De geboorte van een sportnatie

©REUTERS

Met 19 Europese medailles, drie wereldtitels en olympisch zilver op de Winterspelen beleeft de Belgische sport nu al een recordjaar. Meer dan ooit is Vlaanderen de motor van de medaillemachine. Het topsportbeleid van minister Philippe Muyters werkt wél.

Vier mensen draaien in Vlaanderen aan de knoppen van de topsport. Het gaat om Paul Rowe (directeur van de administratie Sport Vlaanderen), Gert Vande Broek (kabinetschef van Vlaams N-VA-minister van Sport Philippe Muyters), Lode Grossen (voorzitter van de Gymnastiekfederatie Vlaanderen en van de koepel van alle sportfederaties) en Eddy De Smedt (topsportdirecteur van het Belgisch Olympisch Comité BOIC). De vier sportpausen vormen het directiecomité van de nv Vlaamse topsport, die met de hulp van enkele tientallen experts beslist over de verdeling van de middelen over atleten en ploegen met medaillekansen. Zonder hun positief advies aan topambtenaar Philippe Paquay en minister Muyters krijgt niemand geld.

Aan het einde van deze legislatuur zal Muyters een decennium onafgebroken op de stoel van Vlaams minister van Sport hebben gezeten. Die continuïteit is een breuk met het verleden. In de tien jaar daarvoor zwaaiden liefst vijf ministers de plak. Het grote examen van Muyters volgt in 2020 op de Olympische Spelen in Tokio, op enkele grote commerciële sporten na de enige echte lakmoesproef voor sportief succes.

De topsportscholen zijn een vrij uniek Vlaams model waarbij jongeren zes tot twaalf uur van lessen worden vrijgesteld. Zo kunnen ze een hoog trainingsritme combineren met het behalen van een algemeen, technisch of beroepsdiploma.

 Voor turnen en tennis kan dat vanaf de lagere school, met komend schooljaar 96 kinderen.In het secundair onderwijs zullen 590 leerlingen uit 15 sporttakken les volgen aan een van de vijf topsportscholen. Nog eens 27 jonge voetballers, tennissers en triatleten volgen een flexibel lesprogramma buiten de topsportschool.

Het model kwam er ook omdat veel Vlaamse ouders liever niet hebben dat hun kinderen alles op hun sport zetten zonder dat ze hun diploma halen. Bij ons bestaat minder de traditie om studies uit te stellen tot na de carrière, zoals in Nederland.

Europees turnkampioene Nina Derwael is een product van de Gentse topsportschool en stroomt dit jaar door naar het statuut van topsportstude

 

De balans van een minister opmaken is moeilijk in een domein waar duizendsten van een seconde het verschil kunnen maken tussen een medaille of niet. De beste manier om het tijdperk-Muyters door te lichten is zijn return on investment. Wat gaf hij terug voor het belastinggeld dat naar topsport vloeit? Topsport is in ons land de bevoegdheid van de gemeenschappen, aangevuld met een kleine federale poot. Hoe goed presteert Vlaanderen tegenover de andere Belgische regio’s? En wat kost een medaille gemiddeld bij ons in vergelijking met de rest van de wereld?

Een antwoord geven op die vragen is verre van simpel. Vlaanderen stopt jaarlijks 24 miljoen euro in topsport, aangevuld met 26 miljoen voor sportinfrastructuur in de acht jaar tussen de Olympische Spelen van 2012 en 2020. Van die 24 miljoen euro operationele middelen vloeit jaarlijks zowat een derde naar projecten voor talentontwikkeling die pas over twee tot drie Olympische Spelen medailles moeten opleveren. Het bekendste project zijn de topsportscholen. (zie inzet)

De rest van het geld gaat naar atleten en projecten die op korte termijn medailles kunnen pakken. Dat is een belangrijke ommezwaai die onder Muyters gebeurde. Vroeger werd de subsidie vastgelegd per sporttak, voor een olympische cyclus van vier jaar. Tegenwoordig gebeurt de evaluatie jaarlijks en is het geld gekoppeld aan programma’s rond topsporters.

‘De sportfederaties zeggen ons wie volgens hen de komende jaren kan scoren op kampioenschappen. De ondergrens ligt op een plek in de top 8 op een Europees kampioenschap’, zegt Paul Rowe, de baas van de Vlaamse taskforce die over de subsidies wikt en beschikt. ‘De aanvraag kan over een individuele sporter gaan, maar evengoed over een groep zwemmers, een volleybalteam of twee 10.000 meterlopers. De kandidaat-steuntrekkers delen we op in drie categorieën: potentiële medaillewinnaars op Olympische Spelen of wereldkampioenschappen krijgen de hoogste score, daaronder vallen kandidaten voor een Europese medaille of een mondiale top 8-plaats, gevolgd door potentiële top 8-sporters op een EK. Ploegsporten krijgen in die opdeling altijd een extra punt.’

Hoe hoger de score, hoe meer subsidie. In dat systeem wordt een ploeg met olympische medaillekansen dus het best bediend. Elk jaar kan in de middelen worden gesnoeid voor wie niet presteert: dat geld verschuift dan naar topsporters die het wel waarmaken. ‘Natuurlijk houden we rekening met blessures of potentieel. De zwemmer Pieter Timmers (zilver in Rio) en de discuswerper Philip Milanov (vicewereldkampioen in 2015) gooien we na een minder jaar echt niet uit het programma’, zegt Rowe.

Muyters legde het topsportbeleid in handen van technocraten. Daar kan hij zich bij hoge nood achter verschuilen.

Dat subsidiemodel valt niet los te zien van de zittende politieke broodheer. Muyters ontdeed de topsport grotendeels van politieke bemoeienissen en legde zijn lot in handen van technocraten. Hij dekte zich politiek in door de subsidies voor atleten, coaches en trainingsprogramma’s te koppelen aan verstrengde prestatienormen. Die leggen een laag van objectiviteit over elk besluit, waarop Muyters officieel kan terugvallen om zijn beleid te verantwoorden. En waar hij zich bij hoge nood achter kan verschuilen.

Vlaamse topsportindex

De barometer van het beleid is de Vlaamse topsportindex. Daarin worden alle medailles en top 8-plaatsen op EK’s, WK’s en Olympische Spelen volgens hun gewicht samengeteld en per vierjaarlijkse olympische cyclus in kaart gebracht. Elke drie maanden wordt de index geüpdatet, waardoor de prestaties over de tijd zichtbaar worden. Dat is een meer betrouwbare barometer dan prestaties op één tornooi, waar tegenslag of geluk een groot verschil in medailles kan betekenen.

1.112
Historisch record
België scoort 1.112 punten op de topsportindex in 2018. Dat is een historisch record. De kloof tussen Vlaanderen en Wallonië is met 500 punten de grootste ooit.

De topsportindex geeft Muyters gelijk. België is in de Europese ranking in drie jaar tijd opgeschoven van de 31ste naar de 21ste plek. Binnen België gaat iedereen erop vooruit, maar Vlaanderen veel meer dan de rest. België staat in 2018 op een historisch record van 1.112 punten op de index. Er is een verschil van 500 punten tussen Vlaanderen en Wallonië, de grootste kloof ooit. Vier jaar geleden was de kloof nog 150 punten - het kleinste verschil deze eeuw.

‘In Rio kroop België na vier tegenvallende Spelen op rij eindelijk een beetje uit het dal. We haalden zes medailles, maar het hadden er ook negen kunnen zijn. Maar de topsportindex toont een duidelijk positieve trend. Er is geen reden waarom het allemaal in elkaar zou zakken in 2020 in Tokio’, maakt Paul Rowe zich sterk. Je mag investeren wat je wil, soms moet je gewoon ook hopen op supertalent dat eens om de paar decennia geboren wordt. In het zuiden van het land loopt er zo eentje rond, meerkampster Nafi Thiam, een amazone die niet zou misstaan tussen de blauwe superwezens uit de Hollywoodfilm ‘Avatar’.

De Vlaamse topscore verhult wel grote interne verschillen. Tegenover overachievers als hockey, wielrennen, triatlon en turnen staan relatief grote subidieslurpers als atletiek en zwemmen die weinig rendement leveren. Achter de schermen wordt toegegeven dat er met beide sporten een probleem is. Het zwemmen verzuipt in interne verdeeldheid, de atletiek draaide jaren vierkant doordat er twee rivaliserende vzw’s actief waren: Atletiek Vlaanderen en de Vlaamse Atletiekliga.

Op het EK in Berlijn was er op een totaal van zes medailles Vlaams zilver voor Bashir Abdi op de 10.000 meter, het aandeel van juniorenwereldkampioen Jonathan Saccoor in het goud op de 4x400 en de straffe marathontitel van Koen Naert.

Die laatste staat echter op de loonlijst van de Franstalige atletiekfederatie. Het kwam Muyters op striemende kritiek te staan toen hij Naert uitgebreid fêteerde met zijn Europese marathontitel. Naert verloor eind 2014 zijn Vlaamse topsportcontract. De uitleg is dat hij nooit in de buurt kwam van de vereiste resultaten om een verlenging van zijn contract te krijgen. Hij eindigde op de Olympische Spelen in Rio in 2016 22ste, te laag om een contract bij Sport Vlaanderen te krijgen.

‘Het is ongelooflijk knap van Koen dat hij op deze manier revanche heeft genomen. Een fenomenale titel’, zegt Rowe. ‘Maar ik wil erop wijzen dat hij een uitzondering is. We maken hier ook een lijst met hits: resultaten vanaf top 8 op EK’s en WK’s in olympische sporten. Voor 2018 hebben we 87 hits voor sporters die Vlaanderen ondersteunt. Voor atleten die we hadden kunnen steunen maar ervoor kozen dat niet te doen, hebben we één resultaat. Dat bewijst dat onze foutenmarge behoorlijk klein is’

De kritiek op Muyters stopt niet bij de ontbinding van het contract van Naert. Er is ook onbegrip omdat heel wat Vlaamse atleten van een werkloosheidsuitkering leven. Dat is onder meer het geval voor Bashir Abdi, sprintster Eline Berings en 5.000 meterloopster Louise Carton. In totaal gaat het om 19 topsporters.

‘Dat is nochtans een uitstekend model’, zegt Rowe. ‘Het ontstond ooit exclusief voor wielrenners, maar het is een paar jaar geleden uitgebreid naar andere sporten. Het is een opvangnet voor atleten die niet aan de criteria voldoen. De regel is dat ze twee jaar door de Vlaamse arbeidsbemiddelaar VDAB worden vrijgesteld van controle of verplichte sollicitatie. Ze moeten alleen een loopbaanbegeleidingstraject volgen. In die twee jaar kunnen ze proberen opnieuw in aanmerking te komen voor een topsportcontract. Daarnaast blijven ze steun krijgen via stages en coaches.’

In Vlaanderen krijgen 300 eliteatleten en 300 beloftes steun via onder meer coaches en stages. Een kleinere groep krijgt ook een loon. Topsport Vlaanderen heeft via zijn wielerploeg 23 renners voltijds in dienst. Daarnaast krijgen nog 55 topsporters een loon. 34 voltijdse topsporters worden betaald als Vlaams ambtenaar, waarbij ze meer betaald krijgen volgens hun diploma en hun anciënniteit. Nog eens 21 zijn student en krijgen afhankelijk van hun status als elitesporter of belofte 80 procent van een volledig salaris.

De resultaten stijgen voor het eerst sneller dan de middelen. Daardoor botst de Vlaamse topsport tegen haar plafond.

Rowe: ‘De focus van ons beleid ligt op het creëren van de omstandigheden voor resultaten, niet op het belonen of het pamperen van atleten. Het is niet onze taak atleten rijk te maken. In Nederland krijgen atleten netto nog minder. Ik heb wel begrip voor de verzuchting dat atleten met een hoger diploma meer krijgen dan atleten met een lager diploma die betere prestaties neerzetten. Daar moeten we openstaan voor alternatieven.’

Ook bij de atleten klinkt gemor over de topsportcontracten. Eline Berings steekt niet weg dat ze boos is op Sport Vlaanderen voor het verlies van haar contract. De ruimte voor deliberatie wordt kleiner omdat de plaatsjes duurder worden. Er zijn stilaan meer atleten die door hun resultaten in aanmerking komen voor een contract dan dat er plekken zijn.

Subsidiestroom

De resultaten stijgen voor het eerst sneller dan de middelen. Daardoor botst de Vlaamse topsport tegen haar plafond aan. De Vlaamse subsidiestroom naar topsport is al jaren constant. Muyters stopte de topsport eenmalig een dotatie van 3 miljoen euro toe, en verhoogde de jaarlijkse subsidie recurrent met 1 miljoen. Maar het buitenland zit evenmin stil. Topsport is meer dan ooit een patriottische prestigeslag tussen landen, met als gevolg dat een mondiale wedloop op medailles ontstond.

De jacht op medailles is een zero sum game, met een totaal van 339 medaille-events en iets meer dan 1.000 medailles die in Tokio 2020 te verdienen zullen zijn. Door de groeiende welvaart - rijkdom en aantal inwoners zijn de grootste voorspellers van medailles - stijgen wereldwijd de topsportbudgetten. Het gevolg is dat de kostprijs van een medaille stijgt.

Vlaanderen moet wedijveren met grote medailleslokoppen als het Verenigd Koninkrijk (bijna 300 miljoen euro budget per jaar) en Australië (150 miljoen). Het Britse roeien en wielrennen krijgen meer geld dan het hele Vlaamse topsportbudget samen, leren data van Veerle De Bosscher van de onderzoeksgroep Sport en maatschappij aan de VUB.

Meer vergelijkbare landen zoals Nederland, Denemarken en Zwitserland investeren allemaal meer in topsport. De Zwitsers (7 medailles in Rio) trokken hun budget op tot 70 miljoen. De Nederlanders haalden 19 medailles met 50 miljoen euro overheidsgeld, aangevuld met tientallen miljoenen euro van de Loterij en privébedrijven. De regering-Rutte pompt er 10 miljoen bij om het doel van 25 medailles in Tokio te halen. De Denen klokten af op 15 medailles, met een budget van 35 miljoen.

Het is oneerlijk om Muyters op efficiëntie af te rekenen door de budgetten en het bruto binneenlands product (bbp) simpel te delen door het aantal medailles. Topsportbudgetten en medailles zijn in België een gevolg van een mix van investeringen door overheden. Wallonië investeert 10 miljoen euro, de 46 Waalse en zeven Brusselse topsportcontracten niet meegeteld. Het federale BOIC investeert op zijn beurt 4 miljoen euro, onder meer in het talentenprogramma Be Gold.

Maar een deel van die middelen komt uit het Vlaamse en Waalse budget. Daarnaast hebben nog eens een 30-tal profs een contract bij de federale overheidsdienst Defensie. Het is onmogelijk precies te zeggen hoeveel het totale Belgische topsportbudget bedraagt en wat het Vlaamse belastinggeld oplevert, net omdat bijvoorbeeld de zilveren hockeymedaille een Vlaams-Franstalige-federale inspanning is.

‘Ondanks gelijkblijvende budgetten en stijgende concurrentie zijn we tien plekken gestegen in de Europese ranking. Dat vind ik een goed rapport’, zegt Gert Vande Broek, bondscoach van de Belgische volleybaldames en chef sport van Muyters.

Rowe: ‘De vraag is nu of de lat niet nog hoger moet. We moeten durven te overwegen om de prestatienormen op te trekken tot de mondiale top 8. De 19 EK-medailles zijn knap en hulde aan alle atleten, maar op mondiaal vlak geven ze soms een vertekend beeld. In sommige sporten is Europa de dominante macht, maar in andere disciplines telt het amper mee in de strijd om de medailles.’

Rowe verdedigt met vuur de nood aan subsidies in de topsport. Lang niet iedereen is ervan overtuigd dat Vlaanderen ‘à la de DDR’ in sport moet investeren. ‘Er is geen sprake van oversubsidiëring’, zegt Rowe. ‘Cultuur is goed voor 2 procent van de Vlaamse middelen, sport voor 0,33 procent en topsport voor 0,04 procent. Dat komt neer op 3,50 à 4 euro per Vlaming per jaar. Bovendien toont het enthousiasme rond de Rode Duivels en het recente EK aan dat er een groot draagvlak is.’

Niet elke topsporter kan een beroep doen op de markt. Voetballers, wielrenners en tennissers kunnen door de commercialisering van hun sport goed verdienen. Atleten in nichesporten kunnen in grote landen nog rekenen op de steun van bedrijven, maar zeker in Vlaanderen is de markt te klein om topsport zo te financieren. Dus springt de overheid bij.

Politieke zege

Vlaanderen is meer dan ooit de motor van de topsport in België. Wallonië loopt twintig jaar achter omdat het pas sinds 2006 - na het debacle van de Spelen in 2004, met amper negen Waalse atleten - structureel in topsport investeert. De Vlaamse dominantie maakt van tien jaar Muyters een politieke zege voor de N-VA. Alleen vanuit Brusselse bobosalons klinkt occasioneel nog de roep om herfederalisering. Het is duidelijk dat Vlaanderen noch Wallonië hun autonomie over topsport ooit nog wil afstaan. Het goede nieuws is dat Vlaanderen en Wallonië andere accenten leggen, waardoor de kans op succes in een waaier van sporten groter wordt. Maar ze investeren ook in dezelfde sporten, waarbij Wallonië vaak minder strenge criteria hanteert. Dat maakt het Belgische model suboptimaal. Het heeft weinig zin geld te strooien over twee groepen atleten, van wie niet dezelfde resultaten worden geëist. Het werkt ook shoppinggedrag door geflopte atleten in de hand.

We zijn er nog niet. Hooguit bloeien de eerste bloemen in wat lang een sportwoestijn was.

Het is overdreven te stellen dat de regionalisering België doet draaien als een medaillemachine. Hooguit bloeien de eerste bloemen in wat lang een sportwoestijn was. De tijd is duidelijk voorbij dat topsport was overgeleverd aan de grillen van vorkjesprikkende bobo’s die als minimonarchen over hun federaties regeerden. Door versnipperd geld ging talent verloren. Dat kan een klein sportland met schaars talent zich niet veroorloven. België moet talent stofzuigen, dat in de juiste sporttak proberen te krijgen en ervoor zorgen dat zo weinig mogelijk jeugd op weg naar de top verloren gaat.

Grote naties als de VS of China kunnen de wet van de sterkste hanteren, waarbij in een zware afvallingsrace de besten bovendrijven. Vlaanderen heeft het nadeel dat voetbal en wielrennen overheersen en de meeste jeugd opzuigen. In Vlaanderen bestaat ook geen Angelsaksisch model van schoolsporten, waardoor kinderen niet kunnen uitvissen voor welke sport ze het meest geschikt zijn. Sport Vlaanderen probeert daar nu iets aan te doen met Sportkompas, een wetenschappelijk ontwikkelde app.

Vlaanderen valt nog het best te omschrijven als een sportnatie in de couveuse. Volgens Rowe is de grootste revolutie het ontstaan van een ‘topsportcultuur’. ‘Onze toppers willen niet meer gewoon meedoen maar winnen. Zoals in Nederland.’

Vier mensen draaien in Vlaanderen aan de knoppen van de topsport. Het gaat om Paul Rowe (directeur van de administratie Sport Vlaanderen), Gert Vande Broek (kabinetschef van VlaamsN-VA-minister van Sport Philippe Muyters), Lode Grossen (voorzitter van de Gymnastiekfederatie Vlaanderen en van de koepel van alle sportfederaties) enEddy De Smedt (topsportdirecteur vanhet Belgisch Olympisch Comité BOIC).De vier sportpausen vormen het directiecomité van de nv Vlaamse topsport, die met de hulp van enkele tientallen experts beslist over de verdeling van de middelen over atleten en ploegen met medaillekansen. Zonder hun positief advies aan topambtenaar Philippe Paquay en minister Muyters krijgt niemand geld.

Aan het einde van deze legislatuur zal Muyters een decennium onafgebrokenop de stoel van Vlaams minister van Sport hebben gezeten. Die continuïteit is een breuk met het verleden. In de tien jaar daarvoor zwaaiden liefst vijf ministersde plak. Het grote examen van Muyters volgt in 2020 op de Olympische Spelenin Tokio, op enkele grote commerciële sporten na de enige echte lakmoesproef voor sportief succes.

De balans van een minister opmakenis moeilijk in een domein waar duizendsten van een seconde het verschil kunnen maken tussen een medaille of niet. Debeste manier om het tijdperk-Muyters door te lichten is zijn return on investment. Wat gaf hij terug voor het belastinggeld dat naar topsport vloeit? Topsportis in ons land de bevoegdheid van de gemeenschappen, aangevuld met een kleine federale poot. Hoe goed presteert Vlaanderen tegenover de andere Belgischeregio’s? En wat kost een medaille gemiddeld bij ons in vergelijking met de restvan de wereld?

Een antwoord geven op die vragen is verre van simpel. Vlaanderen stopt jaarlijks 24 miljoen euro in topsport, aangevuld met 26 miljoen voor sportinfrastructuur in de acht jaar tussen de Olympische Spelen van 2012 en 2020. Van die 24 miljoen euro operationele middelen vloeit jaarlijks zowat een derde naar projecten voor talentontwikkeling die pas over twee tot drie Olympische Spelen medailles moeten opleveren. Het bekendste project zijn de topsportscholen. (zie inzet)

De rest van het geld gaat naar atletenen projecten die op korte termijn medailles kunnen pakken. Dat is een belangrijke ommezwaai die onder Muyters gebeurde. Vroeger werd de subsidie vastgelegd per sporttak, voor een olympische cyclus van vier jaar. Tegenwoordig gebeurt de evaluatie jaarlijks en is het geld gekoppeld aan programma’s rond topsporters.

‘De sportfederaties zeggen ons wie volgens hen de komende jaren kan scoren op kampioenschappen. De ondergrens ligt op een plek in de top 8 op een Europees kampioenschap’, zegt Paul Rowe, de baas van de Vlaamse taskforce die over de subsidies wikt en beschikt. ‘De aanvraag kan over een individuele sporter gaan, maar evengoed over een groep zwemmers, een volleybalteam of twee 10.000 meterlopers. De kandidaat-steuntrekkers delen we op in drie categorieën: potentiële medaillewinnaars op Olympische Spelen of wereldkampioenschappen krijgen de hoogste score, daaronder vallen kandidaten vooreen Europese medaille of een mondiale top 8-plaats, gevolgd door potentiëletop 8-sporters op een EK. Ploegsporten krijgen in die opdeling altijd een extra punt.’

Hoe hoger de score, hoe meer subsidie. In dat systeem wordt een ploeg met olympische medaillekansen dus het best bediend. Elk jaar kan in de middelen worden gesnoeid voor wie niet presteert: dat geld verschuift dan naar topsporters die hetwel waarmaken. ‘Natuurlijk houden werekening met blessures of potentieel. De zwemmer Pieter Timmers (zilver in Rio)en de discuswerper Philip Milanov (vicewereldkampioen in 2015) gooien wena een minder jaar echt niet uit het programma’, zegt Rowe.

Dat subsidiemodel valt niet los te zien van de zittende politieke broodheer.Muyters ontdeed de topsport grotendeels van politieke bemoeienissen en legde zijn lot in handen van technocraten. Hij dekte zich politiek in door de subsidies vooratleten, coaches en trainingsprogramma’ste koppelen aan verstrengde prestatienormen. Die leggen een laag van objectiviteit over elk besluit, waarop Muytersofficieel kan terugvallen om zijn beleid te verantwoorden. En waar hij zich bij hoge nood achter kan verschuilen.

Vlaamse topsportindex

De barometer van het beleid is de Vlaamse topsportindex. Daarin worden alle medailles en top 8-plaatsen op EK’s, WK’sen Olympische Spelen volgens hun gewicht samengeteld en per vierjaarlijkse olympische cyclus in kaart gebracht. Elke drie maanden wordt de index geüpdatet, waardoor de prestaties over de tijd zichtbaar worden. Dat is een meer betrouwbare barometer dan prestaties op één tornooi, waar tegenslag of geluk een groot verschil in medailles kan betekenen.

De topsportindex geeft Muyters gelijk. België is in de Europese ranking in drie jaar tijd opgeschoven van de 31ste naar de 21ste plek. Binnen België gaat iedereen erop vooruit, maar Vlaanderen veel meer dan de rest. België staat in 2018 op eenhistorisch record van 1.112 punten op de index. Er is een verschil van 500 punten tussen Vlaanderen en Wallonië, de grootste kloof ooit. Vier jaar geleden was de kloof nog 150 punten - het kleinste verschil deze eeuw.

‘In Rio kroop België na vier tegenvallende Spelen op rij eindelijk een beetje uit het dal. We haalden zes medailles, maar het hadden er ook negen kunnen zijn. Maar de topsportindex toont een duidelijk positieve trend. Er is geen reden waarom het allemaal in elkaar zou zakken in 2020 in Tokio’, maakt Paul Rowe zich sterk. Je mag investeren wat je wil, soms moet je gewoon ook hopen op supertalent dat eens om de paar decennia geboren wordt. In het zuiden van het land loopt er zo eentje rond, meerkampster Nafi Thiam, eenamazone die niet zou misstaan tussende blauwe superwezens uit de Hollywoodfilm ‘Avatar’.

De Vlaamse topscore verhult wel grote interne verschillen. Tegenover overachievers als hockey, wielrennen, triatlon en turnen staan relatief grote subidieslurpers als atletiek en zwemmen die weinig rendement leveren. Achter de schermen wordt toegegeven dat er met beide sporten een probleem is. Het zwemmen verzuipt in interne verdeeldheid, de atletiek draaide jaren vierkant doordat er twee rivaliserende vzw’s actief waren: Atletiek Vlaanderenen de Vlaamse Atletiekliga.

Op het EK in Berlijn was er op een totaal van zes medailles Vlaams zilver voor Bashir Abdi op de 10.000 meter, het aandeel van juniorenwereldkampioen Jonathan Saccoor in het goud op de 4x400 en de straffe marathontitel van Koen Naert.Die laatste staat echter op de loonlijst van de Franstalige atletiekfederatie. Het kwam Muyters op striemende kritiek te staan toen hij Naert uitgebreid fêteerde met zijn Europese marathontitel. Naert verloor eind 2014 zijn Vlaamse topsportcontract. De uitleg is dat hij nooit in de buurt kwam van de vereiste resultaten om een verlenging van zijn contract te krijgen. Hij eindigde op de Olympische Spelen in Rio in 2016 22ste, te laag om een contract bij Sport Vlaanderen te krijgen.

‘Het is ongelooflijk knap van Koendat hij op deze manier revanche heeft genomen. Een fenomenale titel’, zegt Rowe. ‘Maar ik wil erop wijzen dat hij een uitzondering is. We maken hier ook een lijst met hits: resultaten vanaf top 8 op EK’s en WK’s in olympische sporten. Voor 2018 hebbenwe 87 hits voor sporters die Vlaanderen ondersteunt. Voor atleten die we hadden kunnen steunen maar ervoor kozen dat niet te doen, hebben we één resultaat. Dat bewijst dat onze foutenmarge behoorlijk klein is’

De kritiek op Muyters stopt niet bij de ontbinding van het contract van Naert. Er is ook onbegrip omdat heel wat Vlaamseatleten van een werkloosheidsuitkeringleven. Dat is onder meer het geval voor Bashir Abdi, sprintster Eline Berings en 5.000 meterloopster Louise Carton. Intotaal gaat het om 19 topsporters.

‘Dat is nochtans een uitstekend model’, zegt Rowe. ‘Het ontstond ooit exclusief voor wielrenners, maar het is een paarjaar geleden uitgebreid naar andere sporten. Het is een opvangnet voor atleten die niet aan de criteria voldoen. De regel isdat ze twee jaar door de Vlaamse arbeidsbemiddelaar VDAB worden vrijgesteldvan controle of verplichte sollicitatie. Ze moeten alleen een loopbaanbegeleidingstraject volgen. In die twee jaar kunnen ze proberen opnieuw in aanmerking te komen voor een topsportcontract. Daarnaast blijven ze steun krijgen via stages encoaches.’

In Vlaanderen krijgen 300 eliteatleten en 300 beloftes steun via onder meer coaches en stages. Een kleinere groep krijgt ook een loon. Topsport Vlaanderen heeft via zijn wielerploeg 23 renners voltijds in dienst. Daarnaast krijgen nog 55 topsporters een loon. 34 voltijdse topsporters worden betaald als Vlaams ambtenaar, waarbij ze meer betaald krijgen volgens hundiploma en hun anciënniteit. Nog eens21 zijn student en krijgen afhankelijk van hun status als elitesporter of belofte80 procent van een volledig salaris.

Rowe: ‘De focus van ons beleid ligt op het creëren van de omstandigheden voor resultaten, niet op het belonen of het pamperen van atleten. Het is niet onze taak atleten rijk te maken. In Nederland krijgen atleten netto nog minder. Ik heb wel begrip voor de verzuchting dat atleten met een hoger diploma meer krijgen dan atleten met een lager diploma die betere prestaties neerzetten. Daar moeten we openstaan voor alternatieven.’

Ook bij de atleten klinkt gemor over de topsportcontracten. Eline Berings steekt niet weg dat ze boos is op Sport Vlaanderen voor het verlies van haar contract. De ruimte voor deliberatie wordt kleiner omdat de plaatsjes duurder worden. Er zijn stilaan meer atleten die door hun resultaten in aanmerking komen voor een contract dan dat er plekken zijn.

Subsidiestroom

De resultaten stijgen voor het eerst sneller dan de middelen. Daardoor botst de Vlaamse topsport tegen haar plafond aan. De Vlaamse subsidiestroom naar topsport is al jaren constant. Muyters stopte de topsport eenmalig een dotatie van 3 miljoen euro toe, en verhoogde de jaarlijkse subsidie recurrent met 1 miljoen. Maar het buitenland zit evenmin stil. Topsport is meer dan ooit een patriottische prestigeslag tussen landen, met als gevolg dat een mondiale wedloop op medailles ontstond.

De jacht op medailles is een zero sum game, met een totaal van 339 medaille-events en iets meer dan 1.000 medailles die in Tokio 2020 te verdienen zullen zijn. Door de groeiende welvaart - rijkdom en aantal inwoners zijn de grootste voorspellers van medailles - stijgen wereldwijdde topsportbudgetten. Het gevolg is datde kostprijs van een medaille stijgt.Vlaanderen moet wedijveren met grote medailleslokoppen als het Verenigd Koninkrijk (bijna 300 miljoen euro budget per jaar) en Australië (150 miljoen). Het Britse roeien en wielrennen krijgen meer geld dan het hele Vlaamse topsportbudget samen, leren data van Veerle De Bosscher van de onderzoeksgroep Sport en maatschappij aan de VUB.

Meer vergelijkbare landen zoalsNederland, Denemarken en Zwitserland investeren allemaal meer in topsport.De Zwitsers (7 medailles in Rio) trokken hun budget op tot 70 miljoen. De Nederlanders haalden 19 medailles met 50 miljoen euro overheidsgeld, aangevuld met tientallen miljoenen euro van de Loterijen privébedrijven. De regering-Rutte pompt er 10 miljoen bij om het doel van25 medailles in Tokio te halen. De Denen klokten af op 15 medailles, met een budget van 35 miljoen.

Het is oneerlijk om Muyters op efficiëntie af te rekenen door de budgettenen het bruto binneenlands product (bbp) simpel te delen door het aantal medailles. Topsportbudgetten en medailles zijn in België een gevolg van een mix van investeringen door overheden. Wallonië investeert 10 miljoen euro, de 46 Waalse enzeven Brusselse topsportcontracten niet meegeteld. Het federale BOIC investeertop zijn beurt 4 miljoen euro, onder meer in het talentenprogramma Be Gold.Maar een deel van die middelen komtuit het Vlaamse en Waalse budget. Daarnaast hebben nog eens een 30-tal profs een contract bij de federale overheidsdienst Defensie. Het is onmogelijk precies te zeggen hoeveel het totale Belgischetopsportbudget bedraagt en wat het Vlaamse belastinggeld oplevert, net omdat bijvoorbeeld de zilveren hockeymedaille een Vlaams-Franstalige-federale inspanning is.

‘Ondanks gelijkblijvende budgetten en stijgende concurrentie zijn we tien plekken gestegen in de Europese ranking. Dat vind ik een goed rapport’, zegt Gert Vande Broek, bondscoach van de Belgische volleybaldames en chef sport van Muyters.

Rowe: ‘De vraag is nu of de lat niet nog hoger moet. We moeten durven te overwegen om de prestatienormen op te trekken tot de mondiale top 8. De 19 EK-medailles zijn knap en hulde aan alle atleten, maar op mondiaal vlak geven ze soms een vertekend beeld. In sommige sporten is Europa de dominante macht, maar in andere disciplines telt het amper mee in de strijd om de medailles.’

Rowe verdedigt met vuur de nood aan subsidies in de topsport. Lang niet iedereen is ervan overtuigd dat Vlaanderen‘à la de DDR’ in sport moet investeren. ‘Er is geen sprake van oversubsidiëring’, zegt Rowe. ‘Cultuur is goed voor 2 procent van de Vlaamse middelen, sport voor 0,33 procent en topsport voor 0,04 procent. Dat komt neer op 3,50 à 4 euro per Vlaming per jaar. Bovendien toont het enthousiasme rond de Rode Duivels en het recenteEK aan dat er een groot draagvlak is.’

Niet elke topsporter kan een beroep doen op de markt. Voetballers, wielrenners en tennissers kunnen door de commercialisering van hun sport goed verdienen. Atleten in nichesporten kunnen in grote landen nog rekenen op de steun van bedrijven, maar zeker in Vlaanderen is de markt te klein om topsport zo te financieren. Dus springt de overheid bij.

Politieke zege

Vlaanderen is meer dan ooit de motorvan de topsport in België. Wallonië loopt twintig jaar achter omdat het pas sinds 2006 - na het debacle van de Spelen in 2004, met amper negen Waalse atleten - structureel in topsport investeert.

De Vlaamse dominantie maakt van tien jaar Muyters een politieke zege voor deN-VA. Alleen vanuit Brusselse bobosalons klinkt occasioneel nog de roep om herfederalisering. Het is duidelijk dat Vlaanderen noch Wallonië hun autonomie over topsport ooit nog wil afstaan. Het goede nieuws is dat Vlaanderen en Wallonië andere accenten leggen, waardoor de kans op succes in een waaier van sporten groter wordt. Maar ze investeren ook in dezelfde sporten, waarbij Wallonië vaak minder strenge criteria hanteert. Dat maakt het Belgische model suboptimaal. Het heeft weinig zin geld te strooien over twee groepen atleten, van wie niet dezelfde resultaten worden geëist. Het werkt ook shoppinggedrag door geflopte atleten in de hand.

Het is overdreven te stellen dat de regionalisering België doet draaien als een medaillemachine. Hooguit bloeien deeerste bloemen in wat lang een sportwoestijn was. De tijd is duidelijk voorbij dat topsport was overgeleverd aan de grillen van vorkjesprikkende bobo’s die als minimonarchen over hun federaties regeerden. Door versnipperd geld ging talent verloren. Dat kan een klein sportland met schaars talent zich niet veroorloven. België moet talent stofzuigen, dat in de juiste sporttak proberen te krijgen en ervoor zorgen dat zo weinig mogelijk jeugd op weg naar de top verloren gaat.

Grote naties als de VS of China kunnen de wet van de sterkste hanteren, waarbij in een zware afvallingsrace de besten bovendrijven. Vlaanderen heeft het nadeel dat voetbal en wielrennen overheersen en de meeste jeugd opzuigen. In Vlaanderenbestaat ook geen Angelsaksisch modelvan schoolsporten, waardoor kinderen niet kunnen uitvissen voor welke sport ze het meest geschikt zijn. Sport Vlaanderen probeert daar nu iets aan te doen met Sportkompas, een wetenschappelijk ontwikkelde app.

Vlaanderen valt nog het best te omschrijven als een sportnatie in de couveuse. Volgens Rowe is de grootste revolutie het ontstaan van een ‘topsportcultuur’. ‘Onze toppers willen niet meer gewoon meedoen maar winnen. Zoals in Nederland.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content