analyse

De voetballer wordt een datafabriek

©Photo News

De gouden generatie Rode Duivels begint volgende week op het EK aan haar wellicht laatste dans om een prijs te winnen. In het topvoetbal is almaar meer een rol als spelverdeler weggelegd voor de computer. Elke hartslag, druppel urine, speeksel, zweet en bloed, en elke sprint, pass of dribbel wordt opgeslagen en geanalyseerd.

De grote gamechanger in het moderne voetbal is dat het spel sport is geworden. De voetballer in joggingtempo is vervangen door de atleet met een turbo-injectie. De Portugese krachtpatser Cristiano Ronaldo wordt de fysieke regel in plaats van de uitzondering.

Voetbal is een sport geworden voor atleten met explosiviteit, uithouding, recuperatievermogen en snelle voeten. Die trend is een gevolg van een dubbele evolutie. Het topvoetbal telt per seizoen meer wedstrijden. Die worden ook nog eens met een hogere intensiteit gespeeld.

De essentie

  • Topvoetballers spelen elk seizoen meer wedstrijden, soms tot drie per week. Ze worden intensiever en met veel meer afgelegde afstand op sprintsnelheid.
  • Dat vraagt een nieuw soort voorbereiding en een andere aanpak van trainingen en spelpatronen.
  • Data- en computerwetenschappers veroveren hun plek in clubs om hun spelers tot betere prestaties te brengen, aan blessurepreventie te doen, de beste spelers te rekruteren voor het eigen spelsysteem en de spel- patronen van de tegenstanders te doorgronden.

Een voetballer bij een Europese topclub speelde in het seizoen 2008-2009 gemiddeld 50 matchen. Tien seizoenen later waren dat er 60. Met landenvoetbal erbij komen de beste spelers aan meer dan 70 matchen per seizoen. Door de stijgende commerciële ambities - met de Europese en de wereldvoetbalbond die op extra toernooien broeden - wordt de komende jaren nog een stijging verwacht. Clubs zitten in het hoogseizoen aan drie matchen per week.

Op het veld gaat het ook sneller. In de Champions League - het commerciële en sportieve walhalla van het topvoetbal - zijn in de beslissende fase van het toernooi jaar na jaar meer matchen in een duizelingwekkend tempo. Brits onderzoek be- rekende op basis van historische data dat spelers in de Premier League over tien jaar bijna de helft meer sprints met hoge intensiteit zullen afleggen - boven 20 kilometer per uur - tegenover 20 jaar geleden.

116,7
kilometer
In de Belgische competitie legde elke ploeg het afgelopen seizoen per wedstrijd gemiddeld 116,7 kilometer af.

In de Belgische competitie legde elke ploeg het afgelopen seizoen per match gemiddeld 116,7 kilometer af. Daarvan is meer dan 9 kilometer (8 procent) afgelegd boven 20 kilometer per uur en 2,3 kilometer (2 procent) boven 25 kilometer per uur. Terwijl de totale afstand stabiliseerde, waren er tegenover vorig seizoen gemiddeld 5 procent meer high intensity runs.

Filmen op training

Voetballers leggen meer afstand af - waarvan een toenemend deel op volle sprintsnelheid - en ze passen en trappen meer. Een gevolg is dat ze op het veld sneller moeten reageren en - zeker in het over- bevolkte deel van het veld rond het strafschopgebied van de tegenstander - de juiste beslissingen moeten nemen. Terwijl de wereld rond hen met een rotvaart in beweging is.

Die evolutie verandert de sport fysiek en tactisch. Coaches laten teams de tegenstander sneller en hoger op het veld opjagen zodra die in balbezit komt. Bij balverovering volgt een gecoördineerde groepssprint richting het doel van de tegenstander. Het doet sterk denken aan het heavy metal-voetbal dat coaches als Jürgen Klopp (Liverpool), Thomas Tuchel (Chelsea) of Julian Nagelsmann (vanaf volgend seizoen Bayern München) propageren. De Bel- gische sprintkampioen is KV Oostende - voor Club Brugge, dat wel een hoog aantal sprints koppelt aan het meeste afgelegde afstand van alle clubs. KVO wordt gecoacht door de Duitser Alexander Blessin, een product van de hogeschool van het pressievoetbal: Red Bull Leipzig.

Data om talent te scouten

Clubs gebruiken de computer om talent te vinden in een mondiale markt van honderdduizenden profspelers. Bedrijven zamelen hun ruwe data met alle mogelijke statistieken in en verkopen ze aan clubs. De zoektocht voor clubs begint met een longlist van spelers, gefilterd op de vereiste vaardig- heden - afhankelijk van de positie op het veld - de leeftijd en de prijs. Op basis van die eerste selectie worden videobeelden bekeken en ziet een scout van de club de speler live in het stadion. Dat menselijke oog wordt nog altijd als cruciaal beschouwd. ‘Nooit zou ik een speler aantrekken op basis van data alleen’, zegt sportdirecteur Peter Verbeke van Anderlecht.

Clubs spreken hun netwerk aan om medisch-fysieke en mentale informatie te verzamelen. Bel- gische clubs delen alle data en beelden van wedstrijden met elkaar, waardoor ze die info hebben over alle spelers in onze eerste klasse. Voor het buitenland ontbreekt die info vaak. Voor het tot een transfer komt, wordt elke speler door de club grondig medisch gescreend en wordt via vragenlijsten en gesprekken zijn persoonlijkheid getest. Vrij nieuw is dat een toenemend aantal clubs eigen codes schrijft om los te laten op de data. ‘Naast bedrijven die ruwe data aanbieden zijn er ook meer gespecialiseerde dataleveranciers, zoals SciSports, Analytics FC of Statsbomb. Die bezorgen clubs meer verwerkte data’, zegt de datawetenschapper Jan Van Haaren. ‘Omdat meer en meer clubs dezelfde info hebben, verliezen ze hun competitief voordeel. Daarom gaan ze zelf aan de slag met ruwe data en bouwen ze hun eigen modellen, die vaak specifiek afgestemd zijn op hun eigen speelstijl.’

Dat nieuwe turbovoetbal heeft impact op de werking van clubs. Data- en computerwetenschappers veroveren hun plek naast de klassieke entourage van coaches, scouts, psychologen, dokters, kinesisten en diëtisten. Het gebruik van data voor de rekrutering van spelers en de doorlichting van spelpatronen van de tegenstander is ingeburgerd. Maar computers en algoritmen worden ook meer ingezet om prestaties te verbeteren en het risico op blessures te verlagen.

Spelers worden tijdens wedstrijden en op training gefilmd met camera’s rond en drones boven het veld. 25 keer per seconde wordt de positie van alle spelers ten opzichte van de bal, de eigen ploegmaats en de tegenstander bepaald. Ook elk schot, elke pass, elke dribbel en elke andere interactie worden in de computer opgeslagen. Net als de fysieke gegevens van voetballers via sensoren en gps-trackers op hun lijf. Het bloed, zweet, speeksel, en zelfs de urine en de stoelgang worden geanalyseerd, de wendbaarheid, spier-, sprong- en sprintkracht en de maximale zuurstofopname worden gemeten.

Dankzij betere technologie kunnen clubs uitgebreidere wedstrijdinformatie verzamelen. Dat maakt het mogelijk beter in kaart te brengen wat van elke speler op zijn positie verwacht wordt en daarop specifiek te trainen.

De dataspurt brengt nieuwe inzichten. ‘Als een speler te laat kwam bij een actie, was het verdict vaak dat hij te traag was. Tot uit analyse blijkt dat hij het hardst sprint van allemaal, maar te laat komt omdat hij continu uit positie loopt. In plaats van hem naar de looptrainer te sturen, is het beter hem naar de videoanalist te laten gaan’, zegt Steven Probst, het hoofd gezondheid en data-analyse bij de eersteklasser OH Leuven.

Machine learning

Hoofd sportwetenschap en data-analyse bij de Nederlandse topclub Ajax Vosse de Boode berekende dat de intensiteit van de wedstrijden in de Champions League minstens 10 procent hoger lag dan die van Ajax in de eredivisie. Daarom werden het tempo en de balsnelheid van de trainingen opgetrokken. Ze maakte dat voor de spelers tastbaar door de matchen van Ajax in de eigen competitie versneld af te spelen. Zo beseften spelers beter wat van hen verwacht werd.

Clubs gooien ook data in de strijd voor blessurepreventie. ‘Onze physical coach krijgt op de training en in de wedstrijden in realtime feedback over de gelopen afstand, sprints met verschillende snelheden, de versnelling om die topsnelheden te halen en het weer vertragen na de sprint’, zegt Roel Vaeyens, de chief sports officer bij Club Brugge.

Data helpen ons bij het opzoeken van de limiet voor de optimale belasting van het menselijk lichaam. Zonder dat het elastiek bij de atleet knapt.
Roel Vaeyens
Chief sports officer Club Brugge

‘Het is vooral dat constante vertragen en versnellen dat de spieren belast en het blessurerisico vergroot. Daarom bepalen we vooraf de individuele doelen die spelers op de training moeten halen. De data helpen ons bij het opzoeken van de limiet voor de optimale belasting van het menselijk lichaam. Zonder dat het elastiek bij de atleet knapt.’

Bij Club werken spelers en staf volgend seizoen met een nieuwe app. Daarin zitten alle sportieve, medische en fysieke statistieken en de individuele programma’s voor blessurepreventie, inclusief filmpjes waarin de oefeningen worden voorgedaan. Opmerkelijk is dat elke speler in de app ook een eigen blessurescore krijgt. Die geeft aan hoe groot zijn risico is om uit te vallen. De club heeft op acht jaar aan beschikbare data complexe algoritmen losgelaten om patronen te ontdekken - machine learning heet dat - en daarmee te voorspellen hoe groot de kans is op een blessure.

De Tijd stopt niet bij het EK

Tijdens de sportzomer volgt de krant door een databril de Tour de France (in samenwerking met de Spaanse wielerdataspecialist Javi Angulo) en de Olympische Spelen. De Tijd-journalist Rik Van Puymbroeck overschouwt dagelijks wat op en naast de sportarena gebeurt.

Bij Club ziet het medisch profiel van elke speler eruit als een spinnenweb vol parameters. Die gaan van algemene conditie tot info over de blessuregeschiedenis, met onder meer de sterkte van de adductoren, de quadriceps of de hamstrings. Allemaal om te proberen te voorspellen of een speler geblesseerd dreigt te raken en zijn trainingsritme moet worden aangepast. In overleg met de speler kan worden beslist hem niet aan een wedstrijd te laten beginnen. ‘Zomaar een speler aan de kant houden, doen we niet. Maar als zijn waarden slecht zijn en hij zelf aangeeft vermoeid te zijn, kan het gebeuren dat we hem rust geven’, zegt Vaeyens.

Formule 1-piloten

Rond de datadrift in het voetbal is een ecosysteem van bedrijven ontstaan. De Bel- gische start-up Eqipa zet computerkracht in om voor Royal Antwerp FC en KRC Genk pees- en spierblessures te voorspellen.

Het voetbal had lang de reputatie behoudsgezind te zijn. De sport is na het wielrennen in de ban van marginal gains - de jacht op procentenwinst. Clubs zijn in de weer met virtualrealitybrillen en ledlampen om de reactiesnelheid te trainen. Het zijn technieken die ook Formule 1- piloten gebruiken.

Het wordt een balans vinden tussen de begeleiding van de voetballer en het behouden van de choreo- grafie en de symfonie op het veld.
Vincent Mannaert
CEO Club Brugge

Club Brugge werkt met een bedrijf samen voor voedingssupplementen op basis van DNA en microbioom. Dat is de verzameling bacteriën, schimmels en virussen op ons lijf, maar vooral in onze darmen. Het onderzoek daarnaar levert informatie over duurvermogen, spiermassa, stressbestendigheid en metabolisme. Het DNA-onderzoek leert van wie de slaap extra negatief beïnvloed wordt door koffie, wie pasta of pizza slecht verteert of wie een hoger risico loopt op ontstekingen door het eten van tomaten, aubergine, paprika of aardappelen.

De aanpak lijkt te werken. Club Brugge wist zijn blessurelast de afgelopen seizoenen significant te verminderen, een trend die in het hele voetbal merkbaar is. De Zweedse specialist Jan Ekstrand kwam eerder dit jaar tot de conclusie dat spier- en peesblessures bij voetballers de voorbije 18 seizoenen in een dalende lijn zitten.

‘Met de datarevolutie staat het voetbal voor een uitdaging’, zegt Vincent Man- naert, de CEO van Club Brugge. ‘Het wordt een balans vinden tussen de toenemende begeleiding van de voetballer als individuele atleet en het behouden van de choreografie en symfonie op het veld.’

Data om in wedstrijden patronen te doorgronden

Bondscoach Roberto Martinez heeft voor het EK opnieuw een team data-analisten rond zich verzameld. Hoofdanalist is Luke Benstead (32), een specialist in de analyse van open spel - corners, penalty’s en stilstaande fases zijn een aparte discipline - en de spelpatronen van de tegenstanders. Voor het EK beschikt Benstead over drie voltijdse analisten.

Ook bij clubs wordt de computer ingezet voor een tactische wedloop. Het meest tot de verbeelding spreekt topclub FC Liverpool. Dat heeft een team whizzkids rond de theoretische fysicus Ian Graham. Liverpool sloot in mei een samenwerking met DeepMind, het artificiële-intelligentielab van Google. Artificiële intelligentie betekent in grote lijnen dat computerkracht wordt ingezet om in een enorm data-aanbod relevante patronen te ontdekken. Ook Manchester City duidde dit jaar met astrofysicus Laurie Shaw een chef AI aan.

Het inzetten van die knappe koppen heeft een reden. ‘De Amerikaanse sport draait al decennia op statistiek. Voetbal is niet alleen een late adopter door conservatisme, maar vooral omdat het veel chaotischer is en er amper doelpunten vallen. Dat maakt het extreem moeilijk de sport in modellen te vatten en een succesvolle strategie te onderzoeken, zegt de data-
wetenschapper Jan Van Haaren.

Die handicap counterde het voetbal met een vondst: expected goals. Die statistiek geeft aan hoe groot de procentuele kans is dat een schot vanop een plek in het veld tot een doelpunt leidt. Omdat de waarde van expected goals bepaald is op basis van jaren historische data en een massa matchen is het een weliswaar imperfecte maar toch betere standaard om data-
analyse op te baseren. Dat is ook waar de kracht van de computer helpt - door niet één maar bijvoorbeeld alle matchen van een heel seizoen te analyseren. De computer kan patronen zoeken, zoals dat de tegenstander zijn meeste doelkansen toestaat als tussen de centrale verdedigers meer dan twee meter ruimte ontstaat.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud