De Super League: kapitalisme met communistisch sausje

Zowel het Duitse Bayern als het Franse PSG passen (voorlopig) voor de Super League. ©Photo News

De twaalf Europese topclubs gaan met hun geplande Super League voluit voor het Amerikaanse sporteconomische model. Ze breken met de klassieke wetten van het voetbal door onderlinge financiële verschillen te temperen en plafonds op de spelerslonen zetten.

Dat blijkt uit gelekte interne documenten waar de krant Financial Times de hand op kon leggen. De info toont nog eens duidelijk waar de dirty dozen - zoals de 12 afvalligen zijn gedoopt - de mosterd halen: uit de grote sportcompetities in de Verenigde Staten. Het NBA-basket, het NFL-American Football, het MLB-baseball en het NHL-ijshockey werken allemaal met een gesloten competitie van enkele tientallen clubs. Het gaat om franchisenemers, clubs die aangesloten zijn bij de competitie, maar ook hun toegangsticket kunnen verliezen of zomaar verhuizen als elders een interessantere commerciële markt opduikt.

Spaanse rechter: 'Uefa en Fifa mogen Super League niet blokkeren'

De 12 'founding fathers' van de Super League hebben een eerste slagje gewonnen bij de rechter. Een ondernemingsrechter in Madrid - het bedrijf achter de Super League is in Spanje opgericht - heeft bij wijze van voorlopige maatregel de nieuwe competitie in het gelijk gesteld tegen de voetbalbonden Uefa en Fifa. Volgens persbureau Reuters dat de uitspraak kon inkijken, 'is het de Uefa, Fifa of nationale voetbalfederaties niet toegestaan maatregelen te nemen om de oprichting van een Super League te verbieden, beperken of aan voorwaarden te onderwerpen.' Het gaat voor alle duidelijkheid om een voorlopige uitspraak. Maar het betekent wel dat de bonden en federaties van de Spaanse rechter geen actie mogen ondernemen tegen clubs noch spelers die in de Super League uitkomen zolang het gerechtelijke proces hangende is. De Uefa dreigde er maandag mee clubs per direct uit de Champions League te gooien - Man City, Real Madrid en Chelsea zitten nog in het tornooi - en dat spelers van die clubs geen EK of WK mogen spelen. Ook nationale competities dreigen met uitzetting van de bewuste clubs. Na de gerechtelijke uitspraak is de vraag of ze dat nu nog durven. De rechter legde ook dwangsommen op als de federaties toch sancties zouden opleggen. In principe geldt de uitspraak voor het ganse Europese grondgebied, al is de vraag of de bewuste rechter in Madrid wel gemachtigd is om zich over dergelijk dossier uit spreken. Voor de twaalf clubs is het alvast nieuwe munitie om hun plannen door te zetten. Insiders stellen dat de uitspraak mogelijk clubs met schroom overhaalt om zich toch aan te sluiten bij de rebellen.

Zover drijft de Super League het niet. Naast 15 vaste deelnemers - de 12 clubs hopen op versterking door PSG, Bayern en Borussia Dortmund - is er plaats voor vijf ploegen die zich via kwalificaties kunnen plaatsen voor de echte competitie vanaf augustus. Met een volledig gesloten systeem - waar de clubs van dromen - dreigen problemen met het Europese mededingingsrecht. Ook de Amerikaanse competities zijn al geconfronteerd met antitrustrechtszaken wegens vermeende illegale kartelvorming.

Opmerkelijk is dat de Super League het Amerikaanse sporteconomische model in zijn andere facetten ook wil kopiëren. De Amerikanen doen twee cruciale dingen die het grote commerciële en financiële succes van hun competities verklaren. De clubs doen heel veel gezamenlijk - van het sluiten van tv-deals over sponsorcontracten tot collectieve loonovereenkomsten met spelers - om de inkomsten te maximaliseren. Tegelijk drukken ze op hun uitgaven - door bijvoorbeeld af te spreken hoeveel ze collectief uitgeven aan lonen. Het garandeert operationele winst.

Kapitalistisch kartel

De clubs gedragen zich extern als een kapitalistisch kartel, maar onderling wordt het wat communistisch. Ze verdelen evenredig de centen en het talent onder elkaar om het competitieve evenwicht te behouden. Dat doen ze uiteraard niet voor elkaars mooie ogen. Een competitief evenwicht betekent meer spanning over wie potentieel kampioen wordt, wat normaal ook meer tv-publiek en dus sponsors lokt. Het gevolg is weer meer omzet voor de clubs samen.

De Super League-clubs gedragen zich extern als een kapitalistisch kartel, maar onderling wordt het wat communistisch.

Volgens Financial Times zit ook de Super League op dat Amerikaanse scenario. De 15 stichtende leden zouden 32,5 procent van de commerciële inkomsten verdelen, nog eens 32,5 procent zou verdeeld worden onder alle 20 deelnemende clubs, 20 procent zou verdeeld worden op basis van prestaties en 15 procent op basis van de grootte van de tv-markt van het land waaruit de club komt.

Het zou er concreet op neerkomen dat de Super League-winnaar ongeveer 50 procent meer verdient dan de laatste in de competitie. In veel nationale liga's is die ratio veel groter. In Spanje is het verschil bijvoorbeeld 3,5 keer meer in het voordeel van de kampioen. Wel is afgesproken dat de clubs ook eigen inkomsten behouden: de ticketing en eigen sponsordeals.

Tegelijk zou er een afspraak zijn om maximaal 55 procent van de inkomsten te spenderen aan spelerslonen, transfers en makelaars. Nu is het een wedloop tussen clubs uit de grote competities voor de beste spelers om aan de top te blijven en geregeld duiken nieuwe kapitaalkrachtige clubs op die zich mengen in de strijd.

55%
Uitgavenplafond spelers
Er zou een afspraak zijn om maximaal 55 procent van de inkomsten te spenderen aan spelerslonen, transfers en makelaars.

Die aanpak - iedereen kan kampioen worden, promoveren of degraderen - is het hart van het voetbalmodel. Maar dat leidt vaak ook tot een wedloop met negatief effect: het lijdt tot zware financiële verliezen bij sportieve missers en overambitieuze clubs die zich vertillen.

Nieuw is dat de Super League-clubs wel - net als de Amerikaanse competities - met een uitgavenplafond voor spelers ('salary cap') kunnen werken. Omdat zij de clubs worden waar alle topspelers willen spelen, wordt het mogelijk de groei van de transferprijzen en de spelerssalarissen te drukken. De concurrentie van andere competitie wordt immers heel wat minder.

Op termijn staat zelfs niets de afschaffing van transfersommen en ook makelaars - zoals in het Amerikaanse model - in de weg. De vraag is dan wel hoe die cashberg aan de top druppelt op de subtop. Het voetbalmodel is nu een watervalsysteem waarbij geld aan de top via de transfermarkt doorstroomt naar lagere regionen.

De vraag is wel hoe die cashberg aan de top neerdruppelt op de subtop.

Die nieuwe Super League-aanpak staat in schril contrast met de aanpak van het Europese voetbal. Al jaren wordt steen en been geklaagd dat de prijzen op het hoogste niveau enkel nog weggelegd zijn voor een klein kransje voetbalmultinationals. De voorbije tien seizoenen is de Champions League gewonnen door vijf clubs uit drie grote Europese landen. Barcelona en Bayern wonnen elk twee edities, Real won er vier.

De grootste clubs halen zoveel op uit eigen inkomsten en winstpremies uit de Champions League - jaar na jaar zijn zij ook de grote slokoppen van de 2 miljard euro aan te verdelen centen - dat het in eigen land ook niet spannend meer is. In Engeland ging het de voorbije jaren tussen Liverpool en Manchester City. Bayern is een algemeen werkwoord geworden om totale dominantie in eigen land te omschrijven. In Frankrijk is er PSG. In Spanje gaat het tussen Real, Atletico en Barcelona. In Italië lijkt voor het eerst in jaren niet Juventus maar Inter de titel te zullen pakken.

Founding fathers

Al die dominante clubs zijn ook de founding fathers van de Super League. Zij kiezen er dus niet voor om een beter evenwicht te creëren in het Europese voetbal in zijn geheel. Ze willen enkel een solidariteitsbijdrage van 400 miljoen euro per jaar doorstorten naar de lagere regionen.

Ze kiezen er net voor om zich af te scheuren. Ze geloven niet dat fans thuis en mondiaal zitten te wachten op matchen tegen de Europese subtop. Ze zijn ervan overtuigd dat de allerbeste clubs - zijzelf dus- wekelijks tegen elkaar moeten uitkomen, maar dat de competitie onderling dan wel spannender moet worden.

Wij zullen op het einde van het seizoen 400 miljoen euro minder inkomsten hebben sinds het begin van de pandemie. Het mondiale voetbal is geruïneerd.
Florentino Perez
Voorzitter Real Madrid en eerste voorzitter Super League

Een van de drijvende krachten achter de Super League, Real-voorzitter Florentino Perez, zei maandagavond in interviews dat de Super League het voetbal moet redden. 'Wij zullen op het einde van het seizoen 400 miljoen euro minder inkomsten hebben sinds het begin van de pandemie. Het mondiale voetbal is geruïneerd.'

Om het voetbal te redden, gelooft hij niet meer in het Champions League-format. 'De kijkcijfers dalen. De vraag moet gesteld worden waarom jonge mensen tussen 16 en 24 minder naar voetbal kijken. Er zijn te veel nietszeggende wedstrijden. Jongeren gaan hun interesse zoeken op andere platformen. Het voetbal moet veranderen. De sport moet attractiever.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud