Advertentie
analyse

De amerikanisering van het topvoetbal

Liverpool, zaterdagavond tegenover Real Madrid, kwam acht jaar geleden in handen van de Amerikaan John Henry, die de club redde van een dreigend faillissement. ©Photo News

Van de relatieproblemen tussen de VS en Europa valt in het voetbal niets te merken. De eigenaar van Champions League-finalist Liverpool, de Amerikaan John Henry, is deel van een groeiend trans-Atlantisch netwerk van grote sportmerken.

Real Madrid en Liverpool staan vanavond tegenover elkaar in de finale van de Champions League. De grootste voetbalmatch op aarde is met naar verwachting een half miljard tv-kijkers de perfecte opwarmer voor de start van het WK over drie weken. Zowel Real Madrid als Liverpool is een monument van het Europese voetbal. De Engelse club aan de Merseyside viel acht jaar geleden in handen van de Amerikaanse miljardair John Henry, die ze redde van een dreigend faillissement na wanbeheer door de vorige Amerikaanse eigenaars.

©MEDIAFIN

Henry stortte zich in de Amerikaanse sport- en mediasector nadat hij fortuin had gemaakt in de wereld van investeringsfondsen. Zijn Sports Fenway Group is vandaag eigenaar van het baseballteam Boston Red Sox, een autoraceteam in de Nascar, een sportmarketingbedrijf, een sportkanalenzender en de krant Boston Globe. Het scheelde niet veel of Henry zag zich in de finale vanavond vervangen door zijn goede vriend en stadsgenoot uit Boston James Pallotta. Die is eigenaar van het Italiaanse AS Roma, dat in de halve finale uitgeschakeld werd door Liverpool. Pallotta is ook aandeelhouder van de Boston Celtics, dat tegen het Cleveland Cavaliers van basketsuperster LeBron James strijdt voor een plek in de NBA-finale. Saillant detail is dat James voor 2 procent aandeelhouder is van Liverpool, waarvan hij de waarde zag stijgen van de initiële 5 miljoen euro tot bijna 30 miljoen vandaag.

Henry en Pallotta staan symbool voor een groeiende groep rijke ondernemers uit de VS die een sport- en entertainmentimperium in eigen land runnen en tegelijk eigenaar zijn van een Europese voetbalclub, leert onderzoek van De Tijd. Zeventien Europese clubs zijn via een Amerikaanse eigenaar of aandeelhouder verbonden met dertien clubs uit de grote Amerikaanse sportcompetities, vijf uit de NBA (basket), drie uit de NFL (American Football), twee uit de NHL (ijshockey), twee uit de MLS (voetbal) en een uit de MLB (baseball). In die laatste competitie moest Frank McCourt, eigenaar van de Franse traditieclub Marseille, de LA Dodgers verkopen door geldproblemen na een vechtscheiding.

Liverpool vs. real madrid
Liverpool vs. real madrid

Favoriet Real Madrid kan vanavond in Kiev zijn derde Champions League-trofee op rij winnen, de 12de beker der landskampioenen in de roemrijke geschiedenis. Outsider Liverpool won 13 jaar geleden voor het laatst de Champions League. De laatste Engelse titel dateert zelfs van 1990, maar het team van de Merseyside blijft een icoon van het Europese voetbal.

Beide clubs zijn ook winstmachines, waarbij Real de Engelse rivalen ruim overklast. De Spaanse topclub rapporteerde vorig seizoen 675 miljoen euro omzet en 21 miljoen nettowinst. Daartegenover zet Liverpool 415 miljoen omzet en 44 miljoen winst. De winnaar vanavond verdient nog eens 15 miljoen boven op het prijzengeld dat dit seizoen al verdiend is in de Champions League, de runner-up 11 miljoen. Beide clubs houden elk al zeker meer dan 80 miljoen euro over aan hun avontuur in de Champions League.

Vooral Engeland kleurt opvallend Amerikaans. Behalve Liverpool zijn ook de topclubs Arsenal (Stan Kroenke) en Manchester United (familie Glazer) in Amerikaanse handen. De Glazers zijn ook eigenaar van het NFL-team Tampa Bay Buccaneers, terwijl Kroenke teams heeft in de NBA, NFL, MLS en in e-sports in de gamesindustrie, een nieuwe lucratieve arm van de sportwereld. 49ers Enterprise, het investeringsvehikel boven het NFL-team San Francisco 49ers, kocht afgelopen week 10 procent van de Engelse tweedeklasser Leeds. Daarmee zijn nu tien clubs uit de hoogste regionen van het Engelse voetbal gelinkt met Amerikaanse investeerders.

Een van hen is overigens Billy Beane, de inspiratiebron van het verfilmde boek ‘Moneyball’ over de introductie van data en statistieken in de sportwereld. Die aanpak om spelers te selecteren en tactieken te bepalen is al langer ingeburgerd in de Amerikaanse topsport, en vindt steeds meer bijval in het voetbal. Opmerkelijk is dat Chelsea begin dit jaar de Brit Guy Laurence aanstelde als nieuwe CEO. Hij is niet alleen gewezen topman van de telecomreus Vodafone UK, maar was ook bestuurder bij het Canadese Maple Leaf Sports & Entertainment. Dat is de bedrijfskoepel boven een grote sportfranchise uit Toronto, met teams in de NBA, NHL en MLS.

Dat groeiende trans-Atlantische sportnetwerk is een gevolg van de toenemende cashlawine in het voetbal. De Amerikanen zien dat de grote clubs uit de Premier League grote multinationale merken worden, waar nog veel meer geld uit te halen valt dan de grote Amerikaanse profteams. Die liggen ver voorop in doorgedreven commercialisering, een relatief recente evolutie in het voetbal, zodat de Europeanen leentjebuur willen spelen om verdienmodellen te kopiëren.

De Amerikanen zien Europa ook als een nieuw bruggenhoofd voor de globalisering van hun eigen sportmerken. De eigenaar van het NFL-team Jacksonville Jaguars en het Engelse Fulham deed recent een bod op het Europese voetbalheiligdom Wembley, naar verluidt met het doel om een vaste NFL-franchise in Engeland neer te poten. Ook de NBA broedt op Europese plannen.

13
Zeventien Europese voetbalclubs zijn verbonden met 13 sportteams uit de VS.

De Amerikaanse sportondernemers hebben een totaal andere insteek dan hun tegenhangers uit het Midden- en Verre Oosten, die ook in groten getale in het voetbal neerstrijken. De Amerikanen zien in sport een business als elke andere, waar aandeelhouders en eigenaars aan moeten verdienen. De concurrentie uit het oosten runt voetbalclubs in Europa ook als bedrijven, maar deinst er niet voor terug een miljard uit eigen zak te investeren om de club kunstmatig aan de top te brengen.

Het verklaart deels waarom de Amerikaanse aanwezigheid in het Europese voetbal met vallen en opstaan gebeurt. De competities in de VS draaien op een gesloten model met enkele tientallen clubs, de enige plek waar de beste spelers terechtkunnen. Dat monopolie maakt het mogelijk de kosten te drukken - door onder meer salarisplafonds - en winstgevend te zijn. Dat model is moeilijk transporteerbaar naar het voetbal, waar clubs op een open, mondiale markt tegen elkaar opbieden voor de beste spelers. Henry bij Liverpool en Kroenke bij Arsenal worstelen om hun plek aan de top te behouden, net omdat ze niet meededen aan het opbod van salarissen en transfersommen in het voetbal.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud