De balans | Daniel Dardha, 13-jarige schaakkampioen

©rv

Op zijn dertiende kroonde Daniel Dardha zich vorige zaterdag tot Belgisch kampioen schaken, de jongste ooit. Het Antwerpse supertalent droomt ervan nog voor zijn zestiende ‘grootmeester’ te worden. Hier maakt hij zijn persoonlijke balans op.

Wat zijn uw belangrijkste activa?
‘Mijn smartphone. Daarop staan de telefoonnummers van mijn vrienden en ook al mijn schaakapps. Het is mijn lievelingsding, ik zou het geen dag kunnen missen. ’s Avonds ga ik nooit slapen zonder eerst nog even schaak op het kleine schermpje te spelen. Maar als ik met mijn vrienden bel, praten we bijna nooit over schaken, wel over voetbal of over skaten.’

Wie heeft in u geïnvesteerd?
‘Mijn vader, hij is mijn schaakcoach. Ik kom uit een familie van schakers: zowel mijn vader als grootvader heeft een prima niveau. Ze brachten me van jongs af de passie bij. Ik zat al naar het spelletje te kijken toen ik amper kon lopen. Ik begreep het niet meteen, maar vond het wel leuk. Ik los graag denkspelletjes en creatieve raadsels op. Die fascineren me. Toen mijn vader me mijn eerste schaaktornooi liet spelen, was ik amper zeven jaar.’

‘Huiswerk is een moetje, schaken is een magje.’

Wat is het beste advies dat u ooit kreeg?
‘Mijn vader zegt altijd: ‘Huiswerk is een moetje, schaken is een magje.’ Ik speel dus enkel schaak als er tijd over is. Maar dan wel twee uur per dag. Partijen van grootmeesters bekijken en naspelen bijvoorbeeld. En schaakboeken lezen. Papa zegt dat ik talent heb, maar zonder veel te oefenen kom je nergens. Mijn grootvader was coach van een belangrijke club in Albanië, vooraleer mijn papa in 1997 naar België immigreerde. Van hen kreeg ik de boodschap dat je hard moet werken als je iets wil bereiken in het leven.’

Wat was uw kwantumsprong? Wanneer bent u het sterkst gegroeid?
‘Toen ik vorig jaar in Griekenland wereldkampioen snelschaken werd bij jongeren onder 14 . Sindsdien wordt het schaakbord elke avond bovengehaald.’

Gaat u soms in het rood?
‘Er zijn soms dagen dat ik heel moe ben. Latijn aan het Xaveriuscollege in Antwerpen is zwaar. Je moet veel woordenschat en grammatica van buiten leren, terwijl schaken eerder begrijpen, berekenen en vooruitdenken is. Al is dat laatste niet helemaal waar. Ik experimenteer graag door nieuwe openingsvarianten uit te proberen, en die moet je goed instuderen.’

Is uw balans in evenwicht?
‘Jawel. Het lijkt soms zwaar om een schaaktornooi te spelen. Op het Belgisch kampioenschap zat ik tien dagen elke dag tot zes uur lang achter een bord tegenover volwassenen te schaken. Maar ik heb niet snel zenuwen. Ik kom altijd binnen met een goed gevoel. Voor mij is dat genieten. Schaken leert je niet alleen strategisch te denken, zegt mijn vader. Het doet je ook nadenken over beslissingen die je in je leven moet nemen. En het stimuleert beleefdheid. Zo schud je voor en na elke partij de hand van je tegenstander. Het is niet alleen een denksport, je leert ook sociaal te zijn.’

Wat is uw grote ambitie?
‘Mijn doel is grootmeester te worden, bij voorkeur voor mijn zestiende. In de schaakwereld is grootmeester de hoogst bereikbare titel. Als ik slaag in mijn opzet, zal ik de jongste ooit zijn in België. Mijn idool is Magnus Carlsen, de 28-jarige wereldkampioen. Dat zou ik ook graag willen worden, al zal dat niet eenvoudig zijn. (lacht) Professioneel schaker worden is niet mijn eerste ambitie. Het liefst wil ik een normaal leven leiden met een normale job, en met schaken als belangrijk onderdeel daarvan. Maar als mijn niveau zo goed is dat ik er later mijn beroep van kan maken, dan zal ik dat zeker proberen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect