Deloitte: 'Belgisch topvoetbal verliest minstens kwart inkomsten door corona'

Het Belgisch voetbal leeft boven zijn stand, wat vooral een gevolg is van de erg hoge lonen. ©Photo News

De coronacrisis schiet nog meer gaten in het al wankele businessmodel van ons voetbal: operationele verliezen dichtrijden met transfers. Dat blijkt uit een analyse door consultant Deloitte in opdracht van de Pro League, het bedrijf boven de profclubs.

Deloitte ziet de omzet van ons topvoetbal door de coronacrisis zakken van 378,5 miljoen euro vorig jaar naar 282,6 miljoen het afgelopen seizoen 2019-2020, een kwart minder. 'Onze raming is gebaseerd op de btw-aangiften van de clubs', stelt Sam Sluismans van Deloitte. 'De impact tot op de komma berekenen is geen exacte wetenschap. Veel hangt ook nog af van hoe de crisis verder gaat - met de grote vraag wanneer de fans weer naar het stadion kunnen. Maar het is geen hogere wiskunde vast te stellen dat de cashstroom naar de clubs flink dooreengeschud wordt.'

Geen eigen e-platform voor controle transferstromen

Eén van de maatregelen voor meer transparantie in de geldstromen rond transfers was in de nasleep van het witwasschandaal in ons voetbal de oprichting van een clearinghouse. Die zou pas na een volledige financiële check van elke transfer het licht op groen zetten. Pierre François laat nu weten dat het clearinghouse er weliswaar komt, maar de Pro League het plan laat varen om daarvoor een eigen elektronisch platform op te richten. Daar zouden ter controle alle geldstromen rond transferacties moeten worden gedeponeerd.

'Dergelijk e-platform is op komst op Europees niveau, dat ook gekoppeld zal worden aan het Europese transferaanmeldsysteem TMS. België zal zich hierbij aansluiten. In tussentijd zal de financiële controle van elke transfer gebeuren door drie onafhankelijk experts, die ruggesteun zullen krijgen van de licentiecommissie. Zij zijn de logische go-to omdat ze nu sowieso de clubs financieel binnenste buiten draaien voor die toestemming krijgen om uit te komen in ons profvoetbal', luidt het bij François.

 

 

De clubs zijn voor het afgelopen seizoen relatief zeker van hun tv-geld - dik 80 miljoen euro. De telecombedrijven hopen wel daar nog altijd een stuk van te recupereren. Voor de rest is alles onzeker, van tickets en matchdaginkomsten als horeca, over sponsoring tot de premies uit Europees voetbal. De klassieke cashrivier in ons voetbal was vorig seizoen verdeeld over de takken ticketing, sponsoring en commerciële werking (61%), tv-rechten (22%) en premies voor Europees voetbal (17%). Door corona wordt dat herschikt in 48 procent ticketing, sponsors en commercieel, 30 procent tv-rechten en 23 procent Europese premies. Ter herinnering: vanaf komend seizoen loopt een nieuwe tv-deal met het sportrechtenbedrijf Eleven Sports, dat de clubs 95 miljoen euro oplevert en oploopt tot 103 miljoen tegen het seizoen 2024-2025.

Wankel businessmodel

De coronarekensom is onderdeel van een ruimere analyse van ons voetbal door Deloitte. Dat lichtte ons topvoetbal voor het derde jaar op rij door, in opdracht van de Pro League. Voor de duidelijkheid: de cijfers slaan op het seizoen 2018-2019, op basis van de jaarverslagen van de 24 profclubs.

De belangrijkste conclusie: het Belgisch topvoetbal draait op een wankel businessmodel. Kort geschetst werkt het als volgt: de profclubs leven operationeel boven hun stand - alleen Club, Charleroi, STVV, AA Gent en Waasland-Beveren maken winst - en moeten het teveel aan uitgaven tegenover de inkomsten dichtrijden met transfers. Het Belgisch voetbal heeft de reputatie van opleidingsland dat Belgisch maar vooral ook goedkoop buitenlands talent - door soepele arbeidsregels, weinig belastingdruk en lage minimumlonen - exporteert naar de vijf grote Europese competities.

'Voetbal draagt miljard bij aan economie'

Deloitte berekent in zijn jaarlijkse rapport wat ons voetbal bijbrengt aan de economie. Voor het eerst stijgt de bruto-omzet boven 1 miljard euro, 1,143 miljard om precies te zijn. Deloitte omschrijft dat miljard als het bedrag dat wordt gespendeerd in de Belgische economie dankzij het bestaan van het profvoetbal. In die bruto-omzet stopt Deloitte zowel de directe inkomsten van de clubs, de omzet van de toeleveranciers en al wie aan het voetbal verdient en de consumptie van al wie betaald wordt met centen die verbonden zijn met het voetbal.

Hetzelfde doet Deloitte met de winst om zo op een totale bruto toegevoegde waarde van 630 miljoen euro te komen. Ter vergelijking: de binnenvaart heeft een toegevoegde waarde van 680 miljoen, de luchtvaart van 507 miljoen (Brussels Airlines en Airport) en de reisbureaus van 502 miljoen. Het gaat om cijfers voor 2017. Er is geen recentere info beschikbaar.

Daarnaast is het voetbal volgens Deloitte goed voor ruim 4.000 jobs. Dat is vergelijkbaar met de verzekeraar AG Insurance (4.129) en de netbeheerder Fluvius (3.866). De bioscoopgroep Kinepolis heeft – wereldwijd – 4.600 werknemers. Bij de staalreus ArcelorMittal werken in Gent 4.700 mensen.

Deloitte berekende ten slotte dat de clubs de schatkist netto 88 miljoen euro opleverden aan belastingen. Dat laatste zet de Pro League graag in de verf, omdat de belastingbijdrage van ons voetbal gevoelig ligt. Het profvoetbal geniet van een sociaal en fiscaal gunstregime waardoor de fiscus jaarlijks ruim 100 miljoen euro aan inkomsten misloopt.

Dat model is niet alleen riskant, het hapert ook. De omzet van de profclubs (exclusief transfers)  is vorig seizoen weliswaar met bijna een vijfde gestegen tegenover het seizoen 17/18, tot 378,5 miljoen euro. Dat groeispurtje is in grote mate te danken aan gestegen inkomsten uit Europees voetbal, die ruim dubbel zoveel bedroegen als in 17/18 (63,6 miljoen euro). Maar ook in de andere inkomstenbronnen - tv-geld (84 miljoen), sponsoring (76 miloen), horeca en ticketing (99 miljoen) - was er groei.

Daartegenover staan flink gestegen kosten en gedaalde nettotransferopbrengsten. Het gevolg: overall draaiden de clubs een geconsolideerd verlies van 91,3 miljoen euro, bijna dubbel zoveel als de 48 miljoen euro verlies in het seizoen daarvoor.

Aan de uitgavenzijde blijven de spelerssalarissen stijgen. Die stegen van 214 miljoen euro in 17/18 naar 249 miljoen euro vorig jaar. Gemiddeld verdient een speler bij de grote vijf (Club, Genk, Gent, Anderlecht en Standard) bruto 381.000 euro, bij de elf andere eersteklassers 201.000 euro en bij de acht tweedeklassers nog 110.000 euro.

De opwaartse druk op de lonen heeft voor een groot deel te maken met de grote competitiviteit in ons voetbal.
Sam Sluismans
Consultant Deloitte

'Die opwaartse druk heeft voor een groot deel te maken met de grote competitiviteit in ons voetbal. Aan de top in eerste klasse zijn opvallend veel clubs - meer dan in andere Europese landen - aan elkaar gewaagd in de strijd om de titel. Daarnaast komen een pak clubs in aanmerking voor een lucratief Europees ticket, omdat aan Europees voetbal miljoenen premies van de Europese voetbalbond UEFA gekoppeld zijn. In de tweede klasse is het een zware strijd om zo snel mogelijk naar de commercieel veel interessantere eerste klasse te promoveren. Daarom wordt op alle niveaus veel uitgegeven aan salarissen, bij veel clubs meer dan ze aankunnen', stelt Sam Sluismans. De clubs geven 55 procent van wat ze binnenkrijgen uit aan salarissen.

Makelaarskosten

Boven op die salarissen komen de gestegen makelaarskosten. Dat laatste is logisch omdat makelaars een percentage verdienen op de lonen. Hoe hoger de lonen, hoe hoger de commissies, die vaak door de clubs worden gedragen. De makelaarscommissies bedroegen vorig jaar 45 miljoen. Van dat bedrag ging meer dan een derde naar slechts vijf makelaars. Die verdienden een gemiddelde commissie van 3,4 miljoen.

Aan de inkomstenzijde zijn er dan weer flink terugvallende transferopbrengsten. Die dalen van 97 miljoen in het seizoen 16/17 over 73,3 miljoen in 17/18 naar 22,4 miljoen vorig jaar. De hoofdreden is dat er veel minder verdiend is op grote uitgaande transfers naar landen als Engeland, Duitsland, Italië, Spanje en Frankrijk. Die vielen terug van 105 miljoen in 17/18 naar 44 miljoen vorig jaar. De vraag is of er een structureel probleem is met het Belgische exportmodel of dat eerder sprake is van een toevallig oponthoud.

De cijfers leggen bloot dat het voetbal weinig vetreserve heeft en niet bestand is tegen guur weer. Pro League-CEO Pierre François wil het voetbal robuuster te maken, zeker nu de coronacrisis genadeloos de zwakte van veel clubs en het hele voetbalmodel blootlegt. Veel clubs in Europa en België zijn financieel zo kwetsbaar dat enkele zonder extra kapitaalinjectie van hun eigenaars omvallen. Onder meer de topclubs Standard en Anderlecht zitten in financieel vieze papieren.

Fairplay

Opvallend: François pleit ervoor om vast te houden aan de invoering van de regels rond financiële fairplay. Die komen erop neer dat clubs niet meer mogen uitgeven dan ze via de eigen werking binnenkrijgen. Dergelijke regels gelden al als voorwaarde om mee te doen aan Europees voetbal, maar vanaf volgend seizoen zouden er ook regels komen op Belgisch niveau.

Door de coronacrisis maakt het idee opgeld om de regels te versoepelen, een discussie die in de UEFA wordt gevoerd. De Pro League wil na overleg met de UEFA bekijken om de regels serieus te versoepelen of de invoering ervan een of meer seizoenen uit te stellen. Het dossier komt op tafel bij de algemene vergadering van de Pro League op 12 juni. 'Ik ben geen voorstander van uitstel. Dat zou een slechte zaak zijn voor ons voetbal', zegt François.

Ik ben geen voorstander van uitstel van fair-play. Dat zou een slechte zaak zijn voor ons voetbal.
Pierre François
CEO Pro League

In een ander gevoelig dossier - dat van het sociale en fiscale gunstregime - pleit François voor een politiek moratorium van minstens een paar jaar. Langs Vlaamse zijde is er een politieke meerderheid om te knippen in de voordelen. Volgens François zou dat de doodsteek zijn voor ons voetbal. Op zijn minst zou een forse loonmatiging nodig zijn, net omdat clubs nu zoveel netto kunnen betalen door het gunstregime.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud