Advertentie
Advertentie

Bijna 4 seconden winst op 100 meter zwemmen in kwarteeuw

De Brit Adam Peaty won het goud op de 100 meter schoolslag. ©Photo News

Olympisch kampioen en wereldrecordhouder op de 100 meter schoolslag Adam Peaty vertoont in zijn discipline een zelden geziene dominantie.

Adam Peaty won het eerste grote olympische nummer in het zwemmen in 57.37, bijna zeven tienden sneller dan de nummer twee, de Nederlander Arno Kamminga (58.00). Dat tijdsverschil zegt niet helemaal hoe groot het verschil is tussen Peaty - ook al olympisch kampioen in Rio - en de rest.

Peaty zwom in 2019 het huidige wereldrecord 56.88. Slechts één andere man, Kamminga, slaagde er ooit één keer in onder 58 seconden te zwemmen. Peaty zet nu al jaren de allerbeste tijden ooit neer op de 100 meter schoolslag.

Peaty is ook een parabel over hoe er eigenlijk geen limieten zijn aan het menselijke kunnen. De Belg Fred Deburghgraeve zwom precies 25 jaar geleden op de Spelen in Atlanta 1996 een wereldrecord in 1.00.66. Die tijd werd toen als fabelachtig beschouwd. Peaty zwom in 2019 bijna 4 seconden sneller.

Peaty denkt dat het nog sneller kan. Hij droomt van een wereldrecord in 56.50, zo stond afgelopen weekend in een uitstekend portret in Financial Times. De Britse zwembond alleen heeft een bijna even groot budget als Topsport Vlaanderen. Toen Peaty tijdens de eerste lockdown niet kon trainen, installeerde zijn federatie een bad met golfslag in zijn tuin zodat hij toch baantjes kon trekken.

Dat Peaty in Tokio ver onder zijn wereldrecord bleef, is niet helemaal een verrassing. Een analyse van de historische besttijden toont duidelijk dat er sinds de coronacrisis een negatieve impact is op de gezwommen besttijden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud