interview

De balans | Jonathan Sacoor

©BELGA

In maart vloog de spurter Jonathan Sacoor (20) vanuit de VS naar de ouders van zijn vriendin in Chili, om er Covid-19 te ontvluchten en verder te kunnen trainen. Sinds vorige week is de wereldkampioen bij de junioren op de 400 meter terug in ons land. Hier maakt hij zijn persoonlijke balans op.

Wat zijn uw belangrijkste activa?

‘Sommige sportlui hebben veel materiaal nodig, voor ons komt het vooral aan op immateriële zaken zoals motivatie en doorzettingsvermogen. En die heb ik in overvloed. Het is me nog nooit overkomen dat ik ’s morgens opsta en denk: nu heb ik geen zin. Voorts is de omkadering cruciaal: de trainer, arts, kine, diëtist...’

Wie heeft in u geïnvesteerd?

‘Van mijn ouders heb ik alle kansen gekregen. Zeker als atleet is dat cruciaal. Ze moesten natuurlijk mijn spikes betalen en me overal naartoe brengen, maar de mentale investering was nog belangrijker. Ze hebben nooit gezegd: je zou beter dit of dat. Lang geleden was mijn vader sprinter in Portugal, op nationaal niveau. Hij werd geboren in Mozambique. Mijn moeder is Nederlandse. Ze ontmoetten elkaar als studenten in Brussel.’

‘Bij Olympic Essenbeek Halle was Jean-Marie Bras mijn eerste jeugdcoach. Hij geloofde sterk in me. Toen ik 13 of 14 was, leidde hij me naar de 400 meter. In 2017 zei hij: ik heb je alles geleerd wat ik kan. En hij pushte me om een andere trainer te zoeken. Dat is heel mooi. Je ziet het niet vaak in atletiek. Bij Jacques Borlée zette ik de grote stap naar professioneel atleet.’

Investeert u zelf in anderen?

‘Vorig jaar haalden we met de Belgian Tornados op het WK in Qatar brons op de 4x400 meter. Ik was veruit de jongste, met een leeftijdsverschil van minstens vijf en in het geval van Kevin en Jonathan Borlée zelfs tien jaar. Heel veel kan ik niet investeren in de anderen, het is veeleer andersom. Maar ook ik probeer mijn teamgenoten te motiveren, of eens te laten lachen. Natuurlijk investeren mijn vriendin en ikzelf in elkaar. Ook zij loopt de 400 meter en we trainen regelmatig samen.’

Wat was uw kwantumsprong?

‘Goud op het WK voor junioren, twee jaar geleden. Bewijzen dat ik een topatleet kan zijn, gaf een geweldig gevoel. Al is het dubbel: plots wordt heel veel verwacht. Maar daar heb ik niet zo veel last van.’

Gaat u vaak in het rood?

‘Uiteraard. De 400 meter is een loodzware afstand, waar je een beetje zot voor moet zijn. Je moet sprinten, maar ook volhouden. De verzuringsgraad is soms hoog genoeg om in het ziekenhuis te belanden. Na elke training lijkt het alsof mijn benen in brand staan: zo verzuurd dat ik niet meer kan stappen. Ik heb hoofdpijn en mijn hoofd draait. Dat hoort erbij. Anders word je niet beter. Het benadert de grens van het ongezonde, maar dat geldt voor de meeste topsport.’

De 400 meter is een loodzware afstand, waar je een beetje zot voor moet zijn.


‘Ook mentaal ga ik soms in het rood. Als ik op training vier keer 300 meter moet sprinten, denk ik na de derde keer soms: ik wil niet meer, ik kan niet meer. Waarna ik móét rechtstaan voor die vierde sprint. Dan vraag je je soms af waarom je het doet. Als atleet ben je pas tevreden als je je grenzen kan verleggen, maar het plezier zit er vooral in dat ik op wedstrijden voor duizenden mensen de Belgische tenue kan dragen en op het podium het volkslied kan meezingen. Dat is zeer emotioneel.’

Wie zijn uw raadgevers?

‘Het is bijna alleen Jacques Borlée, zowel voor fysieke als mentale training, de keuze van de wedstrijden, hoe ik eet en slaap, naar welke dokters en diëtiste ik ga, enzovoort. Hij zette me er ook toe aan aan de Universiteit van Tennessee businessmanagement te gaan studeren en te trainen - de faciliteiten zijn er geweldig. En dit voorjaar had hij er de finale hand in om vanuit de VS naar Chili te gaan. Hij besliste ook wanneer ik terug naar België kwam. Ik kan niet zeggen dat ik hem blind volg: als ik niet akkoord ga, bespreken we dat. Maar dat is zelden zo. Ik weet dat hij het allerbeste voor me wil.’

Hebt u al mensen afgeschreven?

‘Niet echt. Ik heb het geluk gehad altijd de juiste mensen tegen te komen.’

Staat er al winst op uw balans?

‘Jazeker. Ik werk hard, maar heb ook veel geluk. Ik zie alleen maar mensen die om me geven. Ik heb mensen van over de hele wereld leren kennen, kan rondreizen en in de VS studeren. Er is niets dat ik liever zou doen. Het uitstel van het EK in Parijs en mijn eerste Olympische Spelen deed een beetje pijn, maar ik heb de knop snel omgedraaid. Eén seizoen missen is niet zo erg. Volgend jaar ben ik nog sterker.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud