reportage

Chinezen kijken op geen duizend euro voor Belgische duiven

©Diego Franssens

De Belgische topduif Nadine kreeg voor 400.000 euro een Chinese baas en meteen ook een Chinese naam. Een dag in het spoor van bouwmagnaat Xing Wei, op duivenjacht in Knesselare. ‘Duiven zijn interessanter dan voetballers. Met Messi kan je niet kweken.’

Dit verhaal begon met een mail op een vroege vrijdagochtend in januari. In het bericht zat een link naar een verhaal op een Nederlandse site: ‘Schatrijke Chinezen storten zich op ‘onze’ postduiven en drijven de prijs op.’ Die aanhalingstekens hadden de Nederlanders goed gekozen. ‘De Chinezen zien de Belgische competitie als de Champions League van de duivensport’, zei Nikolaas Gyselbrecht dezelfde dag aan de telefoon. Hij is de CEO van PIPA, vier letters voor een hele wereld: Pigeon Paradise. Het bedrijf stevent dit jaar af op 25 miljoen euro omzet. Duiven zijn big business.

Deze duivin kost 400.000 euro

Anderhalve maand later knikt mister Xing Wei, in de westerse duivenwereld beter bekend als ‘Kaier’ omdat dat makkelijker uitspreekt. ‘Nadine kopen was het mooiste moment van mijn professionele leven.’ We zitten op een bank in de tuin van PIPA in Knesselare. Terwijl we praten, filmen drie dames elke seconde van ons gesprek. Af en toe zoomen ze in. Dat is geen controle. ‘Kaier heeft een videokanaal met 100.000 abonnees’, verklaart Chris, zijn Taiwanese tolk. ‘Zij filmen en dat wordt live gestreamd in China.’ Hij vraagt een van de dames hoeveel mensen op dit moment kijken. ‘895’, zegt ze.

Roekoe

Duiven maken in China hetzelfde geluid als bij ons, ze zeggen roekoe. Andere gelijkenissen zijn dat ze vliegen, zich voortplanten, pluimen verliezen, duivenvoer eten en dat weer uitkakken. In België spelen nog zo’n 20.000 mensen met de duiven. In China zijn dat er 1 miljoen. Natuurlijk is China ruim 312 keer groter dan ons land, maar het is toch opmerkelijk.

‘Een jaar of 15 geleden kreeg ik een mail van Luna, een tante van de tolk’, zegt Gyselbrecht. ‘Ik was vier jaar eerder met pipa.be gestart, eigenlijk meer als duivenjournalist. Mijn grootvader en mijn vader waren duivenmelkers. Je had tot dan, en nog altijd, duivenkrantjes. Maar die verschenen slechts wekelijks. Zeker in 2003, toen de vogelgriep uitbrak, was het interessant snellere updates te geven of er mocht worden gespeeld.’

Een Chinese duivenmelker stuurde een Rolls-Royce om me op te halen aan de luchthaven in Peking.
Nikolaas Gyselbrecht, eigenaar van Pigeon Paradise

Toen Gyselbrecht in 2003 zijn diploma economie had behaald aan de universiteit van Gent en een manier zocht om zijn duivenhobby levensvatbaar te maken, zette hij op een dag één duif van zijn vader te koop. ‘Voor 350 euro. Die was snel verkocht aan een duivenmelker in het Verenigd Koninkrijk. En later organiseerden we een eerste online veiling.’

Daar belde Luna voor. Ze meldde interesse vanuit China. Daarom zitten we 15 jaar later hier. Met Luna’s neef Chris, de tolk uit Taiwan. En met mister Xing Wei, zijn drie filmende medewerksters, zijn zoontje en twee van zijn ‘loftmanagers’. Xing Wei is 48 en maakte zich in Tangshang rijk met bouwondernemingen en ‘finance’. ‘Maar mijn grote liefde zijn duiven’, zegt hij.

Toen hij vijf was, hadden zijn buren duiven, en die mocht hij voederen. ‘Dat vond ik fascinerend. Duiven zien opgroeien interesseerde me meer dan geld. Ik had het geluk dat China zich begin jaren zeventig openstelde voor de wereld. (glimlacht) Niet alleen wat duiven betreft. Er werd een sterke economie uitgebouwd en het ging ook steeds beter. Waardoor inderdaad geld kon worden verdiend en dat kon worden gespendeerd aan recreatie. Zoals aan de duivensport. De Chinese overheid erkende het en dat was belangrijk. Vergelijk het een beetje met American Football in de Verenigde Staten.’

Een loftmanager van Xing Wei keurt Nadine. ©Diego Franssens

Gelukzak

Het pijltje naar PIPA is klein. Knesselare, sinds 1 januari deel van de fusiegemeente Aalter, is dat ook. Op straat zie je niet veel, maar eens op de parking naast het huis waar Gyselbrechts ouders ooit woonden, is dat anders. Modern kantoortje. Dieper in de tuin een mooi gebouwtje, waarin gasten ontvangen worden met taart en koffie. En dan vooral duivenhokken. ‘Lofts’, moet je zeggen. Al blijven duiven duiven en is de geur die door het gaas komt niet anders dan die bij duivenmelker Valère uit je jeugd.

Het lijkt wel een doolhof, waar Sam Bostoen - ‘lofts and PEC coordinator’, staat op de site - ons rondleidt. PIPA is vooral nog een veilingsite en veel duiven passeren, tussen verkopen, hier. Maar PIPA heeft ook een broedprogramma: het PIPA Elite Center. ‘Zeven jaar geleden hadden we twee hokken. Al de rest is sindsdien bijgekomen’, zegt Bostoen.

Duivinnen en doffers, mannelijke duiven, zitten gescheiden. ‘Soms zit er eens een gelukzak tussen’, glimlacht hij. ‘Maar we herkennen ze snel. Aan de kleur, aan het ringnummer en aan de kleur van de ring.’ Een groene jaarring: 2018. Een grijze: 2015. ‘Duiven voor China krijgen een gele ring.’ Bostoen studeerde twee jaar psychologie en drie jaar maatschappelijk werk. Maar uiteindelijk begon hij zeven jaar geleden hier te werken. Al was hij liever voetballer geworden. ‘Het is een verslaving. Ik wilde thuis geen duiven houden, maar heb er nu toch zeventig. Ik ben er continu mee bezig. Als ik elders ben, denk ik aan mijn duiven. De grootste kick is als ik ze zie aankomen na een wedstrijdvlucht.’

Die zeventig zitten thuis. Hier zitten er vandaag zo’n 1.400. Eigen kweek, maar ook passanten en duiven die nooit weg mogen. Ze hebben heerlijke namen: Porsche 911 (‘die 911 was zijn ringnummer, zo kwam het idee’), zijn ouders Wacko Freddy en Lieve (‘een dochter van Gladiator’), Prince Porsche (‘een broer van Porsche’), Red Devil Porsche (‘die won op de dag dat de Rode Duivels in Rusland speelden’) en Golden Prince.

Maar daar houdt het niet mee op. In een 320 pagina’s dik boek dat PIPA ook dit jaar weer uitgaf en op 27.000 exemplaren drukte, staan duiven van bijna 180 kwekers die al dan niet verkocht worden, of waarvan toch nakomelingen te koop zijn. Bladerend lees je pure duivenpoëzie: Super Marcel, Olympic Danny, Contador en Boonen, Tarzan en New Patricia, De Jan, zelfs Bratt en Angelina, Rudy 175 en Kleine Jan, De Gebroken Vleugel en natuurlijk Messi. Pagina na pagina poseren ze.

Xing Wei. Hij werd rijk met bouwbedrijven en ‘finance’, maar duiven zijn zijn grote liefde. ©Diego Franssens

Op bladzijde 100: Nadine. We lezen: ‘Mr. Xing Wei is owner of the most expensive pigeon ever.’ Bostoen opent nu een deurtje: ‘Dit is ze. Nadine. Twee jaar geleden verkocht voor 400.000 euro.’

Wij zien een duif. Een mooie duif. Maar een duif. Bostoen ziet wat anders. ‘Nadine was 1ste Nationale Asduif Grote Halve Fond Jaarlingen 2017’, zegt hij. ‘Een jaar eerder had een volle zus van haar diezelfde vlucht gewonnen. Het zegt alles over hun genen. Zo kwam de interesse uit China.’

Xing Wei kocht Nadine, via PIPA, van eigenaar Willy Daniëls. Voor die 400.000 euro dus. Dat lijken prijzen voor voetballers. ‘Maar duiven zijn veel interessanter dan voetballers’, zegt Bostoen. ‘Met Na-dine kunnen we kweken. Met Messi kan je dat niet.’

Nooit meer vliegen

‘Ik kwam al negen jaar naar België’, zegt Xing Wei. ‘De eerste keer was in 2008. Het doel was simpel: de beste duiven vinden. Sindsdien kom ik drie tot vier keer per jaar. Zoals deze week. Per dag bezoeken we vijf tot zes duivenmelkers, van 8 tot 22 uur. Soms koop ik bij iemand al zijn vierhonderd duiven, soms niets. Deze week kocht ik er nog maar acht. Soms voor 200 euro, maar gemiddeld voor 2.000 euro. Zo zag ik plots Nadine. De beste en mooiste duif die ik in al die jaren zag. Ik had er het geld voor over.’ Nadine kreeg een Chinese naam, Qian Yi. ‘Naar mijn zoon.’ Als we opmerken dat het vreemd klinkt dat een duivin de naam van een jongen krijgt, zegt hij: ‘Het is een neutrale naam. Die voor beide kan.’

Nadine zit in Knesselare en niet in Tangshang tussen de intussen 4.000 andere duiven van Xing Wei. Gyselbrecht vertelt waarom. ‘Na de verkoop kochten wij en Bart Geerinckx samen de helft van Nadine terug. Kaier is dus voor de helft eigenaar en wij allebei voor een kwart. Nadine legt zestien eieren per jaar: acht zijn voor Kaier, vier voor ons en vier voor Bart. We hebben afgesproken dat we haar kinderen niet verkopen. Maar voor haar kleinkinderen wordt nu ook al 5.000 tot 10.000 euro betaald. Het gaat dus om het kweken. Nadine is geboren in 2016. Gemiddeld kan zo’n duivin tien jaar eitjes leggen. Dat zou tot 2026 zijn. Maar als we geluk hebben, doe ze dat tot 2029 of zelfs nog wat langer. Maar we kunnen ook pech hebben. Morgen kan Nadine dood liggen. Het blijft een risico.’

Een Chinese duivenmelker stuurde een Rolls-Royce om me op te halen aan de luchthaven in Peking.
Nikolaas Gyselbrecht, eigenaar van Pigeon Paradise

De tweede reden is eenvoudiger: ‘Als Nadine naar China zou gaan om er te worden ingezet voor wedstrijden, zou ze maar één ding proberen: terugvliegen naar Knesselare. Wat natuurlijk onmogelijk is. Een duif die opgekweekt is, kan je niet meer heroriënteren. In China zou ze dus verlorenvliegen en dat zou haar einde betekenen. Hier doet ze wat ze in China ook zou doen: kweken. Maar haar nakomelingen kunnen natuurlijk wel opgekweekt worden. We gaan hier met haar kweken. Vliegen zal Nadine niet meer doen.’

Dat ze hier nog zit, heeft voor Gyselbrecht ook emotionele waarde. ‘Ik heb ze genoemd naar mijn moeder, Nadine, die in 2016 overleed.’

Eigenlijk is het systeem dus eenvoudig. En waarom ze in China zo zot zijn van asduiven ‘halve fond’ (dat zijn wedstrijden van zo’n 500 kilometer en níét de grote ‘klassiekers’ zoals Barcelona waar over afstanden van 1.000 kilometer wordt gevlogen) is al even simpel. ‘China is te groot om nationale wedstrijden te organiseren, dus is alles veel regionaler. De Pioneer Club is de grootste wedstrijd met de grootste prijzenpot. Vier weken na elkaar worden de duiven gelost op afstanden van telkens zo’n 500 kilometer.’

Daarom dus. En dit: de winnaar van de laatste editie, in november 2018, werd nadien verkocht voor 2,8 miljoen euro. In China. James’s Legend is zijn naam. Alleen al tijdens die vier wedstrijden van de Pioneer Club vloog hij zeven auto’s als prijs voor zijn eigenaar binnen, waaronder een Mercedes van 150.000 euro. In 2018 won James’s Legend dertien auto’s. Zijn eigen verkoopprijs is dus zeven keer de waarde van Nadine. ‘Maar hij is een doffer’, zegt Gyselbrecht. ‘Nadine blijft de duurste duivin ter wereld.

The King of Rome

Dit is 2019 en in deze grote wereld zijn James’s Legend en Nadine dus Bekende Duiven. Nieuw is dat niet. Meer dan honderd jaar geleden was The King of Rome de vedette. In 1913 won hij de race van Rome naar Engeland, over liefst 1.611 kilometer en de legende was geboren. The King of Rome kreeg van Dave Sudbury een boek en een lied, later door June Tabor gezongen. Dat begon zo: ‘In the West End of Derby lives a working man. He says: ‘I can’t fly but me pigeons can. And when I set them free. It’s just like part of me, gets lifted up on shining wings.’ In de Derby Museum and Art Gallery kan de opgezette duif tot vandaag bekeken worden.

Duif Cher Ami kreeg na de Eerste Wereldoorlog het Franse Croix de Guerre omdat de duif rond Verdun meer dan eens belangrijke frontberichten transporteerde. Zelfs aangeschoten en met nog maar één oog en één poot vloog Cher Ami op 3 oktober 1918 over de linies en redde zo 194 geallieerde soldaten. Onderaan de Wikipedia-pagina van de duif staat: ‘Zie ook G.I. Joe (duif)’. G.I. Joe was een door de Amerikanen geadopteerde Algerijnse duif die tijdens de Tweede Wereldoorlog dienst deed in Italië. G.I. Joe kreeg de Dickin Medal, de hoogste onderscheiding voor dieren.

Gyselbrecht glimlacht. Hij kent Cher Ami en G.I. Joe. Het waren andere tijden. Duif zal hij nooit meer eten en zijn zaak draait goed. PIPA, begonnen als eenvoudige website, heeft in België twintig mensen vast in dienst. Het boekjaar loopt tot 30 juni, maar de prognose is een omzet van 25 miljoen euro. In China en Taiwan werken ze met twaalf mensen samen en over de hele wereld zijn er dertig agenten. Tot in landen als Vietnam, Trinidad & Tobago, Bangladesh en Canada.

1 miljoen
In België spelen nog zo’n 20.000 mensen met de duiven. In China zijn dat er 1 miljoen.

‘Vorig jaar deden we een veiling van zo’n honderd duiven in Irak. Er waren vijf tv-stations en driehonderd kopers. Zelf was ik er niet. (glimlacht) Mijn vrouw vond het niet zo’n fijn idee dat ik ging. Maar gelukkig heb ik topmedewerkers. In Knesselare en in de hele wereld.’

In China was hij wel al vaker. ‘Xing Wei is niet de rijkste Chinese duivenliefhebber, maar wel een van de twee grootste. Guo Weicheng, een man uit de farmabusines - de Marc Coucke van China, eigenlijk - is de andere. China is heel belangrijk geworden. Zowat 60 procent van onze omzet komt van China en Taiwan. En het lijkt nog maar het begin. Er komen nieuwe races, nieuwe hokken.’

De eerste reis vergeet hij nooit. Met Luna stond hij aan zijn hotel in Peking te wachten op de taxi. ‘Een duivenmelker uit Tangshang had beloofd die te sturen. Er leek maar niemand te komen. Toen ik hem belde, zei hij: ‘Tiens, zie je daar geen Rolls-Royce?’ Die stond daar inderdaad al een tijdje, dat was dus onze taxi. (lacht) Dat was een onwezenlijk ritje van anderhalf uur, geloof me. Rijd je naar zo’n duivenmelker in een Rolls-Royce... Ook bodyguards zijn daar niet vreemd.’

Maar er is nog iets. Hij vertelde het al aan de telefoon. Buitenlanders komen niet alleen duiven kopen, een nieuwe trend is dat buitenlanders zich ook in België komen vestigen. ‘Jan Hooymans, uit Nederland, heeft een huis gekocht in de Kempen. Ik ken een Deense ondernemer en duivenliefhebber die dat deed. En de halfbroer van de sjeik van Qatar heeft een huis in Elsenborn, mét een duivenhok. Die mensen doen dat omdat ze met hun duiven aan onze wedstrijden willen meedoen. Ze willen zich meten met ons. In China is het grote geld te verdienen, maar België is voor hen de Champions League van de duivensport.’

Dat heeft alles met traditie te maken. Ooit waren hier 200.000 duivenmelkers, op een moment dat het in China nog verboden was er te hebben. Met een ander beeld: misschien krijgt de winnaar van de Ronde van Californië meer prijzengeld, maar een echte wielerkampioen wint liever de Ronde van Vlaanderen.

Grijze stofjas

Vier dagen voor deze afspraak. In een krantenwinkel in Leuven liggen naast de Vlaamse kranten nog twee andere: Die Zeit, de Duitse kwaliteitskrant, en De Duif. Op je pad komt wat op je pad moet komen. Het is de editie van woensdag 13 februari, nummer 7 van de 131ste jaargang. ‘Omvat 32 blz.’, lezen we. En kost 2 euro. Ondertitel: Algemeen Duivensportblad. Het lijkt een reliek van een tijd die voorbij is, maar het ligt er wel en moet dus verkocht worden.

We lezen, in de rubriek Mensen en Duiven door Ad Schaerlaeckens: ‘Als ik dit typ, is het bitter koud. Of je het bevriezen van drinkwater kan vertragen? Absoluut. De drinkpot op de bodem van het hok plaatsen, liefst in een hoek, scheelt al.’

We vernemen dat de ‘Gouden Duif Wisseltrofee in memoriam Stan Raeymakers’ in 2018 is gewonnen door Sabrina Brugmans, Halen.

Er zijn foto’s in zwart-wit van hokken van de tandem Fuchs & Wolf, van ‘Albert en Francine die dansen op hun derde overwinning op 14 jaar’ waarbij ‘Proficiat!’ hoort, en van de pas overleden liefhebber Frans ‘Sis’ De Schepper.

Je leest bijna ‘kom kom kom’. Je hoort de duivenmelker rammelen met zijn doosje voer. En ergens hoor je weer de zondagse ‘inlichtingen voor duivenliefhebbers’ op de radio: ‘Dourdan, 9 uur, bewolkt, de begeleiders wachten.’

Lees dit niet als lachen met de duivenmelkers, o nee. Eerder is het nostalgie. Meer nog is het de hoop dat al dat Chinese geld niet verhindert dat de sport nog kansen laat aan de man met grijze stofjas en geruite pet. Dat de constateur, het apparaatje waar de ringen in moesten, vervangen werd door een chip in de ring en het internet is maar zo.

Maar maken ze nog kans? Bij de start zeker: in deze Champions League kunnen derdeprovincialers nog tegen Messi vliegen. Maar is winnen mogelijk? Gyselbrecht is voorzichtig. ‘Het verschil tussen de toppers en de hobbyisten is steeds groter geworden. Maar het is goed voor de sport dat ze er allebei nog zijn. En op langeafstandsvluchten zoals die vanuit Barcelona is de kwaliteit van de duif nog belangrijker dan de kwaliteit van de liefhebber. Daar kunnen hobbyisten dus nog winnen.’

©Diego Franssens

Inteelt

Xing Wei en zijn gevolg krijgen er niet genoeg van. In Tangshang heeft hij een Pigeon Museum, maar nu wil hij Nadine nog eens zien. Bij de ingang van het beveiligde hok hangen prachtige grijze stofjassen met het logo van PIPA, ze bestaan dus nog. Maar Xing Wei draagt een modern jasje en schoenen van Balenciaga. Zijn loftmanagers knijpen in Nadines kopje, om goed in de ogen van de topduif te kijken.

We maken een groepsfoto met Nadine, en zelfs die fotosessie wordt door de mee poserende Chinese dames live gestreamd. Ondertussen wacht kweker Joël Verschoot met Armando, nog zo’n topduif. Die wil hij Xing Wei tonen.

‘Morgen komt er nog een Chinese klant’, zegt Gyselbrecht. ‘Hij komt naar Golden Prince kijken. Eigenlijk wil ik hem liever houden, maar als zo iemand het dubbele wil betalen als voor Nadine... Dat is een beetje zoals Pozuelo die naar Canada kan of Fellaini die naar China gaat. Verkoop ik hem niet en Golden Prince ligt morgen dood, dan ben ik dom geweest. Maar houd ik hem en koppel ik hem aan Nadine, dan is zo’n kind misschien wel 50.000 euro waard.’

Twee dagen later mailt Nikolaas: ‘Het bod was 600.000 euro. Ik heb Golden Prince niet verkocht.’

Een laatste blik in het hok. Wacko Freddy zit nog altijd bij zijn Lieve. Ze zorgden voor Porsche 911, maar ook voor Boxster, Cayman en Prince Porsche. Topkoppel. ‘Maar Lieve heeft ook al op een van haar zonen gezeten’, glimlacht Sam. ‘Voor sommige duivenrassen is inteelt geen probleem. Integendeel.’

Wacko Freddy wijkt nu niet van Lieves zijde. Wacko Freddy weet waarom.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect