Advertentie
interview

Bart Verhaeghe: 'Ik ben blij dat de beursgang van Club niet is doorgegaan'

©Diego Franssens

Nog net voor zijn vakantie begon, maakte Bart Verhaeghe de deal met de Amerikaanse investeerder Orkila Capital. Goed voor Club Brugge, goed voor hem. Maar het meest belangrijke, zegt hij, is dat het leven zinvol is. ‘Zo krijg je eigenwaarde en dat straal je af op je omgeving.’

We praten in Kapelle-op-den-Bos, maar Bart Verhaeghe leest deze letters vandaag in zijn huis in het Zwitserse Buchillon. Dat ligt dicht bij Nyon, waar de Europese voetbalbond UEFA zetelt en dus is voetbal nooit weg. Het zit zelfs in de glazen waarin hij de prosecco uitschenkt. Het logo van Club Brugge staat erop. ‘Nu mag dat’, glimlacht hij. Club werd kampioen. Maar op deze dag van afspraak staan de Rode Duivels nog voor hun kwartfinale tegen Italië en alle hoop die hij uitspreekt, gooien we bij het schrijven in de vuilnisbak. Er was nochtans geloof, maar tien dagen later, heeft hij die bladzijde omgedraaid. ‘Ik ben geen mens die terugkijkt. Wat geweest is, is geweest.’

Een robot maait het gras. De honden Jack en Bob spelen met een kip van plastic. De echte kip in de tuin prijst zich gelukkig. Op de tuintafel ligt een stapeltje papier. Bovenaan: ‘Interview De Tijd 29/6/2021.’ Zijn pr- en communicatieverantwoordelijke Lies De Smedt zit mee aan tafel. Alles is voorbereiding, maar we breken het ijs met wat sport.

Sinds hij 40 is (‘daarvoor was het Sturm und Drang, veel werken en heel veel niet slapen’), staat een uur sport per dag in zijn agenda. Tot zijn 25ste was sport zijn leven. Hij was de jongste van vijf. Zijn vader liep en was geen voetbalfan. ‘Daar werd te veel gevloekt, vond hij. Zelf voetbalde Bart Verhaeghe dag en nacht en op zijn negende bij SK Grimbergen. ‘Ik moest tien zijn, maar men heeft op mijn pas mijn geboortejaar bijgekleurd.’ Het was het jaar waarin Johan Cruijff hem op het WK van 1974, voor het eerst via kleuren-tv, neerbliksemde. Zes jaar later verloren de Belgen het EK in de finale tegen West-Duitsland. ‘Ik speelde toen al bij Hoger Op Merchtem. Michel Sablon, die later assistent was van Guy Thys, trainde ons. We werden kampioen van België bij de junioren. Pas op hè, we speelden tegen ploegen als Anderlecht en Brugge. Ik heb tegen Scifo, Degryse en Demol gespeeld.’

Profiel

Bart Verhaeghe studeerde rechten aan de KU Leuven en haalde een MBA aan Vlerick Business School. Hij begon zijn carrière als management consultant bij KPMG, maar ging al snel aan de slag bij de Groep Verelst, waar hij aandeelhouder en CEO werd. Hij stichtte en leidde de vastgoedgigant Eurinpro, die in 2006 verkocht werd aan de Australische groep Macquarie Goodman. Verhaeghe is de bezieler van Uplace, nu Broeklin. In 2011 werd hij voorzitter van Club Brugge, hij was ook drie jaar ondervoorzitter van de Belgische Voetbalbond.

Hij is voorzitter van de familieholding LakeSprings, samen met zijn vrouw Ann De Kelver. Ze hebben drie kinderen: Julie, Lisa en Lucas.

U had naar een eersteklasseclub gekund. Welke?

Verhaeghe: ‘Dat ga ik niet zeggen. Ook vandaag zou dat nog tot een polemiek leiden. Maar ik mocht niet van mijn vader, ik moest naar Leuven om te studeren. Discussie gesloten. Dat leidde een paar jaar tot een moeilijke relatie met mijn vader. Al begreep ik het. Ik was niet de grootste, ik was een typische winger. Maar goed en snel zijn in je dorp, is nog iets anders dan goed en snel zijn in uw land. Had het gekund? (hij aarzelt) Ik weet het niet. Ik weet het niet. (stilte) Ik ga het nooit weten. (nog een stilte) Het interesseert me ook niet meer.’

Dat geloof ik niet.

Verhaeghe: ‘Toch. Je maakt een analyse, draait een bladzijde om en het is gedaan. Anders had ik nooit gedaan wat ik gedaan heb. Finaal denk ik niet dat ik geëxcelleerd had. Maar ik blijf van sport houden omdat sportmensen het beste uit zichzelf halen. Dat is mijn levensfilosofie.’

Hoe wist u waar u goed in zou zijn en door wie bent u genetisch bepaald om dat te doen?

Verhaeghe: ‘Mijn vader was staatsambtenaar op financiën en had een groot plichtsbesef. Mijn moeder was huisvrouw, maar kwam uit een ondernemersgezin. Het waren beenhouwers met een zaak in Ardooie en later een tweede. Ze zijn van West-Vlaanderen naar Brussel verhuisd. Dat was drastisch, toen was dat nog een ander land met een andere taal. Maar mijn guts, aanleg en talent? Dat studaxgehalte, het goed kunnen analyseren, komt van mijn vader. Moeke had de durf, de intuïtie, de flair. Ze vroeg zich af: wat kan er eigenlijk misgaan?’

Sommige mensen zullen die guts toeschrijven aan uw gestalte. U bent klein. Dat kan wijzen op een Napoleon-complex.

Verhaeghe: (lacht) ‘Met ouder worden krimp ik zelfs nog wat. Maar ik heb het nooit als een probleem ervaren. Ik vond eerder dat grote mensen lomp waren.’

Bedankt.

Verhaeghe: (lacht weer) ‘Die grote mannen konden niet sjotten. Ik zou u waarschijnlijk zot gedribbeld hebben. Kijk naar Messi. Eden (Hazard, red.) zei het me nog: ‘On devient tous les deux plus petit.’ Dat is zo, zei ik. ‘Mais plus grand dans le football.’

Misschien ben ik soms te rap gesprongen, rapper dan anderen, maar ik deed dat altijd vanuit een kennis: wat kan ik?

Toen u 12 was, droomde u er allicht niet van voorzitter van Club Brugge te worden of een geslaagd ondernemer. Maar die liefde voor Club had u wel? Terwijl u rond Brussel woonde.

Verhaeghe: ‘Al van toen ik zes was. Dat kwam door die West-Vlaamse achtergrond. Toen Club de eerste keer na de Tweede Wereldoorlog de titel pakte op het veld van Anderlecht was ik daarbij. Dat was in 1973. Hoeveel het werd, weet ik niet meer (1-1, Raoul Lambert scoorde, red). Ik was zo klein dat ik amper over de reclameborden kon kijken. De spelers van Anderlecht liepen van het oefenveld naar het stadion tussen het publiek, zo botste ik eens op Rob Rensenbrink. Een linksbuiten, net als ik later. Toen hij een paar jaar geleden stierf, greep me dat enorm aan. Dat heb ik altijd met voetballers die mijn idolen geweest zijn. Maradona... Hoe kun je zo ten onder gaan. En Cruijff.’

Wie is Bart Verhaeghe? Een van zijn vrienden zegt: ‘Een warme man.’ Een voetbaljournalist zegt: ‘Een moeilijke man.’ Vooral sinds hij publiek bekend werd als voortrekker van Uplace en als voorzitter van Club Brugge heeft iedereen een mening. Exact tien jaar geleden schreef een krant onder de titel ‘De bulldozer die met vuur speelt’: ‘Als clubleider die de continuïteit moet garanderen, lijkt hij minder geschikt.’

Dat het een tijd duurde om dit interview af te spreken had een reden. Eerst wilde hij het seizoen van Club afwerken en er was nog een ander dossier. Dat lekte uit: Club wilde naar de beurs. Elke De Tijd-lezer weet dat dat mislukte, toen verdween Verhaeghe opnieuw in de luwte.

Dat we hier toch zitten, kon alleen met de belofte het niet opnieuw tot in de diepte over Uplace en over die beursgang te hebben. Maar dat laatste is geschiedenis, nu blijkt dat het Amerikaanse investeringsfonds Orkila Capital van investeerder Jesse Du Bey 50 miljoen euro in Club pompt. ‘We zijn op zoek gegaan naar een investeerder en die hebben we gevonden. Ze betalen een faire prijs en Club is nu meer dan 200 miljoen euro waard. We lopen nu allemaal met een big smile rond. Eerlijk? Ik ben blij dat die beursgang niet is doorgegaan. Dit is een enorme boost voor Club.’

Blij?

Verhaeghe: ‘Blij omdat Orkila expertise in de internationale sport- en entertainmentwereld aan boord brengt. Bij een beursgang was die externe expertise en kennis er niet bij. Kort na het uitstel van de IPO hebben ze ons gecontacteerd. Ze hadden hun huiswerk over de Belgische en internationale voetbalsector grondig gedaan. We begrepen elkaar snel en goed. En het klikt ook als mens met Jesse Du Bey omdat hij dezelfde visie, ambitie en waarden heeft. Hij is een echte sportman.’

Bent u voorzichtiger geworden? Zes jaar geleden was u op Radio 1 te gast bij Touché, net nadat Uplace een vergunning had gekregen. U was enthousiast en u weet nu hoe het afliep.

Verhaeghe: ‘Tja, maar dat wordt nu Broeklin en ik denk dat het beter zal zijn. En dat imago heeft veel met leeftijd te maken. Ik ben iemand die gelooft dat je je leven zelf moet schrijven. Misschien ben ik soms te rap gesprongen, rapper dan anderen, maar ik deed dat altijd vanuit een kennis: wat kan ik mensen, een bedrijf of een omgeving bijbrengen? Hoe is progressie mogelijk? Natuurlijk krijg je kritiek, maar geloof me dat je als ondernemer sociaal moet zijn. Toen ik begon, moest ik mensen die ouder waren dan mij kunnen overtuigen. Ook een voetbalploeg run je niet zonder begeestering. Ik ben helder in mijn verhalen, ja. Ik ben verdomd helder. Ik ben zelfs te helder voor België. Misschien was ik beter in Amerika geboren.’

©Diego Franssens

Waarom?

Verhaeghe: ‘Ik geloof in het maakbare en dat je een droom kan realiseren. Maar Vlaanderen heeft het daar o zo moeilijk mee. Neem iemand met een droom au sérieux. Of geef hem krediet. Maar wij zijn o zo graag bezig met elkaar te beoordelen en te veroordelen. Stop daarmee! Want wat brengt het bij? Nul. Nul! En negatieve energie die niemand vooruithelpt. Tolereer enthousiasme en positiviteit in de samenleving. Tolereer diversiteit. Laat ons verdraagzamer en toleranter zijn. Misschien waren mijn analyses niet altijd prettig, maar moet je dan schieten op de mens? We hadden vergunningen van alle overheden, maar ons systeem laat toe dat een paar individuen iets kunnen tegenhouden. Dat is ziek. In Duitsland of in Nederland kan zoiets niet. Bij ons wel.’

Zegt u nu dat Uplace er in Duitsland of in Nederland wel was gekomen?

Verhaeghe: ‘Daar moet je niet aan twijfelen.’

Een match verliezen als de andere ploeg beter is? Geen probleem. Maar ik kan niet tegen onrecht. Daar gaat mijn hart van rebelleren.

Hoe gaat u met zo’n tegenslagen om?

Verhaeghe: ‘Dat je een deal niet hebt omdat een ander een betere propositie heeft, daar heb ik geen seconde last van. Dan zeg ik: chapeau. Een match verliezen als de andere ploeg beter is? Geen probleem. Maar ik kan niet tegen onrecht. Daar gaat mijn hart van rebelleren. Het maakt me opstandig.’

Geldt dat ook voor onrecht in de wereld? Met Luc Verelst was u actief in zijn liefdadigheidsorganisatie Solid.

Verhaeghe: ‘Mijn moeder organiseerde de lokale Damiaanactie. Toen ik zes was, ging ik met de bus rond om geld op te halen voor melaatsen en voor 11.11.11. Dat zit ingebakken. Als je talent en tijd hebt en je bent gezond, moet je je inzetten. De Bart Verhaeghe van 56 is dezelfde als de Bart Verhaeghe van 16. Het eerste geld dat Luc en ik verdienden, wilde hij uitkeren aan Solid. Hij zei: ‘We gaan later nog genoeg verdienen.’ Op dat moment was ik nog geen 40, ik had een lening en drie kleine kinderen, maar ik ging akkoord. Ik kies projecten uit. Met Droia verzamelen we geld voor kankeronderzoek. Al heel vroeg heb ik de denktank Itinera opgericht, omdat we als ondernemers een inclusieve samenleving moeten faciliteren. En de Club Brugge Foundation heb ik omgeturnd naar een non-profitorganisatie die de wervende kracht van de club gebruikt om iets voor mensen te realiseren. Je kan zeggen dat dat maar een druppel is. Maar het is er wel een.’

Wat doen jullie dan?

Verhaeghe: ‘Iemand die voor euthanasie kiest, maar nog één match wil zien, helpen we. Mathew Ryan (van 2013 tot 2015 keeper van Club Brugge, red.) kon het niet geloven: 'Wat wil die man?' Ja, die gaat morgen sterven en zijn laatste wens was om u te zien. Dus doen we dat. Mijn moeder is 91, zondag hebben we haar gevierd. Ze zei: ‘Ik ben blij dat ik andere mensen hier kan helpen. Ik voel me nuttig.’ Je leeft voor de andere. Dat geeft energie.’

De zomer van Bart Verhaeghe

Vorige week reed Bart Verhaeghe met zijn gezin naar hun huis in het Zwitserse Buchillon. Hij wil er vooral mountainbiken, gaat er in Nyon op 7 augustus meedoen aan een kwarttriatlon en kijkt vooral uit naar zijn plannen de komende zes maanden. Daarin zit nog een kwarttriatlon in Mandelieu. ‘En ik kijk uit naar de loting van de Champions League’, zegt hij. ‘Ik zou heel graag eens tegen Barcelona spelen. Messi in Jan Breydel, daar kijk ik naar uit.’ Verder in de planning (maar dan zijn we de zomer al voorbij, het is dan zelfs al 2022) staat een reis naar de Zuidpool. Avontuur, wandelen, survival. ‘We hebben altijd veel gereisd met de kinderen. In Europa en Amerika, maar ook heel intensief in Afrika door Namibië, Botswana, Mozambique, Kenia, Tanzania, Congo, Marokko, Mauretanië, Senegal... noem maar op. Ook in India zijn we geweest. We gaan naar de mooie dingen kijken, maar we willen ook echt contact met mensen. Zien hoe ze daar leven.’

‘Na de Zuidpool gaan we ook Patagonië bezoeken, dat heb ik nog niet gezien. Plus Buenos Aires. Vaak combineer ik zo’n reizen met ontmoetingen rond voetbal. Club Brugge is echt bekend. Als ik in Sao Paulo ben, verwelkomen ze ons. Ze kennen Club. Het voetbal verbindt mensen. Zo hebben wij mensen van AEK Athene en van Panathinaikos, eigenlijk vijanden, bijeengebracht en hebben ze een Griekse Itinera opgericht. Binnenkort ga ik een congres bijwonen in Miami. Dan ga ik zeker eens lang bij Inter Miami, waar ze nieuwe digitaliseringstechnieken hebben. Dat wil ik zien.’

Hoe moeilijk was het om de beslissing te nemen dat uw moeder het best naar een woon-zorgcentrum ging?

Verhaeghe: ‘Heel moeilijk. (stil) Ja, heel moeilijk. We zijn met vijf, we hebben heel lang alles gedaan. Ze heeft het er zelf nog moeilijk mee, denk ik. Haar huis is er nog, maar het werd te gevaarlijk. Natuurlijk kon ik in alles voor haar thuis voorzien. Maar mensen hebben nood aan sociaal contact, dat mag je niet onderschatten. Ze pamperen is niet altijd de beste oplossing. Ze wilde niet gaan, tot ze rationeel ‘ja’ zei. Mijn vader overleed zeven jaar geleden. De zorg die ze nu nodig had, kon ze dus van hem niet krijgen.’

De beelden waarin u voor de camera emotioneel werd over de bekerwinst van Club na de dood van uw vader zijn bekend. Kon u goed afscheid nemen van hem?

Verhaeghe: ‘Ik had het er heel moeilijk mee. Mijn vader was een wijze man, maar ook wel een vrolijke en positieve man. Hij las de Zwitserse krant waarop ik een abonnement heb en haalde er elke dag woorden uit die alleen Franstalige Zwitsers gebruiken en de Fransen niet. Zelfs toen hij al in de zeventig was, liep hij nog de 20 kilometer van Brussel. Tot hij 85 was, reed hij met zijn koersfiets. Maar op een dag, langs de polders, keek mijn mama om. Hij kon haar niet volgen, terwijl het altijd omgekeerd was. Dat was een signaal: pancreaskanker en drie maanden later overleed hij.’

Een van uw broers is autistisch, vertelde u al ooit. Hoe was het voor hem toen de orde verstoord werd bij het overlijden van uw vader?

Verhaeghe: ‘Heel heftig, maar daarna kon hij het een plaats geven. Als moeke gaat, zal het erger zijn. We zorgen voor hem, hebben zijn woonst voor hem ingericht, maar je doet al eens iets verkeerd. Te veel zorg is voor mensen met autisme niet altijd de juiste zorg en ze hebben het vaak moeilijk met autoriteit. Zeker als die komt van mensen uit hun naaste invloedssfeer. Ik ben daar dus bescheiden in. Ik bevraag me en zoek oplossingen. Daar lig ik ’s nachts van wakker. Meer dan van mijn werk.’

©Diego Franssens

Ik las dat u met uw kinderen een charter hebt opgesteld, met normen en waarden en met financiële afspraken.

Verhaeghe: ‘Ik was al vroeg ondernemer en toen ik 32 was, was ik al met successie bezig. Dat moest wel. Als ik tegen een boom reed, was dat een probleem. Later zei mijn dochter, die toen tien was: ‘Als ik ooit voor u werk, is dit dan allemaal van mij?’ Ik heb haar uitgelegd dat je een salaris krijgt als je werkt, maar dat als iemand risico neemt, het anders werkt. Tot ik 40 was, vertelde ik weinig over werk. Maar toen die vragen kwamen, vond ik het belangrijk een en ander uit te leggen. Zo zijn we in dialoog gegaan en zo zijn we aan dat charter gaan werken. Het is een document dat elk jaar geëvalueerd wordt. Gisteren zaten we nog samen. De hoofdzaak is: probeer gelukkig te leven. Als je een goede verpleger wilt worden, doe dat. Wil je een goede ondernemer worden, doe dat. Daar ga ik hen in steunen, mits een goede opleiding en kennis van zaken. Ze kunnen een beroep doen op het kapitaal, maar ze moeten hun case verdedigen. Er staan ook normen en waarden in. Maak er iets zinvols van. Doe een ander niet aan wat je zelf niet wil. Wees respectvol. Is je hobby duurder dan die van de andere, ga je dat dan afwegen? Nee toch. Dat soort simpele dingen. Heel belangrijk is: ik ben niet de norm, ik ben niet het voorbeeld. Mijn rol en mijn werk zijn het gemakkelijkst. Voor de tweede en derde generatie is het altijd moeilijker.’

Nieuw stadion

Dat werk is, vooral, Broeklin en Club Brugge. Voorzitter zijn van de voetbalclub is, zegt hij, ‘helemaal niet’ het fijnste wat hij ooit deed. Maar voetbal opende wel een wereld en laat dromen. Het verhaal van het nieuwe voetbalstadion is zeer bekend. Op de vraag wanneer de eerste spadesteek gegeven wordt, komt een monoloog van een kwartier over de plannen (‘je hebt vijf dagen nodig om onze bouwaanvragen te downloaden’), het bouwdossier (‘daarmee kan je paletten van een hele oplegger van de Delhaize vullen’) en een motiveringsnota (‘600 bladzijden met antwoorden op alle mogelijke arresten van de Raad van State’). ‘Zoek maar eens een andere gek die 100 miljoen van zijn eigen geld wil investeren om andere mensen blij te maken, met een park, met minder lawaai, minder licht, minder fijn stof, alles uitgekiend. Een meerwaarde voor Brugge. Als alles goed gaat, hebben we een vergunning in september. Maar misschien komt er nog een procedure, die heeft weer een doorlooptijd van een jaar, dan zijn we al eind 2022. Als we begin 2023 de eerste spade in de grond steken, zal het goed zijn.’

En daarin wilt u dan de Champions League winnen?

Verhaeghe (met een lachje): ‘Dat gaat niet lukken. Maar ik wil wel overwinteren en ik ga er alles aan doen om ooit de finale van de Europa League te spelen. Het is alleen, door corona, een moeilijke mercato. We zijn in gesprek met een linksachter. Met hem zijn we rond, maar de club wil 11 miljoen. Terwijl hij er maar 6 waard is. ‘Ja, maar door corona hebben we geld verloren’, zeggen ze. Zoals allemaal. Maar Club Brugge heeft wel winst gedraaid, ondanks anderhalf jaar zonder publiek.’

©Diego Franssens

Hoe hebt u dat gedaan?

Verhaeghe: ‘Door goed beleid en schitterende medewerkers. De kosten terugdraaien. Dat kan hoor. De premie waar de Rode Duivels op het EK voor speelden, heb ik tot de helft gebracht van wat onder Marc Wilmots was afgesproken. Ik heb dat uitgelegd. Hazard: na één minuut akkoord. Witsel: twee minuten. Bij een paar was dat moeilijker, maar omdat Hazard en Witsel meededen, waren ze mee. Ook bij Club lukte dat. We hebben niemand op tijdelijke werkloosheid gezet, maar de winst- en de titelpremie konden we niet aanhouden. Dat begrepen de spelers. We hebben filmpjes gemaakt voor onze sponsors, de fans konden de matchen volgen via onze eigen kanalen, 60 procent heeft zijn abonnementsgeld niet teruggevraagd. We waren creatief. Het gevolg is dat een maand voor de start van de competitie alle 24.000 abonnementen de deur uit zijn.’

Het stapeltje papier met zijn voorbereiding heeft hij niet bekeken. We verlaten het huis via zijn bureau, waar in een mandje medailles van Club Brugge liggen, een mozaïekfoto van de Amerikaanse president J.F. Kennedy hangt en in zijn boekenkast uitsluitend non-fictieboeken staan. ‘Ik lees geen romans. Daar beneden staan de boeken die ik meeneem op vakantie.’ We zien ‘Leopold II’ van Johan Op de Beeck, ‘Hoe we een klimaatramp kunnen vermijden’ van Bill Gates en twee boeken van Bart Van Loo: ‘De Bourgondiërs’ en, kijk, ‘Napoleon’.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud