interview

De balans | Oliver Naesen

©BELGA

Terwijl veel wielrenners nagelbijtend afwachten, kon Oliver Naesen (29) al deze week zijn contract bij de Franse ploeg AG2R verlengen tot eind 2023. Hier maakt hij zijn persoonlijke balans op.

Wat zijn uw belangrijkste activa?

‘Recent zijn we in een nieuw huis gaan wonen. Op zolder is er een fitnessruimte, in de kelder een werkplaats om aan mijn fietsen te prutsen. Inclusief die van de ploeg heb ik er een tiental. Ook is mijn discipline cruciaal. De voorbereiding naar augustus lijkt ver weg. Dan moet je karakter hebben om te blijven trainen. Voorts mijn vrienden en familie: goed gezelschap om mijn gedachten te verzetten. Ik ontvang hen graag voor een soireetje. Nu even niet, natuurlijk.’

Wie heeft in u geïnvesteerd?

‘Ik kom uit de working class, maar sinds mijn zestiende kochten mijn ouders elk jaar een fiets van minstens 2.000 euro. Waarna mijn broer Lawrence dezelfde toer op ging. Dat heeft hen een serieuze noot gekost. Om nog te zwijgen van fietsreizen. Ook de overheid heeft in me geïnvesteerd. Bij Topsport Vlaanderen-Baloise hebben Walter Planckaert, Hans De Clercq en Christophe Sercu hun nek uitgestoken voor mij. Het is een opleidingsploeg, en volgens de policy kwam je er na je 22ste niet meer in. Ik was al 23 toen ik er mijn eerste profcontract tekende. Ik doe veel mensen oneer door hen niet te noemen. Als sporter vraag je veel van iedereen. Terwijl ik met je praat, werkt mijn schoonvader hier in de tuin. Dat komt alleen omdat ik coureur ben.’

Investeert u in anderen?

‘Toch wel. Bijtekenen voor drie jaar is lang. Ik kon ook bij andere ploegen terecht. Maar ik voel een verantwoordelijkheid en kan mijn collega-renners en de staf niet in de steek laten. Mijn broer rijdt ook voor AG2R, en er komen jongeren aan voor wie ik mijn nek heb uitgestoken. Nu, in het begin investeer je al wat je kan in jezelf, anders lukt het niet. Mijn eerste loon bij Topsport Vlaanderen bedroeg een kleine 2.000 euro. Ik kocht toen rollen voor 1.600 euro.’

Ik luister naar veel mensen, maar doe vooral mijn zin.


Wanneer bent u het meest gegroeid?

‘Die dag herinner ik me goed. In mijn opleiding LO was ik geen wonderstudent. Ik ging vooral biljarten. Trainde ik, dan dacht ik aan mijn schoolwerk. Studeerde ik, dan dacht ik: ik moet trainen. Op een dag heb ik gezegd: ik ga werken. Drie dagen later was ik koerier. Ik stond op om 5 uur en kwam om 16.30 uur thuis, waarna ik begon te trainen, in alle weersomstandigheden. Toen voelde ik iets loskomen. Zodra ik werkte, schoten mijn resultaten als renner omhoog. Op die periode ben ik trotser dan op welke overwinning ook. Eerst leek stoppen met school het einde van de wereld, zeker voor mijn ouders. Achteraf bleek het mijn kwantumsprong.’

Gaat u soms in het rood?

‘Uiteraard, maar alles went, als je het voldoende doet. Na mijn eerste wedstrijden was ik zó kapot dat ik niet meer kon praten. Je denkt: stop, hiervoor ben ik niet gemaakt. Maar je leert dat je het overleeft. Als ik nu in de bergen aan 100 procent van mijn capaciteiten rij, kan ik nog lucide denken. Zoals elke duursporter ga ik ook mentaal in het rood. Ik fiets 35.000 kilometer per jaar. Op 1 januari lijkt dat een eindeloos traject. Velen krijgen een burn-out of worden depressief. Maar gaandeweg ontwikkel je trucs. Als er een week van 1.000 kilometer komt, kijk ik alleen naar vandaag en morgen.’

Wie zetelt in uw raad van bestuur?

‘Ik luister naar veel mensen, maar doe vooral mijn zin. Mijn ex-coach Koen Scheerlinck is meer een raadgever dan mijn huidige ploegcoach. Nadat ik met school gestopt was, tilde hij me op. ‘Als je dit schema niet aankan, moet je er niet aan denken prof te worden’, klonk het vaak. Koen en zijn vrouw zijn als familie. Voor levenskwesties ga ik bij mijn ouders te rade.’

Is uw balans in evenwicht?

‘Dit is best een mooie periode: ik kan eens een glas drinken of een friet halen. Normaal is dat ondenkbaar. Voor mezelf vallen de offers mee: ik kies ervoor. De mensen rond mij niet, mijn vriendin voorop. Vakanties zullen altijd in oktober zijn, en hooguit tien dagen. Ik heb ook een vriendengroep waarmee ik ben opgegroeid. We horen elkaar via WhatsApp. Maar soms gaat er een jaar voorbij zonder dat ik de helft heb gezien. Dat vreet, maar ik zou voor niets willen ruilen. De winst op mijn balans is puur egoïstisch. Elk jaar kom ik als renner een trapje hoger. Die voldoening is enorm. Al vrees ik de dag waarop de curve keert.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud