‘Een WK is geldverspilling'

Met de slogan ‘Ke Nako/ It’s time’ hoopt Zuid-Afrika niet alleen op een vlekkeloos wereldkampioenschap, maar vooral op de grote economische sprong voorwaarts. Dat laatste is maar de vraag, met kosten die de pan uit rijzen en een hoogst onzekere return. ‘België en Nederland denken beter twee keer na als ze het WK naar de Lage Landen willen halen.’

Niet alleen Belgische voetbalfans likkebaarden nu al bij de gedachte aan de komst van de verzamelde wereldtop op noppen in 2018. Consultancykantoren en zakenbanken wijzen maar al te graag op de weldaden van een groot sportevenement voor het toerisme, de arbeidsmarkt, de handelsstromen en zelfs het imago van een land. Het federaal planbureau stelde eind maart nog in een studie dat de organisatie van een WK België 1,15 miljard euro kan opleveren. Aan Nederlandse zijde kwam het onafhankelijke bureau SEO Economisch Onderzoek uit op een potentiële winst van 403 miljoen euro.

Wat beide studies er niet bij vermeldden, is dat de genoemde bedragen de best mogelijke scenario’s zijn. Zodra de investeringskosten in stadions, veiligheid, hotels of andere infrastructuur oplopen en de opbrengsten uit toerisme, handel of werkgelegenheid tegenvallen, oogt het plaatje al heel wat minder rooskleurig. In het slechtste geval komt Nederland uit op een verlies van liefst 1 miljard euro, België op ruim 100 miljoen.

Internationaal onderzoek wijst op een flinke overschatting van de directe economische opbrengsten. Ondanks alle euforie over de impact van het WK 2006 op de Duitse economie kon Wolfgang Maennig, sporteconoom aan de universiteit van Hamburg, daar later geen enkel bewijs van vinden. Zo zou het WK volgens de Duitse Associatie van Handelskamers 60.000 nieuwe banen opleveren. Maennig toonde echter aan dat de werkgelegenheid in juni en juli 2006 met ongeveer 1 procent steeg ten opzichte van het jaar daarvoor. Omdat de werkgelegenheid in heel 2006 telkens licht hoger uitviel dan in het jaar daarvoor, bleek dus weinig terug te zien van een positief WK-effect. Dat laatste bleek evenmin aantoonbaar voor toerisme en handel. Eerder onderzoek naar het WK van Frankrijk in 1998 en dat in de VS in 1994 kwam tot gelijkaardige conclusies.

Miljoen bezoekers

Professor Markus Kurscheidt van de universiteit van Keulen kwam via eigen berekeningen uit op 3,2 miljard euro extra consumentenbestedingen tijdens het vorige WK. Dat staat voor 0,13 procent van het Duitse bruto binnenlands product (bbp). ‘Dat is niet veel, nee. Maar hoe kan een evenement van een maand nu grote invloed hebben op de Duitse economie, toch de vierde grootste ter wereld’, klinkt het.

Volgens de Duitse economische denktank DIW lokte het WK vier jaar geleden een miljoen buitenlandse bezoekers. Die gaven 500 miljoen euro uit, opnieuw peanuts in verhouding tot de grootte van de Duitse economie. Door de grotere afstand tot het kapitaalkrachtige Europa en de problematische veiligheidssituatie verwachtte Zuid-Afrika aanvankelijk de helft van dat miljoen bezoekers. Dat cijfer werd de voorbije dagen nog naar beneden bijgesteld tot 200.000. Ramingen dat het WK ruim 5 miljard euro zou bijdragen aan het bbp en 415.000 nieuwe jobs zou creëren, lijken dus opnieuw een overschatting.

Megalomaan

De organisatie van een WK brengt weliswaar een miljardenstroom op gang, maar vreemd genoeg vloeit dat geld niet naar het gastland (zie kader). Daartegenover staat meestal ook nog een flinke onderschatting van de kosten, die vrijwel volledig op de nek van de organiserende overheid terechtkomen. Maakte de eerste begroting voor het WK in Zuid-Afrika nog melding van 675 miljoen euro investeringen in onder meer luchthavens, openbaar vervoer en telecommunicatie, dan zijn de kosten vandaag opgelopen tot meer dan 4 miljard euro.

En wellicht ligt het echte prijskaartje nog hoger door de megalomane projecten die niet eens in de officiële begroting opgenomen zijn. Zo kostte de bouw van de Gautrain, een hogesnelheidslijn tussen de luchthaven en de binnenstad van Johannesburg, meer dan 2 miljard euro. Zijn grote infrastructuurwerken in ontwikkelingslanden misschien nog nuttig om de groei te stimuleren, over de miljarden voor de bouw van stadions vallen al heel wat meer vragen te stellen.

Anders dan voor Duitsland, waar de stadions voor 60 procent met privégeld werden gefinancierd, dreigt voor Zuid-Afrika een financieel fiasco. De Zuid-Afrikaanse overheid raamde de bouw van vijf nieuwe stadions en de renovatie van vijf bestaande voetbaltempels in 2004 op 200 miljoen euro. Vandaag zijn de kosten al opgelopen tot meer dan 2 miljard euro. De bouw van het veelbesproken Green Point-stadion in Kaapstad, met zicht op de Tafelberg, was begroot op 1,2 miljard rand (120 miljoen euro), maar slorpte bijna 4,5 miljard rand (450 miljoen euro) op. Bovendien geldt het stadion als de zoveelste ‘witte olifant’, een nutteloos prestigeproject dat na afloop van het WK door onderbenutting of leegstand snel weer zal worden afgebroken. Doodjammer, want met dat geld hadden nieuwe huizen, ziekenhuizen en scholen in townships gebouwd kunnen worden, vindt een groeiend aantal inwoners van de stad.

In het door misdaad geteisterde Zuid-Afrika rijzen ook de beveiligingskosten de pan uit. Bijna 70 miljoen euro heeft de regering uitgetrokken om 41.000 nieuwe agenten op te leiden. Tijdens het WK wordt een enorme politiemacht van 193.000 agenten op de been gehouden. Die wordt dan nog eens bijgestaan door het leger, de inlichtingendiensten en privébewakingsfirma’s.

Volgens sporteconoom Stefan Kesenne (UA) wordt het WK in Zuid-Afrika straks gewoon het volgende in het rijtje van verlieslatende sportevenementen. ‘Het is pure geldverspilling. Geen enkele stad, regio of land is er op termijn beter van geworden. Zeker bij de Olympische Spelen zie je steeds hetzelfde patroon. De inkomsten worden overschat en de kosten onderschat, met een enorme schuldenberg tot gevolg. De inwoners van Montréal in Canada hebben meer dan 30 jaar lang een extra belasting moeten betalen om de schuldenput van 1,5 miljard dollar na de Spelen in 1976 af te betalen.’ Recenter is het voorbeeld van Athene, dat in 2004 ruim 9 miljard euro, dubbel zoveel als begroot, uitgaf om de Spelen naar huis te brengen. In het jaar van de Spelen schoot het Griekse begrotingstekort door naar 5,3 procent van het bbp. De zware verliezen zouden mee de aanleiding zijn geweest om begrotingen te vervalsen, waardoor het land nu flirt met het faillissement.

Feelgood

De organisatie van een WK of van Olympische Spelen lijkt dus in het beste geval een nuloperatie. Maar een groeiend aantal sporteconomen houdt wel rekening met imago en feelgoodeffecten. Zo steeg Duitsland na het WK van de zesde naar de tweede plaats op de Anholt Nation Brands Index, die het imago van landen in kaart brengt. Daarin werd Duitsland niet langer gepercipieerd als een harde, koude natie, maar als gastvrij, warm en cultureel interessant.

‘De Duitse WK-slogan ‘Let’s make friends’ heeft wonderwel gewerkt’, zegt Markus Kurscheidt. ‘De wereld zag de Duitsers plots samen dansen met Brazilianen, Mexicanen en Spanjaarden.’ Wolfgang Maennig berekende dat de Duitsers na het WK bereid waren veel meer te betalen voor de organisatie ervan. Was dat voor het WK nog 429 miljoen euro, dan steeg dat bedrag nadien tot boven 1 miljard.

Markus Kurscheidt noemt Barcelona het beste voorbeeld van een geslaagde imago-operatie. ‘Ondanks verlieslatende Spelen in 1992 had de stad tien jaar later 100 procent meer hotelcapaciteit, toeristen en overnachtingen. Dat had de stad te danken aan een totale upgrade van zijn musea, hotels, huizen, lanen en openbaar vervoer.’

Volgens Stefan Kesenne kunnen imagocampagnes echter evengoed als een boemerang terugkeren. ‘Zuid-Afrika profileert zich als de regenboognatie, perfect veilig en met onbegrensde mogelijkheden. Maar wat als straks in Johannesburg de eerste WK-bezoeker aangevallen wordt? (Afgelopen woensdag werden bij een eerste incident zeven journalisten in hun hotel overvallen, red.) Komen dan volgend jaar opnieuw evenveel toeristen op safari naar het Krugerpark?’

Alles bijeengeteld valt over de Holland/Belgium Bid voor het WK van 2018 of 2022 nog een en ander te zeggen. Melexis-topman en STVV-voorzitter Roland Duchâtelet ziet de komst van het WK-circus alvast niet zitten. ‘De minimumvereisten van de FIFA voor de stadioncapaciteit, toch snel ruim 50.000 zitjes, zijn geen probleem voor landen als Duitsland of Engeland. Daar zijn er voldoende clubs met vergelijkbare toeschouwersaantallen. Voor een land als België is het pure waanzin. Gaan we echt stadions bouwen voor zes matchen en ze dan weer afbreken, zoals Portugal nu van plan is met een aantal voetbaltempels van het EK 2004?’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud