reportage

Winnen, in het belang van Limburg

©Siska Vandecasteele

Zonder play-offs was KRC Genk nu al landskampioen, maar het wordt dus nog tien matchen bibberen. Voor Genk en voor heel Limburg. Want deze club, een vzw en met dat statuut uniek bij de Belgische profclubs, is meer dan voetbal. ‘Wat de mijnen en Ford voor de provincie waren, is KRC Genk vandaag.’

We zijn in Limburg. ‘Weet ge wat ervan is? Die 25 miljoen euro van de Champions League mogen niet naar Limburg komen.’ Armando Gagliardi heeft gesproken. Armando ziet in alles complotten, dat geeft hij toe, maar hij is zeker. En dat is ook zijn kameraad Ferdinando Alessandroni. ‘In het voetbal telt niet wie ge zijt, wel wie ge kent.’ De optelsom van al die complotten heeft volgens hen ook een naam: Bart Verhaeghe, voorzitter van Club Brugge, maar vooral vicevoorzitter van de Voetbalbond. ‘Genk mag geen kampioen worden.’

Marnik Geukens, voetbaljournalist bij Het Belang van Limburg, glimlacht als hij op woensdag naast het oefenveld de training van Genk volgt. Hij kent de verhalen van Limburgse supporters die zich toch wat miskend voelen door ‘die van Brussel’. Dat hij hier staat, toont ook dat het belang van Genk voor Het Belang van Limburg niet overschat kan worden. In het digitale krantenarchief Gopress levert de zoekterm ‘KRC’ voor deze krant 1.457 resultaten, het laatste jaar alleen. Elk verhaal over KRC Genk op de site van Het Belang levert duizenden clicks op. Daarom staat Geukens hier met zijn fotograaf Jeffrey. Voor vers nieuws en nieuwe foto’s. Een dag later, bij een foto van Sander Berge: ‘Berge voluit, Malinovskyi ziek.’

In de mijn was iedereen zwart, vandaag is iedereen blauw-wit.
Wim Dries
Burgemeester van Genk

KRC Genk sluit morgen op het veld van Zulte-Waregem de reguliere competitie als leider af en voor de match zal algemeen directeur Erik Gerits op zijn iPad vijf spelletjes gespeeld hebben: Pinguin Jump, Knife Hit, Space Invaders, Falling Ballz en Football Strike. ‘Bijgeloof’, glimlacht hij. ‘Mijn dochter van negen heeft die spelletjes gedownload, maar voor elke match wil ik een bepaalde score gehaald hebben. Pas op: het lukt niet altijd. En soms winnen we dan toch. Of omgekeerd. Tja.’

Gerits is Genk: hij viel er in 1992 binnen, toen de club nog in tweede klasse speelde, en volgde vorig jaar Patrick Janssens op als directeur. Ook al was hij van 2010 tot 2015 voor CD&V schepen in Genk en van 2016 tot 2018 gedeputeerde voor de provincie Limburg. ‘Maar ik was een atypische politicus. Ik hou niet van ruziemaken puur omdat het idee van iemand met een andere politieke kleur komt. Ik merkte wel dat we in Limburg altijd moesten vechten tegen de Vlaamse ruit: Leuven-Antwerpen-Brussel-Gent. De middelen gaan snel naar daar. (glimlacht) Ik heb het gevoel dat ze denken dat Limburg nog met paard en kar blijft verder trekken. Al zijn ze elders toch jaloers op de L.R.M.’

L.R.M. staat voor Limburgse Reconversie Maatschappij, in 1994 opgericht met een startkapitaal van 250 miljoen euro. We waren twee jaar na de sluiting van de laatste steenkoolmijn in Heusden-Zolder. De L.R.M. moest Limburg heropbouwen. ‘En KRC Genk is met voorsprong het best geslaagde reconversieproject’, zegt Wim Dries, de burgemeester van Genk. ‘In de mijn was iedereen zwart, vandaag is iedereen blauw-wit.’

Menselijkheid

Rijdend naar het stadion is het mijnverleden opgevallen. Door de André Dumontlaan, door de ingenieurswoningen, arbeiderswijken en mijngebouwen. In een zijbeuk van het stadion zit Goalmine, een belevingscentrum waar je de Gouden Schoenen van Branko Strupar en Wesley Sonck kan zien, maar ook een mijnwerkerslamp. Google ‘clublied and KRC Genk’ en je leest: ‘Racing Genk, blauw-wit/Waar ons zwart goud zit/Machtige terrils in het avondlicht.’

Binnen hijst Giovanni Panto, in het echte leven kapper, zich in het pak van mascotte Genkie: een in warme blauwe mousse verpakte mijnwerker. Dat Genkie hier op woensdag rondloopt, is geen toeval. Er is een verjaardagsfeestje voor twee jongens van negen. Met hun vrienden krijgen ze een rondleiding in het stadion en mogen ze met Genkie op de foto, en met twee spelers: Zinho Gano en Junya Ito. ‘Menselijkheid’, antwoordde voetbalcommentator Filip Joos op de vraag wat KRC Genk anders maakt dan veel andere topclubs. ‘In het voetbal lijkt dat al snel op kneuterigheid. Dat is niet zo.’

20 miljoen
Omzet
De vzw KRC Genk heeft 150 mensen in dienst, er zijn meer dan 1.000 vrijwilligers actief, en de jongste omzetcijfers bedragen zo’n 20 miljoen euro.

De voorzitter knikt blij als we dat laten vallen. ‘Dat is ons DNA’, zegt Peter Croonen, 49, investeerder-ondernemer bij onder meer Bioracer en zoon van de vorig jaar overleden Louis Croonen. Vader Croonen had een verleden bij Concentra en bij Humo, was medestichter van VTM en ooit ook voorzitter van KRC Genk. ‘Onze club is nog altijd een vzw. Als enige profclub in België. Het nadeel is dat een vzw zeer laagdrempelig is om belangrijk in zo’n organisatie te willen worden. Daarom hebben we wel een goede structuur nodig. Maar het voordeel is dat hier niet één eigenaar rondloopt, of het nu een Belg is of een Aziaat, die de club kan claimen.’

Enkele cijfers rond die vzw. Bij KRC Genk zijn 150 mensen in dienst (‘inclusief spelers’), er zijn meer dan 1.000 vrijwilligers actief, de jongste omzetcijfers bedragen zo’n 20 miljoen euro. Daarin zijn transfers en inkomsten van Europese competitie niet meegerekend. Wel onder meer 7,5 miljoen ‘toeschouwergebonden inkomsten’, bijna 6 miljoen euro tv-rechten, 1,7 miljoen euro publiciteit en 737.000 euro aan sponsoring. ‘Voor een vzw is het moeilijk risicodragend geld aan te trekken’, zegt Croonen. ‘Maar met een groot zelf opgebouwd eigen vermogen zijn we zeer solvabel en slagen we erin die externe financiële injectie niet nodig te hebben.’

Waarom dat zo belangrijk is? ‘Deze club is niet van een eigenaar’, zegt burgemeester Dries. ‘Deze club is van de mensen. En dat blijven wij, ook als stad, erg belangrijk vinden.’ Hij geeft voorbeelden. ‘Marc Hardy is community manager van KRC Genk, en Marc komt van bij het OCMW van de stad. De stad investeert samen met de club om projecten op te laten zetten. Dat gaat van een tewerkstellingsproject in samenwerking met Nike tot een project waarin een groep van jongeren, samen met het OCMW, als vrijwilliger op de parking meewerkt. We gebruiken de kracht van de club om hen mee te trekken, verantwoordelijkheid te leren.’

‘Toen Ford Genk sloot, haalde de club de prijzen van de abonnementen naar beneden omdat ze mee verantwoordelijkheid wilden nemen om mensen toch kansen te blijven geven. Dit jaar riep de club op producten in te zamelen voor voedselbank Sint-Vincentius. Dat leverde tonnen voedsel op. Die mensen van Sint-Vincentius zeiden: ‘Als wij dat zelf hadden moeten doen, waren we jaren bezig geweest.’’

‘We vinden dat onze taak’, zegt Gerrits. ‘We zeggen wel eens dat wij een club zijn met meer dan twee doelen. We zetten ons in voor acties om kinderarmoede te bestrijden. Ik heb als kind alle kansen gehad, ik vind dat de club ze moet creëren voor mensen die ze niet kregen.’

FC Unizo

Intermezzo: KRC Genk is geen liefdadigheidsinstelling. De ploeg maakt samen met Anderlecht, Club Brugge, Standard en AA Gent deel uit van de G5 van het Belgische voetbal. Drie keer werd ze, sinds de fusie in 1988 van Waterschei en Winterslag, kampioen. Vier keer won Genk de beker. Vanuit de legendarische jeugdacademie onder leiding van Roland Breugelmans werden onder anderen Kevin De Bruyne en Thibaut Courtois de wereld in gestuurd. Die jeugdwerking is ook de onderbouw van de club: in de kern zijn eigen jeugdspelers van groot belang. Pas nadien wordt aangevuld waar nodig. Maar dit is dus een topclub. Ook voor ondernemend Limburg.

Iemand zegt: ‘Het is een beetje FC Unizo.’ Iemand anders: ‘Het succes van deze club is ook in het belang van Limburg.’ En nog iemand zegt: ‘In Hasselt horen ze het niet graag, maar Genk is de economische hoofdstad geworden van Limburg. En dat komt niet meer door de mijnen of door Ford, maar door KRC Genk.’

Het is Herman Verwimp die dat laatste zegt. Hij is directeur marketing en hr bij de bedrijfs- en kantoorbouwer Mathieu Gijbels en een van de zestig leden van de algemene vergadering van KRC Genk. ‘Zelf was ik als kind Waterschei-supporter. De eerste jaren na de fusie zette ik geen poot binnen bij KRC Genk. Dat veranderde. Als je nu als bedrijf niet naar KRC Genk komt, is dat een gemiste kans.’

Ook Verwimp noemt de club de beste realisatie van de Limburgse reconversie na de sluiting van de mijnen. ‘KRC Genk was het voorbeeld van de leuze: ‘We can fight back.’ Na de sluiting van de mijnen en later van Ford zat de provincie toch in zak en as. Maar dit is er en de slogan ‘Mijn ploeg voor altijd’, misschien een wat geforceerde verwijzing naar dat verleden, staat er wel.’

Opnieuw vallen dezelfde woorden: DNA, Limburggevoel, community, roots, maatschappelijk belang én - niet te vergeten - de band met de supporters. Met het bedrijf waarvoor hij werkt, heeft Verwimp al jaren businessseats in Genk. In totaal zijn er overigens zo’n 2.400, waarvan er dit jaar 2.000 voor een heel seizoen ingenomen zijn. ‘Wij hebben het een paar jaar niet gedaan’, zegt Verwimp. ‘Maar we voelden snel: als Limburgs bedrijf moet je bij KRC zijn. We hebben ook seats bij Standard, daarmee zitten we goed in Wallonië. Bij STVV (Sint-Truiden dus, red.) hebben we er geen. We dragen die club een warm hart toe, net als Lommel. Maar het verhaal van Genk is vollediger. En je spreekt met een vzw, niet met een groep Japanners.’

Breder vissen

Stephan Poelmans, sinds 1999 commercieel directeur bij de club: ‘KRC Genk is het grootste businessplatform van Limburg. Elke twee weken, bij de thuismatchen, verzamelen in onze seats 2.000 mensen uit het Limburgse bedrijfsleven.’

Niet alleen Unizo, ook VKW Limburg en Voka komen hier samen. En politici. ‘We hebben een Koppen-magazine. Dat verdelen we aan alle businessmensen in de seats. Daarin staan hun foto’s en wie ze zijn. Dat is handig: ze kunnen elkaar leren kennen en netwerken.’

Dat gebeurt dus in de Luminus Arena, naam van het stadion dat vroeger de Cristal Arena heette. ‘We hebben Luminus overtuigd door het verhaal dat ze ons CO2-neutraal stadion als voorbeeld konden nemen voor andere bedrijven. Als in die 2.400 seats 500 bedrijven zitten en Luminus kan er daarvan 10 procent overtuigen, dan zijn ze toch blij?’

Maar Poelmans wil ook breder vissen. Beobank is als hoofdsponsor wel een nationale speler, maar verder is het blijkbaar moeilijk buiten Limburg bedrijven aan te trekken. ‘Van hier tot in Anderlecht of Antwerpen vind je geen enkele andere eersteklasser. We hebben duurzame nationale partners, maar er zijn nog opportuniteiten. En onze vzw-structuur is daarbij een voordeel: de inkomsten van sponsoring gaan niet naar dividenden, maar rechtstreeks naar de club.’

Misschien zijn we soms te braaf en moeten we gemener worden. Maar dat wil ik niet.
Erik Gerits
Algemeen directeur van KRC Genk

Daarnet zei Verwimp iets over Japanners, waarmee hij verwees naar de eigenaars van STVV. Maar hij legde ongewild ook een bruggetje naar het oefenveld op deze woensdagochtend. ‘Ito, also try with your left foot’, roept trainer Philippe Clement naar Junya Ito, zijn Japanse aanvaller. Jordi Caruso, een Genkenaar die Japans spreekt, vertaalt voor Ito die alleen Japans verstaat. KRC Genk nam hem in dienst als tolk. Alle aanwijzingen van Clement gebeuren in het Engels. KRC Genk heeft Limburgse jeugdspelers als Leandro Trossard, Nordin Jackers en Casper De Norre in de eerste ploeg, maar ook buitenlanders als Sander Berge, Ruslan Malinovskyi, Mbwana Samatta en Alejandro Pozuelo.

Die laatste dus nog even. Hooguit negentig minuten, zondag op Zulte-Waregem. Hij is voorzichtig op training. Pozuelo wil blessurevrij op het vliegtuig naar Canada stappen. ‘Vorige zondag bij de thuismatch riep een deel van de supporters ‘Puta Pozo’, een ander deel applaudisseerde. Ik heb niets gedaan’, zegt Armando Gagliardi. ‘Ik kan begrip hebben voor zijn beslissing, maar hij was onze generaal en hij laat ons nu in de steek. Hij heeft ons punten gekost.’

De naam valt zwaar. Gerits heeft een truitje van de Spanjaard en zijn nummer 24 liggen, maar geeft het weg. ‘Ik ben ontgoocheld. Maar na zondag is Pozuelo weg en begint een nieuw tijdperk. Als jij drie jaar goed presteert bij De Tijd en dan biedt The New York Times je vier keer zoveel. Kan iemand je dan tegenhouden? Hooguit kan je alles doen en ze overtuigen nog een jaar te blijven. Dat is met sterkhouders als Berge, Samatta en Trossard gelukt. Jongens als Kevin De Bruyne, Thibaut Courtois, Jelle Vossen, Siebe Schrijvers en Leon Bailey zijn vandaag nog altijd de ambassadeurs van de club. Zijn we te braaf en moeten we gemener worden? Dat wil ik niet.’

Onverwarmde stoeltjes

We lopen naar beneden, naar de echte darmen van de club. Wat zei Gerits over te braaf? Links is de kleedkamer van KRC Genk: modern ingericht, gepersonaliseerde spelerskastjes. Rechts de kleedkamer van de bezoekers, met eenvoudige houten banken en kapstokken die je in elke sporthal in Vlaanderen ziet. Dit is de plek waar spelers van Club Brugge, Anderlecht, maar ooit ook Real Madrid, AS Roma en Chelsea zich mochten omkleden. Je gelooft je ogen niet. Het stoute zit in nog een detail: de stoeltjes in de dug-out van de tegenstanders hebben geen verwarming, die van Genk wel.

Pierre Denier, al 45 jaar in dienst van stamnummer 322. ©Siska Vandecasteele

Binnen doet Pierre Denier zijn deur open. Hij is 62, speelde eerst bij Winterslag en na de fusie met Waterschei van ’88 tot ’92 voor KRC Genk. ‘Die fusie is vergeten’, zegt Kristof Liberloo, chef sport bij Het Belang van Limburg. ‘In de tribunes zit een hele generatie die Waterschei en Winterslag niet meer kent.’ Denier verteerde het vlot. ‘Ik besefte dat alleen een fusieploeg kans maakte in eerste. Ik ben dus al 45 jaar in dienst van stamnummer 322, Genk nam het nummer van Winterslag over. De rest kan je niet vergelijken. Ik werkte overdag bij sponsor Yoko, ’s avonds trainden we.’

Denier is vandaag teammanager, maar in zijn kantoor, zonder ramen, hangen tientallen vlagjes die herinneren aan sportieve prestaties. Van hem als speler (‘ik was erbij toen we met Winterslag Arsenal uitschakelden’) en van hem als hulptrainer. ‘Ik kon bij Club Luik, KV Mechelen en zelfs Anderlecht gaan spelen, maar ik onderschatte mezelf en bleef liever. Als hulptrainer kon ik altijd bij Genk blijven. Ook toen de hoofdtrainer ontslagen werd. Acht keer moest ik depanneren, tot ze een nieuwe hoofdtrainer vonden. Daar liggen mijn mooiste herinneringen. De bekerwinst in 2009, met mij als trainer, staat op nummer één. Dan die keer dat we ons tegen Maccabi Haifa na penalty’s plaatsten voor de Champions League. Dat was een match van 15 miljoen, hè.’

Nu of over enkele jaren

Wordt Genk kampioen? Het is niet nu of nooit, het is nu of weer pas over enkele jaren. Pozuelo is weg en misschien volgen Trossard, Berge en Samatta. ‘Dan moeten we weer bouwen, maar dat is ook KRC Genk en daar zijn we sterk in’, zegt Croonen. ‘Natuurlijk willen we kampioen worden. Door die play-offs zijn we dat nog niet, maar ik blijf voorstander. We krijgen nu tien topmatchen.’

Gerits: ‘We móéten niet. Kampioen worden zou fantastisch zijn. Maar het doel was Europees spelen. Daar zijn we zeker van. Tweede of derde worden, dat zou ik jammer vinden. Maar ontgoocheld? Nee.’

Twee namen vallen nog. Eén: Peter Maes, de ex-trainer die via een deal met zijn makelaar in de Propere Handenaffaire veel zwart geld ving. ‘Dat is niet fijn, maar het is van voor mijn tijd’, zegt Gerits. ‘We werken mee met het onderzoek.’

En twee: Patrick Janssens, de voorganger van Gerits. Bijna iedereen zegt : ‘Janssens deed veel goeds voor de club.’ Als reclameman wist hij een merk uit te bouwen, slogans te verzinnen, campagnes op te zetten. Maar je las ook dat hij als niet-Limburger minder bij het profiel van KRC Genk paste. Croonen: ‘Dat was een drempel, een drempel die Patrick zelf niet overwon. Dat hielp niet. KRC Genk is als een familie. Veel mensen begrepen niet dat er iemand van buitenaf moest komen.’

Dat is begrijpelijk, maar in het moderne bedrijfsleven toch vreemd. Typisch Limburg? Liberloo: ‘Dat ze Janssens door Gerits vervingen, zegt veel. Gerits kent bij wijze van spreken elke supporter bij de naam.’

We kijken nog één keer rond in het stadion. Aan de bovenste ring hangt de slogan ‘FRZA!: is bontblauw, wil winnen, maakt sterker.’ Maar Gerits ziet ook dat het stadion aan vernieuwing toe is. Burgemeester Dries weet dat: ‘Bij de verkiezingen schoof ik dat als een van de prioriteiten naar voren. KRC Genk moet in Genk blijven. We zijn eigenaar van 25 hectare rond het stadion. Er kan verbouwd of gebouwd worden. Dat is belangrijk. Vroeger moest ik in het buitenland vaak uitleggen wat Genk was. Op een dag was ik in New York en wilde ik op Times Square tickets kopen. De verkoper vroeg waar we vandaan kwamen. Toen ik België en Genk zei, lachte hij: ‘I know Racing Genk!’’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content