien. ‘Het echt grote geld valt nu pas te pakken vanaf de finale, terwijl de eerste tot de derde ronde haast niets opleveren’, luidt het.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud